Home

Verordening (EG) nr. 2803/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 2000 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot

Verordening (EG) nr. 2803/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 2000 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot

VERORDENING (EG) Nr. 2803/1999 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 1999

betreffende de vaststelling van de forfaitaire waarde voor het visseizoen 2000 voor de uit de markt genomen visserijproducten voor de berekening van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3759/92 van de Raad van 17 december 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3318/94(2), inzonderheid op artikel 12, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3759/92 voorziet in de toekenning van een financiële vergoeding aan de producentenorganisaties die onder bepaalde voorwaarden interveniëren voor de in bijlage I, onder A en D, van genoemde verordening bedoelde producten. Op de waarde van deze financiële vergoeding moet de forfaitair vastgestelde waarde van de producten die worden bestemd voor andere doeleinden dan menselijke consumptie in mindering worden gebracht.

(2) In Verordening (EEG) nr. 1501/83 van de Commissie van 9 juni 1983 betreffende de afzet van bepaalde visserijproducten waarvoor maatregelen tot regulering van de markt zijn genomen(3), zijn de mogelijkheden vastgesteld waarvan gebruik moet worden gemaakt voor de afzet van de uit de markt genomen producten. Het is noodzakelijk de waarde van deze producten bij elk dezer mogelijkheden forfaitair vast te stellen met inachtneming van de gemiddelde ontvangsten die in de verschillende lidstaten bij een dergelijke afzet kunnen worden verkregen.

(3) Uit de desbetreffende gegevens blijkt dat de forfaitaire waarde dient te worden vastgesteld voor het visseizoen 2000 zoals aangegeven in de bijlage.

(4) Krachtens artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3902/92 van de Commissie van 23 december 1992 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van de financiële vergoeding voor bepaalde visserijproducten(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1338/95(5), gelden bijzondere bepalingen inhoudende dat als een producentenorganisatie of een van haar leden zijn of haar producten te koop aanbiedt in een andere lidstaat dan die waar de organisatie is erkend, de met de uitkering van de financiële vergoeding belaste instantie op de hoogte wordt gebracht van de betrokken transacties. Bovenbedoelde instantie is de instantie van de lidstaat waar de producentenorganisatie is erkend. Derhalve moet de in die lidstaat geldende forfaitaire waarde in mindering worden gebracht.

(5) De voornoemde bepalingen zijn eveneens van toepassing voor het voorschot van de financiële vergoeding bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3902/92.

(6) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De forfaitaire waarde voor de bereiking van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot voor de door de producentenorganisaties uit de markt genomen en voor andere doeleinden dan menselijke consumptie gebruikte producten, wordt voor het visseizoen 2000 in de bijlage vastgesteld voor elk van de aldaar aangegeven bestemmingen.

Artikel 2

De forfaitaire waarde waarmee het bedrag van de financiële vergoeding en het hierop betrekking hebbende voorschot kan worden verminderd, is de waarde die wordt toegepast in de lidstaat waar de producentenorganisatie is erkend.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2000.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 1999.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB L 388 van 31.12.1992, blz. 1.

(2) PB L 350 van 31.12.1994, blz. 15.

(3) PB L 152 van 10.6.1983, blz. 22.

(4) PB L 392 van 31.12.1992, blz. 35.

(5) PB L 129 van 14.6.1995, blz. 7.

BIJLAGE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>