Verordening (EG) nr. 2647/98 van de Commissie van 9 december 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2330/98 van de Raad inzake een vergoedingsvoorstel aan bepaalde producenten van melk en zuivelproducten die tijdelijk in de uitoefening van hun activiteit zijn beperkt
Verordening (EG) nr. 2647/98 van de Commissie van 9 december 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2330/98 van de Raad inzake een vergoedingsvoorstel aan bepaalde producenten van melk en zuivelproducten die tijdelijk in de uitoefening van hun activiteit zijn beperkt
VERORDENING (EG) Nr. 2647/98 VAN DE COMMISSIE van 9 december 1998 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2330/98 van de Raad inzake een vergoedingsvoorstel aan bepaalde producenten van melk en zuivelproducten die tijdelijk in de uitoefening van hun activiteit zijn beperkt
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2330/98 van de Raad van 22 oktober 1998 inzake een vergoedingsvoorstel aan bepaalde producenten van melk en zuivelproducten die tijdelijk in de uitoefening van hun activiteit zijn beperkt (1), en met name op de artikelen 9 en 16,
Overwegende dat op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2330/98, alle vergoedingsaanvragen door de betrokken producenten bij de in de betrokken 1idstaat daartoe aangewezen bevoegde autoriteit moeten worden ingediend met gebruikmaking van een standaardformulier; dat dergelijke formulieren moeten kunnen dienen als werkdocument voor de bevoegde autoriteiten, waarbij elk van deze autoriteiten het recht heeft om in verband met verschillen in de administratieve voorschriften, inhoudelijke wijzigingen in het formulier aan te brengen;
Overwegende dat op grond van artikel 16 van de betrokken verordening, de bepalingen ter uitvoering ervan en met name de bepalingen inzake de betaling van de kosten van gemachtigden van de betrokken producenten, door de Commissie worden vastgesteld;
Overwegende dat in het vergoedingsvoorstel rekening moet worden gehouden met de honoraria die producenten aan gemachtigden hebben betaald bij het indienen van vorderingen bij de instellingen van de Gemeenschap vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 2330/98; dat de redenen op grond waarvan de Raad heeft bepaald dat de vergoeding op forfaitaire basis dient te worden berekend, ook gelden voor de kosten van gemachtigden; dat bovendien vaak één enkele gemachtigde een groot aantal producenten heeft vertegenwoordigd; dat het dan ook dienstig wordt geacht de honoraria op forfaitaire basis te vergoeden;
Overwegende dat producenten die bij het Gerecht van eerste aanleg een beroep hebben ingesteld, hogere kosten voor honoraria van gemachtigden hebben gehad en daarom een hoger forfaitair bedrag zouden moeten ontvangen; dat het in bepaalde gevallen mogelijk zou moeten zijn een vergoeding te betalen die hoger ligt dan het forfaitaire bedrag;
Overwegende dat het dienstig wordt geacht om, bij wijze van kwitantie voor definitieve afrekening, één enkel document voor de hele Gemeenschap in te voeren, onverminderd het recht van de Commissie om, indien nodig, de tekst van dat document voor een bepaalde lidstaat aan te passen;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2330/98 bedoelde formulier wordt opgesteld overeenkomstig bijlage I.
De bevoegde autoriteit mag het formulier aanpassen wanneer zij reeds over bepaalde informatie beschikt, of wanneer zij voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2330/98, en met name van artikel 5, leden 3 en 4, aanvullende informatie of aanvullend bewijsmateriaal nodig heeft.
Artikel 2
De kosten die een producent heeft gemaakt in verband met de betaling van een honorarium aan een gemachtigde die namens hen en voor zijn rekening met de instellingen van de Gemeenschap heeft onderhandeld, worden op forfaitaire basis vergoed à 0,5 % van het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2330/98 bedoelde vergoedingsbedrag, met dien verstande dat een minimum van 500 ECU geldt in gevallen waarin producenten bij het Gerecht van eerste aanleg een beroep tegen de Gemeenschap hebben ingesteld, en een minimum van 250 ECU in andere gevallen.
De vergoeding wordt door de bevoegde autoriteit betaald nadat de producent met behulp van het in artikel 1 bedoelde formulier een vergoedingsaanvraag heeft ingediend en de nota van de gemachtigde heeft overgelegd.
Het aan de producent betaalde bedrag mag echter de op de nota vermelde som niet overschrijden en elke producent mag slechts voor één gemachtigde een honorariumvergoeding aanvragen,
Artikel 3
Ongeacht het bepaalde in artikel 2 kan, in gevallen waarin het Gerecht van eerste aanleg uitspraak heeft gedaan over de aansprakelijkheid van de instellingen van de Gemeenschap, het kostenbedrag rechtstreeks door de instellingen van de Gemeenschap en de betrokken gemachtigden worden overeengekomen.
Artikel 4
Voor de toepassing van deze verordening wordt een instantie die uitsluitend tegen betaling van contributies diensten verleent, niet als een gemachtigde beschouwd.
Artikel 5
Na te hebben geverifieerd of de nota van de gemachtigde betrekking heeft op kosten voor diensten die vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 2330/98 zijn geleverd, vermeldt de bevoegde autoriteit in het aan de producent gepresenteerde vergoedingsvoorstel het bedrag dat overeenkomstig artikel 2 is vastgesteld of, in voorkomend geval, het bedrag dat overeenkomstig artikel 3 is overeengekomen en aan de bevoegde autoriteit is medegedeeld.
De artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 2330/98 zijn eveneens van toepassing op het bovengenoemde bedrag.
Artikel 6
Voor de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2330/98 bedoelde kwitantie voor definitieve afrekening wordt gebruik gemaakt van het standaardformulier in bijlage II.
De Commissie kan, wanneer één van de lidstaten daarom verzoekt, besluiten het standaardformulier voor die lidstaat te wijzigen om rekening te houden met bestaande specifieke nationale bepalingen.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 december 1998.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 291 van 30. 10. 1998, blz. 4.
BIJLAGE I
>BEGIN VAN DE GRAFIEK>
Ontvangen op 199
(Officieel stempel en handtekening van de bevoegde autoriteit)
Belangrijk: Dit formulier moet uiterlijk op 31 januari 1999 door de bevoegde autoriteit op het onderstaande adres zijn ontvangen
Vergoedingsaanvraag in het kader van Verordening (EG) nr. 2330/98
1. Persoonsgegevens
1. Naam:
2. Voornaam:
3. Adres/telefoonnummer:
4. Naam en adres van het bedrijf (indien verschillend van bovengenoemde gegevens):
5. Bankgegevens (indien van toepassing):
2. Motivering van de aanvraag
1. Is u een specifieke referentiehoeveelheid toegewezen in het kader van Verordening (EEG) 2055/93 ("SLOM III-melkquota"):
ja
neen
Indien de specifieke referentiehoeveelheid niet aan u persoonlijk is toegewezen, in welke hoedanigheid en op welke gronden dient u deze aanvraag dan in? Gelieve de nodige documenten bij te voegen. De antwoorden op de onderstaande vragen moeten informatie bevatten over de persoon die de specifieke referentiehoeveelheid heeft ontvangen.
2. Beschikte u op 1 oktober 1996 nog over uw volledige SLOM III-melkquotum?
ja
neen
Indien niet, waarom beschikte u niet meer over uw SLOM III-melkquotum of waarom was toen uw quotum verlaagd?
a) Deelneming aan een programma voor stopzetting van de melkproductie?
ja
neen
Zo ja,
- wanneer?
- voor welke hoeveelheid?
b) Verkoop of verpachting van het hele bedrijf of van een deel ervan?
ja
neen
Zo ja,
- wanneer?
- voor welke hoeveelheid?
- naam en adres van de concessionaris:
c) Andere reden:
- nadere gegevens:
- datum:
- hoeveelheid:
Indien u op vraag a), b) of c) "ja" heeft geantwoord, alle relevante documenten bijvoegen.
3. Wordt het SLOM III-melkquotum naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-165/95 (Lay and Gage) opnieuw bekeken?
ja
neen
3. Informatie over het bedrijf waarop Verordening (EEG) nr. 1078/77 van toepassing was ("SLOM bedrijf")
1. a) Op welke datum werd het SLOM-bedrijf of een deel daarvan aan u overgedragen?
b) Wie was de overdrager?
c) In geval van een gedeeltelijke overdracht, wat was het areaal van het SLOM-bedrijf en welk areaal werd overgedragen?
De nodige documenten bijvoegen.
2. Wanneer verviel de verplichting tot niet-levering/omschakeling?
3. Op basis van welke hoeveelheid werd de premie voor niet-levering/omschakeling berekend?
4. Heeft u van het aan u overgedragen SLOM-bedrijf of -bedrijfsdeel zelf een deel overgedragen voordat de verplichting tot niet-levering/omschakeling was vervallen?
ja
neen
Zo ja,
a) aan wie?
b) welk areaal? De nodige documenten bijvoegen.
5. Heeft u van het aan u overgedragen SLOM-bedrijf of -bedrijfsdeel zelf een deel overgedragen tussen het tijdstip waarop de verplichting tot niet-levering/omschakeling verviel en het tijdstip waarop SLOM III-melkquota werden toegewezen?
ja
neen
Zo ja,
a) aan wie?
b) welk areaal?
De nodige documenten bijvoegen.
4. Andere voor de berekening van de vergoeding vereiste informatie
1. Heeft u bij de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen een vergoeding aangevraagd?
ja
neen
Zo ja,
wanneer?
Een kopie van de aanvraag bijvoegen.
Heeft u van de Raad of de Commissie een antwoord ontvangen waarin is erkend dat de in artikel 43 van het Statuut van het Hof van Justitie vastgestelde termijn door uw aanvraag is gestuit?
ja
neen
Een kopie van het antwoord bijvoegen.
2. Heeft u bij het Gerecht van eerste aanleg in Luxemburg een beroep ingesteld?
ja
neen
Zo ja, wanneer (datum van registratie hij het Gerecht)?
Een kopie van het bodemgeschil bijvoegen.
3. Heeft u vóór de toewijzing van een SLOM III-melkquotum uw productie zo verhoogd dat de voor u beschikbare referentiehoeveelheid werd overschreden, als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2330/98?
ja
neen
Zo ja,
a) voor welke periode?
b) met welke hoeveelheden?
c) heeft u de heffing betaald?
5. Vergoeding van de kosten voor gemachtigden
Vraagt u vergoeding van kosten voor een gemachtigde?
ja
neen
Zo ja, het origineel van de nota van de gemachtigde bijvoegen.
Ondergetekende verklaart dat de bovenstaande gegevens juist zijn. Het is hem bekend dat hij, mocht later worden geconstateerd dat bepaalde gegevens onjuist zijn, de door hem ontvangen vergoeding geheel of gedeeltelijk zal moeten terugbetalen.
199
(Handtekening)
>EIND VAN DE GRAFIEK>
BIJLAGE II
>BEGIN VAN DE GRAFIEK>
Ontvangen op 199
(Stempel en handtekening van de bevoegde autoriteit)
Kwitanie voor definitie afrekening, als bedoeld in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2330/98
Ondergetekende, verklaart hierbij dat het op gepresenteerde vergoedingsvoorstel voor eenbedrag van wordt aangenomen ter vergoeding van schade die hij heeft geleden ten gevolge van zijn deelneming aan de bij Verordening (EEG) nr. 1078/77 (1) ingevoerde regeling voor niet-levering/omschakeling in het kader waarvan hij areaal heeft gekocht waarop die regeling van toepassing was. Hij verklaart uitdrukkelijk af te zien van enigerlei verdere of toekomstige eis in dezen, namens hemzelf of namens zijn rechtverkrijgenden of begunstigden, inclusief enige eis tot betaling van rente en kosten.
Het is hem bekend dat, indien hij bij het Gerecht van eerste aanleg een beroep tegen de instellingen van de Gemeenschappen heeft ingesteld, de vergoeding pas zal worden betaald nadat hij aan de bevoegde autoriteit het bewijs heeft geleverd dat het beroep is ingetrokken.
Gedaan te , op
(Handtekening)
Belangrijk: Indien het voorstel niet binnen drie maanden na presentatie ervan is aangenomen, is het niet langer bindend voor de betrokken instellingen van de Gemeenschap.
(1) PB L 131 van 26. 5. 1977, blz. 1.
>EIND VAN DE GRAFIEK>