Home

1999/731/EG: Besluit van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Bulgarije

1999/731/EG: Besluit van de Raad van 8 november 1999 tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Bulgarije

BESLUIT VAN DE RAAD

van 8 november 1999

tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Bulgarije

(1999/731/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

(1) Overwegende dat de Commissie het Economisch en Financieel Comité heeft geraadpleegd alvorens haar voorstel in te dienen;

(2) Overwegende dat Bulgarije fundamentele economische hervormingen doorvoert en zich grote inspanningen getroost om een goed functionerende markteconomie in te voeren met het oog op een toename van de werkgelegenheid en verhoging van de levensstandaard.

(3) Overwegende dat Bulgarije en de Europese Unie een Europaovereenkomst hebben gesloten waarbij een associatie tot stand is gebracht(3);

(4) Overwegende dat de Europese Raad op zijn bijeenkomst te Luxemburg in december 1997 heeft besloten het proces van de toetreding van Bulgarije tezamen met de andere Midden- en Oost-Europese toetredingskandidaten en Cyprus op gang te brengen;

(5) Overwegende dat Bulgarije in september 1998 met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) overeenstemming heeft bereikt over een regeling in het kader van de Extended Fund Facility (EFF) ter ondersteuning van het aanpassings- en hervormingsprogramma van de autoriteiten;

(6) Overwegende dat de Wereldbank in april 1998 haar goedkeuring heeft gehecht aan een driejarige Country Assistance Strategy voor Bulgarije, die belangrijke financiering van aanpassingen en investeringen omvat ter ondersteuning van de hervormingsinspanningen van Bulgarije op prioritaire gebieden;

(7) Overwegende dat de Bulgaarse autoriteiten hebben verzocht om financiële bijstand van de internationale financiële instellingen, de Gemeenschap en andere bilaterale donors; dat, rekening houdend met de financiële middelen die volgens de ramingen door het IMF en de Wereldbank kunnen worden verstrekt, in de periode waarop het programma betrekking heeft, een belangrijk resterend tekort moet worden gedekt om de deviezenreserves van Bulgarije te verhogen en de beleidsdoelstellingen van het hervormingsprogramma van de regering te ondersteunen;

(8) Overwegende dat de verstrekking van een langlopende lening van de Gemeenschap aan Bulgarije een geschikte maatregel is om de externe financiële moeilijkheden van het land te helpen verlichten door de betalingsbalans te ondersteunen en de deviezenreserves te vergroten en om de tenuitvoerlegging van de noodzakelijke structurele hervormingen te vergemakkelijken;

(9) Overwegende dat de lening van de Gemeenschap door de Commissie moet worden beheerd overeenkomstig de beginselen van gezond financieel beheer;

(10) Overwegende dat slechts in artikel 308 van het Verdrag bevoegdheden voor de vaststelling van dit besluit bepaald zijn,

BESLUIT:

Artikel 1

1. De Gemeenschap stelt Bulgarije een langlopende leningfaciliteit beschikbaar met een hoofdsom van ten hoogste 100 miljoen EUR en een maximale looptijd van tien jaar, om te zorgen voor een houdbare betalingsbalans.

2. Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap de nodige middelen op te nemen, die in de vorm van een lening ter beschikking van Bulgarije worden gesteld.

3. Deze lening wordt in nauw overleg met het Economisch en Financieel Comité beheerd door de Commissie op een wijze die in overeenstemming is met de tussen het IMF en Bulgarije gesloten overeenkomsten.

Artikel 2

1. De Commissie wordt gemachtigd, na overleg met het Economisch en Financieel Comité, met de Bulgaarse autoriteiten overeenstemming te bereiken over de aan de lening te verbinden voorwaarden betreffende het economisch beleid. Deze voorwaarden moeten in overeenstemming zijn met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten.

2. De Commissie onderzoekt periodiek, in samenwerking met het Economisch en Financieel Comité en in coördinatie met het IMF, of het economisch beleid van Bulgarije in overeenstemming is met de doelstellingen van deze lening en of aan de daaraan verbonden voorwaarden wordt voldaan.

Artikel 3

1. De lening wordt in twee tranches aan Bulgarije ter beschikking gesteld. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 2 wordt de eerste tranche uitgekeerd op basis van bevredigende voortgang van het macro-economische programma van Bulgarije in de context van de huidige met het IMF overeengekomen EFF-overeenkomst.

2. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 2 wordt de tweede tranche niet eerder dan drie maanden na de uitkering van de eerste tranche en op basis van een bevredigende voortzetting van het aanpassings- en hervormingsprogramma van Bulgarije uitgekeerd.

3. De middelen worden betaald aan de Nationale Bank van Bulgarije.

Artikel 4

1. De in artikel 1 bedoelde transacties tot het opnemen en verstrekken van leningen worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, valuta- of renterisico, of enig ander commercieel risico met zich brengen.

2. De Commissie neemt, indien Bulgarije zulks verlangt, de nodige maatregelen om in de voorwaarden van de lening een clausule inzake vervroegde aflossing op te nemen en deze toe te passen.

3. De Commissie kan, op verzoek van Bulgarije en indien de omstandigheden een gunstigere rente op de leningen mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken lening, noch tot een verhoging van het tegen de lopende wisselkoers omgerekende bedrag dat op de dag van deze herfinanciering of herstructurering nog uitstaat.

4. Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Bulgarije.

5. Het Economisch en Financieel Comité wordt ten minste eenmaal per jaar in kennis gesteld van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 5

Ten minste eenmaal per jaar, gewoonlijk op 15 september, brengt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag uit, waarin een evaluatie van de tenuitvoerlegging van dit besluit is opgenomen.

Gedaan te Brussel, 8 november 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

S. NIINISTÖ

(1) PB C 307 E van 26.10.1999, blz. 46.

(2) Advies uitgebracht op 6 oktober 1999 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3) PB L 358 van 31.12.1994, blz. 3.