Home

Verordening (EG) nr. 882/2001 van de Commissie van 3 mei 2001 tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer en van uitzonderlijke weersomstandigheden

Verordening (EG) nr. 882/2001 van de Commissie van 3 mei 2001 tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer en van uitzonderlijke weersomstandigheden

Verordening (EG) nr. 882/2001 van de Commissie

van 3 mei 2001

tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen, als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer en van uitzonderlijke weersomstandigheden

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 495/2001 van de Commissie(2), en met name op artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Veterinaire maatregelen om mond- en klauwzeer te bestrijden en de insleep ervan tegen te gaan, kunnen ook resulteren in beperking van de verplaatsingen van de mensen en dieren in bepaalde gebieden. Dit kan ertoe leiden dat bepaalde lidstaten een aantal verplichtingen die zijn vastgelegd in Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2721/2000(4), niet langer kunnen nakomen.

(2) Daarom moet de lidstaten worden toegestaan af te wijken van hun normale controlepraktijk. Wanneer niet het normaal voorgeschreven aantal controles ter plaatse kan worden uitgevoerd, moet de lidstaten worden toegestaan dit aantal te verminderen. In dat geval moet zo nodig in de daaropvolgende controleperiode het aantal achteraf uit te voeren controles ter plaatse worden verhoogd. Dergelijke afwijkingen mogen slechts worden toegepast in de gevallen waarin dit strikt noodzakelijk is om de doeltreffendheid van de betrokken veterinaire maatregelen te behouden.

(3) Aanvragen en mededelingen moeten ook langs een andere dan de gebruikelijke weg gedaan kunnen worden. Ook moet de mogelijkheid worden geboden vrouwelijke dieren te vervangen na de opheffing van de beperkingen op de verplaatsing van dieren.

(4) De uitbraak van mond- en klauwzeer kan in de getroffen gebieden ertoe leiden dat de inzaai van gewassen verboden wordt of dat oorspronkelijk voor de teelt van voedergewassen bestemde arealen na de indiening van de steunaanvragen "oppervlakten" tot braakland verklaard worden. Bovendien is het door de uitzonderlijke weersomstandigheden in bepaalde gebieden voor veel producenten niet meer rendabel om gewassen in te zaaien.

(5) Om de uit deze teelttechnische en veterinaire noodsituatie voortvloeiende nadelen voor de producenten te compenseren, moet voor het verkoopseizoen 2001/2002 van een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3887/92 worden afgeweken door toe te staan dat wijzigingen in de reeds ingediende steunaanvragen "oppervlakten" worden aangebracht of door voor de teelt van akkerbouwgewassen aangegeven oppervlakten te schrappen en deze toe te voegen aan de voor braaklegging aangegeven oppervlakten. Ook moet worden toegestaan dat percelen, zelfs na afloop van de uiterste termijn voor de inzaai, worden toegevoegd aan de als voederareaal aangegeven oppervlakte. Onder bepaalde voorwaarden moeten de lidstaten kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3887/92, waarin de minimumperiode wordt vastgesteld waarin het voederareaal beschikbaar moet zijn voor het houden van dieren.

(6) De lidstaten moeten de Commissie op de hoogte houden van de toestand en van de door hen getroffen maatregelen.

(7) Op grond van de situatie waaraan de voor het geïntegreerde beheers- en controlesysteem bevoegde autoriteiten met betrekking tot bepaalde steunregelingen van de Gemeenschap het hoofd moeten bieden, moet deze verordening onverwijld in werking treden. Wegens de uitzonderlijke aard van de maatregelen moet de geldigheidsduur van de verordening worden beperkt.

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden mogen de lidstaten afwijken van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3887/92, voorzover dit noodzakelijk is om de doeltreffendheid te behouden van de overeenkomstig de Gemeenschapsvoorschriften getroffen veterinaire maatregelen om mond- en klauwzeer te bestrijden en de insleep ervan tegen te gaan.

Artikel 2

1. In afwijking van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3887/92 kunnen de lidstaten hun programma's voor controles ter plaatse wijzigen. Daartoe kunnen zij meer in het bijzonder:

a) controles ter plaatse in de betrokken gebieden uitstellen tot het tijdstip waarop de voor die controles uitgekozen bedrijven weer toegankelijk zijn;

b) aanvankelijk voor controles ter plaatse uitgekozen bedrijven uit de steekproef schrappen;

c) het aantal controles ter plaatse in de betrokken gebieden verminderen en tegelijkertijd het aantal controles in andere gebieden verhogen;

d) de controles via computergegevensbestanden en/of andere documenten, met inbegrip van veterinaire gegevens en documenten uitbreiden;

e) zo nodig, op bedrijven waar veterinaire maatregelen worden toegepast, tegelijk met die maatregelen controles uitvoeren;

f) zodra de veterinaire beperkingen zijn opgeheven, in de betrokken gebieden het aantal controles achteraf aan de hand van documenten, eventueel ook ter plaatse, verhogen.

2. Wanneer na toepassing van de in lid 1 genoemde maatregelen de in artikel 6, lid 3, lid 5 en lid 6 bis, van Verordening (EEG) nr. 3887/92 voor controles ter plaatse voorgeschreven percentages toch niet worden gehaald aan het einde van de betrokken controleperiode, mogen de lidstaten die percentages voor de betrokken gebieden verlagen. Zo nodig wordt in de volgende controleperiode het aantal achteraf uit te voeren controles ter plaatse verhoogd.

3. De in dit artikel vastgestelde maatregelen moeten worden beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om de doeltreffendheid te behouden van de veterinaire maatregelen om mond- en klauwzeer te bestrijden en de insleep ervan tegen te gaan.

Artikel 3

In afwijking van artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 3887/92 kunnen de lidstaten bepalen dat de aanvragen ook telefonisch ingediend mogen worden. In dat geval worden de bijbehorende documenten dan zo spoedig mogelijk toegezonden aan de bevoegde autoriteit. Onder dezelfde voorwaarde kunnen de lidstaten ook toestaan dat andere in Verordening (EEG) nr. 3887/92 voorgeschreven meldingen per telefoon of langs elektronsiche weg worden gedaan.

Artikel 4

In afwijking van artikel 10 bis, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 3887/92 mag de in dat lid bedoelde vervanging plaatsvinden binnen 60 dagen na afloop van de op grond van veterinaire maatregelen in het betrokken gebied toegepaste beperkingen op de verplaatsing van dieren.

Artikel 5

1. In afwijking van artikel 4, lid 2, onder a), van Verordening (EEG) nr. 3887/92:

a) mogen steunaanvragen "oppervlakten" die voor het verkoopseizoen 2001/2002 zijn ingediend in door mond- en klauwzeer of slechte weersomstandigheden getroffen gebieden, worden gewijzigd door annulering van als akkerbouw- en/of voederareaal aangegeven oppervlakten en door toevoeging van die oppervlakten aan het braakleggingsareaal, voorzover de voorwaarden voor erkenning van die oppervlakten als braakland zijn vervuld.

In door mond- en klauwzeer getroffen gebieden kunnen bovendien oppervlakten aan het aangegeven voederareaal worden toegevoegd;

b) kunnen de lidstaten, wanneer door overeenkomstig de Gemeenschapsvoorschriften vastgestelde veterinaire maatregelen in door mond- en klauwzeer getroffen gebieden de periode waarin het voederareaal beschikbaar is voor het houden van dieren, wordt verkort en de arealen eerst op een latere datum beschikbaar worden, voor het verkoopseizoen 2001/2002 toestaan dat oppervlakten zelfs na de uiterste termijn voor de inzaai aan het aangegeven voederareaal worden toegevoegd, voorzover de betrokken oppervlakten nog niet opgenomen zijn in een steunaanvraag "oppervlakten".

2. In afwijking van artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3887/92 kunnen de lidstaten onder de in lid 1, onder b), bepaalde voorwaarden een latere begindatum vaststellen en de beschikbaarheidsperiode verkorten.

Artikel 6

De lidstaten informeren de Commissie geregeld over de toestand en de op grond van deze verordening getroffen maatregelen.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing van 20 februari tot en met 31 december 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 mei 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 355 van 5.12.1992, blz. 1.

(2) PB L 72 van 14.3.2001, blz. 6.

(3) PB L 391 van 31.12.1992, blz. 36.

(4) PB L 314 van 14.12.2000, blz. 8.