Home

Verordening (EG) nr. 1895/1999 van de Raad van 27 augustus 1999 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 772/1999 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm van oorsprong uit Noorwegen

Verordening (EG) nr. 1895/1999 van de Raad van 27 augustus 1999 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 772/1999 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm van oorsprong uit Noorwegen

VERORDENING (EG) Nr. 1895/1999 VAN DE RAAD

van 27 augustus 1999

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 772/1999 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht op de invoer van gekweekte Atlantische zalm van oorsprong uit Noorwegen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), en met name op artikel 8, lid 9, en artikel 9,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn(2), inzonderheid op artikel 13, lid 9, en artikel 15,

Gelet op het voorstel dat de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORLOPIGE RECHTEN

(1) In het kader van de antidumpingprocedure en de antisubsidieprocedure die door middel van twee afzonderlijke berichten in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) werden ingeleid, heeft de Commissie, bij Besluit 97/634/EG(4) verbintenissen aanvaard die door het Koninkrijk Noorwegen en 190 Noorse exporteurs waren aangeboden;

(2) Volgens deze verbintenissen zal het als een schending van de verbintenis worden beschouwd indien niet elk kwartaal binnen de gestelde termijn (behoudens overmacht) een verslag wordt ingediend over de gehele verkoop aan de eerste niet-gelieerde afnemer in de Gemeenschap, evenals het niet-nakomen van de verplichting het betrokken product in de Gemeenschap tegen een prijs te verkopen die gelijk is aan of hoger is dan de in de verbintenis vermelde minimumprijs;

(3) Een Noorse onderneming had het verslag over het derde kwartaal van 1998 niet binnen de voorgeschreven termijn ingediend, terwijl een andere Noorse exporteur het betrokken product in de Gemeenschap tegen een lagere prijs leek te hebben verkocht dan de in de verbintenis vermelde minimumprijs. Twee andere Noorse ondernemingen leken in hun kwartaalverslagen misleidende gegevens te hebben verstrekt ten aanzien van de identiteit van de exporteur en de identiteit en de aard van de opgegeven verkoop;

(4) De Commissie had daarom redenen om aan te nemen dat deze vier ondernemingen hun verbintenis hadden geschonden en stelde derhalve, bij Verordening (EG) nr. 929/1999(5) (hierna "de voorlopige verordening" genoemd), een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht in op gekweekte Atlantische zalm, ingedeeld onder de GN-codes ex 0302 12 00, ex 0304 10 13, ex 0303 22 00 en ex 0304 20 13, van oorsprong uit Noorwegen, die door de vier in bijlage II van die verordening genoemde ondernemingen werd uitgevoerd. Bij dezelfde verordening heeft de Commissie de namen van de vier betrokken ondernemingen geschrapt in de bijlage bij Besluit 97/634/EG, waarin de ondernemingen zijn vermeld waarvan verbintenissen zijn aanvaard.

B. DAAROPVOLGENDE PROCEDURE

(5) De vier Noorse ondernemingen waarop de voorlopige rechten van toepassing waren, werden schriftelijk in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan deze voorlopige rechten waren ingesteld. Voorts werden deze ondernemingen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en een onderhoud aan te vragen;

(6) Binnen de in de voorlopige verordening gestelde termijn hebben deze Noorse ondernemingen schriftelijke opmerkingen doen toekomen, terwijl een van hen een onderhoud aanvroeg, dat werd toegestaan. Na ontvangst van deze opmerkingen heeft de Commissie alle gegevens die zij in het kader van een definitieve vaststelling van de kennelijke schendingen van de verbintenis nodig had, ingewonnen en gecontroleerd;

(7) Bij het onderzoek van de Commissie bleek dat een van de vier ondernemingen waarop de voorlopige maatregelen van toepassing waren de verbintenis niet had geschonden en dat haar naam weer moest worden opgenomen op de lijst van ondernemingen die van de antidumpingmaatregelen en de compenserende maatregelen waren vrijgesteld. Deze exporteur werd in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de verbintenis opnieuw te aanvaarden;

De drie andere ondernemingen waarop voorlopige maatregelen van toepassing waren werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was haar vroegere aanvaarding van de verbintenis in te trekken en de aanbeveling te doen een definitief antidumpingrecht en een definitief compenserend recht in te stellen en de bedragen waarvoor uit hoofde van de voorlopige rechten zekerheid was gesteld definitief te innen. De ondernemingen werden in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn opmerkingen te maken over deze bevindingen;

(8) De bevindingen van de Commissie in dit verband zijn nader uiteengezet in Verordening (EG) nr. 1826/1999(6);

(9) Geen van de ontvangen opmerkingen kon evenwel afbreuk doen aan de conclusie dat een definitief antidumpingrecht en een definitief compenserend recht dienden te worden ingesteld op de invoer van gekweekte Atlantische zalm uit Noorwegen die door de drie in bijlage I genoemde ondernemingen wordt uitgevoerd;

C. DEFINITIEVE RECHTEN

(10) De onderzoeken die tot de verbintenissen hebben geleid, werden bij Verordening (EG) nr. 1890/97(7), beëindigd met een definitieve vaststelling van dumping en schade en bij Verordening (EG) nr. 1891/97(8) met een definitieve vaststelling van subsidiëring en schade. Hoewel beide verordeningen bij Verordening (EG) nr. 772/1999(9) werden ingetrokken, zijn de daarin opgenomen feiten en overwegingen geldig gebleven (zie overweging 19 van Verordening (EG) nr. 772/1999);

(11) Overeenkomstig artikel 8, lid 9, van Verordening (EG) nr. 384/96 en artikel 13, lid 9, van Verordening (EG) nr. 2067/97 moeten het antidumpingrecht, respectievelijk het compenserende recht worden vastgesteld aan de hand van de feiten die werden geconstateerd bij het onderzoek dat tot de verbintenis heeft geleid. Gezien overweging 107 van Verordening (EG) nr. 1890/97 en overweging 149 van Verordening (EG) nr. 1891/97 wordt het daarom dienstig geacht een voorlopig antidumpingrecht en een voorlopig compenserend recht in te stellen dat in vorm en hoogte gelijk is aan de rechten die bij Verordening (EG) nr. 772/1999 werden ingesteld;

D. DEFINITIEVE INNING VAN DE VOORLOPIGE RECHTEN

(12) Van drie ondernemingen werd vastgesteld dat zij hun verbintenissen hebben geschonden. De bedragen waarvoor deze drie ondernemingen uit hoofde van het voorlopige antidumpingrecht en het voorlopige compenserende recht zekerheid hadden gesteld, dienen daarom definitief te worden geïnd tot het niveau van de definitieve rechten;

E. WIJZIGING VAN DE BIJLAGE BIJ VERORDENING (EG) Nr. 772/1999

(13) Bij Verordening (EG) nr. 1826/1999 heeft de Commissie verbintenissen aanvaard van vier nieuwe exporteurs, namelijk F. Uhrenholt Seafood Norway AS, Mesan Seafood AS, Polaris Seafood AS en Scanfish AS. Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 772/1999 heeft de Commissie de vrijstelling van het antidumpingrecht en het compenserende recht tot deze ondernemingen uitgebreid door de naam van deze ondernemingen toe te voegen aan de bijlage bij die verordening;

(14) Twee Noorse exporteurs die reeds waren vermeld in de lijst van ondernemingen waarvan verbintenissen waren aanvaard, hebben de Commissie laten weten dat hun namen zijn gewijzigd, namelijk van Herøy Filetfabrikk AS in Atlantis Filetfabrikk AS en van SL Fjordgruppen AS in Fjord Seafood Leines AS, en hebben verzocht onder de gewijzigde naam te worden opgenomen in de lijst van ondernemingen die van het antidumpingrecht en het compenserende recht zijn vrijgesteld. De Commissie is nagegaan dat er geen wijzigingen waren in de structuur van de ondernemingen die een nader onderzoek naar de wenselijkheid van de handhaving van de verbintenissen rechtvaardigden;

(15) Gezien het bovenstaande dient de bijlage bij Verordening (EG) nr. 772/1999, die de lijst bevat van de ondernemingen die van de rechten zijn vrijgesteld, te worden gewijzigd door de namen van de in bijlage I genoemde ondernemingen te schrappen. De bijlage dient voorts te worden bijgewerkt om rekening te houden met de vrijstelling die bij Verordening (EG) nr. 1826/1999 aan F. Uhrenholt Seafood Norway AS, Mesan Seafood AS, Polaris Seafood AS en Scanfish AS werd verleend en met de naamswijziging van Herøy Filetfabrikk AS in Fjord Seafood Leines AS,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 772/1999 wordt vervangen door de tekst van bijlage II bij onderhavige verordening.

Artikel 2

De bedragen die als zekerheid werden gesteld uit hoofde van het bij Verordening (EG) nr. 929/1999 ingestelde voorlopige antidumpingrecht en compenserende recht op gekweekte (andere dan wilde) Atlantische zalm ingedeeld onder de GN-codes ex 0302 12 00 (Taric-codes 0302 12 00*21, 0302 12 00*22, 0302 12 00*23, 0302 12 00*29 ), ex 0303 22 00 (Taric-codes 0303 22 00*21, 0303 22 00*22, 0303 22 00*23 en 0303 22 00*29 ) ex 0304 10 13 (Taric-codes 0304 10 13*21 en 0304 10 13*29 ) en ex 0304 20 13 (Taric-codes 0304 20 13*21 en 0304 20 13*29 ), van oorsprong uit Noorwegen en uitgevoerd door de in bijlage I bij onderhavige verordening genoemde ondernemingen worden definitief geïnd.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 augustus 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

T. HALONEN

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (PB L 128 van 30.4.1998, blz. 18).

(2) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1.

(3) PB C 253 van 31.8.1996, blz. 18, en

PB C 253 van 31.8.1996, blz. 20.

(4) PB L 267 van 30.9.1997, blz. 81. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2249/98 (PB L 282 van 20.10.1998, blz. 57).

(5) PB L 115 van 4.5.1999, blz. 13.

(6) PB L 223 van 24.8.1999, blz. 3.

(7) PB L 267 van 30.9.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 297/1999 (PB L 37 van 11.2.1999, blz. 1).

(8) PB L 267 van 30.9.1997, blz. 19. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 297/1999.

(9) PB L 101 van 16.4.1999, blz. 1.

BIJLAGE I

ONDERNEMINGEN WAAROP HET DEFINITIEVE ANTIDUMPINGRECHT EN HET DEFINITIEVE COMPENSERENDE RECHT VAN TOEPASSING IS

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

"BIJLAGE

ONDERNEMINGEN DIE VAN HET DEFINITIEVE ANTIDUMPINGRECHT EN HET DEFINITIEVE COMPENSERENDE RECHT ZIJN VRIJGESTELD

>RUIMTE VOOR DE TABEL>"