Home

Verordening (EG) nr. 1136/98 van de Commissie van 29 mei 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1350/72 houdende uitvoeringsbepalingen voor de steunverlening aan hoptelers

Verordening (EG) nr. 1136/98 van de Commissie van 29 mei 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1350/72 houdende uitvoeringsbepalingen voor de steunverlening aan hoptelers

VERORDENING (EG) Nr. 1136/98 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1350/72 houdende uitvoeringsbepalingen voor de steunverlening aan hoptelers

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1554/97 (2), en met name op artikel 13, lid 4,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1098/98 van de Raad van 25 mei 1998 tot vaststelling van tijdelijke bijzondere maatregelen in de hopsector (3), en met name op artikel 3,

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 1098/98 voorziet in de toekenning van een vergoeding voor tijdelijk uit productie genomen en/of gerooid areaal; dat dus behalve beplante oppervlakten ook dit areaal moeten worden aangegeven; dat deze gegevens voor de oogst 1998 uiterlijk op 30 juni 1998 verstrekt moeten worden; dat het derhalve dienstig is deze nieuwe elementen op te nemen in Verordening (EEG) nr. 1350/72 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 317/98 (5);

Overwegende dat in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1350/72 is bepaald dat uiterlijk op 31 mei van het oogstjaar aangifte moet zijn gedaan van de beplante oppervlakten; dat dit voor het Verenigd Koninkrijk problemen meebrengt, in verband met de ontwikkeling van de productiemethodes waarbij door stekken vermeerderde planten al in het jaar van aanplant een oogst opleveren (voor de eerste maal); dat de aanplant niet in mei, maar in juni zal worden voltooid; dat de oogst van met deze techniek vermeerderde hop slechts een gering percentage van het hopareaal van het Verenigd Koninkrijk zou betreffen; dat echter moet worden voorkomen dat de telers die deze techniek toepassen, door verlies van het recht op steun benadeeld worden; dat daartoe voor het Verenigd Koninkrijk een uitzondering moet worden toegestaan, door voor dit land de uiterste datum voor de areaalaangifte naar 30 juni van het oogstjaar te verschuiven;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor hop,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1350/72 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1:

- wordt lid 1 vervangen door het volgende lid:

"1. Uiterlijk op 31 mei - en voor het Verenigd Koninkrijk op 30 juni - van het oogstjaar moet iedere hopteler aangifte doen van de beplante oppervlakten en van de oppervlakten die op grond van de in Verordening (EG) nr. 1098/98 bedoelde tijdelijke bijzondere maatregelen uit productie genomen en/of gerooid zijn. Voor de oogst 1998 wordt deze datum verschoven naar 30 juni 1998.";

- wordt lid 2 vervangen door:

"2. Deze aangifte bevat ten minste:

a) de naam en het adres van de aangever,

b) voor elk ras of proefas:

- het beplante areaal en/of het areaal dat op grond van bijzondere maatregelen uit productie genomen en/of gerooid is,

- de kadastrale omschrijving van de percelen of, indien een dergelijke omschrijving voor de betreffende percelen niet bestaat, een gelijkwaardige officiële aanduiding en, indien nodig, een aanvullende aanduiding waarmee het betrokken ras of proefras gelokaliseerd kan worden,

c) de naam van de erkende producentengroeperingen wanneer de aangever, wat zijn hopproductie betreft, lid is van een dergelijke groepering.".

2. Artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2

1. De steunaanvraag of, in de landen die besluiten het systeem toe te passen waarbij areaal uit productie wordt genomen en/of gerooid, de aanvraag van de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1098/98 bedoelde vergoeding wordt door de teler individueel of via de producentengroepering ingediend binnen een door de lidstaat vast te stellen termijn, doch uiterlijk op 31 oktober van het jaar van de oogst.

2. De steun of de vergoeding wordt uitsluitend verleend voor oppervlakten waarvoor, voor de betrokken oogst, de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a) de in artikel 1, lid 3, onder a), bedoelde percelen hadden een gelijkmatige plantdichtheid van minstens:

- 1 500 planten per hectare bij dubbele bedrading of

- 2 000 planten per hectare bij enkele bedrading,

- of ze waren in 1997 beteeld en zijn op grond van tijdelijke bijzondere maatregelen uit productie genomen en/of gerooid;

b) ze zijn gedeclareerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 1;

c) wanneer het areaal als bedoeld onder a), eerste streepje, betreft, hebben de normale teelt- en oogstwerkzaamheden plaatsgevonden; jonge hopplanten die hoofdzakelijk als kwekerijproduct zijn geteeld, komen derhalve niet in aanmerking.".

3. In artikel 3:

a) wordt lid 1 vervangen door:

"1. De steun- of vergoedingsaanvraag bevat voor oppervlakten waarvoor de steun of de vergoeding wordt aangevraagd ten minste de in artikel 1, lid 2, bedoelde gegevens, en voor areaal als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), eerste streepje, bovendien een verklaring dat de betrokken percelen zijn afgeoogst.";

b) wordt lid 2 vervangen door:

"2. De lidstaten kunnen bepalen dat als steun- of vergoedingsaanvraag het duplicaat wordt aangemerkt van de in artikel 1 bedoelde aangifte, aangevuld met de verklaring dat het areaal waarvoor de steun wordt aangevraagd, is afgeoogst.";

c) wordt lid 3 vervangen door:

"3. De volgende bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3887/92 zijn van toepassing:

- artikel 6, lid 3, laatste alinea, in gevallen waarin belangrijke onregelmatigheden worden geconstateerd in een regio of deelregio,

- artikel 8, lid 1, eerste alinea, bij te late indiening van de areaalaangifte en/of de steun- of vergoedingsaanvraag,

- artikel 11 in gevallen van overmacht,

- artikel 12 met betrekking tot het controlebezoekverslag,

- artikel 13 met betrekking tot de weigering van het bedrijfshoofd om een bezoek ter plaatse toe te staan,

- artikel 14 met betrekking tot onverschuldigde betalingen.".

4. In artikel 4:

a) wordt lid 1 vervangen door:

"1. Elke lidstaat deelt de Commissie de naam en het adres van de overeenkomstig artikel 13, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1696/71 aangewezen instanties mee, alsmede de door deze lidstaat voor de uitvoering van de steun- en vergoedingsregeling voor de hoptelers genomen maatregelen. De administratieve controles en de controles ter plaatse worden op zodanige wijze uitgevoerd dat terdege wordt nagegaan of aan de voorwaarden voor de toekenning van steun en vergoedingen wordt voldaan. De administratieve controles omvatten ook kruiscontroles met betrekking tot de gedeclareerde met hop beteelde percelen en een toetsing van de gegevens aan de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad (*) bedoelde database, teneinde te voorkomen dat de steun of de vergoeding tweemaal wordt betaald voor dezelfde oogst. Voor de oogst 1998 mogen de lidstaten de kruiscontroles evenwel op basis van een steekproef verrichten. De na uitvoering van een risicoanalyse verrichte controles ter plaatse moeten betrekking hebben op een significante steekproef van de aangiften en de aanvragen, die ten minste 5 % van de areaalaangiften en 5 % van de steun- en vergoedingsaanvragen moet omvatten.

(*) PB L 355 van 5. 12. 1992, blz. 1.";

b) wordt lid 2 vervangen door:

"2. Elke lidstaat deelt de Commissie jaarlijks voor de op zijn grondgebied gevestigde erkende producentengroeperingen alle gegevens mee betreffende de wijze waarop deze de hen toegekende steun en vergoedingen hebben beheerd, en eventueel de juiste aard van de door deze groeperingen genomen maatregelen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder e), van Verordening (EEG) nr. 1696/71. Deze mededelingen moeten uiterlijk op 31 december van het jaar na dat van de betrokken oogst plaatsvinden.".

5. Artikel 4 bis wordt vervangen door:

"Artikel 4 bis

1. Wanneer de effectief geconstateerde oppervlakte groter is dan de in de areaalaangifte gedeclareerde oppervlakte, wordt de gedeclareerde oppervlakte in aanmerking genomen voor de berekening van het steunbedrag en de vergoeding.

2. Wanneer wordt vastgesteld dat de gedeclareerde oppervlakte groter is dan de geconstateerde oppervlakte, worden het steunbedrag en de vergoeding berekend op basis van de bij de controle effectief geconstateerde oppervlakte. Behalve in geval van overmacht wordt de effectief geconstateerde oppervlakte dan echter verminderd met tweemaal het geconstateerde verschil wanneer dat groter is dan 3 % of 2 ha en ten hoogste gelijk aan 20 % van de geconstateerde oppervlakte.

Ingeval het geconstateerde verschil groter is dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte, wordt voor het betrokken areaal geen aan de oppervlakte gebonden steun of vergoeding toegekend.

Wanneer er echter sprake is van een aan opzet of ernstig verzuim te wijten valse verklaring:

- wordt het betrokken bedrijfshoofd voor de betrokken oogst uitgesloten van steun en vergoedingen

en

- in geval van een opzettelijk valse verklaring ook van de steun en vergoedingen voor de volgende oogst.

De bovenbedoelde kortingen worden niet toegepast als het bedrijfshoofd bewijst dat hij voor het bepalen van de oppervlakte correct gebruik heeft gemaakt van door de bevoegde instantie erkende gegevens.

In de zin van deze verordening wordt onder "geconstateerde oppervlakte" de oppervlakte verstaan waarvoor aan alle voorschriften is voldaan.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 mei 1998.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB L 175 van 4. 8. 1971, blz. 1.

(2) PB L 208 van 2. 8. 1997, blz. 1.

(3) Zie bladzijde 7 van dit Publicatieblad.

(4) PB L 148 van 30. 6. 1972, blz. 11.

(5) PB L 33 van 7. 2. 1998, blz. 10.