1999/187/EG: Beschikking van de Commissie van 3 februari 1999 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1995 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 209)
1999/187/EG: Beschikking van de Commissie van 3 februari 1999 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1995 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 209)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 3 februari 1999 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1995 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 209) (1999/187/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1287/95 (2), en met name op artikel 5, lid 2,
Na raadpleging van het Comité van het Fonds,
Overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 729/70 de rekeningen van de in artikel 4 van die verordening bedoelde diensten en organen goedkeurt op basis van de door de lidstaten verstrekte jaarrekeningen;
Overwegende dat de lidstaten de voor de goedkeuring van de rekeningen over 1995 vereiste documenten bij de Commissie hebben ingediend; dat het begrotingsjaar 1995 op grond van het bepaalde in artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 729/70 op 16 oktober 1994 is begonnen en op 15 oktober 1995 is geëindigd;
Overwegende dat de Commissie de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 729/70 bedoelde verificaties heeft verricht;
Overwegende dat op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1723/72 van de Commissie van 26 juli 1972 inzake de goedkeuring van de rekeningen betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 295/88 (4), bij de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen het bedrag moet worden bepaald van de in elke lidstaat in het betrokken begrotingsjaar gedane uitgaven die als ten laste van de afdeling Garantie van het Fonds worden erkend; dat in artikel 102 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2444/97 (6), is bepaald dat het resultaat van de goedkeuringsbeschikking, dat wil zeggen het eventuele verschil tussen het totaal van de uitgaven die ingevolge de artikelen 100 en 101 in de rekening van het betrokken begrotingsjaar zijn verantwoord, en het totaal van de door de Commissie bij de goedkeuring aanvaarde uitgaven, op één artikel als positief of negatief uitgavenbedrag wordt aangerekend;
Overwegende dat op grond van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70 alleen die restituties bij uitvoer naar derde landen en die interventies ter regulering van de landbouwmarkten kunnen worden gefinancierd, die volgens de communautaire voorschriften in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten worden verleend, respectievelijk verricht; dat blijkens de verrichte inspecties een deel van de door de lidstaten gedeclareerde uitgaven niet aan deze voorwaarden voldoet en daarom moet worden afgewezen; dat in de bijlage van deze beschikking voor elk van de betrokken lidstaten zijn vermeld het gedeclareerde bedrag, het als ten laste van de afdeling Garantie van het EOGFL erkende bedrag, het verschil tussen deze twee bedragen en het verschil tussen de als ten laste van de afdeling Garantie van het EOGFL erkende uitgaven en de voor het betrokken begrotingsjaar geboekte uitgaven;
Overwegende dat door België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk gedeclareerde uitgaven ter ondersteuning van de producenten van bepaalde akkerbouwgewassen ten bedrage van respectievelijk 44 488 205 BEF, 217 632 480,18 DKK, 625 580 204,80 DEM, 704 353 447 GRD, 53 526 391 438 ESP, 3 032 760 954,71 FRF, 1 399 246,84 IEP, 171 798 906 560 ITL, 13 226 892 LUF, 201 888,89 NLG, 6 586 838 460 PTE en 88 604 051,26 GBP niet in de beschikking tot goedkeuring van de EOGFL-rekeningen over 1994 zijn opgenomen, omdat de saldi voor oliehoudende zaden pas in 1995 zijn betaald en de resultaten van het EOGFL-onderzoek betrekking hadden op alle uitgaven voor de oogst 1994 en niet slechts op de in 1994 betaalde voorschotten; dat in de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen over 1994 evenmin zijn opgenomen de uitgaven die zijn gedeclareerd door Italië voor olijfolie in interventieopslag ten bedrage van 202 034 589 024 ITL, door Spanje voor de consumptiesteun voor olijfolie ten bedrage van 42 574 312 665 ESP, voor de ooi- en geitenpremie ten bedrage van 1 390 733 000 ESP en voor de verbetering van de melkkwaliteit ten bedrage van 101 802 242 ESP en door het Verenigd Koninkrijk (slechts een deel van de betrokken totale uitgaven) voor de openbare opslag van rundvlees ten bedrage van 1 849 000 GBP; dat deze bedragen zijn toegevoegd aan de uitgaven die de lidstaten hebben gedeclareerd voor de goedkeuring betreffende het begrotingsjaar 1995, en nu zullen worden goedgekeurd;
Overwegende dat door België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk gedeclareerde uitgaven ter ondersteuning van de producenten van bepaalde akkerbouwgewassen ten bedrage van respectievelijk 45 316 257 BEF, 224 526 603,99 DKK, 240 025 381,10 DEM, 978 809 128 GRD, 32 880 545 592 ESP, 2 895 278 255,52 FRF, 639 231,75 IEP, 299 570 865 085 ITL, 14 402 947 LUF, 789 273,12 NLG, 3 388 841 516 PTE en 84 710 673,60 GBP niet in deze beschikking zijn opgenomen omdat de saldi voor oliehoudende zaden pas in 1996 zijn betaald en de resultaten van het EOGFL-onderzoek betrekking hebben op alle uitgaven voor de oogst 1995 en niet slechts op de in 1995 betaalde voorschotten; dat deze bedragen daarom zijn afgetrokken van de uitgaven die de lidstaten voor deze goedkeuring hebben gedeclareerd, en later zullen worden goedgekeurd;
Overwegende dat de uitgaven die Duitsland heeft gedeclareerd bij wijze van vergoeding voor het beheer van de akkerbouwgewassenregeling in Schleswig-Holstein ten bedrage van 271 964 DEM voor het EOGFL-begrotingsjaar 1994 en ten bedrage van 637 350 DEM voor het EOGFL-begrotingsjaar 1995, en de uitgaven ten bedrage van 93 542 717 GRD die Griekenland heeft gedeclareerd met betrekking tot de 3,6 % die in mindering is gebracht op steun voor bosbouwmaatregelen, niet in deze beschikking zijn opgenomen omdat nog nader onderzoek nodig is; dat deze bedragen daarom zijn afgetrokken van de uitgaven die deze lidstaten voor deze goedkeuring hebben gedeclareerd, en later zullen worden goedgekeurd;
Overwegende dat in Beschikking 89/255/EEG van de Commissie (7) onder voorbehoud financiële correcties voor België ten bedrage van 14 080 665 BEF zijn opgenomen terzake van de waarde van 974 ton tarwemeel dat in het kader van Verordening (EEG) nr. 93/82 als voedselhulp is verzonden; dat in de uitspraak van de Brusselse handelsrechtbank van 20 juni 1997 in de zaak die het Belgische interventiebureau tegen de contractant had aangespannen, het interventiebureau in het ongelijk is gesteld en is veroordeeld tot het betalen van 250 000 BEF aan schadeloosstelling en 29 288 BEF aan kosten; dat die betalingen in deze beschikking moeten worden opgenomen aangezien zij ten laste van de Gemeenschapsbegroting dienen te komen;
Overwegende dat in geval van overschrijding van de vastgestelde betalingstermijnen correcties moeten worden toegepast; dat de betrokken correcties voor Duitsland, Spanje en Ierland in het kader van diverse regelingen respectievelijk 2 340 035,67 DEM, 3 362 203 596 ESP en 3 021 310,04 IEP bedragen; dat deze bedragen reeds aan de Commissie zijn betaald doordat zij in mindering zijn gebracht op de maandelijkse voorschotten; dat enkele van genoemde lidstaten gebruik hebben gemaakt van de bemiddelinsprocedure; dat de Commissie deze correcties opnieuw moet bezien zodra de bemiddelingsrapporten beschikbaar zijn; dat deze beschikking niettemin onmiddellijk van toepassing is;
Overwegende dat correcties nodig zijn in verband met terugvorderingen die al geruime tijd op afwikkeling wachten; dat deze correcties voor Portugal 76 346 800 PTE bedragen; dat de Commissie zich de mogelijkheid voorbehoudt de in het kader van deze goedkeuring van rekeningen verrichte correcties opnieuw te bezien indien bedragen op grond van het resultaat van nader onderzoek of van een rechtszaak als niet-verschuldigd of niet-inbaar worden beschouwd; dat deze beschikking niettemin onmiddellijk van toepassing is;
Overwegende dat in artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 is bepaald dat de Commissie financiering kan weigeren voor uitgaven die zijn gedaan in de periode van 24 maanden voordat de Commissie de resultaten van haar verificaties schriftelijk aan de betrokken lidstaten mededeelt; dat de Commissie tussen mei en september 1997 de resultaten van bepaalde verificaties aan de betrokken lidstaten heeft medegedeeld; dat uit deze verificaties financiële gevolgen kunnen voortvloeien en dat deze gevolgen van invloed kunnen zijn op uitgaven die zijn gedeclareerd voor het begrotingsjaar 1995; dat, wat deze verificaties betreft, de Commissie haar conclusies uit de beoordeling van de uitgaven waarvoor zij mogelijk onttrekking aan financiering overeenkomstig het genoemde artikel 5, lid 2, onder c), zal voorstellen, nog niet aan de betrokken lidstaten heeft medegedeeld; dat deze beschikking geen afbreuk doet aan het recht van de Commissie om in het begrotingsjaar 1995 gedane uitgaven die naar haar op de voornoemde verificaties gebaseerde oordeel niet in overeenstemming waren met de communautaire voorschriften, via een latere beschikking aan communautaire financiering te onttrekken;
Overwegende dat, voordat de Commissie een financiële correctie vaststelt die in aanmerking komt voor de bemiddelingsprocedure van Beschikking 94/442/EG van de Commissie (8), de lidstaat in de gelegenheid moet worden gesteld om desgewenst van deze procedure gebruik te maken; dat het in geval van een dergelijke procedure van essentieel belang is dat de Commissie het door het bemiddelingsorgaan opgestelde rapport bestudeert; dat bij de vaststelling van deze goedkeuringsbeschikking de termijn voor de procedure nog niet voor alle in aanmerking komende correcties is verstreken; dat de goedkeuringsbeschikking echter niet langer mag worden uitgesteld; dat de desbetreffende bedragen daarom zijn afgetrokken van de uitgaven die de betrokken lidstaten voor het hier aan de orde zijnde begrotingsjaar hebben gedeclareerd, en later zullen worden goedgekeurd;
Overwegende dat in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 729/70 is bepaald dat de financiële gevolgen die voortvloeien uit onregelmatigheden of nalatigheden die aan de overheidsdiensten of andere organen van de lidstaten te wijten zijn, niet door de Gemeenschap worden gedragen; dat sommige van deze financiële gevolgen die niet ten laste van de Gemeenschapsbegroting kunnen zijn, in deze beschikking dienen te worden meegenomen;
Overwegende dat deze beschikking niet vooruitloopt op financiële gevolgen die eventueel bij een toekomstige goedkeuring van rekeningen zullen worden bepaald ten aanzien van steunmaatregelen van de staten of inbreuken waarvoor de procedure van artikel 93 of 169 van het Verdrag nu loopt of na 31 oktober 1998 is beëindigd;
Overwegende dat deze beschikking niet vooruitloopt op financiële gevolgen die de Commissie tijdens een toekomstige procedure voor de goedkeuring van rekeningen zal trekken uit bij de vaststelling van deze beschikking lopend onderzoek, uit onregelmatigheden als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 729/70 of uit arresten van het Hof van Justitie in op 31 oktober 1998 hangende zaken betreffende aangelegenheden die onder deze beschikking vallen,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De rekeningen van de lidstaten betreffende door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 1995 worden goedgekeurd zoals aangegeven in de bijlage.
Artikel 2
De in de punten 3 van de bijlage genoemde bedragen moeten worden geboekt bij de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 296/96 van de Commissie (9) bedoelde uitgaven voor de tweede maand volgende op de datum van kennisgeving van deze beschikking.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 3 februari 1999.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.
(2) PB L 125 van 8. 6. 1995, blz. 1.
(3) PB L 186 van 16. 8. 1972, blz. 1.
(4) PB L 30 van 2. 2. 1988, blz. 7.
(5) PB L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1.
(6) PB L 340 van 11. 12. 1997, blz. 1.
(7) PB L 106 van 18. 4. 1989, blz. 37.
(8) PB L 182 van 16. 7. 1994, blz. 45.
(9) PB L 39 van 17. 2. 1996, blz. 5.
BIJLAGE
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>
RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>