Home

Verordening (EG) nr. 1812/2001 van de Commissie van 14 september 2001 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1886/2000 ten aanzien van de verbindendverklaring voor niet-aangeslotenen van bepaalde door producentenorganisaties in de visserijsector vastgestelde regels

Verordening (EG) nr. 1812/2001 van de Commissie van 14 september 2001 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1886/2000 ten aanzien van de verbindendverklaring voor niet-aangeslotenen van bepaalde door producentenorganisaties in de visserijsector vastgestelde regels

Verordening (EG) nr. 1812/2001 van de Commissie

van 14 september 2001

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1886/2000 ten aanzien van de verbindendverklaring voor niet-aangeslotenen van bepaalde door producentenorganisaties in de visserijsector vastgestelde regels

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 939/2001 van de Commissie(2), en met name op artikel 7, lid 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EG) nr. 1886/2000 van 6 september 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad ten aanzien van de verbindendverklaring voor niet-aangeslotenen van bepaalde door producentenorganisaties in de visserijsector vastgestelde regels(3) bevat met name criteria om de representativiteit van producentenorganisaties van vissers te kunnen beoordelen, maar die criteria zijn niet geschikt voor de aquacultuur. Er dient derhalve te worden voorzien in voor die sector specifieke criteria inzake representativiteit.

(2) Gelet op de kenmerken van de aquacultuursector lijkt het dienstig voor die sector ook aparte productie- en afzetvoorschriften vast te stellen.

(3) Verordening (EG) nr. 1886/2000 moet bijgevolg worden gewijzigd.

(4) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De artikelen 1 en 2 van Verordening (EG) nr. 1886/2000 komen als volgt te luiden: "Artikel 1

1. De productie en afzet van een producentenorganisatie van vissers wordt als voldoende representatief aangemerkt voor het gebied ten aanzien waarvan wordt voorgesteld de regels verbindend te verklaren, wanneer:

a) de afzet van de producentenorganisatie of haar aangeslotenen voor de soorten waarop deze regels van toepassing zouden zijn, in totaal meer dan 65 % van de totale afgezette hoeveelheden uitmaakt; en

b) het aantal vissers op vaartuigen die door aangeslotenen van de producentenorganisatie worden geëxploiteerd, meer dan 50 % bedraagt van het totale aantal in het gebied gevestigde vissers op wie de verbindend te verklaren regels van toepassing zouden zijn.

2. Voor de toepassing van lid 1, onder a), wordt rekening gehouden met de afzet tijdens het voorafgaande verkoopseizoen.

3. Met het oog op de berekening van het in lid 1, onder b), bedoelde percentage worden vissers aan boord van vaartuigen met een lengte van ten hoogste 10 m over alles in aanmerking genomen naar verhouding van het aandeel van de door deze vissers afgezette hoeveelheden in de totale in het betrokken gebied afgezette hoeveelheden.

4. De productie en afzet van een producentenorganisatie in de aquacultuursector, zoals omschreven in bijlage III, punt 2.2, onder a), van Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad(4), wordt als voldoende representatief aangemerkt voor het gebied ten aanzien waarvan wordt voorgesteld de regels verbindend te verklaren, wanneer de productie van de producentenorganisatie of haar aangeslotenen voor de soorten waarop deze regels van toepassing zouden zijn, in totaal meer dan 40 % van de totale geproduceerde hoeveelheden uitmaakt.

5. Voor de toepassing van lid 4 wordt rekening gehouden met de productie tijdens het voorafgaande verkoopseizoen.

Artikel 2

1. De in artikel 7, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde productie- en afzetvoorschriften betreffen:

a) kwaliteit, omvang of gewicht en aanbiedingsvorm van de te koop aangeboden producten;

b) bemonstering, recipiënten voor de verkoop, verpakking en etikettering en gebruik van ijs;

c) de wijze waarop de producten voor het eerst in de handel worden gebracht, eventueel met inbegrip van regels voor de rationele verwijdering van producten met het oog op een stabiele markt.

2. Wat de aquacultuursector betreft, kunnen de in lid 1 bedoelde voorschriften betrekking hebben op maatregelen betreffende het uitzetten van jonge vis of op maatregelen in andere stadia van de levenscyclus van de aquacultuursoorten waarop de voorschriften van toepassing zouden zijn, en met name op regels inzake de oogst of de opslag, met inbegrip van invriezen, van mogelijke productieoverschotten.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 september 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(2) PB L 132 van 15.5.2001, blz. 10.

(3) PB L 227 van 7.9.2000, blz. 11.

(4) PB L 337 van 30.12.1999, blz. 10.