Home

1999/806/EG: Beschikking van de Raad van 29 november 1999 waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd om in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen toe te passen of te blijven toepassen op bepaalde minerale oliën die voor bijzondere doeleinden worden gebruikt

1999/806/EG: Beschikking van de Raad van 29 november 1999 waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd om in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen toe te passen of te blijven toepassen op bepaalde minerale oliën die voor bijzondere doeleinden worden gebruikt

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 29 november 1999

waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd om in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen toe te passen of te blijven toepassen op bepaalde minerale oliën die voor bijzondere doeleinden worden gebruikt

(1999/806/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën(1), inzonderheid op artikel 8, lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Ingevolge artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG kan de Raad, op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen, een lidstaat toestaan uit specifieke beleidsoverwegingen verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen in te voeren voor minerale oliën.

(2) De Italiaanse autoriteiten hebben de Commissie meegedeeld dat zij in sommige bijzonder achtergestelde geografische gebieden verlaagde tarieven wensen toe te passen op huisbrandolie en LPG voor verwarmingsdoeleinden die via netwerken in deze gebieden wordt gedistribueerd.

(3) De overige lidstaten zijn op de hoogte gesteld.

(4) De Commissie en alle lidstaten erkennen dat de toepassing van verlaagde accijnstarieven op huisbrandolie en LPG voor verwarmingsdoeleinden die via netwerken in de genoemde gebieden wordt gedistribueerd, gerechtvaardigd is op grond van overwegingen van milieubeleid en sociaal beleid en geen aanleiding geeft tot concurrentievervalsing, noch de werking van de interne markt verstoort.

(5) De Commissie onderwerpt de verlagingen en vrijstellingen op gezette tijden aan een onderzoek, teneinde na te gaan of deze verenigbaar zijn met het functioneren van de interne markt en het milieubeleid van de Gemeenschap.

(6) De Italiaanse Republiek heeft verzocht deze verlaagde accijnstarieven voor huisbrandolie en LPG voor verwarmingsdoeleinden die via netwerken in de bedoelde gebieden wordt gedistribueerd, met ingang van 1 januari 1999 te mogen toepassen; de Raad zal aan de hand van een verslag van de Commissie de toepassing van deze verlaagde accijnstarieven opnieuw onderzoeken vóór uiterlijk 31 december 1999, de datum waarop de bij deze beschikking verleende machtiging verloopt,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG en de verplichtingen vastgelegd in Richtlijn 92/82/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor minerale oliën(2), met name de in de artikelen 5 en 7 vastgestelde minimumtarieven, wordt de Italiaanse Republiek gemachtigd om tot en met 31 december 1999 en in sommige bijzonder achtergestelde geografische gebieden verlaagde accijnstarieven toe te passen op huisbrandolie en LPG voor verwarmingsdoeleinden die via netwerken wordt gedistribueerd.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 1999.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 29 november 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

S. NIINISTÖ

(1) PB L 316 van 31.10.1992, blz. 12. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 46).

(2) PB L 316 van 31.10.1992, blz. 19.