Verordening (EG) nr. 2100/2000 van de Raad van 29 september 2000 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 119/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China
Verordening (EG) nr. 2100/2000 van de Raad van 29 september 2000 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 119/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China
Verordening (EG) nr. 2100/2000 van de Raad
van 29 september 2000
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 119/97 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), en met name artikel 12,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Geldende maatregelen
(1) In januari 1997 heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 119/97(2), een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China. Dit recht, dat van toepassing was op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, bedroeg 32,5 % voor World Wide Stationery, die een individuele behandeling had gekregen, en 39,4 % voor alle andere ondernemingen in de Volksrepubliek China.
2. Herzieningsprocedure
(2) Op 7 december 1998 werd een verzoek om herziening van deze maatregelen ingediend op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 384/96 (hierna "de basisverordening" genoemd) namens producenten in de Gemeenschap wier gezamenlijke productie van ringbandmechanismen een groot deel uitmaakte van de totale productie van dat product in de Gemeenschap in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening, namelijk Koloman Handler AG (Oostenrijk) en Robert Krause Ringbuchtechnik GmbH (Duitsland).
(3) Het verzoek bevatte gegevens waaruit bleek dat de antidumpingmaatregelen niet tot uiting kwamen in de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen van het betrokken product in de Europese Gemeenschap. Deze informatie was gebaseerd op prijslijsten en andere gegevens die van de Chinese exporteurs en hun wederverkopers afkomstig waren. Ook zouden exporteurs voor sommige lidstaten hun prijzen onmiddellijk na de instelling van de antidumpingrechten hebben verlaagd. De onvoldoende wijziging in de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen na de instelling van de rechten zou tot een verdere erosie van de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap hebben geleid.
B. NIEUW ONDERZOEK OP GROND VAN ARTIKEL 12 VAN DE BASISVERORDENING
1. Inleiding van de herzieningsprocedure op grond van artikel 12
(4) Op 19 januari 1999 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(3) de inleiding aangekondigd, op grond van artikel 12 van de basisverordening, van een procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China en heeft zij een onderzoek geopend.
(5) De Commissie heeft de haar bekende producenten/exporteurs, de vertegenwoordigers van het exportland en de EG-producenten namens wie het verzoek was ingediend officieel van de inleiding van de herzieningsprocedure in kennis gesteld. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te vragen te worden gehoord.
(6) De diensten van de Commissie hebben vragenlijsten toegezonden aan alle haar bekende betrokken exporteurs, namelijk: World Wide Stationery Manufacturing Company Ltd, Hongkong ("WWS"); Guangzhou Wah Hing Stationery Manufactury Limited, Volksrepubliek China; Hong Kong Stationery Manufacturing Company Limited, Hongkong; Champion Stationery Manufacturing Co. Ltd, Volksrepubliek China; en Sun Kwong Metal Manufacturing Co. Ltd, Volksrepubliek China.
(7) Van bovengenoemde exporteurs heeft alleen WWS, Hongkong, de vragenlijst van de Commissie volledig beantwoord.
(8) Een producent/exporteur heeft onjuiste en misleidende gegevens verstrekt in het antwoord op de vragenlijst van de Commissie, want deze stemden niet overeen met de aangiften bij de nationale douaneautoriteiten. Sommige goederen van Chinese oorsprong waren bij de nationale douaneautoriteiten aangegeven als van oorsprong uit Thailand om de verschuldigde antidumpingrechten te ontduiken. Bovendien waren sommige zendingen uit de Volksrepubliek China onder de verkeerde GN-code aangegeven, eveneens om de antidumpingrechten te ontduiken. De omvang van deze praktijken kon niet nauwkeurig worden vastgesteld, om welke reden de antwoorden op de vragenlijst geheel buiten beschouwing moesten worden gelaten.
(9) In deze omstandigheden moesten de bevindingen aan de hand van de beschikbare gegevens worden vastgesteld, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De beschikbare gegevens wezen erop dat het antidumpingrecht werd geabsorbeerd, hetgeen bleek uit het feit dat de facturen van deze producent/exporteur "inclusief antidumpingrecht" waren, dat wil zeggen dat de rechten door de exporteur waren betaald.
Voor de drie andere producenten/exporteurs, waarvan de ene de vragenlijst niet volledig heeft beantwoord omdat dit een onevenredig zware belasting voor hem zou betekenen en waarvan de twee anderen in het geheel geen antwoord hebben gegeven, werden de bevindingen vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens op grond van artikel 18 van de basisverordening.
(10) Vragenlijsten werden eveneens toegezonden aan onafhankelijke importeurs waarvan bekend was dat zij ringbandmechanismen uit de Volksrepubliek China hadden ingevoerd teneinde inlichtingen te verkrijgen over de wederverkoopprijzen van het betrokken product voor en na de instelling van de antidumpingrechten. De onafhankelijke importeurs hebben in hoge mate medewerking verleend. Antwoorden op de vragenlijsten werden ontvangen van de volgende onafhankelijke importeurs: Bensons International Systems B.V., Nederland, ("Bensons NL"); Bensons International Systems Ltd, Verenigd Koninkrijk, ("Bensons UK"); KWH Plast Vertriebsges. GmbH, Duitsland, ("KWH Duitsland"); KWH Plast (Danmark) AS, Denemarken, ("KWH Denemarken"); en KWH Plast (UK) Limited, Verenigd Koninkrijk, ("KWH UK").
Er werden controles ter plaatse verricht bij KWH Duitsland en Bensons NL.
(11) Het onderzoektijdvak van deze herzieningsprocedure ("nieuw onderzoektijdvak") liep van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998. Dit nieuwe onderzoektijdvak werd gebruikt voor de vaststelling van de exportprijzen en van de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen die na de instelling van de antidumpingmaatregelen waren aangerekend teneinde na te gaan of de maatregelen de beoogde gevolgen hadden gehad of dat er in nog sterkere mate sprake was van dumping.
(12) Om vast te stellen of de wederverkoopprijzen of latere verkoopprijzen voldoende waren gewijzigd, werden de prijzen tijdens het nieuwe onderzoektijdvak vergeleken met de prijzen die tijdens het oorspronkelijke onderzoektijdvak (1 oktober 1994 tot en met 30 september 1995) van toepassing waren.
(13) Gezien de hoeveelheid ingewonnen en geverifieerde gegevens, alsmede de complexiteit van het onderzoek naar de ontwikkeling van de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen van onafhankelijke importeurs en het onderzoek naar de praktijken van een producent/exporteur, zoals vermeld in overweging 8, duurde dit onderzoek langer dan de in artikel 12, lid 4, van de basisverordening genoemde normale termijn van zes maanden.
2. Betrokken product
(14) Het product waarop deze herzieningsprocedure betrekking heeft is hetzelfde product waarop het oorspronkelijke onderzoek betrekking had, namelijk bepaalde ringbandmechanismen voor opbergmappen, losbladige boeken en dergelijke, met uitzondering van hefboommechanismen, bestaande uit twee of meer ronde, boog- of D-vormige, stevige metalen ringen, en die momenteel zijn ingedeeld onder de GN-code ex 8305 10 00.
3. Ontwikkeling van de prijzen bij uitvoer uit de Volksrepubliek China en van de wederverkoopprijzen in de Gemeenschap
(15) Doel van dit onderzoek was vast te stellen of de maatregelen de beoogde gevolgen hadden en indien dit niet het geval was te onderzoeken of dit te wijten was aan een toename van de dumpingmarge ten gevolge van een daling van de exportprijzen. In het kader van dit onderzoek kan een daling van exportprijzen tot uiting komen in een daling van de rechtstreekse prijzen die de exporteurs aanrekenen bij uitvoer naar de Gemeenschap of in een ontoereikende verhoging van de wederverkoopprijzen of latere verkoopprijzen in de Gemeenschap als gevolg van een compensatieregeling.
(16) In dit geval werd besloten dat het probleem van de absorptie van de rechten onderzocht moest worden aan de hand van de ontwikkeling van de wederverkoopprijzen van het betrokken product in de Gemeenschap.
(17) De ontwikkeling van de wederverkoopprijzen in de Gemeenschap werd enerzijds geëvalueerd voor WWS, daar deze onderneming voor een individuele behandeling in aanmerking was gekomen, en anderzijds voor de andere Chinese exporteurs. Het daarvoor geldende recht is 32,5 %.
(18) Er werd een vergelijking gemaakt tussen de wederverkoopprijzen voor en na de instelling van de maatregelen. Deze vergelijking was gebaseerd op de gegevens over de wederverkoopprijzen die de vijf medewerkende onafhankelijke importeurs in de Gemeenschap hadden verstrekt. Deze vijf importeurs waren in het onderzoektijdvak goed voor het overgrote deel van de invoer van het betrokken product uit de Volksrepubliek China in de Gemeenschap. Om een billijke vergelijking te kunnen maken werd zowel tijdens het oorspronkelijke onderzoek als bij dit nieuwe onderzoek gelet op de representativiteit van de verschillende soorten van het betrokken product die waren verkocht in termen van kwantiteit, waarde en aantal.
(19) Bij de vergelijking bleek dat de wederverkoopprijzen tussen de twee onderzoektijdvakken weinig wijziging hadden ondergaan. Op basis van gewogen gemiddelden bedroeg de prijswijziging, voor alle soorten van het betrokken product en voor alle medewerkende onafhankelijke importeurs, 3,1 %, terwijl de prijzen met meer dan 30 % hadden moeten stijgen.
(20) De bevindingen ten aanzien van niet-medewerkende partijen werden vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening (zie overwegingen 8 en 9). De onvolledige informatie waarover de Commissie beschikte over de exportprijzen van deze partijen wees er echter op dat de rechten geheel werden geabsorbeerd. Op grond hiervan en gezien het feit dat de medewerkende partijen het grootste deel van de rechten absorbeerden, is het redelijk te veronderstellen dat de niet-medewerkende partijen het recht geheel absorbeerden.
4. Claims
a) Algemeen
(21) De betrokkenen werden in de gelegenheid gesteld bewijsmateriaal voor te leggen om de geringe prijsverhoging van het betrokken product na het nemen van maatregelen te verklaren. De geringe prijsverhoging zou verklaard kunnen worden door een daling van de verkoop- en administratiekosten en de andere algemene kosten (de VAA-kosten) (verbetering van de efficiëntie) en van de winst van de importeur of door een daling van de normale waarde. Correcties kunnen evenwel niet voor iedere daling van deze factoren worden toegestaan. Zij moeten tot die dalingen worden beperkt waarvan aangenomen kan worden dat zij de kosten van het antidumpingrecht compenseren en waarvan de gevolgen niet geheel in de wederverkoopprijzen tot uiting behoeven te komen. Correcties kunnen de betrokken importeurs en exporteurs ook worden toegestaan voor verhogingen van de wederverkoopprijzen tussen het oorspronkelijke onderzoek en het nieuwe onderzoektijdvak.
b) Wijziging van de normale waarde
(22) Bij zijn antwoord op de vragenlijst heeft WWS het verzoek gevoegd om als marktgericht bedrijf te worden behandeld; voorts werd de Commissie gevraagd rekening te houden met wijzigingen in de normale waarden. WWS werd evenwel medegedeeld dat verzoeken om als marktgericht bedrijf te worden behandeld, in het kader van verzoeken op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening moesten worden ingediend.
(23) Andere, niet-medewerkende ondernemingen die een herziening van de normale waarde aanvroegen in het kader van een verzoek om als marktgericht bedrijf te worden behandeld, werd eveneens medegedeeld dat dergelijke verzoeken in het kader van verzoeken op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening moesten worden ingediend.
c) Vermindering van de VAA-kosten en de winst
(24) Onderzocht werd ook of de geringe verhoging van de wederverkoopprijzen te wijten was aan een blijvende vermindering van de VAA-kosten en de winst van de onafhankelijke importeurs. Alle vijf medewerkende importeurs hebben hierover gegevens verstrekt.
(25) De VAA-kosten van alle medewerkende importeurs bleken met 0,86 % te zijn gestegen, terwijl de winst tussen het oorspronkelijke en het nieuwe onderzoektijdvak met 4,72 % was gedaald.
(26) Van de totale daling van de winst met 4,72 %, bleek 3,8 % het gevolg te zijn van de kostenstijging als gevolg van het antidumpingrecht. Daarom werd een correctie van 3,8 % toegepast voor de daling van de winst op het niveau van de wederverkoop, hetgeen overeenstemt met 7,6 % op het niveau cif.
d) Stijging van de wederverkoopprijzen
(27) Correcties werden ook toegepast voor de stijging van de wederverkoopprijzen tussen het oorspronkelijke en het nieuwe onderzoektijdvak. Uit de gegevens die de vijf medewerkende importeurs hadden verstrekt bleek dat de wederverkoopprijzen tussen het oorspronkelijke en het nieuwe onderzoektijdvak met 3,1 % waren gestegen.
(28) Wat de ontwikkeling van de wederverkoopprijzen tussen de twee onderzoektijdvakken betreft, voerden de medewerkende onafhankelijke importeurs aan dat bij de omrekening van de nationale munten in de euro (of zijn voorganger, de ecu) de wisselkoersen hadden moeten worden gebruikt die in het oorspronkelijke, respectievelijk het nieuwe onderzoektijdvak van toepassing waren.
(29) In dit verband wordt erop gewezen dat de werkwijze om de wederverkoopprijzen in de beide onderzoektijdvakken te vergelijken, dat wil zeggen met gebruikmaking van de in het oorspronkelijke onderzoektijdvak geldende wisselkoers voor beide onderzoektijdvakken, eenvoudigweg was gevolgd om hetzelfde resultaat te verkrijgen als wanneer de vergelijking in elk van de nationale munten was gemaakt. Door het gebruik van een enkele noemer kon een gewogen gemiddelde voor de Gemeenschap als een geheel worden berekend. Schommelingen in de wisselkoersen waren in dit verband irrelevant.
e) Totaal correcties
(30) In het stadium van de wederverkoop bedroeg de totale toegestane correctie 6,9 %, dat wil zeggen 3,8 % voor de daling van de winst en 3,1 % voor de stijging van de wederverkoopprijzen. In procenten van de cif-waarde bedroeg de totale correctie 13,8 %.
5. Herberekening van de exportprijzen
(31) Daar was vastgesteld dat het volledige bedrag van het antidumpingrecht niet tot uiting was gekomen in de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen in de Gemeenschap, werden de exportprijzen opnieuw vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening. De exportprijzen werden door berekening vastgesteld daar de exporteurs en importeurs een compensatieregeling leken te hebben getroffen. De exportprijzen werden opnieuw berekend door de exportprijzen te nemen die bij het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld, na aftrek van het antidumpingrecht en na toepassing van gerechtvaardigde correcties, dat wil zeggen voor de vermindering van de VAA-kosten van de importeurs, de vermindering van de winstmarge van de importeurs en de stijging van de wederverkoopprijzen na de instelling van de maatregelen.
(32) Voor WWS bedroeg deze correctie 13,8 % van de cif-waarde. De exportprijzen werden opnieuw vastgesteld door de eerder vastgestelde exportprijzen te nemen, door daarvan het voor WWS geldende antidumpingrecht af te trekken, dat wil zeggen 32,5 %, en vervolgens een correctie van 13,8 % toe te passen voor de daling van de winst en de stijging van de wederverkoopprijzen.
(33) Voor de andere, niet-medewerkende exporteurs in de Volksrepubliek China werden de exportprijzen opnieuw vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. Dit betekende dat het antidumpingrecht werd afgetrokken van de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde exportprijzen. Om de in overweging 20 vermelde redenen werden geen correcties toegestaan.
(34) Een partij voerde aan dat de exportprijzen niet opnieuw berekend hadden moeten worden overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening, daar niet is bewezen dat de exporteurs en de importeurs een compensatieregeling hebben getroffen. Dit argument werd van de hand gewezen daar gebleken was dat de exportprijs onbetrouwbaar was ten gevolge van een associatie of compensatieregeling en dit voldoende reden was om de exportprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening opnieuw te berekenen.
(35) Voorts werd aangevoerd dat er geen compensatieregeling was omdat de daling van de exportprijzen het gevolg was van een opwaardering van de US-dollar, waaraan de Hongkong dollar, de valuta waarin de facturen waren opgesteld, is gekoppeld. Dit argument werd van de hand gewezen daar schommelingen in de wisselkoersen op zich, zonder rekening te houden met alle factoren die op de dumpingmarges van invloed kunnen zijn geweest, geen verklaring kunnen vormen van het feit dat de kosten van de maatregelen niet tot uiting zijn gekomen in de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen. In ieder geval zouden de resultaten niet anders zijn geweest indien met deze schommelingen rekening was gehouden.
6. Herberekening van de dumpingmarge met gebruik van de herberekende exportprijzen
(36) Overeenkomstig artikel 12 van de basisverordening werd de dumpingmarge voor de betrokken Chinese producenten/exporteurs opnieuw berekend. Dit werd gedaan door de herberekende exportprijzen te vergelijken met de normale waarden die bij het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld. Voor WWS, die in het kader van het oorspronkelijke onderzoek een individuele behandeling had verkregen, was de herberekende dumpingmarge 115,3 % van de cif-waarde. Voor alle andere Chinese exporteurs was de herberekende dumpingmarge 168,6 % van de cif-waarde.
7. Hoogte van de nieuwe rechten
(37) De thans geldende maatregelen zijn gebaseerd op het schadeniveau dat bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld en dat voor WWS 32,5 % bedroeg en voor alle andere exporteurs in de Volksrepubliek China 39,4 %. Om verdere schade te voorkomen moeten de nieuwe rechten worden vastgesteld door de herberekende exportprijzen te vergelijken met de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde schademarge. Daar de aldus vastgestelde schademarge lager is dan de dumpingmarge moeten de nieuwe rechten op de schademarge worden afgestemd. Voor WWS moet daarom een recht van 51,2 % van de cif-waarde en voor alle andere exporteurs in de Volksrepubliek China een recht van 78,8 % worden vastgesteld.
(38) Een partij voerde aan dat de rechten op grond van het belang van de Gemeenschap niet konden worden verhoogd, daar de importeurs, die aan het onderzoek hadden meegewerkt en die hadden aangetoond dat zij de rechten door een winstverlaging en een prijsverhoging hadden doorberekend, hierdoor benadeeld zouden worden. Dit argument kan evenwel niet worden aanvaard daar bij het onderzoek is gebleken dat het antidumpingrecht niet geheel tot uiting was gekomen in de wederverkoopprijzen en omdat correcties waren toegepast voor de prijsverhoging en de winstverlaging. In elk geval wordt het belang van de Gemeenschap in procedures op grond van artikel 12 niet meer onderzocht, omdat in het kader van deze procedures wordt nagegaan of de genomen maatregelen, die in het belang van de Gemeenschap werden geacht, de beoogde gevolgen hebben gehad en niet door een nog sterkere dumping worden teniet gedaan,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 119/97 wordt vervangen door:
"b) voor andere mechanismen dan met 17 of 23 ringen (Taric-code: 8305 10 00 10)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>"
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 september 2000.
Voor de Raad
De voorzitter
L. Fabius
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (PB L 128 van 30.4.1998, blz. 18).
(2) PB L 22 van 24.1.1997, blz. 1.
(3) PB C 14 van 19.1.1999, blz. 4.