Home

Verordening (EG) nr. 1622/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de opslagregeling voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) en voor gedroogde vijgen (basisproduct) betreft

Verordening (EG) nr. 1622/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de opslagregeling voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) en voor gedroogde vijgen (basisproduct) betreft

VERORDENING (EG) Nr. 1622/1999 VAN DE COMMISSIE

van 23 juli 1999

houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de opslagregeling voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) en voor gedroogde vijgen (basisproduct) betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2199/97(2), en met name op artikel 9, lid 8

(1) Overwegende dat voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) en gedroogde vijgen (basisproduct) bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2201/96 een regeling is ingesteld voor de opslag in de laatste twee maanden van het betreffende verkoopseizoen, welke regeling ook voorziet in de erkenning van opslagbureaus en in de betaling aan die bureaus van opslagsteun en een financiële vergoeding; dat de voorwaarden moeten worden vastgesteld waaraan de opslagbureaus moeten voldoen om te worden erkend, met name ten aanzien van de middelen die worden ingezet om de goede bewaring van het opgeslagen product te garanderen;

(2) Overwegende dat ten aanzien van het voor opslag aangeboden product voorwaarden qua kwaliteit en presentatie moeten worden vastgesteld zodat de opslag optimaal verloopt en wordt voorkomen dat opslag als afzetmogelijkheid interessanter wordt dan verkoop op de markt; dat deze nieuwe eisen moeten worden ingevoerd na een overgangsperiode, zodat de productie geleidelijk kan worden aangepast; dat bij de vaststelling van deze overgangsperiode rekening moet worden gehouden met de typische eigenschappen van elke sector;

(3) Overwegende dat, gelet op de toepassingsbepalingen inzake de betaling van de steun voor de teelt van druiven voor de productie van krenten en rozijnen als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2201/96 en van de steun voor de productie van gedroogde vijgen als bedoeld in artikel 2 van die verordening, de toegang tot de opslagregeling moet worden beperkt tot de telersverenigingen en, in het geval van krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct), de verwerkende bedrijven, aangezien de betrokken basisproducten door de telersverenigingen en de verwerkende bedrijven worden afgezet en/of opgeslagen;

(4) Overwegende dat zodanige procedures voor de verkoop van de producten in het bezit van de opslagbureaus en de bestemming ervan moeten worden vastgesteld dat de financiële belangen van de Gemeenschap worden gevrijwaard terwijl het aan de lidstaten wordt overgelaten de technische toepassingsbepalingen vast te stellen;

(5) Overwegende dat de periodiciteit voor het indienen van een aanvraag voor opslagsteun moet worden vastgesteld; dat bij maandelijkse indiening de belangen van de opslagbureaus in aanmerking kunnen worden genomen zonder dat de regeling administratief nodeloos ingewikkeld wordt gemaakt;

(6) Overwegende dat in deze verordening de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 626/85 van de Commissie van 12 maart 1985 betreffende aankoop, verkoop en opslag van krenten en rozijnen en gedroogde vijgen (basisproducten) door opslagbureaus(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1437/97(4), en van Verordening (EEG) nr. 627/85 van de Commissie van 12 maart 1985 tot vaststelling van de steun voor de opslag en de financiële vergoeding voor krenten en rozijnen en gedroogde vijgen (basisproducten)(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1922/95(6), worden overgenomen in een op grond van de ontwikkelingen van de wetgeving en van de opgedane ervaring aangepaste vorm; dat voorts de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3263/81 van de Commissie van 16 november 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de verkoop bij openbare inschrijving of de verkoop tegen vooraf vastgestelde prijzen voor in het bezit van de opslagbureaus zijnde rozijnen en krenten en gedroogde vijgen(7), Verordening (EEG) nr. 1325/84 van de Commissie van 14 mei 1984 houdende uitvoeringsbepalingen voor de vaststelling van de financiële vergoeding voor krenten, rozijnen en gedroogde druiven voor een bepaald verkoopseizoen(8), Verordening (EEG) nr. 1707/85 van de Commissie van 21 juni 1985 betreffende de verkoop door opslagbureaus van gedroogde vijgen (basisproduct) voor de vervaardiging van alcohol(9), Verordening (EEG) nr. 3205/85 van de Commissie van 15 november 1985 betreffende de verkoop, in het kader van een openbare inschrijving, van krenten en rozijnen (basisproducten) voor bijzonder gebruik(10), Verordening (EEG) nr. 682/86 van de Commissie van 4 maart 1986 betreffende de verkoop, door de opslagbureaus, van rozijnen en krenten voor de vervaardiging van bepaalde kruiderijen(11), Verordening (EEG) nr. 3937/88 van de Commissie van 16 december 1988 betreffende de verkoop, door de opslagbureaus, van krenten voor de vervaardiging van rozijnenpasta(12), Verordening (EEG) nr. 913/89 van de Commissie van 10 april 1989 betreffende de verkoop door opslagbureaus van krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) voor de vervaardiging van alcohol(13) als gevolg van de bepalingen van deze verordening achterhaald zijn en dat bijgevolg voornoemde verordeningen moeten worden ingetrokken;

(7) Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit verwerkte producten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2201/96 erkennen de lidstaten opslagbureaus die daarom verzoeken en die:

a) over adequate opslaginstallaties beschikken; voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) moeten deze installaties ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke op grond van artikel 4, lid 2, onder a), vijfde streepje, en onder b), eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1621/1999 van de Comissie(14) vereist zijn voor opname in de in artikel 4, lid l, van die verordening bedoelde lijst;

b) over de technische en personele middelen beschikken om de overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2201/96 gekochte producten te kunnen beheren;

c) zich er schriftelijk toe verbinden zich aan de nationale en communautaire bepalingen te houden wat de uitoefening van hun activiteit als opslagbureau betreft. Deze verbintenis heeft met name betrekking op de verplichting de gekochte producten gescheiden op te slaan in aparte ruimtes en voor de betrokken producten een aparte boekhouding te voeren.

Artikel 2

1. De opslagbureaus kopen elk jaar overeenkomstig artikel 9, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 de in het lopende verkoopseizoen geproduceerde:

- krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) die hun van 1 juli tot en met 31 augustus worden aangeboden, tot het in artikel 9, lid 1, tweede alinea, van bovengenoemde verordening genoemde maximum,

- gedroogde vijgen (basisproduct) die hun van 1 juni tot en met 31 juli worden aangeboden.

2. De producten worden bij de opslagbureaus geleverd in stapelbare kisten van kunststof; tot respectievelijk het einde van het verkoopseizoen 2001/2002 en het einde van het verkoopseizoen 2003/2004 mogen krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) en gedroogde vijgen (basisproduct) echter in andere geschikte recipiënten worden geleverd.

De geleverde producten moeten:

- wat krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) betreft, aan de minimumeisen van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1621/1999 (steun voor teelt) voldoen;

- wat gedroogde vijgen (kenmerken) betreft, aan de minimumeisen van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1621/1999 van de Commissie(15) voldoen en ten minste behoren tot de groottesortering van

- 180 vruchten per kg voor de periode tot het einde van het verkoopseizoen 2001/2002 en

- 150 vruchten per kg voor de latere verkoopseizoenen.

Artikel 3

1. Voor iedere aankoop door een opslagbureau wordt tussen dit bureau en een verkoper een contract gesloten. De verkopers zijn ofwel de verwerkers ofwel de op grond van Verordening (EG) nr. 2200/96 erkende of voorlopig erkende telersverenigingen.

Voorlopig mogen echter:

- wat gedroogde vijgen (basisproduct) betreft, de niet bij een telersvereniging aangesloten producenten ook als verkoper optreden tot het einde van het verkoopseizoen 2001/2002;

- wat krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) betreft, de in artikel 13, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1621/1999 (voor de teelt) bedoelde telersverenigingen ook als verkoper optreden in het verkoopseizoen 1999/2000.

Het contract wordt ten minste twee weken vóór de leveringsdatum opgemaakt en bevat met name de volgende gegevens:

a) naam en adres van de contractsluitende partijen,

b) bij benadering de hoeveelheid te leveren product,

c) het adres waar de producten worden geleverd,

d) de leveringsdatum.

De opslagbureaus sturen onverwijld een kopie van het contract toe aan de bevoegde nationale autoriteit. Zij bewaren het bewijs van verzending.

2. De overname van het product door het opslagbureau vindt plaats vóór het verstrijken van de in artikel 2, lid 1, bedoelde termijn. Indien de verkoper en het opslagbureau geen overeenstemming bereiken over het gewicht of de kwaliteit van het product, wordt een extra weging uitgevoerd en een extra monster genomen in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de bevoegde nationale autoriteit. Wanneer een product niet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 2, lid 2, voldoet, wordt het contract voor de betrokken hoeveelheden geannuleerd; de verkoper stelt het opslagbureau overeenkomstig de nationale bepalingen schadeloos.

3. Indien het opslagbureau tevens verkoper is, wordt het in lid 1 bedoelde contract als gesloten beschouwd als een document met de in dat lid, onder b), c) en d), bedoelde gegevens ten minste twee weken vóór het verstrijken van de in artikel 2, lid l, bedoelde termijnen aan de nationale bevoegde autoriteit wordt toegezonden. De overname van de betrokken producten door het opslagbureau, met de weging en de kwaliteitscontrole, vindt plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de bevoegde nationale autoriteit.

Artikel 4

1. De producten die in het bezit zijn van de opslagbureaus worden verkocht door de bevoegde autoriteit die het betrokken bureau heeft erkend. De producten worden via een inschrijving of een permanente inschrijving, eventueel met toepassing van een minimum-inschrijvingsprijs, verkocht voor de volgende bestemmingen:

a) wat gedroogde vijgen (basisproduct) betreft, voor een in het inschrijvingsbericht nader aan te geven specifiek industrieel gebruik;

b) wat krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) betreft, voor de productie van krenten en rozijnen tot en met februari na de aankoop, en na die datum voor een in het inschrijvingsbericht nader aan te geven specifiek industrieel gebruik.

2. De in lid 1 bedoelde vormen van specifiek industrieel gebruik zijn met name die waarmee wordt beoogd diervoeder van GN-code 2309, gebrande koffiesurrogaten van GN-code 2101 30 en alcohol van GN-code 2208 te produceren. De lidstaten mogen andere vormen van industrieel gebruik toestaan wanneer zij de Commissie meedelen op welke economische gronden hun keuze is gebaseerd en welke controlemaatregelen voor deze nieuwe vormen van gebruik gelden.

Artikel 5

1. De bevoegde autoriteit verstrekt de Commissie binnen tien dagen na afloop van de in artikel 2, lid 1, bedoelde periode, en wat betreft de hoeveelheden krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) die eind februari niet zijn verkocht vóór 10 maart, de volgende informatie:

- de hoeveelheden overgenomen of onverkochte producten, onder vermelding van het opslagbureau dat in het bezit is van het product;

- een analyse van de situatie met betrekking tot de afzetmogelijkheden, rekening houdend met de noodzaak het evenwicht op de markt in stand te houden, en voorstellen ten aanzien van met name de gekozen afzetmogelijkheden, het verkooptempo in het geval van een permanente inschrijving en de eventuele voorafgaande vaststelling van een minimum-inschrijvingsprijs;

- een kopie van het bericht van inschrijving of permanente inschrijving;

- een kopie van de nationale maatregelen betreffende de inschrijvingsprocedures in het kader van deze verordening. Deze bepalingen hebben voornamelijk betrekking op:

i) de middelen voor de bekendmaking van de inschrijvingsberichten,

ii) de verbintenissen die de inschrijvers moeten aangaan,

iii) de vastgestelde inschrijvingszekerheid en bijzondere zekerheid, als bedoeld in respectievelijk artikel 9, lid 7, tweede alinea, en lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2201/96,

iv) de procedure voor de verwerking van de biedingen en de gunning,

v) de voorwaarden voor het verbeuren en het vrijgeven van de zekerheid,

vi) de regels betreffende de overname door de koper en de betaling van de aankoopprijs,

vii) de regels betreffende de controle op het specifieke industriële gebruik.

2. De bevoegde autoriteit informeert de Commissie en het opslagbureau onverwijld over de resultaten van de inschrijving of de deelinschrijving.

Binnen tien dagen na het einde van het verkoopseizoen stuurt de bevoegde autoriteit de Commissie een verslag toe over de ten tijde van de verkoop van de voorraden heersende marktomstandigheden, over de eventueel ondervonden moeilijkheden en over de onverkochte hoeveelheden, en, tenslotte, over de regelingen voor de verkoop voor de resterende hoeveelheden.

Artikel 6

1. De opslagbureaus houden gedetailleerde registers bij van de in- en uitslag van producten.

2. Krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) die na overname tot en met februari opgeslagen blijven, worden zodanig opgeslagen en bij de goederenbehandeling wordt zodanig te werk gegaan dat de oorspronkelijke fysieke en hygiënische kwaliteit van de producten behouden blijft.

3. Gedroogde vijgen (basisproduct) worden onmiddellijk na inslag en krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) vanaf 1 maart na de overname ervan opgeslagen en behandeld, als producten bestemd voor een specifiek industrieel gebruik.

4. De lidstaten bepalen welke goederenbehandeling en andere behandelingen tijdens de opslag vereist zijn.

Artikel 7

1. De in artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde opslagsteun wordt per opslagdag vastgesteld. De dagen waarop de goederen worden in- of uitgeslagen worden beschouwd als deel uitmakend van de daadwerkelijke opslagperiode.

2. Voor krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) van hetzelfde verkoopseizoen worden twee verschillende steunbedragen vastgesteld. Het eerste bedrag is van toepassing op producten die na de aankoop tot en met februari in voorraad blijven. Het tweede bedrag is van toepassing op producten die na februari gedurende maximaal de in artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde periode opgeslagen blijven. Bij de vaststelling van het tweede steunbedrag wordt rekening gehouden met de minder stringente opslageisen die overeenkomstig artikel 6, lid 3, vanaf 1 maart van toepassing zijn.

Artikel 8

1. De opslagsteunaanvragen worden uiterlijk op de vijfde dag van iedere maand door het opslagbureau ingediend bij de bevoegde autoriteit en hebben betrekking op de voorgaande maand.

2. Deze aanvragen moeten met name de volgende gegevens bevatten:

- de hoeveelheden waarvoor steun wordt aangevraagd en het aantal dagen dat de opslag daadwerkelijk duurt;

- de opgeslagen hoeveelheid op de eerste en de laatste dag van de maand waarvoor de opslagsteun wordt aangevraagd, zonder aftrek van eventuele natuurlijke verliezen.

Artikel 9

1. De aanvragen voor de in artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde financiële vergoeding worden tegelijk met de in artikel 8 bedoelde opslagsteunaanvragen uiterlijk op de vijfde van iedere maand door de opslagbureaus ingediend bij de bevoegde autoriteit en hebben betrekking op de hoeveelheden die in de voorgaande maand zijn verkocht.

2. In deze aanvragen moet met name worden vermeld welke hoeveelheden in de betrokken maand zijn verkocht, uitgesplitst naar verkoopprijs. De aanvragen met betrekking tot de laatste verkoop van de overgenomen hoeveelheden van een bepaald verkoopseizoen, omvatten de met de natuurlijke verliezen overeenkomende hoeveelheden. Deze verliezen worden aangemerkt als verkochte hoeveelheden voor maximaal 0,5 % van de hoeveelheid die per maand gemiddeld in voorraad was.

3. De hoogte van de financiële vergoeding wordt overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) 2201/96 berekend.

Artikel 10

1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat die het opslagbureau heeft erkend, voert als volgt controles ter plaatse uit:

a) in het geval van krenten (basisproduct) en rozijnen (basisproduct) worden vanaf de overname tot en met februari van het volgende jaar voor ten minste 20 % van de ingeslagen hoeveelheden en bij elk opslagbureau ten minste één keer het bijhouden van de voorraadboekhouding, de opslagomstandigheden en de kwaliteit van het opgeslagen product gecontroleerd;

b) in het geval van gedroogde vijgen (basisproduct) wordt door middel van systematische controles op het moment van overname nagegaan of het product aan de minimumkwaliteitseisen voldoet;

c) voor ten minste 10 % van de hoeveelheden in voorraad wordt nagegaan of de gegevens van de opslagsteunaanvragen en van de aanvragen voor financiële vergoeding kloppen.

2. De bevoegde autoriteit trekt de erkenning in wanneer aan één van de voorwaarden voor de erkenning niet meer wordt voldaan; voor het lopende verkoopseizoen wordt geen opslagsteun en geen financiële vergoeding toegekend en de reeds betaalde bedragen moeten worden terugbetaald, vermeerderd met de rente over de periode tussen de betaling en de terugbetaling.

De rentevoet is de op het moment van de onterechte betaling geldende rentevoet, zoals die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend wordt gemaakt en door het Europees Monetair Instituut bij haar verrichtingen in ecu wordt toegepast, vermeerderd met drie procentpunten.

Artikel 11

De Verordeningen (EEG) nr. 3263/81, (EEG) nr. 1325/84, (EEG) nr. 626/85, (EEG) nr. 627/85, (EEG) nr. 1707/85, (EEG) nr. 3205/85, (EEG) nr. 682/86, (EEG) nr. 3937/88 en (EEG) nr. 913/89 worden ingetrokken.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 1999/2000.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 juli 1999.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29.

(2) PB L 303 van 6.11.1997, blz. 1.

(3) PB L 72 van 13.3.1985, blz. 7.

(4) PB L 196 van 24.7.1997, blz. 62.

(5) PB L 72 van 13.3.1985, blz. 17.

(6) PB L 185 van 4.8.1995, blz. 19.

(7) PB L 329 van 17.11.1981, blz. 8.

(8) PB L 129 van 15.5.1984, blz. 13.

(9) PB L 163 van 22.6.1985, blz. 38.

(10) PB L 303 van 16.11.1985, blz. 6.

(11) PB L 62 van 5.3.1986, blz. 8.

(12) PB L 348 van 17.12.1988, blz. 29.

(13) PB L 97 van 11.4.1989, blz. 5.

(14) Zie bladzijde 21 van dit Publicatieblad.

(15) PB L 187 van 20.7.1999, blz. 27.