Home

Verordening (EG) nr. 1126/98 van de Commissie van 29 mei 1998 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen en tot wijziging van Besluit 97/634/EG

Verordening (EG) nr. 1126/98 van de Commissie van 29 mei 1998 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen en tot wijziging van Besluit 97/634/EG

VERORDENING (EG) Nr. 1126/98 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 1998 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen en tot wijziging van Besluit 97/634/EG

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (2), inzonderheid op artikel 8, lid 10,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (3), inzonderheid op artikel 13, lid 10,

Na overleg met het Raadgevend Comité;

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

(1) Op 31 augustus 1996 kondigde de Commissie door middel van twee afzonderlijke berichten in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de inleiding aan van een antidumpingprocedure (4) en van een antisubsidieprocedure (5) betreffende de invoer van gekweekte Atlantische zalm van oorsprong uit Noorwegen.

(2) De Commissie verzamelde en onderzocht alle gegevens die zij voor de vaststelling van definitieve conclusies noodzakelijk achtte. Bij dit onderzoek kwam vast te staan, dat definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten moesten worden ingesteld om een einde te maken aan de schadelijke gevolgen van dumping en subsidiëring. Alle betrokkenen werden van de resultaten van het onderzoek in kennis gesteld en kregen de gelegenheid hierover opmerkingen te maken.

(3) Op 26 september 1997 aanvaardde de Commissie in verband met de twee bovengenoemde procedures bij Besluit 97/634/EG (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 651/98 (7), verbintenissen, die waren aangeboden door de in de bijlage bij dat besluit vermelde exporteurs en beëindigde zij het onderzoek ten aanzien van die exporteurs.

(4) Op dezelfde dag stelde de Raad, bij Verordening (EG) nr. 1890/97 (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 772/98 (9), een antidumpingrecht van 0,32 ECU per kg gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen in. Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van genoemde verordening was dit recht niet van toepassing op exporteurs van wie een verbintenis was aanvaard.

(5) Op dezelfde dag stelde de Raad, bij Verordening (EG) nr. 1891/97 (10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 772/98, tevens een compenserend recht van 3,8 % op gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen in. Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van genoemde verordening was dit recht niet van toepassing op de exporteurs van wie een verbintenis was aanvaard.

(6) In bovengenoemde verordeningen zijn alle definitieve bevindingen en conclusies over alle aspecten van de onderzoeken uiteengezet.

B. KENNELIJKE NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENISSEN

(7) Om de daadwerkelijke uitvoering van een controle op de aanvaarde verbintenissen mogelijk te maken, verbonden de exporteurs zich ertoe, de Commissie elk kwartaal een verslag toe te zenden over hun verkoop van gekweekte Atlantische zalm aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap.

(8) In de verbintenissen is uitdrukkelijk bepaald, dat indien de verplichtingen inzake verslaggeving niet worden nagekomen en, met name, indien de verslagen niet elk kwartaal binnen de gestelde termijn worden toegezonden, dit, behoudens overmacht, als een schending van de verbintenis zal worden beschouwd.

(9) Enkele Noorse exporteurs hebben het verslag niet tijdig toegezonden of hebben in het geheel geen verslag toegezonden.

Deze exporteurs werden aan de gevolgen van een te late indiening van het verslag herinnerd en met name aan het feit dat de Commissie op grond van artikel 8, lid 10, van Verordening (EG) nr. 384/96 en artikel 13, lid 10, van Verordening (EG) nr. 2026/97 een voorlopig antidumpingrecht respectievelijk een voorlopig compenserend recht kan instellen, indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de verbintenissen niet worden nagekomen.

Deze exporteurs werd ook verzocht eventueel bewijsmateriaal inzake overmacht over te leggen indien dit de reden was voor de verlate indiening of het ontbreken van de verslagen, doch zij hebben tot nu toe geen doorslaggevend bewijsmateriaal inzake overmacht verstrekt.

C. VOORLOPIGE MAATREGELEN

(10) Gezien het bovenstaande zijn er redenen om aan te nemen dat de verbintenissen die de Commissie van de in de bijlage bij deze verordening genoemde exporteurs heeft aanvaard, worden geschonden.

(11) Daar de bedrijfstak van de Gemeenschap zich in een moeilijke economische situatie bevindt, wordt het noodzakelijk geacht voorlopige rechten in te stellen in afwachting van een nader onderzoek naar deze kennelijke schendingen van de verbintenissen.

D. RECHT

(12) Overeenkomstig artikel 8, lid 10, van Verordening (EG) nr. 384/96 moet het recht worden vastgesteld aan de hand van de beste informatie die beschikbaar is.

Onder de huidige omstandigheden en rekening gehouden met het feit dat voor de betrokken exporteurs geen individuele dumpingmarges waren vastgesteld, wordt het dienstig geacht te bepalen, dat het voorlopige antidumpingrecht gelijk is aan het bij Verordening (EG) nr. 1890/97 ingestelde definitieve recht.

(13) Overeenkomstig artikel 13, lid 10, van Verordening (EG) nr. 2026/97 moet het compenserende recht worden vastgesteld aan de hand van de beste informatie die beschikbaar is.

(14) Onder de huidige omstandigheden wordt het dienstig geacht te bepalen, dat het voorlopige compenserende recht gelijk is aan het bij Verordening (EG) nr. 1891/97 ingestelde definitieve recht.

E. SLOTBEPALINGEN

(15) Besluit 97/634/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16) In het belang van een behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen belanghebbenden schriftelijk opmerkingen kunnen maken en kunnen vragen te worden gehoord. Voorts wordt erop gewezen, dat alle bevindingen met het oog op deze verordening gebaseerd zijn op de kwartaalverslagen van de exporteurs of op de afwezigheid van dergelijke verslagen en daarom voorlopig zijn. Deze bevindingen kunnen met het oog op een eventueel voorstel van de Commissie tot instelling van een definitief recht worden herzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Een voorlopig antidumpingrecht wordt ingesteld op de invoer van gekweekte (andere dan wilde) Atlantische zalm, ingedeeld onder de GN-codes ex 0302 12 00 (Taric-code 0302 12 00 * 19), ex 0304 10 13 (Taric-code 0304 10 13 * 19), ex 0303 22 00 (Taric-code 0303 22 00 * 19) en ex 0304 20 13 (Taric-code 0304 20 13 * 19), van oorsprong uit Noorwegen, en die door de in de bijlage genoemde exporteurs wordt uitgevoerd.

2. Het recht bedraagt 0,32 ECU/kg nettoproductgewicht.

Artikel 2

1. Een voorlopig compenserend recht wordt ingesteld op de invoer van gekweekte (andere dan wilde) Atlantische zalm, ingedeeld onder de GN-codes ex 0302 12 00 (Taric-code 0302 12 00 * 19), ex 0304 10 13 (Taric-code 0304 10 13 * 19), ex 0303 22 00 (Taric-code 0303 22 00 * 19) en ex 0304 20 13 (Taric-code 0304 20 13 * 19), van oorsprong uit Noorwegen, en die door de in de bijlage genoemde exporteurs wordt uitgevoerd.

2. Het recht bedraagt 3,8 % van de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring.

Artikel 3

1. De in de artikelen 1 en 2 genoemde rechten zijn niet van toepassing op wilde Atlantische zalm (Taric-codes 0302 12 00 * 11), 0304 10 13 * 11, 0303 22 00 * 11 en 0304 20 13 * 11). Voor de toepassing van deze verordening wordt onder wilde Atlantische zalm Atlantische zalm verstaan waarvan de betrokkenen, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van aanlanding, aan de hand van douane- en vervoersdocumenten kunnen aantonen dat deze op zee gevangen is.

2. Tenzij anders bepaald zijn de voorschriften inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 4

Belanghebbenden kunnen binnen één maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening schriftelijk opmerkingen maken en vragen door de Commissie te worden gehoord.

Artikel 5

De in de bijlage bij deze verordening genoemde ondernemingen worden uit de bijlage bij Besluit 97/634/EG geschrapt.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij heeft een geldigheidsduur van vier maanden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 mei 1998.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1.

(2) PB L 128 van 30. 4. 1998, blz. 18.

(3) PB L 288 van 21. 10. 1997, blz. 1.

(4) PB C 253 van 31. 8. 1996, blz. 18.

(5) PB C 253 van 31. 8. 1996, blz. 20.

(6) PB L 267 van 30. 9. 1997, blz. 81.

(7) PB L 88 van 24. 3. 1998, blz. 31.

(8) PB L 267 van 30. 9. 1997, blz. 1.

(9) PB L 111 van 9. 4. 1998, blz. 10.

(10) PB L 267 van 30. 9. 1997, blz. 19.

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>