Verordening (EG) nr. 1506/2001 van de Commissie van 23 juli 2001 betreffende de afgifte van uitvoercertificaten van het B-stelsel in de sector groenten en fruit
Verordening (EG) nr. 1506/2001 van de Commissie van 23 juli 2001 betreffende de afgifte van uitvoercertificaten van het B-stelsel in de sector groenten en fruit
Verordening (EG) nr. 1506/2001 van de Commissie
van 23 juli 2001
betreffende de afgifte van uitvoercertificaten van het B-stelsel in de sector groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2190/96 van de Commissie van 14 november 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad wat de toekenning van uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit betreft(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 298/2000(2), en met name op artikel 5, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In Verordening (EG) nr. 1185/2001 van de Commissie(3) is bepaald voor welke indicatieve hoeveelheden, exclusief de hoeveelheden waarvoor in het kader van voedselhulp certificaten zijn aangevraagd, uitvoercertificaten van het B-stelsel kunnen worden afgegeven.
(2) Volgens de informatie waarover de Commissie op dit ogenblik beschikt, zouden de voor de lopende uitvoerperiode vastgestelde indicatieve hoeveelheden voor citroenen binnenkort kunnen worden overschreden. Deze overschrijding zou nadelig zijn voor de goede werking van de uitvoerrestitutieregeling in de sector groenten en fruit.
(3) Om deze situatie te verhelpen, moeten de certificaataanvragen van het B-stelsel worden afgewezen voor na 23 juli 2001 uitgevoerde citroenen, zulks tot het einde van de lopende uitvoerperiode,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De aanvragen voor uitvoercertificaten van het B-stelsel voor citroenen, die zijn ingediend op grond van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1185/2001 en waarvoor de aangifte ten uitvoer van de producten na 23 juli en vóór 17 september 2001 is aanvaard, moeten worden afgewezen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 24 juli 2001.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 juli 2001.
Voor de Commissie
Franz Fischler
Lid van de Commissie
(1) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 12.
(2) PB L 34 van 9.2.2000, blz. 16.
(3) PB L 161 van 16.6.2001, blz. 26.