Home

1999/349/EG: Beschikking van de Commissie van 14 oktober 1998 betreffende de toepassing, door Italië, van de in wet nr. 1329/65 (legge Sabatini) vastgestelde steunregeling in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten [kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 3213] (Slecht de tekst in de Italiaanse taal is authentiek).

1999/349/EG: Beschikking van de Commissie van 14 oktober 1998 betreffende de toepassing, door Italië, van de in wet nr. 1329/65 (legge Sabatini) vastgestelde steunregeling in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten [kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 3213] (Slecht de tekst in de Italiaanse taal is authentiek).

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 14 oktober 1998

betreffende de toepassing, door Italië, van de in wet nr. 1329/65 (legge Sabatini) vastgestelde steunregeling in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten

(kennisgeving geschied onder nummer C(1998) 3213)

(Slecht de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

(1999/349/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 92, lid 2, eerste alinea,

Na de belanghebbenden overeenkomstig bovengenoemd artikel te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(1),

Overwegende hetgeen volgt:

I. PROCEDURE

(1) Bij brief van 12 september 1997 heeft de permanente vertegenwoordiging van Italië bij de Europese Unie de Commissie overeenkomstig artikel 93, lid 3, van het Verdrag in kennis gesteld van de tekst van artikel 12, leden 1 en 4, van wet nr. 266 van 7 augustus 1997 betreffende de herfinanciering van de in wet nr. 1329 van 28 november 1965, hierna "wet Sabatini" genoemd, vastgestelde steunmaatregelen.

(2) Deze mededeling heeft, zoals in de aanhef is vermeld, uitsluitend betrekking op de toepassing van de bovengenoemde nationale wettelijke bepalingen in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten.

(3) De Commissie heeft Italië bij brief van 17 februari 1998 in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 93, lid 2, van het Verdrag ten aanzien van de toepassing van de steunmaatregelen van wet nr. 1329/65 in de bovengenoemde sector.

(4) Het besluit tot inleiding van de procedure is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De Commissie heeft de lidstaten en de andere belanghebbenden aangemaand hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregelen te maken.

(5) De Commissie heeft over deze steunmaatregelen geen opmerkingen van de lidstaten of van andere belanghebbenden ontvangen.

(6) Italië heeft bij brief van 2 april 1998 zijn opmerkingen meegedeeld. Bij brief van 8 september 1998 heeft de Commissie Italië om nadere uitleg gevraagd, die bij brief van 16 september 1998 is gegeven.

II. BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGELEN EN DE GRONDEN WAAROP DE COMMISSIE DE PROCEDURE HEEFT INGELEID

(7) Wet nr. 1329/65 (op de herfinanciering waarvan deze beschikking betrekking heeft) voorziet in de verlening van steun voor investeringen voor de aankoop van machines en technische uitrusting.

(8) De steun wordt verleend voor aankopen op afbetaling, en bestaat in een rentevergoeding bij verdiscontering van wissels die door de koper van de machines en uitrusting ten gunste van de verkoper zijn ondertekend. De steun is gelijk aan het verschil tussen de netto-opbrengst van een verdiscontering berekend tegen de referentiediscontovoet op de dag van uitgifte van de stukken, en de netto-opbrengst van deze verdiscontering, berekend tegen de verlaagde discontovoet.

(9) De steun wordt uitgekeerd aan de koper, hetzij rechtstreeks door de verkoper op het ogenblik van de verkoop op afbetaling (in de vorm van een korting op de prijs van het goed), hetzij via de bank die de door de verkoper aangeboden effecten heeft verdisconteerd (in de vorm van een subsidie na afloop).

(10) De vergoeding bedraagt maximaal

- 85 % van de referentiediscontovoet - en in ieder geval niet meer dan acht procentpunten - voor investeringen die betrekking hebben op installaties in doelstelling 1-gebieden;

- 50 % van de referentiediscontovoet - en in ieder geval niet meer dan vijf procentpunten - in andere dan doelstelling 1-gebieden.

(11) De voor elke investering in aanmerking komende kosten (maximaal 3000 miljoen ITL-4500 miljoen ITL indien eenzelfde onderneming in één jaar verschillende investeringen doet) omvatten het gespreid betaalde kapitaal en de rente daarover (de in aanmerking genomen rentevoet mag niet hoger zijn dan de referentierentevoet). De betalingen mogen maximaal over vijf jaren worden gespreid.

(12) Aan de hand van de bovenstaande gegevens kan het brutosubsidie-equivalent van de betrokken steun niet worden berekend.

(13) Deze steunmaatregel moet worden beoordeeld in het licht van de criteria die zijn bepaald in de kaderregeling inzake staatssteun voor investeringen voor de verwerking en de afzet van landbouwproducten(2).

(14) Deze kaderregeling bepaalt dat staatssteun voor investeringen als bedoeld in punt 1.2, tweede en derde streepje, van de bijlage bij Beschikking 94/173/EG van de Commissie(3), of voor investeringen die krachtens punt 2 van die bijlage onvoorwaardelijk zijn uitgesloten, niet als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden beschouwd.

(15) Wat de hoogte van de steun betreft, deze mag niet hoger zijn dan 55 % van de in aanmerking komende investeringskosten (75 % in doelstelling 1-gebieden).

(16) Daar Italië niet heeft kunnen garanderen dat de in Beschikking 94/173/EG vastgestelde, voor de betrokken sector geldende maxima in acht werden genomen, was de Commissie van mening dat de betrokken maatregel onverenigbaar was met de gemeenschappelijke markt, omdat de steun ook kon worden verleend voor investeringen waarvoor overeenkomstig de kaderregeling inzake staatssteun voor investeringen voor de verwerking en afzet van landbouwproducten geen steun mocht worden verleend en omdat de Commissie aan de hand van de gegevens waarover zij beschikte niet kon nagaan of de bij vorengenoemde kaderregeling vastgestelde maximumhoeveelheden in acht zijn genomen.

III. OPMERKINGEN VAN ITALIË

(17) Bij brieven van 2 april 1998 en 16 september 1998 heeft Italië de volgende gegevens verstrekt en zich tot het volgende verbonden:

a) de steunintensiteit uitgedrukt in brutosubsidie-equivalent, is niet hoger dan 9,5 % in andere dan doelstelling 1-gebieden, en niet hoger dan 17 % in de doelstelling 1-gebieden;

b) de in de bijlage bij Beschikking 94/173/EG bedoelde beperkingen voor de betrokken sector worden in acht genomen, doordat ook bij de toepassing van wet nr. 1329/65 de criteria van wet nr. 488/92 worden toegepast. Laatstgenoemde wet was het voorwerp van de beschikking van de Commissie van 22 juli 1998(4), waarin werd vastgesteld dat de in die wet vastgestelde investeringssteunregeling onder bepaalde voorwaarden verenigbaar is met de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor investeringen voor de verwerking en de afzet van landbouwproducten en derhalve ook met de gemeenschappelijke markt. Italië garandeert dat ook bij de toepassing van de maatregelen van wet nr. 1329/65 in de betrokken sector aan de in de beschikking van 22 juli 1998 bedoelde voorwaarden zal worden voldaan.

IV. CONCLUSIE

(18) De garanties die Italië bij brieven van 2 april 1998 en 16 september 1998 heeft gegeven, nemen de twijfel weg die de Commissie bij de inleiding van de procedure van artikel 93, lid 2, van het Verdrag inzake de onderhavige steunmaatregel heeft geuit.

(19) Deze garanties maken het namelijk aannemelijk dat de investeringssteun op grond van wet nr. 1329/65 wordt verleend in overeenstemming met de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor investeringen voor de verwerking en de afzet van landbouwproducten, mits aan de in punt 17 vermelde voorwaarden wordt voldaan. Derhalve geldt voor de betrokken steunmaatregelen de in artikel 92, lid 3, onder c), van het Verdrag bedoelde uitzondering.

(20) Op grond van punt 3, onder b), tweede alinea, van bovengenoemde kaderregeling verzoekt de Commissie Italië jaarlijks een verslag in te dienen met gegevens over elke toekenning van steun in het betrokken jaar, en met name zodanige gegevens dat de Commissie zonder aanvullend onderzoek kan concluderen dat werkelijk is voldaan aan alle in punt 2 van de bijlage bij Beschikking 94/173/EG gestelde voorwaarden,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De toepassing van de bij wet nr. 1329 van 28 november 1965 ingestelde investeringssteunregeling in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten is met de gemeenschappelijke markt verenigbaar, op voorwaarde dat:

a) de hoogte van de steun, uitgedrukt in brutosubsidie-equivalent, in andere dan doelstelling 1-gebieden niet hoger is dan 9,5 % en in de doelstelling 1-gebieden niet hoger dan 17 %;

b) de in de bijlage bij Beschikking 94/173/EG bedoelde beperkingen voor de betrokken sector, zoals overgenomen in de uitvoeringsbepalingen van wet nr. 488 van 19 december 1992, gewijzigd overeenkomstig de beschikking van de Commissie van 22 juli 1998, in acht worden genomen.

Artikel 2

Alvorens de in artikel 1 bedoelde steunregeling in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten toe te passen, wijzigt Italië de uitvoeringsbepalingen van deze regeling om aan de in dat artikel gestelde voorwaarden te voldoen.

Italië deelt de Commissie binnen 15 dagen na de goedkeuring van de bepalingen waarmee het aan bovenstaande voorwaarden voldoet, de inhoud van die bepalingen mede.

Artikel 3

Italië dient bij de Commissie een jaarlijks verslag in met gegevens over elke toekenning van steun in het betrokken jaar, en met name zodanige gegevens dat de Commissie zonder aanvullend onderzoek kan concluderen dat werkelijk is voldaan aan alle in punt 2 van de bijlage bij Beschikking 94/173/EG vermelde voorwaarden.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 14 oktober 1998.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB C 100 van 2.4.1998, blz. 17.

(2) PB C 29 van 2.2.1996, blz. 4.

(3) PB L 79 van 23.3.1994, blz. 29.

(4) C(1998) 2407 def., nog niet gepubliceerd.