Home

2001/830/EG: Beschikking van de Commissie van 20 november 2001 betreffende het door Duitsland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3651)

2001/830/EG: Beschikking van de Commissie van 20 november 2001 betreffende het door Duitsland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3651)

Beschikking van de Commissie

van 20 november 2001

betreffende het door Duitsland ingediende verzoek om ontheffing uit hoofde van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3651)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2001/830/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2000/40/EG van het Europees Parlement en de Raad(2), en met name op artikel 8, lid 2, onder c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het op 7 december 2000 door Duitsland ingediende en op 18 december 2000 door de Commissie ontvangen verzoek om ontheffing bevat alle krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG vereiste informatie. Dit verzoek heeft betrekking op de productie en montage van scharnieren voor zijdeuren aan het achterste deel van de langszijden van een voertuigtype van categorie M1.

(2) De in het verzoek aangevoerde redenen, namelijk dat dergelijke scharnieren en de montage ervan niet beantwoorden aan de vereisten van de toepasselijke richtlijn, dat wil zeggen Richtlijn 70/387/EEG van de Raad van 27 juli 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende deuren van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/90/EG van de Commissie(4), zijn gegrond.

(3) De montage van deze scharnieren is in overeenstemming met bepaalde aanvullende bepalingen waaruit blijkt dat ze een veiligheidsniveau hebben dat gelijkwaardig is aan de vereisten van Richtlijn 70/387/EEG.

(4) De desbetreffende communautaire richtlijn zal worden gewijzigd teneinde de productie en montage van dergelijke scharnieren mogelijk te maken en de overeenstemming met Richtlijn 70/387/EEG te waarborgen.

(5) De in deze beschikking vervatte maatregel is in overeenstemming met het advies van het bij Richtlijn 70/156/EEG ingestelde Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang van de techniek,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het door Duitsland ingediende verzoek om ontheffing ten behoeve van de productie en montage van scharnieren voor zijdeuren aan het achterste deel van de langszijden van een motorvoertuigtype wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 20 november 2001.

Voor de Commissie

Erkki Liikanen

Lid van de Commissie

(1) PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1.

(2) PB L 203 van 10.8.2000, blz. 9.

(3) PB L 176 van 10.8.1970, blz. 5.

(4) PB L 337 van 12.12.1998, blz. 29.