Verordening (EG) nr. 683/1999 van de Commissie van 29 maart 1999 houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 1998/1999, van de bedragen die aan de op grond van Verordening nr. 136/66/EEG erkende producentenorganisaties en unies daarvan moeten worden uitgekeerd
Verordening (EG) nr. 683/1999 van de Commissie van 29 maart 1999 houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 1998/1999, van de bedragen die aan de op grond van Verordening nr. 136/66/EEG erkende producentenorganisaties en unies daarvan moeten worden uitgekeerd
VERORDENING (EG) Nr. 683/1999 VAN DE COMMISSIE van 29 maart 1999 houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 1998/1999, van de bedragen die aan de op grond van Verordening nr. 136/66/EEG erkende producentenorganisaties en unies daarvan moeten worden uitgekeerd
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1638/98 (2), en met name op artikel 20 quinquies, lid 4,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro (3), en met name op artikel 9,
Overwegende dat in artikel 20 quinquies van Verordening nr. 136/66/EEG is bepaald dat een percentage van de productiesteun wordt ingehouden als bijdrage in de financiering van de werkzaamheden van erkende producentenorganisaties en unies daarvan;
Overwegende dat in artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2366/98 van de Commissie van 30 oktober 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van de productiesteunregeling voor olijfolie voor de verkoopseizoenen 1998/1999 tot en met 2000/2001 (4) is bepaald dat de aan de unies en aan de producentenorganisaties uit te keren eenheidsbedragen worden vastgesteld op basis van het geraamde totaalbedrag dat moet worden verdeeld; dat de voor het verkoopseizoen 1998/1999 toe te passen inhouding is vastgesteld bij Verordening nr. 136/66/EEG; dat de in elke lidstaat uit bovengenoemde inhouding afkomstige middelen op adequate wijze onder de rechthebbenden moeten worden verdeeld;
Overwegende dat de minimumkosten die verband houden met de werkzaamheden met betrekking tot het beheer van de steunaanvragen, min of meer vast zijn; dat het maximumbedrag van de totale financiering voor bepaalde lidstaten bijgevolg ontoereikend kan blijken; dat de aan begunstigden in Frankrijk uit te keren bedragen derhalve kunnen leiden tot een ten laste van de betrokken lidstaat vallende overschrijding van dat maximumbedrag;
Overwegende dat, om de uniformiteit bij de tenuitvoerlegging van de verdeling onder unies en producentenorganisaties te garanderen, een ontstaansfeit moet worden vastgesteld voor de omrekening in nationale valuta van de vastgestelde bedragen; dat het, met inachtneming van de aard van de maatregel en om het beheer ervan te vergemakkelijken, passend is te bepalen dat het ontstaansfeit heeft plaatsgevonden op 1 februari 1999;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het verkoopseizoen 1998/1999 worden de in artikel 21, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 2366/98 bedoelde bedragen vastgesteld als volgt:
- voor Spanje, respectievelijk 5 EUR en 2 EUR,
- voor Portugal, respectievelijk 0 EUR en 6 EUR,
- voor Griekenland, respectievelijk 2,2 EUR en 2,2 EUR,
- voor Frankrijk, respectievelijk 1,5 EUR en 1,5 EUR,
- voor Italië, respectievelijk 2 EUR en 2 EUR.
Artikel 2
De in artikel 1 vastgestelde bedragen worden in nationale valuta omgerekend met gebruikmaking van de op 1 februari 1999 geldende omrekeningskoers.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 maart 1999.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66.
(2) PB L 210 van 28. 7. 1998, blz. 32.
(3) PB L 349 van 24. 12. 1998, blz. 1.
(4) PB L 293 van 31. 10. 1998, blz. 50.