Verordening (EG) nr. 2605/2000 van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van bepaalde elektronische weegschalen (EWSK) uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Taiwan
Verordening (EG) nr. 2605/2000 van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van bepaalde elektronische weegschalen (EWSK) uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Taiwan
Verordening (EG) nr. 2605/2000 van de Raad
van 27 november 2000
tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van bepaalde elektronische weegschalen (EWSK) uit de Volksrepubliek China, de Republiek Korea en Taiwan
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1), met name artikel 9,
Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Inleiding
(1) Op 16 september 1999 heeft de Commissie door middel van een bericht ("bericht van inleiding") in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(2) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde elektronische weegschalen ("EWSK") uit de Volksrepubliek China ("VRC"), de Republiek Korea ("Korea") en Taiwan.
(2) De procedure werd ingeleid naar aanleiding van een klacht die op 30 juli 1999 werd ingediend namens de producenten in de Gemeenschap die het grootste gedeelte van de bedrijfstak van EWSK in de Gemeenschap in de zin van artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 ("basisverordening") vertegenwoordigen. De klacht bevatte het bewijs van dumping van het genoemde product en van daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade die toereikend werden geacht voor het inleiden van een procedure.
2. Onderzoek
(3) De Commissie heeft de producenten in de Gemeenschap die de klacht hebben ingediend en de haar bekende producenten/exporteurs, importeurs, gebruikers van het product (evenals de verenigingen die hen vertegenwoordigen) en vertegenwoordigers van de betrokken exportlanden ervan in kennis gesteld dat een procedure was ingeleid. Belanghebbenden werd gelegenheid gegeven binnen de in het bericht van inleiding gestelde termijn hun zienswijze schriftelijk uiteen te zetten en te verzoeken om door de Commissie te worden gehoord.
(4) De Commissie heeft vragenlijsten gezonden aan de haar bekende belanghebbenden en andere partijen die zich binnen de in het bericht van inleiding vastgestelde termijn kenbaar hadden gemaakt. Van twee producenten in de Gemeenschap, acht producenten/exporteurs in de betrokken landen evenals van bepaalde, de Commissie bekende verbonden importeurs in de Gemeenschap en de medewerkende producent in het referentieland werden antwoorden ontvangen. Twee gebruikers van het betrokken product in de Gemeenschap hebben de vragenlijst eveneens beantwoord.
(5) De Commissie heeft alle informatie verzameld en geverifieerd die zij voor het vaststellen van de dumping, de schade en het belang van de Gemeenschap noodzakelijk achtte. Aan de hierna volgende ondernemingen werden controlebezoeken gebracht:
a) Producenten in de Gemeenschap
Avery Berkel Ltd, Birmingham, Verenigd Koninkrijk
Bizerba GmbH, Balingen, Duitsland
Bizerba Belgium SA, Brussel, (een filiaal van Bizerba GmbH)
b) Producenten/exporteurs
KOREA
A & D Korea Co. Ltd, Seoul
CAS Corporation, Seoul
Descom Scales Mfg. Co. Ltd, Kyungki-Do
TAIWAN
Snowrex International Co. Ltd, Taipei
UWE-Universal Weight Enterprise Co. Ltd, Taipei
VOLKSREPUBLIEK CHINA
Mettler-Toledo Changzhou Scale Ltd, Changzhou
Shanghai Teraoka Electronic Co. Ltd, Shanghai
Shanghai Yamato Scale Co. Ltd, Shanghai
c) Referentieland
INDONESIË
PT TEC Indonesia Co. Ltd, Batam
d) Verbonden importeurs
Ishida Europe AB, Gustavsberg, Zweden
Mettler-Toledo GmbH, Gießen, Duitsland
Mettler-Toledo (Albstadt) GmbH, Albstadt, Duitsland
Mettler-Toledo GmbH, Wenen, Oostenrijk.
(6) Het onderzoek naar dumping en schade bestreek de periode van 1 september 1998 tot 31 augustus 1999 ("onderzoektijdvak" of "OT"). Het onderzoek naar de tendensen die relevant waren voor het bepalen van de schade bestreek de periode van 1 januari 1995 tot het einde van het onderzoektijdvak ("analyseperiode").
(7) Alle belanghebbenden werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was het instellen van maatregelen aan te bevelen. Na deze bekendmaking werden van de belanghebbenden opmerkingen ontvangen. Het commentaar van deze belanghebbenden werd in aanmerking genomen en voor zover dienstig werden de bevindingen dienovereenkomstig aangepast.
3. Eerdere procedures betreffende het betrokken product
(8) In oktober 1993 heeft de Raad bij Verordening (EEG) nr. 2887/93(3) een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van EWSK uit Singapore en Korea. Ten aanzien van de maatregelen die op Singapore van toepassing zijn, is een herzieningsonderzoek aan de gang dat in oktober 1998(4) werd geopend, terwijl de maatregelen ten aanzien van Korea in oktober 1998 zijn verstreken.
(9) In april 1993 heeft de Raad bij Verordening (EEG) nr. 993/93(5) een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van EWSK uit Japan. Ten aanzien van deze maatregelen is eveneens een herzieningsonderzoek aan de gang dat in april 1998 werd geopend(6).
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
1. Betrokken product
(10) De betrokken producten zijn elektronische weegschalen voor de kleinhandel met numerieke aanduiding van het gewicht, de eenheidsprijs en het te betalen bedrag (met of zonder inrichting om deze drie vermeldingen af te drukken), vallende onder GN-code ex84238150. De bedrijfstak deelt de EWSK in drie categorieën in, namelijk een basissegment, een middensegment en een topsegment. De betrokken apparaten variëren van autonome EWSK, zonder ingebouwde printer, tot meer geavanceerde modellen met een pre-setfunctie en de mogelijkheid tot integratie in computergestuurde controle- en managementsystemen.
(11) Ofschoon de gebruiksmogelijkheden van EWSK kunnen uiteenlopen omdat de apparaten uit het middensegment en het topsegment geavanceerder zijn, is er geen noemenswaardig verschil tussen de fundamentele fysieke en technische kenmerken van de verschillende modellen. Het onderzoek toonde bovendien aan dat tussen de drie genoemde segmenten geen duidelijke scheidslijnen bestaan omdat zij veelal onderling verwisselbaar zijn. Zij dienen derhalve in het kader van dit onderzoek als een enkel product te worden beschouwd.
2. Soortgelijk product
(12) Het onderzoek toonde aan dat de diverse EWSK die in de VRC, Korea, Taiwan en Indonesië (het referentieland voor de VRC) worden vervaardigd en op deze markten worden verkocht, ondanks verschillen in omvang, levensduur, voltage of ontwerp, identiek zijn met of sterk gelijken op die welke uit de VRC, Korea en Taiwan naar de Gemeenschap worden uitgevoerd en dat zij dientengevolge als soortgelijke producten moeten worden aangemerkt.
(13) Voorts zijn de in de Gemeenschap vervaardigde en op de markt van de Gemeenschap verkochte EWSK in ieder opzicht gelijk aan de producten die in de VRS, Korea en Taiwan worden vervaardigd en naar de Gemeenschap worden uitgevoerd.
(14) Het gaat derhalve om soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.
C. DUMPING
1. Landen met een markteconomie
Algemene werkwijze
Normale waarde
(15) Voor het vaststellen van de normale waarde werd in de eerste plaats voor elke producent/exporteur bepaald of diens totale verkoop van EWSK op de binnenlandse markt representatief was in vergelijking met zijn totale uitvoer naar de Gemeenschap. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd de verkoop op de binnenlandse markt representatief geacht wanneer de totale verkoop op de binnenlandse markt van elke producent/exporteur minstens 5 % was van zijn totale uitvoer, in omvang uitgedrukt, naar de Gemeenschap.
(16) Vervolgens werd vastgesteld welke door deze ondernemingen op de binnenlandse markt verkochte EWSK identiek of rechtstreeks vergelijkbaar waren met de modellen die voor uitvoer naar de Gemeenschap werden verkocht.
(17) Voor elk van de door de producenten/exporteurs op hun binnenlandse markt verkochte modellen die rechtstreeks vergelijkbaar bleken te zijn met de voor uitvoer naar de Gemeenschap verkochte modellen werd vastgesteld of de verkoop op de binnenlandse markt voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De verkoop op de binnenlandse markt van een bepaald model werd als voldoende representatief beschouwd wanneer de totale binnenlandse verkoop van EWSK van dat model, in omvang uitgedrukt, in het onderzoektijdvak 5 % of meer bedroeg van de totale verkoop van het naar de Gemeenschap uitgevoerde vergelijkbare model.
(18) Voorts werd onderzocht of de verkoop op de binnenlandse markt van elk model kon worden geacht in het kader van normale handelstransacties te hebben plaatsgevonden. Hiertoe werd bepaald welke hoeveelheid van het betrokken model met winst aan onafhankelijke afnemers werd verkocht. Wanneer de hoeveelheid EWSK die werd verkocht tegen nettoprijzen die gelijk waren aan of hoger waren dan de berekende productiekosten 80 % of meer van de totale verkochte hoeveelheid vertegenwoordigde, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, berekend als een gewogen gemiddelde van de prijzen van alle verkopen op de binnenlandse markt in het onderzoektijdvak, ongeacht of deze winstgevend waren. Wanneer de winstgevende verkoop van EWSK, in omvang uitgedrukt, minder dan 80 % toch 10 % of meer van de in omvang uitgedrukte totale binnenlandse verkoop vertegenwoordigde, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, berekend als een gewogen gemiddelde van uitsluitend de winstgevende verkoop. Wanneer de winstgevende verkoop van alle EWSK-modellen in omvang uitgedrukt minder dan 10 % van de totale verkochte hoeveelheid vertegenwoordigde, werd ervan uitgegaan dat de van dit model verkochte hoeveelheid te gering was opdat de binnenlandse prijs een passende grondslag voor het vaststellen van de normale waarde zou kunnen vormen.
(19) In alle gevallen waarin geen gebruik kon worden gemaakt van de prijzen op de binnenlandse markt van een bepaald model dat door een producent/exporteur werd verkocht, werd de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening berekend door de fabricagekosten van de uitgevoerde modellen, voor zover nodig gecorrigeerd, te verhogen met een redelijk percentage voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten ("VA& A") en een redelijke winstmarge. Te dien einde werd nagegaan of de VA& A en de winst van elk van de betrokken producenten/exporteurs op de binnenlandse markt betrouwbare gegevens waren.
(20) De werkelijke uitgaven voor VA& A op de binnenlandse markt werden betrouwbaar geacht wanneer de door de betrokken onderneming op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid als representatief kon worden beschouwd. De winstmarge op de binnenlandse markt werd vastgesteld op basis van de verkoop op de binnenlandse markt in het kader van normale handelstransacties, dat wil zeggen de verkoop aan onafhankelijk afnemers tegen prijzen die niet lager waren dan de productiekosten en die minstens 10 % van de in omvang uitgedrukte totale verkoop van de betrokken ondernemingen op de binnenlandse markt vertegenwoordigde. Wanneer aan dit criterium niet was voldaan, werd gebruik gemaakt van de gewogen gemiddelde winstmarge van de andere ondernemingen in het betrokken land die een voldoende hoeveelheid in het kader van normale handelstransacties hadden verkocht.
Uitvoerprijs
(21) In alle gevallen waarin EWSK aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap werden verkocht, werd de uitvoerprijs vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 8, van de basisverordening, dat wil zeggen op basis van de werkelijk betaalde of te betalen uitvoerprijzen.
(22) Wanneer de producten aan een verbonden importeur werden verkocht, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening samengesteld op basis van de prijs waartegen de ingevoerde producten voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer werden verkocht. In dergelijke gevallen werden correcties toegepast voor alle kosten tussen de invoer en de wederverkoop en voor winst, teneinde een betrouwbare uitvoerprijs te bepalen. Op grond van de beschikbare informatie werd de winstmarge op ongeveer 10 % vastgesteld. Deze informatie werd van niet-verbonden importeurs verkregen in het kader van een recent onderzoek betreffende hetzelfde product. Dit werd bovendien redelijk geacht voor de functies die door de betrokken partijen worden verricht.
Vergelijking
(23) De vergelijking werd gemaakt op het niveau af-fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Teneinde een eerlijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs mogelijk te maken, werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening door middel van correcties naar behoren rekening gehouden met verschillen die van invloed waren op de vergelijkbaarheid van de prijzen.
Dumpingmarge voor de onderzochte ondernemingen
(24) De gewogen gemiddelde normale waarde van elk type werd overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van elke producent vergeleken. Wanneer de uitvoerprijzen tussen de verschillende regio's, afnemers of tijdruimten sterk van elkaar afweken en de bovenomschreven eerste methode niet de volledige omvang van de dumping zou weergeven, werd de gewogen gemiddelde normale waarde met de prijzen van alle afzonderlijke uitvoertransacties vergeleken.
Dumpingmarge voor niet-medewerkende ondernemingen
(25) Voor de niet-medewerkende ondernemingen werd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens een residuele dumpingmarge vastgesteld.
(26) Voor de landen waarvan de ondernemingen veel medewerking verleenden, werd besloten de residuele dumpingmarge op het niveau van de medewerkende onderneming met de hoogste dumpingmarge vast te stellen.
(27) Voor de landen waarvan de ondernemingen weinig medewerking verleenden, werd gebruik gemaakt van informatie die afkomstig was van de medewerkende onderneming met de hoogste dumpingmarge. De residuele dumpingmarge werd vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde marge van de met dumping uitgevoerde modellen met de hoogste dumpingmarge die in representatieve hoeveelheden werden uitgevoerd. Deze werkwijze werd bovendien noodzakelijk geacht om te vermijden dat het niet verlenen van medewerking zou worden beloond en gezien het feit dat er geen aanwijzingen waren dat een niet-medewerkende onderneming zich in mindere mate aan dumping schuldig had gemaakt.
2. Korea
(28) Drie ondernemingen hebben de vragenlijst voor producenten/exporteurs beantwoord. De twee importeurs in de Gemeenschap die met de twee producenten/exporteurs waren verbonden, hebben de vragenlijst eveneens beantwoord.
Normale waarde
(29) Voor één producent/exporteur werd de normale waarde volledig op basis van de binnenlandse prijzen vastgesteld en voor een andere producent/exporteur volledig op basis van de berekende normale waarde. Voor de derde onderneming werden zowel berekende normale waarden als op de binnenlandse prijzen gebaseerde normale waarden gebruikt.
(30) Wanneer de normale waarden werden berekend, konden de fabricagekosten en de VA& A van elke betrokken producent/exporteur worden gebruikt. Voor één producent die bepaalde modellen met verlies had verkocht, werd gebruik gemaakt van de gemiddelde winst op de verkoop van de resterende winstgevende modellen op de binnenlandse markt. Voor de andere producent, die al zijn producten op de binnenlandse markt met verlies had verkocht, werd de gemiddelde winstmarge van de twee andere producenten genomen.
Uitvoerprijs
(31) Wanneer het betrokken product door de producenten/exporteurs aan onafhankelijke importeurs in de Gemeenschap werd verkocht, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening aan de hand van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen vastgesteld.
(32) Wanneer het product door de producenten/exporteurs aan verbonden importeurs in de Gemeenschap werd verkocht, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening samengesteld op basis van de prijs waartegen de ingevoerde producten voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer werden verkocht. Daarbij werden correcties aangebracht voor alle kosten tussen de invoer en de wederverkoop en voor winst, teneinde aldus een betrouwbare uitvoerprijs te bepalen.
Vergelijking
(33) De vergelijking werd op het niveau af-fabriek en in hetzelfde handelsstadium gemaakt. Teneinde een eerlijke vergelijking mogelijk te maken, werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in de factoren waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. In alle gevallen waarin zulks toepasselijk en gerechtvaardigd was, werden correcties toegestaan voor verschillen in de kosten van vervoer, verzekering, op- en overslag, laden en aanverwante kosten, kosten van kredietverlening, commissielonen, invoerheffingen en dienstverlening na verkoop (waarborgen/garanties enz.). Voor twee ondernemingen waren hierin ook begrepen de correcties voor kosten die door een verbonden partij in Japan waren gemaakt.
(34) Deze correcties van de op de binnenlandse verkoop gebaseerde normale waarde werden eveneens aangebracht aan de normale waarde die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 3, van de basisverordening werd berekend.
Dumpingmarge
(35) Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werden de gewogen gemiddelde normale waarden van elk model van het betrokken product dat naar de Gemeenschap werd uitgevoerd, vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van elke overeenkomstig model van het betrokken product. Voor twee producenten/exporteurs gaf de eerstgenoemde methode evenwel niet de volledige omvang van de dumping weer en liepen de uitvoerprijzen tussen de verschillende afnemers en regio's sterk uiteen. Dientengevolge werd de gewogen gemiddelde normale waarde met de prijzen van alle individuele exporten naar de Gemeenschap vergeleken.
(36) De vergelijking toonde aan dat twee medewerkende producenten zich schuldig maakten aan dumping. De dumpingmarge, uitgedrukt als een percentage van de cif-invoerprijs af-grens Gemeenschap, bedraagt:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Aangezien veel medewerking werd verleend, werd de residuele dumpingmarge op hetzelfde niveau als voor de medewerkende onderneming, namelijk 4,9 %, vastgesteld.
3. Taiwan
(37) Twee ondernemingen hebben de vragenlijst voor producenten/exporteurs beantwoord.
Normale waarde
(38) Eén producent had alle EWSK (alle uit het laagste segment) met verlies op de binnenlandse markt verkocht. De andere producent had op zijn binnenlandse markt geen EWSK verkocht die vergelijkbaar waren met het uitgevoerde type (eveneens alle uit het laagste marktsegment).
(39) Gezien het bovenstaande werd voor alle naar de Gemeenschap uitgevoerde modellen van het product de normale waarde overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 3, van de basisverordening vastgesteld. Voor elke producent/exporteur werden de fabricagekosten van de uitgevoerde modellen en zijn eigen binnenlandse VA& A gebruikt. De voor beide producenten/exporteurs gebruikte winstmarge was die welke voor de winstgevende onderneming werd vastgesteld op basis van de binnenlandse verkoop van modellen die in het kader van normale handelstransacties waren verkocht, doch die niet vergelijkbaar waren met de uitgevoerde types.
Uitvoerprijzen
(40) Al de betrokken producten die door de twee producenten/exporteurs naar de Gemeenschap werden uitgevoerd, werden aan onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap verkocht. De uitvoerprijs werd derhalve overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijs vastgesteld.
Vergelijking
(41) De vergelijking werd gemaakt op het niveau af-fabriek in hetzelfde handelsstadium. Teneinde een eerlijke vergelijking mogelijk te maken, werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in de factoren die gevorderd werden en waarvan bewezen werd dat ze de prijzen en prijsvergelijking beïnvloeden; alle aanpassingen voor de verschillen tussen de kosten van vervoer en kredietverlening, de commissielonen, de kosten van op- en overslag, laden en aanverwante kosten en de invoerheffingen, werden toegekend waar toepasbaar en verantwoord, overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening.
(42) De overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening berekende normale waarden werden voor zover toepasselijk en gerechtvaardigd op dezelfde wijze gecorrigeerd.
Dumpingmarge
(43) De gewogen gemiddelde normale waarden van elk model van het betrokken product dat naar de Gemeenschap werd uitgevoerd, werden overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van elk overeenkomstig model van het betrokken product vergeleken. Voor één producent/exporteur gaf deze methode evenwel niet de volledige omvang van de dumping weer en liepen de uitvoerprijzen tussen de verschillende afnemers en regio's sterk uiteen. Dientengevolge werd de gewogen gemiddelde normale waarde met de prijzen van alle afzonderlijke exporten naar de Gemeenschap vergeleken.
(44) De vergelijking toonde aan dat twee medewerkende producenten het betrokken product met dumping naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd. De dumpingmarge, uitgedrukt als een percentage van de cif-invoerprijs franco-grens-Gemeenschap, bedraagt:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Omdat weinig medewerking was verleend, werd de residuele dumpingmarge vastgesteld op het niveau van het model met de hoogste individuele dumpingmarge dat in representatieve hoeveelheden was verkocht.
4. De Volksrepubliek China
Analyse van de status van marktgericht bedrijf
(45) Drie Chinese ondernemingen verzochten overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening om toekenning van de status van marktgerichte onderneming. Het verzoek van één van deze ondernemingen diende te worden afgewezen omdat de gevraagde informatie veel te laat werd toegezonden en daarin een aantal essentiële elementen ontbraken. De Commissie heeft alle noodzakelijk geachte informatie verzameld en alle in de verzoeken om toekenning van de status van marktgericht bedrijf verstrekte informatie ten kantore van de twee andere ondernemingen onderzocht.
(46) De Commissie stelde vast dat beide ondernemingen het product in de VRC reeds verscheidene jaren tegen vrijwel dezelfde verliesgevende prijzen verkopen. Bovendien kon geen van beide ondernemingen geheel zelfstandig bepalen welke hoeveelheid van haar productie op de binnenlandse markt werd verkocht. Het is de normale praktijk van de Commissie verzoeken om toekenning van de status van marktgerichte onderneming af te wijzen wanneer de binnenlandse verkoop wordt beperkt en aan alle afnemers dezelfde prijs wordt aangerekend, aangezien dit een aanwijzing kan zijn dat de prijzen centraal worden vastgesteld. Uit het verzamelde bewijsmateriaal bleek bovendien dat deze prijzen jarenlang verliesgevend waren, hetgeen er eveneens op wijst dat de producenten hun producten niet onder normale marktomstandigheden verkochten.
(47) De twee andere onderzochte ondernemingen hebben derhalve niet aan de voorwaarden van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening voldaan. Na raadpleging van het Raadgevend Comité werden de betrokken ondernemingen derhalve ervan in kennis gesteld dat hun verzoeken om toekenning van de status van marktgericht bedrijf werden afgewezen.
Keuze van het referentieland
(48) Omdat geen enkele onderneming aan de criteria van een marktgericht bedrijf voldeed, dienden de uitvoerprijzen van de Chinese producenten/exporteurs overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening met de normale waarde in een passend land met een markteconomie te worden vergeleken.
(49) De indiener van de klacht was van oordeel dat Indonesië een geschikt referentieland was en de Commissie heeft dit land in haar bericht van inleiding voorgesteld. Geen van de belanghebbenden had bezwaar tegen deze keuze. Eén Indonesische producent verleende vervolgens zijn medewerking en beantwoordde de vragenlijst. Dit antwoord werd aanvaardbaar geacht. De Commissie is derhalve van mening dat Indonesië voor dit onderzoek een geschikt referentieland is.
(50) Indonesië was het meest geschikte derde land met een markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde gezien, enerzijds, de grote hoeveelheden die de Indonesische producent zowel op zijn binnenlandse markt als op de exportmarkten verkocht in vergelijking met de invoer in de Gemeenschap uit de VRC en, anderzijds, de omvang van de mededinging op de Indonesische markt en op de exportmarkten, die een redelijke doch niet buitensporige winst mogelijk maakte. Bovendien werd de verkoop in Korea en Taiwan niet als een geschikte grondslag voor het vaststellen van de normale waarde beschouwd omdat de op deze markten verkochte EWSK zich onderaan het lage marktsegment bevonden en dientengevolge niet vergelijkbaar waren met de uit de VRC ingevoerde modellen.
Individuele behandeling
(51) Elk van de medewerkende Chinese producenten/exporteurs verzocht om een individuele behandeling. Deze producenten/exporteurs hebben de uitgebreide vragenlijst in het formulier voor het aanvragen van de status van marktgericht bedrijf beantwoord die bij de inleiding van de procedure aan alle betrokken partijen werd gezonden. Bij het onderzoek van deze aanvragen werd bijzondere aandacht besteed aan de elementen die rechtstreeks van invloed zijn op de uitvoeractiviteiten van de betrokken ondernemingen. Geconstateerd werd dat de staat geen invloed van betekenis had op de exportactiviteiten en dat er derhalve geen gevaar was voor ontduiking van de maatregelen indien de exporteurs aan individuele rechten zouden worden onderworpen.
(52) Onderzoek van de door drie ondernemingen verstrekte informatie wees uit dat deze voor een individuele behandeling in aanmerking kwamen.
Besloten werd dientengevolge deze drie ondernemingen een individuele behandeling toe te kennen.
Normale waarde
(53) De normale waarde voor de producenten/exporteurs in China - die uitsluitend producten van het basissegment naar de EU uitvoeren - werd overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 3, van de basisverordening berekend op basis van de normale waarden die voor de medewerkende Indonesische onderneming werden vastgesteld. Deze berekening was gebaseerd op de verkoop van het meest concurrerende model van het basissegment dat zowel in Indonesië als op de exportmarkten in voldoende hoeveelheden werd verkocht en waarvan was geconstateerd dat het vergelijkbaar was met de Chinese modellen die naar de Gemeenschap werden uitgevoerd.
Uitvoerprijzen
(54) Voor de verkoop van het betrokken product door de producenten/exporteurs aan onafhankelijke importeurs in de Gemeenschap werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen.
(55) Voor de uitvoer door de producenten/exporteurs via verbonden importeurs in de Gemeenschap werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening samengesteld op basis van de prijs waartegen de ingevoerde producten voor het eerst aan een onafhankelijke koper werden wederverkocht.
Vergelijking
(56) De vergelijking werd gemaakt op het niveau af-fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Teneinde een eerlijke vergelijking mogelijk te maken, werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in de factoren waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Wanneer zulks toepasselijk en gerechtvaardigd was, werden correcties toegestaan voor verschillen in de kosten van vervoer, verzekering, op- en overslag, laden en aanverwante kosten, kosten van kredietverlening, commissielonen, invoerheffingen en kosten van dienstverlening na verkoop (waarborgen/garanties enz.).
Dumpingmarge
(57) De gewogen gemiddelde normale waarden van het model uit het basissegment van het betrokken product dat naar de Gemeenschap werd uitgevoerd, werden overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van het overeenkomstige model van het betrokken product vergeleken. Voor één producent/exporteur werd de gewogen gemiddelde normale waarde evenwel met de prijzen van alle individuele exporten naar de Gemeenschap vergeleken omdat de uitvoerprijzen tussen de verschillende afnemers, regio's en tijdruimten sterk uiteenliepen en het gewogen gemiddelde niet de volledige omvang van de dumping weergaf.
(58) De vergelijking toonde aan dat de drie medewerkende producenten aan wie een individuele behandeling was toegekend hun producten met dumping hadden uitgevoerd. De dumpingmarge, uitgedrukt als een percentage van de cif-invoerprijs franco-grens-Gemeenschap, bedraagt:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Omdat weinig medewerking werd verleend, werd de residuele marge vastgesteld op het niveau van de hoogste individuele dumpingmarge voor de medewerkende ondernemingen, namelijk 30,7 %.
D. SCHADE
1. Structuur van de bedrijfstak van de Gemeenschap
(59) De structuur van de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft in de loop van de analyseperiode ingrijpende wijzigingen ondergaan. Sedert oktober 1993 (het tijdstip waarop definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van EWSK uit Singapore en Korea werden ingesteld) wordt een herstructurerings- en consolidatieprogramma ten uitvoer gelegd waardoor van de negen ondernemingen die hun medewerking hadden verleend aan dat onderzoek er in het onderzoektijdvak van het lopende onderzoek nog slechts vier actief waren. Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat andere producenten in de Gemeenschap vergelijkbare herstructureringen en consolideringen hebben ondergaan.
(60) Hoewel de klacht werd gesteund door vier producenten in de Gemeenschap (die meer dan 50 % van de productie in de Gemeenschap voor hun rekening nemen) hebben slechts twee van deze ondernemingen door het beantwoorden van de vragenlijst hun medewerking verleend aan het onderzoek. Deze twee ondernemingen vertegenwoordigden in het onderzoektijdvak 39 % van de totale communautaire productie.
(61) Opgemerkt zij dat voor de berekening van de totale productie van EWSK in de Gemeenschap overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), en lid 2, van de basisverordening alle met producenten/exporteurs in de betrokken landen verbonden ondernemingen in de Gemeenschap van de totale communautaire productie werden uitgesloten. In het geval van Mettler-Toledo was het duidelijk dat de producent in de Gemeenschap rechtstreeks zeggenschap had over zijn filiaal in de VRC.
(62) Eén van de andere producenten in de Gemeenschap (die niet als een communautaire producent werd beschouwd omdat hij ook een van de producenten/exporteurs in de VRC is) voerde aan dat de voornoemde mate van medewerking (39 %) niet toereikend was om de voortzetting van het onderzoek te rechtvaardigen. Dit argument werd van de hand gewezen omdat de twee medewerkende producenten in de Gemeenschap aanzienlijk meer dan 25 % van de totale productie in de Gemeenschap voor hun rekening namen en, zodoende een groot deel van de totale communautaire productie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening vertegenwoordigden. Deze twee producenten vormen derhalve de bedrijfstak van de Gemeenschap.
2. Zichtbaar verbruik in de Gemeenschap
Algemeen
(63) Het verbruik in de Gemeenschap werd berekend aan de hand van gecontroleerde verkoopgegevens die door de bedrijfstak van de Gemeenschap werden verstrekt, gegevens uit de klacht (voor de andere fabrikanten in de Gemeenschap) en Eurostat-gegevens betreffende de omvang van de invoer.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Het verbruik van alle EWSK steeg in de analyseperiode met 35 % en het verbruik van EWSK van het basissegment met 33 %. De toename van het verbruik in het basissegment wordt afzonderlijk vermeld omdat 97 % van de invoer uit de betrokken landen in het onderzoektijdvak in dit segment gesitueerd was. De toename van het verbruik in 1996 werd veroorzaakt door een sterke toename van de invoer uit de betrokken landen. In 1997 werd een minder grote hoeveelheid ingevoerd.
Het euro-effect
(64) De toename van het verbruik van 1997 tot het onderzoektijdvak moet in hoofdzaak worden toegeschreven aan een eenmalige stijging van de vraag van de kleinhandel in verband met de invoering van de euro. Omdat de kleinhandelaren ter voorbereiding van de invoering van de euro hun prijzen zowel in euros als in de nationale munteenheid dienden aan te geven, werden de oude EWSK op een eerder tijdstip vervangen dan aanvankelijk de bedoeling was. Hierdoor steeg de vraag op de markt van de Gemeenschap en nam de verkoop in alle marktsegmenten in omvang toe. Deze verbetering zal evenwel van korte duur zijn en het verbruik zal naar verwachting opnieuw teruglopen omdat talrijke kleinhandelaren die aanvankelijk voornemens waren hun EWSK in de periode 2001-2004 te vervangen dit reeds in de periode 1997 tot 2000 hebben gedaan. De invoering van de euro heeft het verbruik derhalve niet werkelijk doen toenemen, doch heeft de verkoop slechts van één periode (2001-2004) naar een andere periode (1997-2000) verschoven.
(65) Hoewel het aanbreken van de uiterste datum voor de toepassing van het metriek stelsel door de kleinhandel in het Verenigd Koninkrijk het verbruik eveneens heeft doen toenemen, heeft deze gebeurtenis, die overigens slechts in een enkele lidstaat plaatshad, niet hetzelfde effect gehad op de verkoop.
(66) In de onderstaande tabel is zowel de werkelijke als de verwachte ontwikkeling van het verbruik in de periode 1995 tot 2005 weergegeven. Uit de tabel blijkt eveneens dat het euro-effect de verkoop in de periode 1997 tot 2000 tijdelijk heeft gestimuleerd en dat in de periode van 2000 tot 2002 het verbruik vermoedelijk geringer zal zijn. Vanaf 2004 zal het verbruik naar verwachting opnieuw zijn normale omvang bereiken (dat wil zeggen die van de periode 1995/1996).
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(67) Het bestaan en/of de significantie van het euro-effect werden door bepaalde producenten/exporteurs betwist. Een alternatieve verklaring voor het toegenomen verbruik werd echter niet gegeven. Dit argument werd dientengevolge van de hand gewezen.
(68) Een producent/exporteur wees erop dat het verbruik sedert de vorige onderzoeken betreffende het betrokken product was toegenomen (zie overwegingen 8 en 9). Vastgesteld werd inderdaad dat het verbruik van het betrokken product was gestegen en dat dit ook in de geanalyseerde periode het geval was. Deze toename kan evenwel, zoals reeds werd uiteengezet, grotendeels aan het euro-effect worden toegeschreven.
3. Invoer in de Gemeenschap uit de betrokken landen
Cumulatieve beoordeling van de gevolgen van de betrokken invoer
(69) In de eerste plaats werd onderzocht of de invoer uit de betrokken landen cumulatief diende te worden beoordeeld, rekening houdend met de bovenvermelde bevindingen inzake dumping. Geconstateerd werd dat:
- de vastgestelde dumpingmarges voor alle betrokken landen hoger dan normaal waren;
- de invoer uit elk land, in omvang uitgedrukt, en het overeenkomstige marktaandeel niet onbeduidend waren ten opzichte van het verbruik in de Gemeenschap;
- de betrokken producten die uit de landen in kwestie werden ingevoerd grotendeels onderling verwisselbaar waren;
- de prijzen van de ingevoerde producten in het algemeen dezelfde tendens vertoonden;
- een analyse van de mededingingsvoorwaarden tussen ingevoerde EWSK en het soortgelijke product aantoonde dat alle EWSK tegen vergelijkbare prijzen aan afnemers in hetzelfde marktsegment worden verkocht.
Bepaalde producenten/exporteurs waren van oordeel dat hun invoer niet met die uit andere landen mocht worden gecumuleerd omdat de prijzen van de door hen verkochte producten en de tendens van de verkochte hoeveelheden niet dezelfde waren. Geconcludeerd werd evenwel dat, om de bovengenoemde redenen, aan alle voorwaarden voor de cumulatie van de invoer uit de betrokken landen was voldaan. Deze argumenten werden derhalve van de hand gewezen.
Omvang van de betrokken invoer
(70) Uit Eurostat bleek dat de invoer van EWSK uit de betrokken landen in de Gemeenschap in de analyseperiode was toegenomen van 14533 stuks in 1995 tot 33063 stuks in het onderzoektijdvak (met andere worden met 123 %). Het onderzoek toonde aan dat meer dan 97 % van de EWSK die in het onderzoektijdvak uit de betrokken landen werden ingevoerd zich in het basissegment bevonden, zoals in overweging 73 is uiteengezet.
Marktaandeel van de invoer
(71) Het marktaandeel van de producenten/exporteurs nam in de analyseperiode toe van 9,2 % tot 15 %. Hier tegenover staat een verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in deze periode van - 4,6 % voor alle EWSK (namelijk van 26,1 % tot 24,9 %) en van - 22 % voor EWSK in het basissegment (van 21,8 % tot 17,1 %).
Prijsonderbieding
(72) De prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap en die van de medewerkende producenten/exporteurs in het onderzoektijdvak werden met elkaar vergeleken. Evenals bij eerdere onderzoeken naar dit product werden de vergelijkingen gemaakt op basis van de verkoop op de markt van de Gemeenschap van vergelijkbare modellen in hetzelfde handelsstadium (prijzen aan onafhankelijke distributeurs/importeurs). Voorts werden, eveneens overeenkomstig de bij eerdere onderzoeken toegepaste methode, de gewogen gemiddelde prijzen van de verschillende producenten/exporteurs per lidstaat van verkoop met elkaar vergeleken. Alle prijzen waren exclusief kortingen. De prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap werden op het niveau af-fabriek gecorrigeerd. De prijzen van de met dumping ingevoerde producten bevonden zich op het niveau cif-grens Gemeenschap inclusief invoerrechten, indien van toepassing.
(73) De grote meerderheid van de door de medewerkende producenten/exporteurs in de Gemeenschap verkochte modellen behoorden tot het basissegment (in omvang uitgedrukt meer dan 97 %). Bij de berekeningen werd derhalve geen rekening gehouden met de geringe hoeveelheden producten uit het midden- en topsegment, die als onrepresentatief werden beschouwd.
(74) De bedrijfstak van de Gemeenschap verkocht in het basissegment van de markt drie verschillende modellen:
I. standaard/toonbankweegschalen of monoweegschalen (hierna "monoweegschalen" genoemd);
II. toonbankweegschalen met een toren of afleesvenster ten behoeve van de klant (hierna "torenweegschalen" genoemd);
III. andere soorten weegschalen uit het basissegment, zoals hangende weegschalen.
De vergelijkingen werden voor de mono- en torenweegschalen gemaakt. Andere weegschalen van het basissegment (zie categorie III) werden niet in aanmerking genomen omdat zij zowel door de bedrijfstak van de Gemeenschap als door de producenten/exporteurs in geringe hoeveelheden werden verkocht en zodoende als niet representatief werden beschouwd.
Resultaten van de prijsvergelijkingen
(75) Uit de prijsvergelijkingen kwamen onderbiedingsmarges van 0 % tot 52 % voor de VRC, 60 % tot 65 % voor Taiwan en 30 % tot 50 % voor Korea naar voren.
4. Situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap
Voorafgaande opmerkingen
(76) Omdat de gegevens voor de bedrijfstak van de Gemeenschap slechts op twee producenten in de Gemeenschap betrekking hebben, worden bepaalde gegevens om reden van vertrouwelijkheid in de vorm van indexcijfers weergegeven.
(77) Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening werd bij het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Gemeenschap onder meer rekening gehouden met alle economische factoren en indicatoren die van invloed zijn op de toestand van deze tak van industrie. Bepaalde factoren worden evenwel niet in bijzonderheden behandeld omdat zij in het kader van dit onderzoek niet relevant bleken voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Tenslotte zij opgemerkt dat geen van deze factoren noodzakelijkerwijze uitsluitsel geeft.
Productie, bezetting van de productiecapaciteit en voorraden
(78) De productie van alle EWSK is in de analyseperiode met 22 % toegenomen. De productie van EWSK van het basissegment nam in deze periode evenwel met slechts 5 % toe. De capaciteitsbezetting van de bedrijfstak van de Gemeenschap steeg in de analyseperiode van 55 % tot 65 %.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Er werd van uitgegaan dat de omvang van de voorraden geen effect van betekenis kon hebben op de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap omdat deze bedrijfstak op order produceert en voorraden derhalve vrijwel onbestaande zijn.
Verkochte hoeveelheid
(79) De verkoop van alle EWSK door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de markt van de Gemeenschap is in de analyseperiode met 29 % in omvang toegenomen. De verkoop van EWSK van het basissegment nam evenwel met slechts 10 % in omvang toe.
Omzet
(80) De ontwikkeling van de omzet is in de hiernavolgende tabel in de vorm van indexcijfers weergegeven. De totale omzet van EWSK door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de markt van de Gemeenschap steeg in de analyseperiode met 27 %. De omzet van EWSK van het basissegment liep daarentegen in de analyseperiode met 11 % terug.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Marktaandeel en groei
(81) Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de Gemeenschap is voor alle EWSK teruggelopen van 26,1 % in 1995 tot 24,9 % in het onderzoektijdvak. Dit is een daling van 4,6 %. Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het basissegment daalde daarentegen van 21,8 % in 1995 tot 17,1 % in het onderzoektijdvak. Dit is een teruggang van 22 %.
(82) De bedrijfstak van de Gemeenschap heeft derhalve niet volledig profijt kunnen trekken van de groei van de markt.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
Verkoopprijzen
(83) De gemiddelde verkoopprijzen van EWSK uit alle marktsegmenten aan niet-verbonden afnemers zijn in de analyseperiode gedaald:
topsegment (- 11 %);
middensegment (- 18 %);
basissegment (- 17 %).
Een producent/exporteur wees er op dat de gemiddelde verkoopprijzen van alle EWSK in de analyseperiode zijn gestegen. Hij trok hieruit de conclusie dat de bedrijfstak van de Gemeenschap geen schade had geleden. Deze schijnbare stijging was echter geheel het gevolg van wijzigingen in het productenassortiment (namelijk ingrijpende wijzigingen in de omvang van de verkoop van producten uit de verschillende marktsegmenten van 1995 tot het onderzoektijdvak). Dit verzoek werd derhalve afgewezen. Eén en ander blijkt duidelijk uit het prijsverloop voor elk segment.
Rentabiliteit
(84) De winst op de omzet van EWSK uit alle marktsegmenten is gestegen van een laag positief niveau in 1995 tot ongeveer 10 % in het onderzoektijdvak. De winst op de producten van het basissegment liep echter terug van een kleine winst in 1995 tot een aanzienlijk verlies in het onderzoektijdvak (ongeveer 20 %).
(85) De algemene tendens voor EWSK uit de verschillende marktsegmenten is een toename van de omzet en de verkochte hoeveelheid als gevolg van het euro-effect, zoals in overweging 64 is uiteengezet. Opgemerkt zij dat de bedrijfstak van de Gemeenschap in de jaren vóór het euro-effect er niet in slaagde een aanvaardbare winstmarge te realiseren en dat deze bedrijfstak in het onderzoektijdvak slechts levensvatbaar was omdat het euro-effect de verkoop had doen toenemen.
(86) De gevolgen van het euro-effect voor de winstgevendheid werden onderzocht om na te gaan in hoeverre deze zal teruglopen wanneer het euro-effect afneemt. De prognose is dat de omzet van de bedrijfstak van de Gemeenschap met 27 % zal dalen (dit is het percentage waarmee de omzet als gevolg van het euro-effect was toegenomen, zie overweging 80).
(87) Een ander bewijs van het euro-effect vormt de winstmarge van de bedrijfstak van de Gemeenschap in 1996 (dat wil zeggen voor het euro-effect), die toen minder dan 3 % bedroeg.
(88) Er wordt met nadruk op gewezen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap niet volledig profijt heeft kunnen trekken van het euro-effect omdat de omzet van EWSK van het basissegment in het onderzoektijdvak veel lager was dan noodzakelijk is om kostendekkend te kunnen produceren. Dit is van belang omdat de invoer uit de betrokken landen in hoofzaak in dit segment geconcentreerd is. De in dit segment gemaakte verliezen hebben de algemene rentabiliteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap verlaagd en hebben deze bedrijfstak belet volledig profijt te trekken van het euro-effect en van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit Japan en Singapore. Voorts wordt opgemerkt dat de neerwaartse druk op de prijzen als gevolg van de invoer met dumping zich ook heeft doen gevoelen in het midden- en topsegment omdat de prijzen in een bepaald segment onvermijdelijk doorwerken in de andere segmenten.
(89) Geconcludeerd wordt dat de algemene rentabiliteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap als gevolg van de neerwaartse druk op de prijzen door de invoer met dumping in het onderzoektijdvak minder hoog was dan redelijkerwijze kon worden verwacht.
Andere prestatie-gerelateerde factoren
(90) De cash flow, het vermogen om kapitaal bijeen te brengen (of investeringen aan te trekken) en de rentabiliteit van de investeringen werden niet in bijzonderheden onderzocht omdat een dergelijke analyse betrekking zou hebben op de situatie van de onderneming in haar geheel. De omzet van andere producten door deze bedrijven vertegenwoordigt meer dan 50 % van hun totale omzet zodat een globale analyse niet noodzakelijk representatief zou zijn voor het betrokken product.
De gevolgen van de huidige dumpingmarge voor de bedrijfstak van de Gemeenschap kan, gezien de omvang van de invoer en de prijzen van de uit de betrokken landen ingevoerde producten, niet als onbeduidend worden beschouwd.
Productiviteit, werkgelegenheid en lonen
(91) Uit de onderstaande tabel blijkt dat de werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Gemeenschap in de analyseperiode met 11 % is gedaald.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(92) De productiviteit per werknemer is in de analyseperiode met 40 % gestegen.
(93) De lonen werden niet in bijzonderheden onderzocht omdat de betrokken ondernemingen nog een aanzienlijke omzet van andere producten hebben. Een dergelijke analyse zou betrekking hebben op de situatie van de onderneming in haar geheel en zou niet noodzakelijk representatief zijn voor het betrokken product.
5. Conclusie inzake schade
(94) Uit het bovenstaande blijkt dat, als gevolg van de ontwikkelingen in de betrokken periode, de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn gemiddelde prijzen (in de drie marktsegmenten) in het OT heeft zien dalen en marktaandeel heeft verloren. Uit de bevindingen betreffende EWKS uit het basissegment (wat de verkochte hoeveelheden, de gemiddelde prijzen, de productie, het marktaandeel en de rentabiliteit betreft) blijkt dat de situatie in dit segment veel slechter was dan voor alle EWSK tezamen. Vooral de slechte economische situatie in het basissegment heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap belet de algemene rentabiliteit te bereiken die hij dankzij het euro-effect en de vigerende antidumpingmaatregelen redelijkerwijze mocht verwachten, in het bijzonder gezien de herstructureringsinspanningen die hij zich heeft getroost.
(95) De conclusie is derhalve dat de bedrijfstak van de Gemeenschap in het onderzoektijdvak aanmerkelijke schade heeft geleden.
(96) Opgemerkt zij dat het basissegment belangrijk is voor de bedrijfstak van de Gemeenschap omdat deze zijn afnemers producten uit de drie segmenten moet kunnen aanbieden en iedere neerwaartse druk op de prijzen in het basissegment onvermijdelijk ook de prijzen in de andere segmenten, waarvan de producten aan grotendeels dezelfde afnemers worden verkocht, onder druk zet.
(97) Het euro-effect heeft een tijdelijk karakter, terwijl er geen enkele indicatie is dat aan de concurrentie van de met dumping ingevoerde producten een einde zal komen. Het is dientengevolge slechts een kwestie van tijd voor de algemene situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap verder verslechtert. Een dergelijke ontwikkeling is waarschijnlijk omdat een daling van de vraag naar verwachting negatieve gevolgen zal hebben voor de productie, de verkoop, het marktaandeel en de prijzen. Tevens wordt eraan herinnerd dat de gemiddelde prijzen in de eurozone veel hoger waren dan buiten deze zone, hetgeen een bijkomende indicatie is van de toekomstige ontwikkelingen.
E. OORZAKELIJK VERBAND
1. Inleiding
(98) De Commissie heeft de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Gemeenschap onderzocht.
(99) Voorts werden de gevolgen van alle andere bekende factoren voor de bedrijfstak van de Gemeenschap geëvalueerd. Een dergelijke analyse is noodzakelijk om te vermijden dat de door andere factoren dan de invoer met dumping veroorzaakte schade ten onrechte aan deze invoer wordt toegeschreven.
2. Gevolgen van de invoer met dumping
Effect op de omvang van de verkoop en het marktaandeel
(100) Het verbruik in de Gemeenschap is in de betrokken periode met 35 % toegenomen. De bedrijfstak van de Gemeenschap heeft zijn verkoop echter met slechts 29 % kunnen verhogen, terwijl de invoer uit de betrokken landen met 123 % is gestegen.
(101) Zoals uiteengezet in overweging 81 is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de betrokken periode met 4,6 % gedaald. Het marktaandeel van de uit de betrokken landen ingevoerde producten steeg in dezelfde periode evenwel van 9,2 % tot 15,1 %.
(102) Zoals uiteengezet in overweging 82 zijn de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de betrokken periode gedaald. Deze prijzen werden in de genoemde periode aanzienlijk onderboden door de invoer uit de betrokken landen (zie overweging 75). Al deze factoren waren nadelig voor de rentabiliteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(103) De bovenstaande analyse toont aan dat de verslechtering van de situatie in de bedrijfstak van de Gemeenschap, zoals blijkt uit de belangrijkste financiële en economische indicatoren, duidelijk samenvalt in de tijd met de toename van de invoer met dumping uit de betrokken landen.
Gevolgen van de invoer met dumping voor de producten van het basissegment
(104) De negatieve gevolgen van de invoer met dumping voor de algemene situatie in de bedrijfstak van de Gemeenschap kunnen worden verduidelijkt door middel van een gedetailleerde analyse die een oorzakelijk verband legt tussen de diverse marktsegmenten van EWSK.
(105) Er wordt aan herinnerd dat in het onderzoektijdvak 97 % van de invoer van de door de medewerkende producenten/exporteurs vervaardigde producten, ongeveer 15000 stuks, zich in het basissegment situeerde. De totale invoer uit de betrokken landen beliep in het onderzoektijdvak 33063 stuks. Aangenomen werd derhalve dat 97 % van de totale invoer zich in het basissegment situeerde. Deze aanname was gebaseerd op de beschikbare gegevens aangezien er geen reden was om te veronderstellen dat de rest van de invoer een andere tendens zou vertonen dan die van de medewerkende producenten/exporteurs. De verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het basissegment was aan het begin van de betrokken periode slechts een weinig lager dan die van de betrokken landen, doch bedroeg in het onderzoektijdvak aanzienlijk minder dan de helft van de invoer uit deze landen. De onderstaande tabel toont de toename van de door de bedrijfstak van de Gemeenschap verkochte hoeveelheden in vergelijking met de geraamde verkoop van de producenten/exporteurs uit de betrokken landen in dit segment. Hieruit blijkt dat de producenten/exporteurs hun verkoop in dit segment in de betrokken periode met 123 % hebben doen toenemen, terwijl de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn verkoop met slechts 10 % kon doen stijgen.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(106) Uit de overeenkomstige ontwikkeling van het marktaandeel blijkt eveneens dat de invoer uit de betrokken landen in de betrokken periode is toegenomen ten nadele van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Het marktaandeel van de producten van het basissegment uit de betrokken landen nam toe van 9,2 % tot 15,1 % (dit is een algemene toename van 65 %), terwijl het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap in het basissegment terugliep van 21,8 % tot 17,1 % (dit is een daling van 22 %).
(107) In overweging 82 is de ontwikkeling van de gemiddelde prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap uiteengezet. Hoewel de gemiddelde prijzen van deze bedrijfstak in de drie marktsegmenten daalden, was de prijsdaling in het basissegment aanmerkelijk groter dan de algemene gemiddelde prijsdaling.
(108) Voorts wordt eraan herinnerd dat de winst van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet gelijkmatig over alle segmenten was gespreid. De antidumpingrechten op de invoer uit Japan en Singapore (zie overwegingen 8 en 9), die in hoofdzaak op producten van het midden- en topsegment van toepassing waren, hebben de winst in deze segmenten gunstig beïnvloed. De verkoop van producten uit het basissegment, die in grote hoeveelheden door de producenten/exporteurs uit de betrokken landen werden uitgevoerd, was evenwel verliesgevend.
3. Invoer uit andere derde landen
(109) De onderstaande tabel geeft een overzicht van de invoer in de Gemeenschap uit diverse landen, waaronder Japan en Singapore, in het onderzoektijdvak.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(110) De invoer uit Japan en Singapore was in de gehele betrokken periode aan antidumpingrechten van 15 % tot 32 % onderworpen en was gering in omvang. De consumentenprijzen kunnen als niet-schadeveroorzakend worden beschouwd. Het is derhalve duidelijk dat de invoer uit deze landen niet heeft bijgedragen tot de neerwaartse druk op de prijzen en vermoedelijk evenmin een bijdrage van betekenis heeft geleverd tot de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade.
(111) De invoer uit andere derde landen (vooral Zwitserland, de USA en Indonesië) was gering in omvang. De enige prijsinformatie waarover de Commissie beschikt is afkomstig van Eurostat, waarin de marktsegmenten evenwel niet gespecificeerd zijn. Conclusies betreffende de hoogte van deze prijzen waren derhalve moeilijk te trekken. Volgens de bedrijfstak van de Gemeenschap zou enkel de invoer uit Indonesië een probleem kunnen vormen. Gezien evenwel de minimale omvang (1451 stuks) van de betrokken invoer in het onderzoektijdvak is het duidelijk dat deze vermoedelijk geen bijdrage van betekenis heeft geleverd tot de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade.
4. Invloed van de interne concurrentie in de Gemeenschap
(112) De producenten/exporteurs gaven de mening te kennen dat de interne concurrentie op de markt voor EWSK in de Gemeenschap, die het gevolg was van wijzigingen in de structuur van de kleinhandel, een neerwaartse druk op de prijzen had uitgeoefend. Onderzocht werd derhalve of deze wijzigingen van dien aard waren dat zij het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade konden verbreken.
(113) Het marktaandeel van de grootverbruikers (bijvoorbeeld grote warenhuisketens) in de Gemeenschap is sterk toegenomen, terwijl het aantal kleine verbruikers is verminderd. Deze structurele wijziging heeft de marktpositie van de sector die het product gebruikt in het algemeen versterkt en heeft vermoedelijk een neerwaartse druk uitgeoefend op de gemiddelde prijzen.
(114) Zoals vermeld in overweging 59 heeft de structuur van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de betrokken periode eveneens ingrijpende wijzigingen ondergaan. Naar aanleiding van deze wijzigingen in de structuur van de markt werd het aantal ondernemingen verminderd en werd de productiviteit verbeterd, zoals in overweging 90 is uiteengezet. De conclusie is dat de concurrentie op de binnenlandse markt als gevolg van structurele veranderingen in de kleinhandelssector in de Gemeenschap het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade niet heeft verbroken.
5. Conclusie inzake het oorzakelijk verband
(115) Gezien het samenvallen in de tijd van, enerzijds, de vastgestelde prijsonderbieding, de sterke toename van het marktaandeel van de met dumping uit de betrokken landen ingevoerde producten en, anderzijds, het overeenkomstige verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap en de daling van de verkoopprijzen, wordt geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft toegebracht aan de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(116) De conclusie luidt derhalve dat de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft toegebracht aan de bedrijfstak van de Gemeenschap. Hoewel andere factoren eveneens tot deze schade kunnen hebben bijgedragen, zijn deze niet van dien aard dat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade daardoor wordt verbroken.
F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP
1. Algemene overwegingen
(117) Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of antidumpingmaatregelen strijdig zouden zijn met het belang van de Gemeenschap in haar geheel. Dit belang werd onderzocht met inachtneming van al de betrokken belangen, namelijk die van de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs en de gebruikers van het betrokken product, voor zover belanghebbenden de gevraagde informatie hadden verstrekt.
(118) Teneinde de mogelijke gevolgen van het al dan niet opleggen van maatregelen te kunnen beoordelen, werd alle belanghebbenden om informatie verzocht; hiertoe werden vragenlijsten gezonden aan de bedrijfstak van de Gemeenschap, de importeurs/handelaren en twee verenigingen van gebruikers van het betrokken product.
(119) Op grond van deze elementen werd onderzocht of, ondanks de conclusies inzake dumping, schade en oorzakelijk verband, er dwingende redenen waren die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Gemeenschap zijn.
2. Belang van de bedrijfstak van de Gemeenschap
(120) Indien geen maatregelen worden genomen tegen de schadeveroorzakende dumping dan zal de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap ongetwijfeld verslechteren, met name wat het marktaandeel, de rentabiliteit en de werkgelegenheid betreft. Hierbij moet in het bijzonder rekening worden gehouden met het feit dat het euro-effect, dat de gevolgen van de invoer met dumping in zekere mate compenseert, over enige tijd zal verdwijnen. De invoer met dumping heeft rechtstreekse gevolgen gehad in het basissegment van de markt waar de bedrijfstak van de Gemeenschap zich op lange termijn niet kan handhaven. Dit segment is ook voor de bedrijfstak van de Gemeenschap belangrijk omdat zij aan haar grote afnemers op de markt producten uit de drie segmenten moet kunnen aanbieden.
(121) De productie in de Gemeenschap is in de onderzochte periode op grote schaal geconsolideerd. Dit was de voortzetting van een proces dat in de jaren '90 was begonnen en waarbij diverse fusies en overnames plaatsvonden. Deze consolidatie heeft ertoe bijgedragen dat de productie van EWSK in de Gemeenschap in stand kon worden gehouden en dat de desbetreffende technologie in het algemeen kon worden behouden. Dit is belangrijk omdat het verstrijken van de maatregelen onvermijdelijk gevolgen zal hebben (daling van de rentabiliteit en van de werkgelegenheid), zowel voor de leveranciers van de bedrijfstak van de Gemeenschap als voor aanverwante sectoren. De reden hiervoor is dat de EWSK-technologie verwant is met een hele reeks andere producten. Indien de technologische kennis van de EWSK-sector teloor gaat, zal dit een algemene verslechtering van de concurrentiepositie van de aanverwante sectoren ten gevolge hebben. De bedrijfstak van de Gemeenschap vervaardigt nog andere elektronische weegschalen, bijvoorbeeld voor de industriële sector, en verzorgt ook de dienstverlening na verkoop van deze apparaten. Voorts vervaardigt deze bedrijfstak een aantal apparaten voor de kleinhandel, zoals snijmachines, die via dezelfde distributiekanalen worden verkocht. Het is duidelijk dat de werkgelegenheid in deze sectoren in gevaar komt indien de schadeveroorzakende dumping doorgaat.
(122) De bedrijfstak van de Gemeenschap heeft zich bovendien grote inspanningen getroost om het hoofd te bieden aan de concurrentie uit de VRC, Korea en Taiwan, bijvoorbeeld door:
- een grotere consolidatie (minder bedrijven),
- het afstoten van overtollige capaciteit,
- toenemend gebruik van moderne productietechnieken (bijvoorbeeld productie op order, verdere automatisering en informatisering),
- productiviteitsverbetering,
- kostenverlaging door het uitbesteden van bepaalde bewerkingen aan toeleveranciers en wijzigingen in de distributiekanalen,
- investeringen in nieuwe assortimenten en verbetering van de weegtechniek.
De producenten in de Gemeenschap blijken derhalve voornemens te zijn hun positie op de markt van de Gemeenschap te handhaven en zouden voordeel hebben bij eventuele antidumpingmaatregelen. De positie van deze producenten komt in het gedrang indien geen antidumpingmaatregelen worden opgelegd.
3. Belang van andere partijen
(123) Teneinde na te gaan of er consequenties van betekenis zouden zijn voor de gebruikers van het product hebben de diensten van de Commissie de vertegenwoordigers van de kleinhandel, waaronder de grootverbruikers van het betrokken product (supermarkten), verzocht hun medewerking te verlenen aan het onderzoek.
(124) Slechts twee gebruikers verleenden hun medewerking aan het onderzoek. Eén gebruiker sloot zich aan bij de klacht van de bedrijfstak van de Gemeenschap omdat hij van mening was dat de lange-termijnvoordelen van kwalitatief hoogstaande producten en een goede dienstverlening door de bedrijfstak van de Gemeenschap zouden opwegen tegen het tijdelijke voordeel van goedkope EWSK uit de betrokken exportlanden.
De andere gebruiker was evenwel van oordeel dat maatregelen kostenverhogend zouden werken en zijn concurrentiepositie zouden aantasten.
(125) Het gebrek aan medewerking van de zijde van de gebruikers kan ongetwijfeld worden verklaard door het zeer geringe aandeel van EWSK in de totale kosten van deze gebruikers. De gevolgen van maatregelen op deze zeer concurrerende markt zullen derhalve te verwaarlozen zijn.
(126) De importeurs in de Gemeenschap werd eveneens om hun mening gevraagd. De Commissie heeft daarbij slechts één, onvolledig ingevulde, vragenlijst ontvangen. De conclusie is dat indien maatregelen worden opgelegd, deze gevolgen zullen hebben voor de omzet en de winstmarge van de importeurs. Deze gevolgen zullen echter beperkt zijn omdat de importeurs ook andere producten verhandelen.
4. Conclusie
(127) De geringe medewerking die door de medewerkende gebruikers en importeurs werd verleend, maakt het moeilijk conclusies te trekken ten aanzien van het effect van antidumpingmaatregelen in deze sectoren. De Commissie concludeert niettemin dat dit effect onbeduidend zal zijn, vooral in de kleinhandel, waar de EWSK slechts een gering aandeel hebben in de kosten.
(128) Er zij evenwel aan herinnerd dat de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft toegebracht aan de bedrijfstak van de Gemeenschap, die zich grote inspanningen heeft getroost om zijn concurrentiepositie te handhaven. De volledige omvang van deze schade wordt verhuld door de tijdelijke voordelen van het euro-effect. Indien geen maatregelen worden genomen, en gezien het afnemend effect van de euro, zal de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap vermoedelijk verder verslechteren en zal deze bedrijfstak de productie van EWSK uit het basissegment moeten stopzetten, hetgeen een bedreiging vormt voor de gehele bedrijfstak.
(129) De Commissie concludeert uit het voorgaande dat er geen dwingende redenen van communautair belang zijn om geen antidumpingmaatregelen op te leggen.
G. VOORGESTELDE RECHTEN
1. Schademarge
(130) Teneinde verdere schade door invoer met dumping te voorkomen, wordt voorgesteld antidumpingmaatregelen in de vorm van definitieve rechten in te stellen. Bij het vaststellen van de hoogte van deze rechten werd rekening gehouden met de geconstateerde dumpingmarges, de omvang van het recht dat noodzakelijk is om de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden schade weg te nemen en de marktsituatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(131) Hiervoor werd gebruik gemaakt van de representatieve productiekosten van de twee basismodellen uit het basissegment (namelijk monoweegschalen en torenweegschalen) van de bedrijfstak van de Gemeenschap, vermeerderd met een winstmarge van 10 %. De op basis van deze kosten en winstmarge berekende niet-schadeveroorzakende prijzen zijn de verkoopprijzen die de bedrijfstak van de Gemeenschap naar verwachting kan toepassen indien geen invoer met dumping plaatsvindt. De twee niet-schadeveroorzakende prijzen werden vergeleken met de prijzen van de met dumping ingevoerde producten die werden gebruikt om de onderbieding vast te stellen, zoals in de overwegingen 72 tot 75 is uiteengezet. De verschillen tussen deze prijzen (gewogen gemiddelde uitgedrukt als een percentage van de cif-prijs) waren de marges van onderbieding voor elke onderneming.
(132) Deze marges, met inbegrip van die voor de niet-medewerkende exporteurs, zijn hoger dan de vastgestelde dumpingmarges (behalve voor Mettler-Toledo waarvoor de schademarge 0 % bedroeg). Overeenkomstig de regel van het lagere recht als bedoeld in artikel 9, lid 4, van de basisverordening wordt voorgesteld het recht op het niveau van de laagste marges vast te stellen.
2. Vorm en omvang van de definitieve maatregelen
(133) In het licht van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de basisverordening definitieve antidumpingmaatregelen dienen te worden ingesteld. Een ad valorem-recht wordt in het kader van deze procedure als de meest geschikte maatregel beschouwd.
(134) Het residuele recht werd bepaald op een zodanig niveau dat het niet verlenen van medewerking in elk van de betrokken landen niet wordt beloond. Omdat in Korea veel medewerking werd verleend, werd het residuele recht vastgesteld op het niveau van de hoogste dumpingmarge voor medewerkende ondernemingen. Omdat in de VRC en Taiwan weinig medewerking werd verleend, werd het residuele recht vastgesteld op het niveau van de hoogst individuele dumpingmarge van het model dat in representatieve hoeveelheden was verkocht.
(135) De in deze verordening vermelde antidumpingrechten voor individuele ondernemingen zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen de situatie die bij dit onderzoek voor de betrokken ondernemingen werd vastgesteld. Deze rechten (in tegenstelling tot het voor "alle andere ondernemingen" geldende recht) zijn dus uitsluitend van toepassing op de invoer van producten uit het betrokken land die door de genoemde onderneming en, zodoende, door de genoemde specifieke rechtspersoon zijn vervaardigd. Ingevoerde producten die zijn vervaardigd door andere niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening genoemde ondernemingen, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met deze specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor dit recht in aanmerking. Op deze ondernemingen is het voor "alle andere ondernemingen" geldende recht van toepassing.
(136) Alle verzoeken om toepassing van dit recht voor individuele ondernemingen (bijvoorbeeld naar aanleiding van de naamswijziging van een onderneming of de oprichting van nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie te worden gericht, met opgave van alle relevante gegevens, in het bijzonder indien deze naamswijziging of de oprichting van de nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen verband houden met wijzigingen in de activiteiten van de onderneming op het gebied van de productie en de verkoop in binnen- en buitenland. Indien zij dit gerechtvaardigd acht, zal de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de verordening wijzigen door bijwerking van de lijst van ondernemingen die voor een individueel recht in aanmerking komen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van elektronische weegschalen voor de kleinhandel met een weegvermogen van niet meer dan 30 kg en een numerieke aanduiding van het gewicht, de eenheidsprijs en het te betalen bedrag (met of zonder inrichting om deze drie vermeldingen af te drukken), momenteel vallende onder GN-code ex84238150 (Taric-code 8423 81 50 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Korea en Taiwan.
2. Het recht, berekend op grond van de nettoprijs franco-grens Gemeenschap van het product, voor inklaring, bedraagt:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
3. Tenzij anders vermeld, zijn de bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 november 2000.
Voor de Raad
De voorzitter
L. Fabius
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2238/2000 (PB L 257 van 11.10.2000, blz. 2).
(2) PB C 262 van 16.9.1999, blz. 8.
(3) PB L 263 van 22.10.1993, blz. 1.
(4) PB C 324 van 22.10.1998, blz. 4.
(5) PB L 104 van 29.4.1993, blz. 4.
(6) PB C 128 van 25.4.1998, blz. 11.