1999/215/EG: Besluit van de Commissie van 16 maart 1999 tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden in verband met de antidumpingprocedures met betrekking tot de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van dergelijke invoer van oorsprong uit Saoedi- Arabië (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 479)
1999/215/EG: Besluit van de Commissie van 16 maart 1999 tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden in verband met de antidumpingprocedures met betrekking tot de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van dergelijke invoer van oorsprong uit Saoedi- Arabië (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 479)
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 16 maart 1999 tot aanvaarding van verbintenissen die zijn aangeboden in verband met de antidumpingprocedures met betrekking tot de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van dergelijke invoer van oorsprong uit Saoedi-Arabië (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 479) (1999/215/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (2), inzonderheid op de artikelen 8 en 9,
Na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Verordening (EG) nr. 2107/98 (3), heeft de Commissie voorlopige antidumpingrechten ingesteld op de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek, Hongarije en Saoedi-Arabië en heeft zij prijsverbintenissen aanvaard die door de Hongaarse producenten waren aangeboden. Bij Verordening (EG) nr. 2649/98 (4) heeft de Commissie tevens een prijsverbintenis aanvaard die door een Tsjechische producent was aangeboden.
(2) Nadat de voorlopige antidumpingmaatregelen waren ingesteld, zette de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Verordening (EG) nr. 384/96, hierna "basisverordening" genoemd, haar onderzoek inzake dumping, schade en het belang van de Gemeenschap voort. Vastgesteld werd, dat behalve voor Saoedi-Arabië definitieve antidumpingrechten moesten worden ingesteld om de schadelijke gevolgen van dumping op te heffen.
De definitieve bevindingen en conclusies van het onderzoek worden uiteengezet in Verordening (EG) nr. 603/1999 van de Raad van 15 maart 1999 houdende instelling van definitieve antidumpingrechten met betrekking tot de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije en tot defintieve inning van het voorlopig ingestelde recht (5).
(3) Overeenkomstig de bepalingen van de verbintenissen zijn de daarin vervatte minimumprijzen zo nodig gewijzigd overeenkomstig de definitieve conclusies van het onderzoek. Zij zijn thans passend om de schadelijke gevolgen van dumping op te heffen.
Nadat de Commissie deze verbintenissen had aanvaard, boden een Tsjechische en een Poolse producent eveneens verbintenissen aan, die aanvaardbaar werden geacht.
Het is daarom passend bij dit besluit alle aangeboden verbintenissen te aanvaarden.
(4) Op basis van de definitieve conclusies van het onderzoek werd vastgesteld dat de schademarge voor de enige exporterende producent in Saoedi-Arabië (Synthec) minimaal was en derhalve werd vastgesteld dat de procedure ten aanzien van Saoedi-Arabië moest worden beëindigd en de bedragen die uit hoofde van de voorlopige antidumpingrechten waren zekergesteld voor de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit dat land moesten worden vrijgegeven.
(5) Wanneer de verbintenis wordt geschonden of ingetrokken, kan overeenkomstig artikel 8, leden 9 en 10, van de basisverordening een voorlopig of definitief antidumpingrecht worden ingesteld.
BESLUIT:
Artikel 1
1. De door onderstaande producenten aangeboden verbintenissen in het kader van de antidumpingprocedures met betrekking tot de invoer in de Gemeenschap van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije worden aanvaard.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
2. Het onderzoek in verband met de in lid 1 bedoelde antidumpingprocedures wordt ten aanzien van de in dat lid genoemde partijen beëindigd.
Artikel 2
De procedure ten aanzien van de invoer van bindtouw van polypropyleen van oorsprong uit Saoedi-Arabië wordt beëindigd.
Artikel 3
Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Gedaan te Brussel, 16 maart 1999.
Voor de Commissie
Leon BRITTAN
Vice-Voorzitter
(1) PB L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1.
(2) PB L 128 van 30. 4. 1998, blz. 18.
(3) PB L 267 van 2. 10. 1998, blz. 7.
(4) PB L 335 van 10. 12. 1998, blz. 41.
(5) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.