Home

2000/472/EG: Beschikking van de Commissie van 29 maart 2000 betreffende de door België ten uitvoer gelegde steunregeling "Artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992" (Kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 1007) (Voor de EER relevante tekst) (Slechts de tekst in de Nederlandse en de Franse taal is authentiek)

2000/472/EG: Beschikking van de Commissie van 29 maart 2000 betreffende de door België ten uitvoer gelegde steunregeling "Artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992" (Kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 1007) (Voor de EER relevante tekst) (Slechts de tekst in de Nederlandse en de Franse taal is authentiek)

Beschikking van de Commissie

van 29 maart 2000

betreffende de door België ten uitvoer gelegde steunregeling "Artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992"

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2000) 1007)

(Slechts de tekst in de Nederlandse en de Franse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2000/472/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese economisch Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

gelet op Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag(1), en met name op artikel 14,

Na de belanghebbenden overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag en artikel 62, lid 1, van de EER-overeenkomst te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken,

Overwegende hetgeen volgt:

I. PROCEDURE

(1) Op 11 maart 1991 stelden de Belgische autoriteiten de Commissie overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag in kennis van een ontwerp-decreet tot wijziging van de Belgische wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie (N 144/91)(2). In de artikelen 17 tot en met 19 van het ontwerp-decreet werden nieuwe steuninstrumenten ingevoerd ten gunste van Waalse ondernemingen die deelnemen aan Europese industriële programma's welke het voorwerp van specifieke internationale overeenkomsten vormen.

(2) Bij brief van 9 juli 1991(3) keurde de Commissie de artikelen 1 tot en met 16 van het Waalse decreet van 25 juni 1992 goed. De artikelen 17 tot en met 19 van het decreet werden uitdrukkelijk van die goedkeuring uitgesloten. Ten aanzien van die artikelen merkte de Commissie op dat zij te onnauwkeurig waren en op te uiteenlopende situaties betrekking hadden om zich daarover uit te spreken. Derhalve beschouwde zij de aanmelding als onvolledig en behield zij zich het recht voor om de verenigbaarheid van die artikelen te toetsen in het licht van concrete gevallen van toepassing ervan waarvan zij geval per geval in kennis diende te worden gesteld zoals België had toegezegd.

(3) In augustus 1992 deed België de Commissie "ter informatie" de definitieve tekst van het decreet tot wijziging van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie toekomen, zoals deze door de Waalse Gewestraad op 25 juni 1992 was goedgekeurd(4). Bij lezing van de definitieve tekst bleek dat sommige bepalingen vergeleken met de versie van het ontwerp ten aanzien waarvan de Commissie in haar brief van 9 juli 1991(5) een standpunt had ingenomen, waren gewijzigd. Sommige wijzigingen waren uitsluitend van redactionele aard en hielden geen inhoudelijke wijzigingen in, andere daarentegen raakten de kern van de tekst.

(4) In de definitieve tekst van het decreet waren de artikelen 17 tot en met 19 van het ontwerp-decreet in één artikel 19 samengevoegd. Dat artikel 19 van het decreet bepaalde dat in de genoemde wet betreffende de economische expansie een nieuw artikel 29 ter zou worden ingevoegd. Artikel 29 ter van de wet betreffende de economische expansie zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, hierna "aritkel 29 ter" genoemd, bevatte steuninstrumenten ten behoeve van Waalse ondernemingen die deelnemen aan Europese industriële programma's welke het voorwerp van specifieke internationale overeenkomsten vormen, zoals vermeld in overweging 1.

(5) Na de ontdekking van de wijzigingen in de versie van de regeling waarover de Commissie zich had uitgesproken, werd de zaak ingeschreven als niet-aangemelde steun (NN 113/92) geregistreerd.

(6) Vervolgens besloten de Belgische autoriteiten om bij brief van 22 december 1992(6) een aantal bepalingen van de (definitieve versie) van het decreet van 25 juni 1992 aan te melden welke volgens hen inhoudelijk waren gewijzigd. Artikel 19 behoorde niet tot de aangemelde bepalingen. Voorts vroegen zij de Commissie om bevestiging dat de bepalingen die niet inhoudelijk substantieel waren gewijzigd en die de Commissie eerder bij haar besluit van 9 juli 1991 had aanvaard, nog toepassing konden krijgen.

(7) Bij brief van 28 januari 1993(7) antwoordden de diensten van de Commissie dat zij slechts de tenuitvoerlegging van die bepalingen van het decreet van 25 juni 1992 aanvaardden welke het voorwerp van de goedkeuring van 9 juli 1991(8) vormden en waarvan de bewoordingen sindsdien niet waren gewijzigd.

(8) Bij brief van 17 januari 1994(9) stelde de Commissie de Belgische autoriteiten ervan in kennis dat zij besloten had geen bezwaar te maken tegen de niet-aangemelde wijzigingen van het decreet van 25 juni 1992. Tezelfdertijd benadrukte zij dat haar besluit om geen bezwaar te maken niet betrekking had op artikel 19 van het decreet waarbij een nieuw artikel 29 ter in de wet betreffende de economische expansie werd ingevoegd.

(9) Op 12 januari 1993 verzocht die Commissie naar aanleiding van een persbericht de Belgische autoriteiten om bijkomende informatie betreffende steun die door het Waalse Gewest als gedeeltelijke garantie tegen wisselkoersrisico's werd verleend.

(10) De Waalse autoriteiten hebben bij faxbericht van 15 maart 1993 op dit verzoek geantwoord en erop gewezen dat de Waalse Executieve besloten had een bedrag van 315 miljoen BEF toe te wijzen als gedeeltelijke dekking van wisselkoersrisico's die zich bij de tenuitvoerlegging van een aantal programma's voordeden. De Belgische autoriteiten meldden dat het besluit op 4 juni 1992 was genomen, vooruitlopend op de vaststelling van het decreet van 25 juni 1992 tot wijziging van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie. In het faxbericht werd vermeld dat het moest worden beschouwd als aanmelding in de zin van artikel 88, lid 3, van de praktische regeling waarin krachtens artikel 29 ter wordt voorzien en dat dit het eerste geval was waarin artikel 29 ter toepassing vond.

(11) Bij brief van 29 maart 1993 vroeg de Commissie of aan de begunstigden reeds steun op grond van artikel 29 ter was uitgekeerd.

(12) Bij brief van 30 april 1993 antwoordden de Belgische autoriteiten dat eind maart 1993 steun was uitgekeerd. Tevens bevestigden zij dat dit de eerste toepassing van artikel 29 ter vormde.

(13) Bij brief van 2 december 1993(10) stelde de Commissie de Belgische autoriteiten ervan in kennis dat zij besloten had ten aanzien van de steunregeling "artikel 29 ter" de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag in te leiden.

(14) Het besluit tot inleiding van de procedure werd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt(11). De Commissie nodigde de belanghebbenden uit hun opmerkingen over de betrokken steunregeling te maken.

(15) De Commissie ontving geen opmerkingen van belanghebbenden.

(16) Het officiële antwoord van de Belgische autoriteiten bereikte de Commissie bij brief van 10 februari 1994(12). In die brief zegden de Belgische autoriteiten toe dat zij elk voornemen om op grond van artikel 29 ter steun te verlenen, zouden aanmelden overeenkomstig artikel 88, lid 3 van het Verdrag. Bij brief van 6 april 1994(13) herhaalden de Belgische autoriteiten hun toezegging.

(17) Bij brief van 26 mei 1994(14) verzochten de diensten van de Commissie om intrekking van artikel 29 ter. Bij brief van 16 juni 1994(15) betoogden de Belgische autoriteiten dat het, gezien de zware parlementaire procedures, in de praktijk niet mogelijk was om artikel 29 ter in te trekken. Bij brief van 30 januari 1996 stelden de Belgische autoriteiten de Commissie in kennis van hun besluit om de parlementaire procedure tot intrekking van artikel 29 ter in te leiden. Bij brief van 29 februari 1996(16) nam de Commissie kennis van het besluit van de Belgische autoriteiten om artikel 29 ter in te trekken.

(18) Bij brieven van 10 mei 1996(17), 10 juli 1996(18), 2 juli 1997(19) en 26 november 1997(20) brachten de Belgische autoriteiten de Commissie op de hoogte van de voortgang van de parlementaire procedure tot intrekking van artikel 29 ter. Bij brief van 13 februari 1998(21) deelden de Belgische autoriteiten de Commissie mede dat de Waalse Gewestraad artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, had ingetrokken en dat het desbetreffende besluit in het Belgisch Staatsblad van 4 februari 1998 was bekendgemaakt.

(19) Bij brief van 10 juni 1998(22) verzochten de diensten van de Commissie de Belgische autoriteiten om een lijst van de ondernemingen die op grond van artikel 29 ter steun hadden ontvangen. De Belgische autoriteiten verstrekten die informatie bij brieven van 28 augustus 1998 en 9 november 1998(23).

II. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUN

(20) Artikel 29 ter betrof de mogelijkheid om ondersteuning te verlenen aan Waalse bedrijven die deelnemen in communautaire industriële programma's die het voorwerp van specifieke internationale overeenkomsten vormen. De steun kon de vorm aannemen van:

a) een garantie inzake wisselkoersrisico's op basis van een spilkoers die door de Waalse executieve wordt vastgesteld en volgens regels die door haar worden omschreven;

b) een garantie inzake een afwijkende ontwikkeling van de economische indexcijfers volgens door de Waalse Executieve vastgelegde regels;

c) een financiering in de vorm van terugvorderbare voorschotten of het ten laste nemen van de financieringskosten voor 50 % of meer van de voor de uitvoering van het contract gemobiliseerde middelen volgens door de Waalse Executieve vastgestelde regels.

(21) In haar besluit om de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag(24) in te leiden, gaf de Commissie uiting aan haar twijfel over de wettelijkheid en de verenigbaarheid van de steunmaatregel.

(22) Ten aanzien van de onrechtmatige aard van de steunmaatregel

De Commissie was van oordeel dat het besluit van 4 juni 1992 van de Waalse regering om op grond van artikel 29 ter steun te verlenen, onrechtmatig was, omdat het niet was aangemeld. De Commissie is van mening dat steun wordt verleend vanaf het tijdstip waarop de bevoegde autoriteiten het besluit tot steunverlening genomen hebben en niet vanaf dat waarop de steun daadwerkelijk wordt uitgekeerd(25). Het faxbericht van 15 maart 1993 waarin de Belgische autoriteiten betoogden dat de erin verstrekte informatie diende te worden beschouwd als een aanmelding overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag, werd eerst verstuurd lang nadat de Waalse autoriteiten hadden besloten steun op grond van artikel 29 ter te verlenen (meer bepaald 4 juni 1992).

(23) Ten aanzien van de onverenigbaarheid van de steun met de gemeenschappelijke markt

De bepalingen van artikel 29 ter (garantie inzake wisselkoersrisico's, garantie inzake een afwijkende ontwikkeling van de economische indexcijfers, financiering of dekking van voor de uitvoering van het contract gemobiliseerde middelen) stelden de Belgische autoriteiten in staat om exploitatiesteun te verlenen in Wallonië, een regio die slechts gedeeltelijk in aanmerking kwam voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag.

Krachtens de communautaire voorschriften die destijds en thans op nationale regionale steun van toepassing zijn, is exploitatiesteun slechts toegestaan in regio's die in aanmerking komen op grond van artikel 87, lid 3, onder a), en slechts bij wijze van uitzondering indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan(26).

III. OPMERKINGEN VAN BELGIË

(24) Bij brief van 10 februari 1994(27) betwistten de Belgische autoriteiten dat de krachtens artikel 29 ter verleende steun onrechtmatig zou zijn. Zij betoogden het volgende:

a) Bij brief van 9 juli 1991(28) had de Commissie het ontwerp-decreet tot wijziging van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie goedgekeurd. Daarbij had zij aangegeven dat zij geen standpunt kon innemen ten aanzien van de artikelen 17 tot en met 19 en dat zij de verenigbaarheid van deze artikelen geval per geval zou onderzoeken.

b) De definitieve tekst van het besluit, welke door de Waalse Gewestraad op 25 juni 1992 was goedgekeurd, verschilde van die van het decreet waarover de Commissie een standpunt had ingenomen. De wijzigingen waren echter zeer gering. Wat de artikelen 17 tot en met 19 betreft, waren er geen inhoudelijke wijzigingen. De voornaamste wijziging bestond in de samenvoeging van de drie artikelen in één artikel 19. Andere wijzigingen waren louter van redactionele aard. In haar brief van 28 januari 1993(29) ging de Commissie ermee akkoord dat de maatregelen die zij bij brief van 9 juli 1991 had goedgekeurd, ten uitvoer konden worden gelegd. In die brief noemde zij tevens de artikelen van de definitieve tekst van het besluit, die zij inhoudelijk gewijzigd achtte en die het voorwerp van een nieuwe goedkeuringsprocedure moesten zijn. Artikel 19 hoorde niet bij die genoemde artikelen.

c) Aangezien niet specifiek werd vermeld dat artikel 19 van de definitieve tekst van het besluit opnieuw moest worden onderzocht, namen de Waalse autoriteiten aan dat de instemming van de Commissie met de tenuitvoerlegging van de op 9 juli 1991 goedgekeurde maatregelen eveneens op dat artikel betrekking had.

(25) De Belgische autoriteiten deden geen opmerkingen toekomen inzake de twijfel van de Commissie ten aanzien van de verenigbaarheid van de regeling met de gemeenschappelijke markt.

(26) Bij brief van 13 februari 1998(30) deelden de Belgische autoriteiten de Commissie mede dat de Waalse Gewestraad artikel 29 ter van de wet betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, had ingetrokken.

IV. BEOORDELING VAN DE STEUN

Ten aanzien van het bestaan van steun

(27) De Commissie is van mening dat de steunregeling "artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992" staatssteun behelst in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag omdat de regeling aan alle voorwaarden voor de toepassing van artikel 87, lid 1, voldoet. De argumenten worden hierna uiteengezet.

(28) "Steun in welke vorm dan ook": krachtens de regeling wordt steun verleend in de vorm van garanties en terugvorderbare voorschotten.

(29) "Steunmaatregelen van de staten": de regeling bevat geen bepaling die de begunstigden van de garanties ertoe verplicht een premie voor de garantie te betalen. Er is evenmin een bepaling die de begunstigden ertoe verplicht een vergoeding of een rente te betalen over de voorschotten die zij krachtens de regeling ontvangen. Er is afdoende bewezen dat de garantie aanleiding kan geven tot een aanzienlijke overdracht van middelen aan een begunstigde, aangezien de Waalse autoriteiten per faxbericht van 15 maart 1993 hebben bevestigd dat de Waalse Executieve besloten had een bedrag van 315 miljoen BEF (ongeveer 7,8 miljoen EUR) als gedeeltelijke garantie tegen wisselkoersrisico's toe te wijzen.

(30) Steunmaatregelen van de staten of met staatsmiddelen bekostigd: in deze zaak is de steun verleend door de Waalse Executieve. De middelen komen uit de begroting van het Waalse Gewest.

(31) De steun begunstigt bepaalde ondernemingen: er is voldaan aan het selectiviteitscriterium aangezien de steun uitsluitend is toegekend aan ondernemingen die gevestigd zijn in het Waalse Gewest en deelnemen aan Europese industriële programma's welke het voorwerp van specifieke internationale overeenkomsten vormen.

(32) De steun vervalst of dreigt de mededinging te vervalsen: de garanties beschermen de begunstigden tegen de gevolgen van een ongunstige evolutie van wisselkoersen of andere economische indicatoren (zoals de arbeidskosten) voor hun activiteiten. Daardoor worden de begunstigden beschermd tegen de fluctuaties van algemene economische variabelen die tot de normale werking van de marktkrachten behoren. Derhalve verleent een dergelijke steun de begunstigden op kunstmatige wijze een voordeel ten aanzien van hun concurrenten die met dezelfde problemen te kampen hebben maar geen steun ontvangen. De krachtens de regeling verstrekte rentevrije voorschotten verschaffen de begunstigden eveneens een kunstmatig voordeel ten aanzien van de andere concurrenten die de marktrente moeten betalen om een vergelijkbare financiering te verkrijgen op de kapitaalmarkten. Het is duidelijk dat verstrekking van dergelijke voordelen aan bepaalde marktpartijen en niet aan andere de mededinging vervalst.

(33) De steun vervalst de mededinging voorzover hij het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt: in het geval van een steunregeling zoals "artikel 29 ter" (in tegenstelling tot een steunzaak ad hoc) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen als volgt geoordeeld: "in het geval van een steunprogramma behoeft de Commissie slechts de kenmerken van dit programma te onderzoeken om te kunnen beoordelen of dit programma op grond van de hoge steunbedragen of percentages, de kenmerken van de gesteunde investeringen of andere daarin vastgelegde modaliteiten de begunstigden een merkbaar voordeel verschaft ten opzichte van hun concurrenten en naar zijn aard voornamelijk ten goede komt aan ondernemingen die deelnemen aan het handelsverkeer tussen lidstaten"(31) (het cursief gedrukte woord is toegevoegd).

Artikel 29 ter is toepasselijk op alle sectoren (met uitzondering van die sectoren waarvoor bijzondere communautaire voorschriften inzake staatssteun gelden). Het is derhalve duidelijk dat de regeling eveneens kan worden toegepast op ondernemingen die economische activiteiten uitoefenen welke het voorwerp van handel tussen lidstaten zijn.

Ten aanzien van de wettelijkheid van de steun

(34) In hun brief van 10 februari 1994(32) betwistten de Belgische autoriteiten dat de krachtens artikel 29 ter verleende steun onrechtmatig zou zijn. Zij betoogden daarbij dat de Commissie in haar brief van 28 januari 1993(33) haar goedkeuring aan de regeling had gehecht.

(35) In haar, in het Frans gestelde, brief van 28 januari 1993 stelde de Commissie hetgeen volgt:"de Commissie deelt u bij dezen mede dat zij instemt met de toepassing van de aangemelde maatregelen die het voorwerp van het goedkeuringsbesluit van 9 juli 1991 (ref. brief SG(91) D/12925) vormden en waarvan de tekst vanzelfsprekend na die datum niet gewijzigd is."

(36) Artikel 19 van het decreet van 25 juni 1992(34) tot wijziging van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie voldoet niet aan de twee voorwaarden die door de Commissie waren gesteld:

a) De goedkeuring van 9 juli 1991 had alleen betrekking op de artikelen 1 tot en met 16 van het onwerp-decreet tot wijziging van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie. De artikelen 17 tot en met 19 van het ontwerpdecreet (samengevoegd in artikel 19 van de definitieve versie van het decreet) waren uitdrukkelijk niet onder de goedkeuring begrepen.

b) In hun brief erkennen de Belgische autoriteiten zelf dat artikel 19 een van de artikelen was die enige (geringe) wijzigingen had ondergaan in de definitieve versie van het decreet dat op 25 juni 1992 door de Waalse Gewestraad was goedgekeurd.

(37) In haar besluit van 17 januari 1994(35), waarbij de Commissie de gewijzigde delen van het decreet van 25 juni 1992 (NN 113/92) goedkeurde, herhaalde zij dat de goedkeuring geen betrekking had op artikel 19 van het decreet tot invoeging van een nieuw artikel 29 ter in de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie.

Ten aanzien van de verenigbaarheid van de steun

(38) Na te hebben vastgesteld dat artikel 29 ter staatssteun behelst in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, heeft de Commissie onderzocht of artikel 29 ter verenigbaar is met één van de afwijkingen van artikel 87, leden 2 en 3, van het Verdrag.

(39) Ten aanzien van artikel 29 ter is de Commissie van mening dat de uitzonderingen van artikel 87, lid 2, van het Verdrag niet van toepassing zijn, aangezien met de steunmaatregel geen doelstellingen worden nagestreefd die in dat Verdragsartikel zijn genoemd. België heeft evenmin aangevoerd dat dit het geval zou zijn.

(40) Artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag is niet van toepassing, aangezien geen enkel deel van Wallonië ooit voor regionale steun op grond van artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag in aanmerking is gekomen.

(41) Ondanks de benaming van de regeling ("l'attribution d'incitants et d'assurances contribuant à la réalisation de programmes industriels européens faisant l'object d'accords internationaux spécifiques") is de Commissie van oordeel dat artikel 87, lid 3, onder b), van het Verdrag evenmin van toepassing is:

a) In artikel 29 bis van de Belgische wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992, is bepaald dat de steunmaatregelen welke zijn genoemd in artikel 29 ter van genoemde wet "door de Executieve kunnen worden toegekend aan de ondernemingen van het gewest die deelnemen aan de tenuitvoerlegging van een Europees industrieel programma op basis van de bepalingen van een protocolakkoord dat is gesloten tussen de staat en het gewest". In de regeling zijn geen criteria genoemd die door de Waalse autoriteiten zullen worden gebruikt om na te gaan of individuele projecten of programma's voor de betrokken steun in aanmerking komen. Bij ontstentenis van dergelijke criteria(36) is de Commissie van oordeel dat de regeling te vaag is om in aanmerking te komen voor de afwijking in artikel 87, lid 3, onder b), eerste zinsnede, ten gunste van "steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen" (het cursief gedrukte woord is toegevoegd)(37).

b) De steunmaatregel is evenmin bedoeld om een ernstige verstoring in de economie van België op te heffen.

In deze context moet eveneens voor ogen worden gehouden dat de Belgische autoriteiten nooit geëist hebben dat de regeling zou worden vrijgesteld op grond van de afwijking van artikel 87, lid 3, onder b).

(42) Artikel 87, lid 3, onder d), van het Verdrag is niet van toepassing, omdat de betrokken regeling niet bedoeld is om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen.

(43) In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie de steun getoetst aan artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag. Deze toetsing gaf aanleiding tot de volgende opmerkingen:

a) De bepalingen van artikel 29 ter stellen de Belgische autoriteiten in staat om garanties of voorschotten te verstrekken aan afzonderlijke ondernemingen zonder verwijzing naar initiële investering of banencreatie overeenkomstig de destijds en thans geldende communautaire voorschriften inzake regionale steun(38).

b) Het gevolg hiervan is dat de betrokken regeling de Belgische autoriteiten in staat stelt om op het gehele Waalse grondgebied steun te verlenen die bedoeld is om de normale lopende kosten van de begunstigden te beperken. Dergelijke steun behelst "exploitatiesteun".

c) In verschillende mededelingen, en met name in haar mededeling inzake de wijze van toepassing van artikel 92, lid 3, onder a), en c), van het EEG-Verdrag op regionale steunmaatregelen en in haar richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen(39), heeft de Commissie erop gewezen dat exploitatiesteun wegens het bijzondere concurrentievervalsende effect ervan alleen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan worden beschouwd in regio's die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a), mits bepaalde strikte voorwaarden worden nageleefd.

d) Geen enkel deel van het Waalse Gewest komt in aanmerking voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder a). In feite komt het Waalse Gewest slechts gedeeltelijk in aanmerking voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c).

e) Artikel 29 ter is niet beperkt tot O & O-projecten, milieubeschermingsprojecten, werkgelegenheidsprojecten, opleidingsprojecten of reddings- en herstructureringssteun conform de bepalingen van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling(40), de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu(41), de richtsnoeren betreffende werkgelegenheidssteun(42), de kaderregeling inzake opleidingssteun(43) of de communautaire kaderregeling voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden(44). De regeling is evenmin beperkt tot KMO's in de zin van communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen(45). Derhalve komt de Commissie tot de gevolgtrekking dat de steunmaatregelen op grond van artikel 29 ter niet in aanmerking komen voor de afwijking waarin in de bovengenoemde kaderregelingen en richtsnoeren is voorzien.

f) Ten slotte mag niet uit het oog worden verloren dat de Belgische autoriteiten nooit gevraagd hebben dat de regeling in aanmerking zou komen voor de afwijking van artikel 87, lid 3, onder c).

In het licht van het bovenstaande komt de Commissie tot de slotsom dat artikel 29 ter niet in aanmerking komt voor een van de afwijkingen waarin is voorzien in artikel 87, lid 3, onder c).

(44) Op grond van de analyse in de overwegingen 39 tot en met 43 stelt de Commissie vast dat artikel 29 ter van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, niet in aanmerking komt voor een van de afwijkingen van artikel 87, leden 2 en 3, en dat artikel 29 ter derhalve niet verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

V. CONCLUSIE

(45) De Commissie concludeert dat België op onrechtmatige wijze artikel 29 ter van de Belgische wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, ten uitvoer heeft gelegd en hierbij artikel 88, lid 3, van het Verdrag heeft geschonden.

(46) Voorts concludeert de Commissie dat artikel 29 ter van de Belgische wet van 30 december 1971 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.

(47) Overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/1999 moet alle staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, die krachtens artikel 29 ter is verleend, onverwijld worden teruggevorderd, teneinde de mededinging te herstellen. De terug te vorderen steun omvat rente tegen een percentage dat gelijk is aan de referentierentevoet. De terugvordering geschiedt overeenkomstig de procedures van het Belgische recht. Toepassing van de procedures mag echter niet in de weg staan aan het herstel van een daadwerkelijke mededinging voor verhindering van de onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de beschikking van de Commissie. Daartoe neemt België alle nodige maatregelen om de doeltreffendheid van de beschikking van de Commissie te waarborgen.

(48) De Commissie neemt kennis van het feit dat de Waalse Gewestraad artikel 29 ter reeds heeft ingetrokken en dat dit besluit in het Belgisch Staatsblad van 4 februari 1998 is bekendgemaakt. De betrokken steunregeling is derhalve reeds beëindigd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 29 ter van de Belgische wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 2

1. België neemt de nodige maatregelen tot terugvordering, bij de begunstigden, van alle steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, die op grond van de in artikel 1 bedoelde steunregeling onwettig is verleend.

2. De terugvordering geschiedt onverwijld en in overeenstemming met de nationaal-rechteljke procedures, voorzover deze procedures een onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de onderhavige beschikking toelaten. De terug te vorderen steun omvat rente vanaf de datum waarop de steun de begunstigden ter beschikking is gesteld tot die van de daadwerkelijke terugbetaling ervan. De rente wordt berekend op grond van de referentierentevoet welke wordt gehanteerd voor de berekening van het nettosubsidie-equivalent in het kader van regionale steunregelingen.

Artikel 3

België deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om aan deze beschikking te voldoen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.

Gedaan te Brussel, 29 maart 2000.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(2) Referentie P 11/91/533/26.864 van 11 maart 1991, bij de Commissie op 14 maart 1991 als steunmaatregel N 144/91 geregistreerd.

(3) Referentie SG(91) D/12925.

(4) Referentie P11/91/533/35.050 van 7 augustus 1992.

(5) Zie voetnoot 3.

(6) Referentie P11/91/533/37.107.

(7) Referentie DG IV.E.3.-D/06258.

(8) Zie voetnoot 3.

(9) Referentie SG(94) D/607.

(10) Referentie SG(93) D/19520.

(11) PB C 170 van 23.6.1994, blz. 5.

(12) Referentie P11/91/533/43.927.

(13) Referentie P11/91/533/44.740.

(14) Referentie D/4596.

(15) Referentie P11/91/533/45.789.

(16) Referentie DG IV.E.3.-D/13056.

(17) Referentie P12/533/54.981.

(18) Referentie P12/533/55.773.

(19) Referentie P12/533/61.758.

(20) Referentie P12/533/64.012.

(21) Referentie P12/533/65.339.

(22) Referentie D/52407.

(23) Referenties P11/533/68.255 en P11/533/69.298

(24) Referentie SG(93) D/19520.

(25) Brief van de Commissie aan de lidstaten van 27 april 1989 (referentie SG(89) D/5521).

(26) Mededeling van de Commissie inzake de wijze van toepassing van artikel 92, lid 3, onder a) en c), van het EEG-Verdrag op regionale steunmaatregelen (PB C 212 van 12.8.1988, blz. 2) en richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (PB C 74 van 10.3.1998, blz. 9).

(27) Zie voetnoot 12.

(28) Zie voetnoot 3.

(29) Referentie DG IV.E.3-D/06258.

(30) Zie voetnoot 21.

(31) Arrest van 4 oktober 1987 in zaak 248/84 (Duitsland tegen Commissie), Jurisprudentie 1987, blz. 4013.

(32) Zie voetnoot 12.

(33) Zie voetnoot 29.

(34) Artikel 19 van het decreet van 25 juni 1992 wijzigt de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie door invoering van een nieuw artikel 29 ter.

(35) Zie voetnoot 9.

(36) Het gebrek aan nauwkeurigheid was eveneens de reden waarom de Commissie in haar brief SG(91) D/12925 van 9 juli 1991 geen standpunt innam ten aanzien van de regeling (destijds nog steeds de artikelen 17, 18 en 19 van het ontwerp-decreet) en zich het recht voorbehield om de verenigbaarheid ervan te onderzoeken in het licht van concrete toepassingen die bij de Commissie geval per geval dienden te worden aangemeld, hetgeen de Belgische autoriteiten hadden toegezegd.

(37) In deze context moet voor ogen worden gehouden dat de afwijking van artikel 87, lid 3, onder b), krachtens de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling slechts wordt toegepast "in alle gevallen waarin de Commissie na onderzoek vaststelt dat een steunmaatregel ten doel heeft de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen" (PB C 45 van 17.2.1996, blz. 5, punt 3.2).

(38) Zie voetnoot 26.

(39) Zie voetnoot 26.

(40) PB C 83 van 11.4.1986, blz. 2, en

PB C 45 van 17.2.1996, blz. 5.

(41) PB C 72 van 10.3.1994, blz. 3.

(42) PB C 334 van 12.12.1995, blz. 4.

(43) PB C 343 van 11.11.1998, blz. 10.

(44) PB C 368 van 23.12.1994, blz. 12.

(45) PB C 213 van 19.8.1992, blz. 4.