99/516/EG: Beschikking van de Commissie van 28 juli 1999 tot wijziging, met terugwerkende kracht, van Beschikking 1999/355/EG betreffende noodmaatregelen ten aanzien van China (met uitzondering van Hongkong) tegen de verspreiding van Anoplophora glabripennis (Motschulsky) (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 2441)
99/516/EG: Beschikking van de Commissie van 28 juli 1999 tot wijziging, met terugwerkende kracht, van Beschikking 1999/355/EG betreffende noodmaatregelen ten aanzien van China (met uitzondering van Hongkong) tegen de verspreiding van Anoplophora glabripennis (Motschulsky) (kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 2441)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 28 juli 1999
tot wijziging, met terugwerkende kracht, van Beschikking 1999/355/EG betreffende noodmaatregelen ten aanzien van China (met uitzondering van Hongkong) tegen de verspreiding van Anoplophora glabripennis (Motschulsky)
(kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 2441)
(1999/516/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/53/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 15, lid 3,
(1) Overwegende dat een lidstaat, wanneer hij van mening is dat er acuut gevaar dreigt dat Anoplophora glabripennis (Motschulsky) uit een derde land op zijn grondgebied wordt binnengebracht, voorlopig alle nodige aanvullende maatregelen mag treffen om zich tegen dat gevaar te beschermen;
(2) Overwegende dat het Verenigd Koninkrijk, nadat op verpakkingsmateriaal van hardhout van oorsprong uit bepaalde gebieden in China verscheidene malen Anoplophora glabripennis (Motschulsky) was aangetroffen, op 14 december 1998 officiële maatregelen heeft genomen om zijn grondgebied te beschermen tegen insleep van bovengenoemd organisme en aanvullende specifieke bewakingsprocedures heeft vastgesteld om het organisme op voornoemd product op te sporen;
(3) Overwegende dat uit door het Verenigd Koninkrijk verstrekte gegevens en internationale wetenschappelijke vakliteratuur bekend is dat Hongkong vrij is van Anoplophora glabripennis (Motschulsky);
(4) Overwegende dat de Commissie op grond van een en ander bij Beschikking 1999/355/EG(3) voor de gehele Gemeenschap noodmaatregelen heeft vastgesteld om haar doeltreffender te beschermen tegen insleep van Anoplophora glabripennis (Motschulsky) uit bovengenoemd land met uitzondering van Hongkong; dat in het kader van deze maatregelen bovengenoemd schadelijk organisme is toegevoegd aan de lijst van schadelijke organismen waarvan het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap moet worden verboden en bovendien moet worden geëist dat hout, behalve hout van coniferen (Coniferales), in de vorm van:
- kisten, bakken, kratten, vaten en gelijksoortige verpakkingen, laadborden, laadkisten en andere laadplateaus, opzetranden voor laadborden, die worden gebruikt voor het vervoer van allerhande voorwerpen
of
- hout van oorsprong uit China (met uitzondering van Hongkong) dat wordt gebruikt om ladingen vast te zetten of te ondersteunen, met inbegrip van hout dat zijn natuurlijke ronde oppervlak niet heeft behouden,
ontschorst is en vrij is van insectenboorgaten met een diameter van meer dan 3 mm, of volgens een passend tijd- en temperatuurschema kunstmatig is gedroogd tot een vochtgehalte van minder dan 20 %, berekend op de droge stof.
(5) Overwegende dat gebleken is dat op grond van deze noodmaatregelen niet kan worden ingegrepen ingeval levende exemplaren van het betrokken schadelijke organisme worden aangetroffen op potentiële vectoren of dragers; dat derhalve moet worden gegarandeerd dat de lidstaten in dergelijke gevallen maatregelen nemen om het binnenbrengen of de verspreiding van dit schadelijke organisme te voorkomen;
(6) Overwegende dat deze noodmaatregelen zoals ze zijn vastgesteld tot praktische problemen lijken te hebben geleid bij de aanpassing van het houten verpakkings- en ondersteuningsmateriaal voor alle zendingen van producten die uit China naar de Gemeenschap zijn verzonden op of na 10 juni 1999 of nog zullen worden verzonden;
(7) Overwegende dat de omstandigheden die de noodmaatregelen rechtvaardigen, zich nog steeds voordoen;
(8) Overwegende dat, teneinde China de nodige tijd te geven het houten verpakkings- en ondersteuningsmateriaal aan te passen aan de eisen van bovengenoemde beschikking, deze beschikking met terugwerkende kracht dient te worden gewijzigd om zendingen die China vóór 10 juli 1999 verlaten, vrij te stellen van de eisen van deze beschikking;
(9) Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Met terugwerkende kracht tot 28 mei 1999 wordt artikel 1 van Beschikking 1999/355/EG vervangen door: "Artikel 1
1. De lidstaten verbieden het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van Anoplophora glabripennis (Motschulsky).
2. Hout als omschreven in de bijlage bij deze beschikking, van oorsprong uit China (met uitzondering van Hongkong) mag in de Gemeenschap alleen worden binnengebracht als de in die bijlage vermelde noodmaatregelen zijn genomen. De in de bijlage aangegeven noodmaatregelen zijn uitsluitend van toepassing op dergelijk hout dat China verlaat op of na 10 juli 1999.".
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 28 juli 1999.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 26 van 31.1.1977, blz. 20.
(2) PB L 142 van 5.6.1999, blz. 29.
(3) PB L 137 van 1.6.1999, blz. 45.