2000/547/EG, EGKS, Euratom: Besluit van het Europees Parlement van 6 juli 2000 over de afsluiting van de rekeningen voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 1998
2000/547/EG, EGKS, Euratom: Besluit van het Europees Parlement van 6 juli 2000 over de afsluiting van de rekeningen voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 1998
Besluit van het Europees Parlement
van 6 juli 2000
over de afsluiting van de rekeningen voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 1998
(2000/547/EG, EGKS, Euratom)
HET EUROPEES PARLEMENT,
Gezien de begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 1998,
Gezien de geconsolideerde jaarrekening en de financiële balans voor het begrotingsjaar 1998(1),
Gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 1998 (C5-0266/1999)(2) en de speciale verslagen, alsmede de antwoorden van de instellingen,
Gezien de betrouwbaarheidsverklaring over de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, afgegeven door de Rekenkamer op basis van artikel 248 van het EG-Verdrag (C5-0266/1999)(3),
Gezien de aanbeveling van de Raad van 13 maart 2000 (C5-0154/2000),
Onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 april 2000 over het uitstel van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 1998,
Gelet op artikel 78 octies van het EGKS-Verdrag,
Gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag,
Gelet op artikel 180 ter van het Euratom-Verdrag,
Gelet op artikel 93 en bijlage V van zijn reglement,
Gelet op het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A5-0190/2000),
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig artikel 275 van het EG-Verdrag, draagt de Commissie de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de rekeningen,
1. Stelt vast dat de geraamde ontvangsten en goedgekeurde uitgaven voor het begrotingsjaar 1998 bedroegen:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
2. Stelt met betrekking tot de middelen voor verplichtingen de volgende bijdragen vast:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
3. Neemt kennis van de volgende door de Commissie opgestelde geconsolideerde jaarrekening voor het begrotingsjaar 1998:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
4. Neemt kennis van de door de Commissie opgestelde geconsolideerde financiële balans:
ACTIVA
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
PASSIVA
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
5. Herinnert eraan dat door de Rekenkamer in het kader van haar bovenvermelde betrouwbaarheidsverklaring is vastgesteld dat de cijfers in de geconsolideerde rekening en de geconsolideerde balans als gevolg van een aantal fouten en tekortkomingen onjuist zijn:
a) een ca. 540 miljoen ECU te laag becijferde waarde van de materiële duurzame activa;
b) een ca. 1000 miljoen ECU te hoog becijferd nettovolume van de vorderingen, vooral als gevolg van de te hoog becijferde bedragen die nog voor niet afgedragen rechten en landbouwheffingen mogen worden geïnd;
c) een ca. 600 miljoen ECU te laag becijferd bedrag aan kasmiddelen, daar een aantal op bankrekeningen geplaatste of aan in opdracht van de Commissie werkzame derden betaalde voorschotten niet op de balans zijn opgenomen;
d) een onjuist en onvolledig overzicht van de gegevens betreffende de betaling van voorschotten en vooruitbetalingen per 31 december 1998;
e) een ca. 660 miljoen ECU te hoog becijferd bedrag aan nog bestaande betalingsverplichtingen;
f) niet-vermelding van bepaalde betalingsverplichtingen (352,7 miljoen ECU) en potentiële verplichtingen (minstens 2794 miljoen ECU);
6. Keurt de afsluiting van de rekeningen voor de uitvoering van de algemene begroting voor het begrotingsjaar 1998 goed;
7. Verzoekt zijn voorzitster dit besluit te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Europese Rekenkamer en de Europese Investeringsbank, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (reeks L).
De secretaris-generaal
Julian Priestley
De voorzitster
Nicole Fontaine
(1) PB C 350 van 3.12.1999, blz. 1.
(2) PB C 349 van 3.12.1999.
(3) PB C 349 van 3.12.1999, blz. 168 en 169.