1999/29/EG: Beschikking van de Commissie van 18 december 1998 tot verlenging van de in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 92/33/EEG van de Raad bedoelde termijn met betrekking tot de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, uit derde landen (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4262)
1999/29/EG: Beschikking van de Commissie van 18 december 1998 tot verlenging van de in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 92/33/EEG van de Raad bedoelde termijn met betrekking tot de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, uit derde landen (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4262)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 18 december 1998 tot verlenging van de in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 92/33/EEG van de Raad bedoelde termijn met betrekking tot de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, uit derde landen (kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 4262) (1999/29/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 92/33/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (1), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 97/109/EEG van de Commissie (2), en met name op artikel 16, lid 2,
Overwegende dat de bij artikel 16, lid 2, van bovengenoemde richtlijn vastgestelde termijn bij Beschikking 97/109/EG van de Commissie is verlengd tot en met 31 december 1998;
Overwegende dat krachtens artikel 16, lid 1, van Richtlijn 92/33/EEG door de Commissie wordt besloten of teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, die in een derde land zijn geproduceerd en die dezelfde garanties bieden inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, fytosanitaire aspecten, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, die in de Gemeenschap zijn geproduceerd en aan de eisen en voorschriften van de richtlijn voldoen;
Overwegende dat in dit stadium de Commissie voor geen enkel derde land een dergelijk besluit kan nemen omdat nog altijd niet genoeg informatie over in derde landen geldende voorwaarden beschikbaar is;
Overwegende dat het vaststaat dat de lidstaten tot dusver in bepaalde derde landen geproduceerd teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, hebben ingevoerd; dat het normale handelspatroon niet mag worden verstoord en het de lidstaten daarom overeenkomstig het bepaalde in artikel 16, lid 2, van voornoemde richtlijn moet worden toegestaan om op de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, uit derde landen voorwaarden te blijven toepassen die gelijkwaardig zijn aan die welke voor de productie en het in de handel brengen van in de Gemeenschap verkregen producten gelden;
Overwegende dat voor teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, die door een lidstaat worden ingevoerd overeenkomstig een besluit dat die lidstaat op grond van artikel 16, lid 2, eerste alinea, van voornoemde richtlijn heeft genomen, wat de in lid 1 van dat artikel vermelde punten betreft, in andere lidstaten geen beperkingen ten aanzien van het in de handel brengen mogen gelden;
Overwegende dat derhalve de termijn die op de in artikel 16, lid 2, van voornoemde richtlijn vastgestelde datum verstrijkt, opnieuw moet worden verlengd;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De in artikel 16, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 92/33/EEG bedoelde termijn wordt verlengd tot en met 31 december 2001.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 18 december 1998.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 157 van 10. 6. 1992, blz. 10.
(2) PB L 39 van 8. 2. 1997, blz. 21.