2001/911/EG: Beschikking van de Commissie van 19 december 2001 houdende vierde wijziging van Beschikking 2001/740/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 4601)
2001/911/EG: Beschikking van de Commissie van 19 december 2001 houdende vierde wijziging van Beschikking 2001/740/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 4601)
Beschikking van de Commissie
van 19 december 2001
houdende vierde wijziging van Beschikking 2001/740/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk
(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 4601)
(Voor de EER relevante tekst)
(2001/911/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG(2), en met name op artikel 10,
Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG, en met name op artikel 9,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Beschikking 2001/740/EG(4), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/848/EG(5), betreft de vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.
(2) In bepaalde counties van Groot-Brittannië, die zijn vermeld in de in bijlage III vastgestelde lijst, heeft zich in de loop van deze epizoötie geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer voorgedaan, terwijl andere reeds meer dan drie maanden vrij zijn van de ziekte. Bijgevolg lijkt het passend het gebied waaruit verzending van bepaalde soorten vlees wordt toegestaan, verder uit te breiden.
(3) In verband met de verbeterde diergezondheidssituatie kunnen voorschriften worden vastgesteld voor de gecontroleerde verzending van levende voor mond- en klauwzeer gevoelige dieren uit bepaalde delen van Groot-Brittannië naar andere lidstaten. Dergelijke voorschriften dienen evenwel rekening te houden met het bepaalde in Beschikking 98/256/EG van de Raad inzake spoedmaatregelen ter bescherming tegen boviene spongiforme encefalopathie(6).
(4) Aangezien er slechts weinig uitbraken van mond- en klauwzeer zijn geweest bij varkens en aangezien de belangrijkste varkenshouderijgebieden in Groot-Brittannië ziektevrij zijn gebleven tijdens de hele duur van de epizoötie, lijkt het aangewezen toestemming te verlenen voor de gecontroleerde verzending van levende varkens uit Groot-Brittannië naar andere lidstaten.
(5) Bepaalde in het kader van de gecertificeerde gezondheidsstatus noodzakelijke voorschriften inzake verblijf en contacten kunnen worden versoepeld voor varkens die worden verplaatst tussen bedrijven die krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk als een enkele epizoötiologische groep worden beschouwd, op voorwaarde dat wordt gegarandeerd dat, indien ziektegevoelige dieren worden binnengebracht op een van de bedrijven waarvoor een groepsvergunning ("Sole Occupancy Licence") is afgegeven, de verzending uit alle bedrijven waarvoor die groepsvergunning is afgegeven, krachtens deze beschikking wordt verboden.
(6) Voorts wordt het aangewezen geacht toe te staan dat levende voor de slacht bestemde dieren worden opgehaald bij een beperkt aantal bedrijven in het in bijlage III omschreven gebied, en de ontsmettingsvoorschriften dienovereenkomstig aan te passen.
(7) De voorschriften inzake de tests die moeten worden uitgevoerd bij donorstieren en -beren in spermacentra die gelegen zijn in het in bijlage III omschreven gebied, kunnen worden ingetrokken en de certificering van paardachtigen die uit Groot-Brittannië worden verzonden, kan worden versoepeld.
(8) De situatie zal opnieuw worden bezien in de voor 15-16 januari 2002 geplande vergadering van het Permanent Veterinair Comité en de maatregelen zullen, indien nodig, worden bijgesteld.
(9) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Veterinair Comité,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Beschikking 2001/740/EG wordt gewijzigd als volgt:
1. Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door: "2. Levende runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren worden niet verzonden uit of verplaatst via de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden.
2.1. Onverminderd de door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegepaste beperkende maatregelen inzake verplaatsingen van ziektegevoelige dieren in en via Groot-Brittannië en in afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks en ononderbroken transitvervoer van evenhoevige dieren via hoofdwegen en spoorlijnen door de in bijlage I en bijlage II omschreven gebieden toestaan.
2.2. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 64/432/EEG van de Raad(7) en de door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegepaste beperkende maatregelen inzake verplaatsingen van ziektegevoelige dieren in en via Groot-Brittannië en in afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen de bevoegde autoriteiten de verzending van levende varkens toestaan onder de volgende voorwaarden:
- de dieren zijn gehouden in de gebieden die zijn aangegeven in de overeenkomstige kolom in bijlage III;
- de verzending van dergelijke dieren wordt door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegestaan en wordt ten minste drie werkdagen van tevoren gemeld bij de bevoegde centrale veterinaire autoriteiten in de lidstaat van bestemming en in elke lidstaat van doorvoer;
- in de in bijlage III opgenomen county heeft zich de voorbije 90 dagen geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer voorgedaan;
- in de laatste 30 dagen vóór het inladen hebben de dieren onder toezicht van de veterinaire autoriteiten verbleven op een enkel bedrijf dat gelegen is in het in bijlage III omschreven gebied en waarrond zich binnen een straal van ten minste 10 km in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van mond- en klauwzeer heeft voorgedaan;
- op het bedrijf als bedoeld in het vierde streepje zijn in de laatste 30 dagen vóór de inlading geen dieren van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten binnengebracht, tenzij het gaat om varkens die komen van toeleveringsbedrijven of van bedrijven waarvoor een groepsvergunning is afgegeven, die aan het bepaalde in het vierde streepje voldoen; in dit laatste geval geldt een termijn van ten minste zeven dagen;
- de dieren komen tijdens het vervoer niet in contact met dieren die niet afkomstig zijn van hetzelfde bedrijf van verzending, tenzij alle verzonden dieren direct worden geslacht; in dat geval mogen zij achtereenvolgens worden opgehaald op ten hoogste drie bedrijven als bedoeld in het vierde streepje;
- fok- en gebruiksdieren worden verzonden naar ten hoogste drie bedrijven van bestemming in één enkele andere lidstaat;
- de dieren worden onder officieel toezicht vervoerd in vervoermiddelen die zijn gereinigd en ontsmet vóórdat de dieren worden ingeladen of bij bedrijven als bedoeld in het vierde streepje worden opgehaald voor verzending buiten het in bijlage III omschreven gebied;
- op de gezondheidscertificaten als bedoeld in Richtlijn 64/432/EEG, waarvan levende varkens bij verzending uit het in bijlage III omschreven deel van het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten vergezeld gaan, dient de volgende vermelding te zijn aangebracht:
'Deze dieren voldoen aan Beschikking 2001/740/EG van de Commissie van 19 oktober 2001 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk'.".
2. Artikel 2, lid 2, onder d), vijfde en zesde streepje, wordt vervangen door: "- in de laatste 30 dagen vóór de inlading, of, wanneer het gaat om gekweekt wild, vóór het slachten op het bedrijf zijn geen dieren van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten binnengebracht op het bedrijf als bedoeld in het vierde streepje, tenzij het gaat om varkens van toeleveringsbedrijven of van bedrijven waarvoor een groepsvergunning is afgegeven, die voldoen aan het bepaalde in het derde streepje; in dit laatste geval geldt een termijn van ten minste zeven dagen,
- de dieren of, wanneer het gaat om op het bedrijf geslacht gekweekt wild, de karkassen, zijn onder officieel toezicht in vervoermiddelen die zijn gereinigd en ontsmet vóór het laden of vóór het ophalen van de te slachten dieren, waarvan het verse vlees bestemd is voor verzending buiten het in bijlage III omschreven gebied, verzonden van bedrijven als bedoeld in het vierde streepje naar het aangewezen slachthuis dat gelegen is in het in bijlage III omschreven gebied.".
3. In artikel 6, lid 3, onder c), zesde streepje, worden de volgende woorden toegevoegd: "Deze test is evenwel niet vereist voor donordieren die verblijven in een spermacentrum als bedoeld in het vierde streepje, dat gelegen is in het in bijlage III omschreven gebied.".
4. Artikel 12, lid 2, wordt geschrapt.
5. Aan artikel 13 wordt een lid 3 toegevoegd luidende: "3. De lidstaten zien erop toe dat, wanneer op een bedrijf in de voorbije 30 dagen levende dieren van voor de ziekte gevoelige soorten als bedoeld in artikel 1, punt 2.2 zijn binnengebracht, geen levende dieren van voor de ziekte gevoelige soorten dat bedrijf verlaten. De bevoegde autoriteiten kunnen de duur van het verplaatsingsverbod verminderen, maar die duur bedraagt ten minste zeven dagen.".
6. In artikel 16 wordt "31 januari 2002" vervangen door "28 februari 2002".
7. Bijlage III wordt vervangen door de bijlage bij de onderhavige beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 19 december 2001.
Voor de Commissie
David Byrne
Lid van de Commissie
(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.
(2) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49.
(3) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.
(4) PB L 277 van 20.10.2001, blz. 30.
(5) PB L 315 van 1.12.2001, blz. 64.
(6) PB L 113 van 15.4.1998, blz. 38.
(7) PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.
BIJLAGE
"BIJLAGE III
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
ADNS= Animal Disease Notification System Code (Beschikking 2000/807/EG)
GIS= Code Administratieve Eenheid
B= rundvlees
S/G= schapen- en geitenvlees
P= varkensvlees
FG= gekweekt wild van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten
WG= vrij wild van voor mond- en klauwzeer gevoelige soorten
LP= levende varkens"