Verordening (EG) nr. 2155/1999 van de Commissie van 11 oktober 1999 houdende overgangsmaatregelen in de wijnsector met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur van bepaalde herbeplantingsrechten
Verordening (EG) nr. 2155/1999 van de Commissie van 11 oktober 1999 houdende overgangsmaatregelen in de wijnsector met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur van bepaalde herbeplantingsrechten
VERORDENING (EG) Nr. 2155/1999 VAN DE COMMISSIE
van 11 oktober 1999
houdende overgangsmaatregelen in de wijnsector met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur van bepaalde herbeplantingsrechten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt(1), en met name op artikel 80, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Wat het wijnbouwpotentieel betreft, geldt voor de herbeplanting van een wijngaard een regeling op basis van herbeplantingsrechten. Een aantal marktdeelnemers bezit rechten waarvan de geldigheid op 31 december 1998 en op 1 september 1999 is verstreken. Het tekort aan beschikbare rechten en de marktsituatie in de wijnsector moeten opnieuw worden bezien. Aangezien op grond van artikel 80, onder a), van de nieuwe verordening van de Raad maatregelen kunnen worden genomen om de overgang van de oude naar de nieuwe regeling te vergemakkelijken, kan de geldigheidsduur van de vorengenoemde herbeplantingsrechten worden verlengd tot en met 1 augustus 2000.
(2) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De geldigheidsduur van herbeplantingsrechten die tussen 31 december 1998 en 1 september 1999 zijn vervallen, wordt verlengd tot en met 1 augustus 2000.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 11 oktober 1999.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.