1999/18/EG: Beschikking van de Commissie van 22 december 1998 inzake een aanvullende financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitroeiing van klassieke varkenspest in Nederland (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4359) (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)
1999/18/EG: Beschikking van de Commissie van 22 december 1998 inzake een aanvullende financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitroeiing van klassieke varkenspest in Nederland (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4359) (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 22 december 1998 inzake een aanvullende financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitroeiing van klassieke varkenspest in Nederland (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4359) (Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek) (1999/18/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 94/370/EG (2), en met name op artikel 3, lid 3,
Overwegende dat in Nederland in 1997 uitbraken van klassieke varkenspest zijn geconstateerd; dat het uitbreken van deze ziekte een ernstige bedreiging vormt voor de varkensstapel van de Gemeenschap en dat de Gemeenschap, om deze ziekte zo snel mogelijk te helpen uitroeien, aan de lidstaat financiële bijstand kan verlenen als vergoeding voor de gedane uitgaven;
Overwegende dat de Commissie Beschikking 98/25/EG van 15 december 1997 inzake de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitroeiing van de klassieke varkenspest in Nederland (3) heeft vastgesteld; dat op grond van deze beschikking een eerste voorschot is uitbetaald voor de eerste 195 besmettingshaarden;
Overwegende dat de Commissie voor al die gevallen nog nagaat enerzijds of alle communautaire voorschriften op veterinair gebied in acht zijn genomen en anderzijds of aan alle voorwaarden voor financiële bijstand van de Gemeenschap is voldaan;
Overwegende dat ook Nederland de aan de Commissie meegedeelde gegevens aan een aanvullende controle onderwerpt om na te gaan of aan de bij Beschikking 90/424/EEG vastgestelde voorwaarden is voldaan, met name in het licht van de tot nu toe door de diensten van de Commissie gemaakte opmerkingen;
Overwegende dat, met inachtneming van de gedane constateringen en de mededelingen van de Commissie aan de Nederlandse autoriteiten, wordt besloten een tweede voorschot uit te betalen, onverminderd het uiteindelijke besluit betreffende het totale bedrag van de financiële bijstand en de eventuele kortingen daarop;
Overwegende dat Nederland op 22 juni 1998 een aanvraag heeft ingediend voor de vergoeding van alle uitgaven die in 1997 zijn gedaan; dat in dit stadium, in verband met de op de huidige begroting beschikbare middelen, niet alle subsidiabele uitgaven kunnen worden vergoed en slechts voor de haarden 196 tot en met 360 financiële bijstand kan worden verleend;
Overwegende dat voor de daaropvolgende haarden slechts financiële bijstand kan worden verleend naar gelang van de resultaten van bovengenoemde controle;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Veterinair Comité,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Gemeenschap kan aan Nederland een aanvullend voorschot van 43,4 miljoen ECU uitkeren als financiële bijdrage voor de vergoeding van de eigenaars van de besmette bedrijven en de contactbedrijven die, in het kader van de uitbraken van klassieke varkenspest die zich in 1997 hebben voorgedaan, rechtstreeks in verband zijn gebracht met de besmettingshaarden 196 tot en met 360, onverminderd het definitieve besluit over het totale bijstandsbedrag en de eventueel noodzakelijke correcties.
Artikel 2
Zodra deze beschikking is goedgekeurd, wordt aan Nederland een bedrag van 13 miljoen ECU uitbetaald. Het saldo wordt betaald zodra de nodige middelen beschikbaar zijn.
Artikel 3
1. De Commissie kan, in samenwerking met de bevoegde Nederlandse autoriteiten, controles ter plaatse verrichten met betrekking tot de uitgevoerde maatregelen en de gedane uitgaven.
De Commissie stelt de lidstaten in kennis van het resultaat van de verrichte controles.
2. De artikelen 8 en 9 van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad (4) zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.
Gedaan te Brussel, 22 december 1998.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 224 van 18. 8. 1990, blz. 19.
(2) PB L 168 van 2. 7. 1994, blz. 31.
(3) PB L 8 van 14. 1. 1998, blz. 28.
(4) PB L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.