2002/758/EG: Zaak COMP/36.264 — Mercedes-Benz: Beschikking van de Commissie van 10 oktober 2001 betreffende een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag (Voor de EER relevante tekst.) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3028)
2002/758/EG: Zaak COMP/36.264 — Mercedes-Benz: Beschikking van de Commissie van 10 oktober 2001 betreffende een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag (Voor de EER relevante tekst.) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3028)
Beschikking van de Commissie
van 10 oktober 2001
betreffende een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag
(Zaak COMP/36.264 - Mercedes-Benz)
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 3028)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2002/758/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962, eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1216/1999(2), en met name op artikel 3, artikel 15, lid 2, en artikel 16, lid 1,
Gelet op het besluit van de Commissie van 30 maart 1999 om in de onderhavige zaak de procedure in te leiden,
Na de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening nr. 17 en Verordening (EG) nr. 2842/98 van de Commissie van 22 december 1998 betreffende het horen van belanghebbenden en derden in bepaalde procedures op grond van de artikelen 85 en 86 van het EG-Verdrag(3), in gelegenheid te hebben gesteld hun standpunt terzake van de door de Commissie in aanmerking genomen punten van bezwaar kenbaar te maken,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,
Na kennis te hebben genomen van het eindverslag van de raadadviseur-auditeur,
Overwegende hetgeen volgt:
1. DE FEITEN
1.1. PROCEDURE
(1) De Commissie heeft sinds begin 1995 brieven ontvangen van consumenten die zich beklaagden over belemmeringen bij de uitvoer van nieuwe motorvoertuigen van het merk Mercedes-Benz door de concernondernemingen van Daimler-Benz AG in verscheidene lidstaten. De Commissie beschikte daarmee over aanwijzingen dat tot het Daimler-Benz-concern behorende ondernemingen een compartimentering in strijd met artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag uitvoeren.
(2) Op 4 december 1996 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 14 van Verordening nr. 17 verificaties gelast. Deze verificaties zijn op 11 en 12 december 1996 bij de volgende ondernemingen verricht:
- Duitsland: Daimler-Benz AG, Stuttgart; Mercedes-Benz AG, Stuttgart;
- België: Mercedes-Benz Belgium SA/NV; Van Steen SA/NV, Mechelen;
- Nederland: Mercedes-Benz Nederland NV, Utrecht; Autocentrum Pordon BV, Utrecht; Van Kooy BV, Hilversum;
- Spanje: Mercedes-Benz España SA, Madrid; Itarsa, Madrid; Itra SL, Madrid.
(3) Op 21 oktober 1998 heeft de Commissie een verzoek om inlichtingen overeenkomstig artikel 11 van Verordening nr. 17 aan Daimler-Benz AG gericht, dat op 10 november 1998 werd beantwoord. Op 15 juni 2001 heeft de Commissie een tweede verzoek om inlichtingen aan DaimlerChrysler AG gericht, dat op 9 juli 2001 werd beantwoord.
(4) Op 31 maart 1999 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar aan DaimlerChrysler AG gestuurd.
(5) DaimlerChrysler AG heeft met schrijven van 14 juni 1999 schriftelijk en op 29 juni 1999 in een hoorzitting met betrekking tot de punten van bezwaar haar standpunt kenbaar gemaakt. Zij heeft verder op 7 december 1999 een advies van prof. Ulmer inzake de beoordeling van de afzet van motorvoertuigen via handelsagenten in Duitsland overeenkomstig artikel 81, lid 1, overgelegd. Op 4 september 2000 heeft DaimlerChrysler bij een tweede schrijven bewijsmateriaal overgelegd, waarin op de beoordeling van het bewijsmateriaal door het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen in zijn arrest van 6 juli 2000 in zaak T-62/98, Volkswagen/Commissie (Jurispr. 2000, II-2707), wordt gewezen.
(6) Deze beschikking berust op de bij de verificaties aangetroffen documenten, de antwoorden op de verzoeken om inlichtingen en de opmerkingen van DaimlerChrysler AG.
1.2. DE BETROKKEN ONDERNEMINGEN EN HUN DISTRIBUTIENET
1.2.1. DAIMLERCHRYSLER AG
(7) Op 21 december 1998 werd Daimler-Benz AG op grond van het "Business combination agreement" van 7 mei 1998 door een fusie onderdeel van DaimlerChrysler AG. DaimlerChrysler AG is daarmee rechtsopvolger van Daimler-Benz AG geworden. Alle rechten, activa, schulden en verplichtingen zijn daarmee overeenkomstig paragraaf 20, punt 1, van het Umwandlungsgesetz (UmwG) (de Duitse wet inzake de wijziging van de rechtspositie van ondernemingen)(4) op DaimlerChrysler AG overgegaan(5). De wereldwijde omzet van DaimlerChrysler bedroeg in 2000 162,384 miljard EUR; de omzet in de Gemeenschap was 50,348 miljard EUR.
(8) Met de wereldwijde afzet van 1052742 personenauto's van het merk Mercedes-Benz werd in 2000 een omzet van 43,133 miljard EUR behaald. In de Gemeenschap werden 666198 personenauto's van het merk Mercedes-Benz afgezet en daarmee werd een omzet van 25,050 miljard EUR behaald(6).
1.2.2. DAIMLER-BENZ AG EN MERCEDES-BENZ AG
(9) Daimler-Benz AG was tot 21 december 1998 de moedermaatschappij van het Daimler-Benz concern. Dit concern was met dochterondernemingen in de sectoren fabricage en distributie van motorvoertuigen, auto-elektronica, railvoertuigen, dieselmotoren, lucht- en ruimtevaart, alsmede verdedigingssystemen, financiële dienstverlening, assurantiën, informatietechnologie, telecommunicatie, handel en grondbeheerdiensten wereldwijd actief.
(10) De geconsolideerde wereldwijde concernomzet van Daimler-Benz AG bedroeg in 1997 64963 miljoen ECU; de omzet in de Gemeenschap bedroeg 37995 miljoen ECU. De concernomzet met betrekking tot personenauto's bedroeg in 1997 wereldwijd 21955 miljoen ECU.
(11) Personenauto's en bedrijfsauto's van het merk Mercedes-Benz werden tot 1989 door Daimler-Benz AG resp. haar dochterondernemingen geproduceerd en afgezet. Van 1989 tot 26 mei 1997 vond de fabricage van personenauto's plaats bij de dochteronderneming van Daimler-Benz AG, Mercedes-Benz AG. In Duitsland werd de distributie direct door Mercedes-Benz AG uitgevoerd. In België en Spanje vond de distributie plaats via de dochterondernemingen van Daimler-Benz AG, Mercedes-Benz Belgium SA/NV en Mercedes-Benz España SA.
(12) Mercedes-Benz AG werd op 26 mei 1997 door een fusie onderdeel van Daimler-Benz AG. Vanaf die dag is Mercedes-Benz binnen Daimler-Benz AG, nu DaimlerChrysler AG, verantwoordelijk voor de motorvoertuigen. Gemakshalve wordt in hetgeen volgt in voorkomend geval over "Mercedes-Benz" gesproken, los van het feit of het Daimler-Benz AG (tot 1989), Mercedes-Benz AG (tot 1997), Daimler-Benz AG (1997/98) of DaimlerChrysler AG (vanaf 1998) betreft.
(13) De omzet van personenauto's van Mercedes-Benz met inbegrip van de verkoop aan medewerkers bedroeg in Duitsland in 2000 15,494 miljard EUR(7).
(14) De handel in personenauto's in Duitsland is als volgt(8):
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(15) De distributie(9) van personenauto's van Mercedes-Benz vindt in Duitsland voornamelijk plaats via 43 (1996), 41 (1998) resp. 35 (2000) bij het concern behorende vestigingen, via 237 (1996), 208 (1998) resp. 110 (2000) handelsagenten (ook contractpartners genoemd), die overeenkomstig het Duitse handelsrecht de status van een handelsvertegenwoordiger in de vorm van een tussenpersoon hebben (paragraaf 84, lid 1, zin 1, eerste alternatief, Handelsgesetzbuch (HGB) (Wetboek van Koophandel)), en via drie commissionairs (zogenoemde hoofdhandelsagenten)(10) waarvan een onderneming een concernonderneming van Mercedes-Benz is(11). De hoofdhandelsagenten handelen naar buiten toe weliswaar onder hun eigen naam, maar zijn in de interne relatie met Mercedes-Benz met de andere handelsagenten gelijkgesteld(12). Omdat de overeenkomsten van de hoofdhandelsagenten en de handelsagenten over het algemeen inhoudelijk identiek zijn, gelden de volgende verklaringen met betrekking tot de handelsagenten ook voor de niet tot het concern behorende hoofdhandelsagenten, voorzover niet anders aangegeven. Voorts zijn er in Duitsland ongeveer 500 erkende garagebedrijven. Deze kunnen als handelsagent als bijbetrekking overeenkomstig paragraaf 92 b van het HGB nieuwe voertuigen aan de voor hun regio verantwoordelijke dealer of de verantwoordelijke vestiging van Mercedes-Benz verkopen.
Van de in Duitsland verkochte personenauto's van Mercedes-Benz werd gemiddeld over de jaren 1996 tot en met 2000 ongeveer [...] % via de vestigingen van Mercedes-Benz en ongeveer [...] % door de als dealer optredende contractpartners (hierna "handelsagenten" genoemd) afgezet. Ook wanneer de hoogte van de omzet van de via deze distributiebedrijven afgezette nieuwe auto's in aanmerking wordt genomen, levert dit deze percentages op(13). De afzet/omzet van de Duitse erkende garagebedrijven die koopovereenkomsten voor nieuwe auto's voor een vestiging of voor een dealer tot stand brengen, zijn in deze percentages begrepen en bedragen in totaal ongeveer [...] %.
(16) De Duitse handelsagenten (als hoofdberoep) van Mercedes-Benz dragen overeenkomstig de vertegenwoordigingsovereenkomst(14) (Vertretervertrag - VV) een aantal risico's die onscheidbaar verbonden zijn met hun activiteiten als tussenpersoon. Deze risico's worden in overweging 153 e.v. in detail uiteengezet.
1.2.3. MERCEDES-BENZ BELGIUM SA/NV
(17) Mercedes-Benz Belgium SA/NV (hierna te noemen: MBBel) was een dochteronderneming van Daimler-Benz Holding Belgium SA, die op haar beurt direct of indirect door Daimler-Benz AG werd gecontroleerd. MBBel was sinds een onbekende datum een rechtstreekse 100 % dochteronderneming van Daimler-Benz AG. Sinds 21 december 1998 is MBBel een 100 %-dochteronderneming van DaimlerChrysler AG.
(18)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(19) Het distributienet voor personenauto's in België bestaat enerzijds uit de importeur, MBBel, die zelf in de hier bedoelde periode ten minste via twee vestigingen(15) nieuwe voertuigen heeft verkocht, anderzijds uit ongeveer 45 dealers(16). Voorts zijn er in België ongeveer 44 agentschappen/garages die ook koopovereenkomsten voor nieuwe auto's afsluiten.
1.2.4. MERCEDES-BENZ ESPAÑA SA
(20) Mercedes-Benz España SA (hierna te noemen: MBE) is een 100 %-dochteronderneming van de Spaanse holding Daimler-Benz España, SA, die op haar beurt voor 99,88 % een dochteronderneming van Daimler-Benz AG was. Sinds 21 december 1998 is deze holding een 100 %-dochteronderneming van DaimlerChrysler AG. MBE exploiteert een carrosserie- en assemblagefabriek voor bestelwagens en de V-klasse (MPV's), fabricage van motoren en versnellingsbakken alsmede onderdelen voor assen van bestelwagens, distributie van Mercedes-Benz-voertuigen en Daimler-Benz-producten.
(21) De distributie van personenauto's vindt in Spanje plaats via drie vestigingen van MBE alsmede ongeveer 70 dealers. Voorts zijn er in Spanje erkende garagebedrijven(17), die echter geen voertuigen verkopen, maar alleen verkoopovereenkomsten afsluiten.
(22)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
1.3. DE BETEKENIS VAN DE BETROKKEN ONDERNEMINGEN OP HET GEBIED VAN PERSONENAUTO'S
(23) De markt voor personenauto's kan in een groot aantal segmenten worden verdeeld. Van doorslaggevende betekenis zijn factoren zoals koopprijs en lengte van het voertuig. Andere factoren zoals de capaciteit van de motor, kwaliteit en prestigewaarde spelen daarentegen een kleinere rol bij de indeling van de voertuigen in de diverse segmenten. Gewoonlijk worden de volgende segmenten onderscheiden: A: zeer kleine auto's, B: kleine auto's, C: middenklasseauto's, D: hogere middenklasse, E: hogere klasse, F: luxeklasse, G: multipurpose voertuigen en sportwagens, waarbij het laatstgenoemde segment G soms nog verder wordt onderverdeeld. In de volgende overzichten worden de kwantitatieve aandelen van Mercedes-Benz in de Gemeenschap en in de lidstaten op basis van het aantal verkochte voertuigen aangegeven. Er zijn belangrijke aanwijzingen, dat bij een berekening van de aandelen op grond van de prijzen van de voertuigen het aandeel van Mercedes-Benz, dat vooral dure voertuigen aanbiedt, nog hoger zou kunnen liggen.
(24)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(25)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(26)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(27)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(28)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(29)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
1.4. PARALLELHANDEL MET PERSONENAUTO'S VAN MERCEDES-BENZ IN DUITSLAND, BELGIË EN SPANJE ALSMEDE DE OORZAKEN EN OMVANG ERVAN
1.4.1. PRIJSVERSCHILLEN TUSSEN DE LIDSTATEN
(30) De Commissie publiceert tweemaal per jaar een overzicht van de autoprijzen in de Gemeenschap(18). De informatie wordt door de fabrikanten ter beschikking gesteld. Een van de door de Commissie met de publicatie van deze overzichten nagestreefde doelstellingen is het verhogen van de prijstransparantie. Eindverbruikers moeten in staat worden gesteld om motorvoertuigen in toenemende mate in die lidstaten te kopen waar de prijzen en andere aankoopvoorwaarden het gunstigst zijn. De Commissie streeft er daarentegen niet naar om in de Gemeenschap een eenheidsprijs te bewerkstelligen. De Commissie wil eerder door middel van een verhoogde prijstransparantie bereiken dat de prijsverschillen kleiner worden als gevolg van de effecten die deze transparantie op de markt heeft.
(31) Op basis van dit onderzoek naar de prijzen kunnen de prijsverschillen voor de meest verkochte modellen tussen de verschillende lidstaten als volgt worden weergegeven (daarbij is de prijs vóór belastingen in het goedkoopste land steeds op 100 gezet):
(32)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(33)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(34)
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
1.4.2. OORZAKEN EN OMVANG VAN DE PARALLELHANDEL IN PERSONENAUTO'S VAN HET MERK MERCEDES-BENZ IN EUROPA, MET NAME IN DUITSLAND, BELGIË EN SPANJE
1.4.2.1. Duitsland
(35) Uit de bij de verificaties aangetroffen documenten blijkt dat in 1995 en 1996 een aanzienlijk aantal nieuwe voertuigen van de Duitse Mercedes-vestigingen direct of via de Duitse handelsagenten aan niet tot het officiële distributienet behorende, onafhankelijke handelaren en in enkele gevallen ook aan eindverbruikers, met name uit België en Spanje, werd verkocht.
(36) Uit Duitsland werden in 1992 in totaal [...] nieuwe Mercedessen naar België geleverd, in 1993 in totaal [...], in 1994 in totaal [...], in 1995 in totaal [...](19) en in de eerste zes maanden van 1996 in totaal [...](20). Deze voertuigen werden niet via de officiële importeur, MBBel, naar België geleverd, maar door de Duitse vestigingen/handelsagenten aan Belgische eindverbruikers of parallelhandelaars verkocht. De aanzienlijke parallelinvoer, die MBBel in 1996 "een lelijk monster noemt, dat weer tot leven is gewekt en 15 % van de Belgische markt vertegenwoordigt"(21), wordt door MBBel en de Belgische dealers toegeschreven aan de volgende omstandigheden.
(37) Volgens de op 17 oktober 1995 geuite opvatting van MBBel is het prijsbeleid van Mercedes-Benz in België met een index van 103 tegenover Duitsland met een index van 100 verantwoordelijk voor de aanzienlijke parallelhandel. Dit zou tot een prijsverschil van ± 7 % in vergelijking met de parallelmarkt in België leiden(22). Prijsverschillen werden al eerder als de oorzaak voor de parallelhandel beschouwd. Al in 1992 wees MBBel Mercedes-Benz erop dat de door Mercedes-Benz voor de Belgische Markt geplande afzetplanning niet haalbaar was als het niet zou lukken om de grijze markt door middel van een prijsaanpassing duidelijk terug te dringen. MBBel ging ervan uit dat "dit met een verder geforceerde prijsharmonisering van nog maar 2 % prijsverschil met het binnenland voor alle types incl. speciale uitvoeringen te bereiken was"(23). Behalve het prijsverschil werden in de uitgebreide briefwisselingen tussen MBBel en Mercedes-Benz nog meer redenen voor de aanzienlijke parallelhandel met nieuwe voertuigen, met name van de klasse W 210 (nieuwe E-klasse) genoemd, waarbij MBBel over "een W 210-invasie uit Duitsland" spreekt. De oorzaak hiervan is volgens MBBel dat verschillende Mercedes-vestigingen hun W 124-voertuigen (oude E-klasse) niet meer kunnen verkopen en deze met nieuwe W 210 in een totaalpakket met een korting van 30 % op de W 124 en 10 % op de W 210 aanbieden. Ook hadden de Belgische grijze handelaars W 210 voertuigen op voorraad en konden ze binnen zes tot acht weken nieuwe voertuigen op maat leveren, terwijl de levertijden van de officiële Belgische verkooporganisatie meer dan 18 weken zouden bedragen(24). In april 1996 was de situatie rond de W 210 volgens MBBel nog ernstiger geworden: voor dit voertuig had de Belgische verkooporganisatie levertijden van zes maanden, terwijl de handelaren op de parallelmarkt voertuigen in elke gewenste uitvoering binnen vier weken konden leveren. Dit verklaart waarom tussen juni 1995 en eind maart 1996 in totaal 411 W 210-voertuigen door de Duitse verkooporganisatie naar België werden geleverd(25).
(38) Ook de Belgische vereniging van Mercedes-dealers wilde zich over de "sinds jaren optredende schadelijke en parasitaire invloeden van de parallelmarkt in België" beklagen. In de conceptbrief, die MBBel op 25 januari 1993 aan Mercedes-Benz heeft gestuurd, wordt benadrukt dat het teleurstellend is dat in 1992 opnieuw 2000 voertuigen, waarvan 800 van de Duitse verkooporganisatie, naar België werden geleverd. Mercedes-Benz wordt dringend verzocht te verifiëren of er binnen de Duitse verkooporganisatie maatregelen zijn getroffen om de overlevingskansen van het Belgische dealernet te waarborgen. De Belgische dealervereniging deed in meerdere brieven haar beklag bij MBBel over het grote aantal gevallen van grijze invoer en over het feit dat de levertijden bij de Mercedes-dealers wegens geringe toewijzingen twaalf maanden zouden bedragen, hetgeen de "jagers van de grijze markt" bevoordeelde. Deze levertijden zijn veel langer dan die in Duitsland. Voorts konden de parallelimporteurs al met een nieuw model "pronken" (het ging hier om de Mercedes 300 S D), dat zelfs nog niet alle Belgische dealers hadden gekregen(26).
(39) Vermoedelijk zijn deze omstandigheden er ook de oorzaak van, dat Duitse klanten nieuwe voertuigen in Duitsland kochten en die onmiddellijk in België doorverkochten. Dit blijkt uit een groot aantal brieven uit de jaren 1995 en 1996, waarin het om in Duitsland verkochte voertuigen gaat die in België werden geregistreerd(27). Voor een deel ging het daarbij om klanten die maar een enkel voertuig hebben doorverkocht, maar voor een deel ging het ook om een klant die voortdurend voertuigen in België doorverkocht(28). Bij de voertuigen ging het echter gedeeltelijk om demonstratiewagens. Bij deze nasporingen kwamen echter ook incidenteel verkopen aan eindverbruikers aan het licht(29).
(40) Duitse Mercedes-vestigingen hebben ook nieuwe voertuigen aan Spaanse eindverbruikers verkocht. Volgens MBE gebeurde dit in 1994 in "genoeg gevallen", die bij Mercedes-Benz bekend zijn, tegen condities die de Spaanse verkooporganisatie niet kon bieden(30). Ook in de jaren daarna werden nieuwe auto's direct aan Spaanse eindverbruikers geleverd, bijvoorbeeld in 1996 een E 50 AMG door de vestiging München(31) en verschillende E 300 D-voertuigen door Hirschvogel, een MB-dealer(32).
(41) MBE betreurt in een brief aan de Spaanse dealer Itra SL van 2 september 1996(33) dat de Mercedes-Benz-vestiging Berlijn in El País, het Spaanse dagblad met de grootste oplage, voertuigen aanbiedt en zelfs een Spaanstalige "Export-Service Hotline" heeft geopend.
(42) Over het algemeen gaat MBE ervan uit dat 85 % van de parallel in Spanje ingevoerde voertuigen afkomstig is uit Duitsland(34). Voor de invoer van nieuwe auto's in Spanje (zie hiervoor overweging 52 hieronder) zou deze schatting betekenen dat in 1993 ca. [...], in 1994 ca. [...], in 1995 ca. [...] en in de eerste tien maanden van 1996 ca. [...] nieuwe voertuigen uit Duitsland parallel in Spanje werden ingevoerd.
1.4.2.2. België
(43) De beschikbare documenten maken duidelijk dat maar weinig voertuigen naar Duitsland uitgevoerd werden. Zo werd bijvoorbeeld in 1996 een vanuit België in Duitsland verkochte Mercedes 290 TD Combi in Sörup bij een paralleldealer aangetroffen(35). Al in 1993 kwamen twee Mercedessen 190 D vanuit België naar Duitsland(36). DaimlerChrysler(37) sluit niet uit dat nog meer voertuigen naar Duitsland geleverd zijn.
(44) Voorts werden voertuigen vanuit België naar Spanje geleverd. Zo heeft bijvoorbeeld garage Etoile in Waver in de eerste zeven maanden van 1995 volgens eigen verklaringen ten minste tien voertuigen aan Spaanse eindverbruikers geleverd(38).
(45) Zoals beschreven werd een aanzienlijk aantal nieuwe voertuigen in België ingevoerd. MBBel heeft maandelijks lijsten opgemaakt van de parallel ingevoerde voertuigen met de naam van de voertuighouder, adres, type, chassisnummer en land van oorsprong(39). Op een aparte lijst werd opgenomen via welk distributiebedrijf in Duitsland, voor de andere landen, uit welk land een voertuig naar België werd geleverd. In 1995 bijvoorbeeld waren dit in totaal 1314 voertuigen, waarvan er 599 uit Duitsland afkomstig waren, 327 uit Italië, 119 uit Nederland, 105 uit Frankrijk, 97 uit Luxemburg, 6 uit Spanje, 2 uit Oostenrijk en 2 uit Zweden(40). In de eerste zes maanden van 1996 werden in totaal 1003 nieuwe voertuigen in België ingevoerd, waarvan 827 uit Duitsland, 120 uit Italië, 83 uit Nederland, 102 uit Frankrijk, 45 uit Luxemburg, 2 uit Spanje en een voertuig uit Oostenrijk(41). DaimlerChrysler(42) bevestigt deze gegevens. Deze gegevens bewijzen op een indrukwekkende manier de omvang van de activiteiten van de ca. 45 in België werkzame, niet-erkende wederverkopers die in nieuwe auto's van Mercedes-Benz zouden handelen.
(46) Uit de beschikbare documenten blijkt dat nieuwe voertuigen voortdurend vanuit Nederland naar België werden geleverd. In de eerste zes maanden van 1996 waren het [...] voertuigen, in 1995 [...], in 1994 [...], in 1993 [...] en in 1992 waren het [...] voertuigen(43).
(47) De reden hiervoor is dat de prijzen in België 3 % tot 6 % hoger waren dan in Nederland(44).
1.4.2.3. Spanje
(48) MBE heeft in een overzicht alle in 1994 en 1995 naar het buitenland uitgevoerde voertuigen opgenomen, waarbij voor 1995 zelfs gegevens over de door de dealers gemelde (78 voertuigen) en niet gemelde uitvoer (67 voertuigen) beschikbaar zijn. In 1995 (1994) werden overeenkomstig deze gegevens 145 (243) voertuigen uitgevoerd, waarvan 51 (169) naar Portugal. In 1995 werden voorts 76 voertuigen naar Nederland, 10 naar Oostenrijk en 2 naar Frankrijk uitgevoerd(45).
(49) Na het begin van de verificatie op 11 december 1996 deelde de Spaanse Mercedes-dealer Louzao MBE per fax van 11 december 1996(46) mee dat hij in totaal acht voertuigen aan Portugese eindverbruikers heeft verkocht. De Spaanse Mercedes-dealer Garza Automoción heeft in zijn fax van 11 december 1996 aan MBE eveneens vier in Portugal verkochte voertuigen gemeld(47). Aan het einde van deze fax verklaart deze dealer dat Mercedes-Benz zulke transacties volstrekt niet tegenwerkt.
(50) Voorts werden in 1995 in totaal zes nieuwe voertuigen van Spanje naar België geleverd, in 1994 in totaal 13 en in 1993 en 1992 telkens één.
(51) Ter verduidelijking van de aanzienlijke betekenis van de parallelinvoer van voertuigen in Spanje heeft MBE(48) voor het registratiedistrict Cadiz voor de eerste negen maanden van 1996 de registratiecijfers op een rijtje gezet. Hieruit blijkt dat in Cadiz geregistreerd werden:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(52) In Spanje werden overeenkomstig de bij de verificatie aangetroffen documenten van januari 1993 tot oktober 1996 de volgende aantallen nieuwe voertuigen van het merk Mercedes verkocht(49):
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
(53) Over het algemeen gaat MBE ervan uit, dat 85 % van de parallel in Spanje ingevoerde voertuigen uit Duitsland afkomstig is(50). Uit de documenten is niet duidelijk vanuit welke landen de overige voertuigen naar Spanje werden geleverd.
1.5. BEGRIPPEN VOOR GRENSOVERSCHRIJDENDE VERKOPEN VAN MOTORVOERTUIGEN
(54) In deze paragraaf worden begrippen omschreven die door het Mercedes-Benz-concern in de mededelingen aan individuele distributiepartners of aan het totale distributienet van een lidstaat gebruikt worden ter aanduiding van de verkoop van voertuigen aan buitenlandse klanten, en wel aan wederverkopers en eindverbruikers. Uit de bij de verificaties aangetroffen documenten blijkt dat er in totaal drie verschillende begrippen in verband met deze transacties werden gebruikt: grijze markt, parallelmarkt en levering. Voorzover het gaat om verkopen aan buitenlandse klanten uit een land van de Europese Economische Ruimte (EER) wordt in de documenten ook het begrip kom-klant(51) gebruikt.
1.5.1. BEGRIP GRIJZE MARKT
(55) In een lezing van de heer E. Herzog van 17 februari 1989(52) in het kader van de GBP-vergadering (Geschäftsbereich Personenwagen - divisie personenauto's) wordt het begrip activiteiten op de grijze markt gedefinieerd. Daar staat het volgende: "Volgens ons worden transacties op de grijze markt gekenmerkt door het feit dat onafhankelijke verkopers (ik zeg bewust verkopers en niet dealers, want het kan heel goed om privé-personen gaan: menig diplomaat maar ook menige kleine leverancier heeft hiermee al - vooral bij een recessieve ontwikkeling van de economie - aanzienlijk bijverdiend), dat onafhankelijke verkopers dus voertuigen buiten het officiële dealernet van de fabrikant om in het buitenland verkopen met het doel winst te maken. Het door deze verkopers bediende marktsegment is de 'grijze markt'."(53). In de lezing worden bovendien de redenen voor de grijze markt (prijs- en beschikbaarheidsverschillen) en de omvang van de grijze markt van ongeveer 30000 eenheden (waarvan 14000 in Italië en 8000 in Japan) omschreven; er wordt ook op het volgende gewezen: aan de kant van de leverancier "domineert heel duidelijk de VOI(54) met toevallig eveneens ca. 22000 eenheden per jaar." Ten slotte geeft de heer Herzog in zijn lezing zijn mening t.a.v. het verkoopbeleid en benadrukt hij: "Een strikt verbod op transacties op de grijze markt van welke aard dan ook met dreiging en uitvoering van verstrekkende sancties lijkt me uitvoerbaar noch zinvol: enerzijds moet elk geval onweerlegbaar worden bewezen, waarbij in de regel recherches nodig zijn. Anderzijds moeten wij, gezien het feit dat wij momenteel volledig bezet zijn, de voorkeur geven aan een fijne afstemming in heel Europa (trefwoord prijsharmonisering). Wat wij moeilijk kunnen beïnvloeden, is de variant waarbij individuen als 'stromannen' optreden zonder dat onze organisatie daarvan op de hoogte is. In deze gevallen zijn wij in de regel tot levering verplicht. Wij kunnen de levering alleen dan weigeren, wanneer wij in het kader van grootscheeps onderzoek kunnen bewijzen, dat de koper een wederverkoper is. In tegenstelling tot vroeger stelt de bescherming van persoonsgegevens ons hierbij zeer duidelijke grenzen.".
(56) In een interne notitie van de afdeling VP/VEV1(55) aan de heer Rau over het gesprek over de grijze markt in België op 26 juni 1992 wordt meegedeeld dat er ook gesproken werd over verkopen aan eindverbruikers. In het kader van deze gesprekken werd o.a. geconstateerd dat MBNL(56) voertuigen aan Nederlandse eindverbruikers heeft verkocht die in België wonen. Voorts werd in dit gesprek geconstateerd dat de Luxemburgse Mercedes-Benz-dealer, de firma Meris, voertuigen aan grensarbeiders met een betrekking in Luxemburg, Europese ambtenaren met twee domicilies en aan verhuurbedrijven met vestigingen in Luxemburg en Brussel heeft verkocht(57).
(57) In een interne notitie van 16 januari 1996(58) legt Dr. Schütz van de juridische afdeling van Mercedes-Benz AG vast dat hem bij inzage van de stukken van VP/M2 "(slechts) opgevallen" is "dat het begrip grijze markt een beetje vaag wordt gebruikt of dat er geen duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de activiteiten van vrije wederverkopers en die van eindverbruikers.". Aan het einde van de notitie wordt evenwel benadrukt: "in de landen waaraan geleverd wordt, met name Italië, maken de desbetreffende circulaires en instructies een duidelijk onderscheid tussen vrije wederverkopers en eindverbruikers.".
(58) De constatering dat in het Mercedes-Benz-concern niet altijd een zuiver onderscheid werd gemaakt tussen de verkoop aan wederverkopers en aan eindverbruikers blijkt naar de mening van de Commissie ook uit het volgende: in twee nagenoeg eensluidende handgeschreven mededelingen(59) van de heer Stolberg van de afdeling VP/EM1 van Mercedes-Benz aan MBBel wordt een scheiding gemaakt tussen transacties op de grijze markt en andere transacties met eindverbruikers: in de eerste mededeling van 14 mei 1995 wordt MBBel verzocht te verifiëren "of het bij een in Spanje parallel ingevoerd voertuig mogelijk om een 'transactie op de grijze markt' door MB-dealers in Waver" gaat. In de tweede mededeling van 3 juli 1995 wordt MBBel verzocht te verifiëren of in de bijlage bij de mededeling: "sprake is van zuivere toeristentransacties of toch van 'wederuitvoer op de grijze markt'. Ze zouden zo de mogelijkheid hebben om een eventueel nog niet ontdekt kanaal van de grijze markt te sluiten.". Weliswaar wijst de woordkeuze in beide brieven erop dat men hier een onderscheid maakte tussen "transactie op de grijze markt" en andere transacties, met eindverbruikers, maar in een brief van 19 juli 1995 van MBBel aan de heer Roth van Mercedes-Benz inzake de verkoop van een tweedehands Mercedes in Duitsland aan een lid van de rotaryclub in België, dus om een transactie met een eindverbruiker, wordt de transactie achter "betreft:" in de brief aangeduid als "Grey Import"(60).
(59) Samenvattend kan geconstateerd worden dat het begrip grijze markt binnen het Mercedes-Benz-concern enerzijds werd gebruikt ter aanduiding van verkopen aan niet-erkende wederverkopers, en anderzijds ter aanduiding van grensoverschrijdende transacties, ook met eindverbruikers. Voorzover dit begrip in de hier relevante samenhang werd gebruikt, kan in elk geval worden geconcludeerd dat het Mercedes ook om transacties met eindverbruikers ging.
(60) Met betrekking tot het begrip "grijze markt" erkent DaimlerChrysler dat er in de Mercedes-Benz-organisatie geen uniforme terminologie en geen verplichte definities bestaan. Het begrip heeft in de afzonderlijke documenten een engere of ruimere betekenis. De onzekerheid omtrent het begrip is door het gebruik van verschillende talen nog eens versterkt. De betekenis van het begrip kan steeds alleen uit de totale context van de documenten en met inachtneming van de historische ontwikkeling worden vastgesteld. Zo werd het begrip "grijze markt" voor de omschrijving van verkopen aan wederverkopers gebruikt of in verband met informatie over grensoverschrijdende transacties waarvan men niet wist of ze "wit" (toelaatbaar) of "zwart" (ontoelaatbaar) waren(61). Ook werd het begrip niet in de leverende landen, waar het alleen op aankomt, maar alleen in de ontvangende landen gebruikt, d.w.z. daar waar men niet heeft geweten of het een toelaatbare of een ontoelaatbare transactie betreft. Uit het oogpunt van mededinging komt het er echter alleen op aan welke begrippen in het leverende land gebruikt werden.
(61) Met dit laatste argument kunnen wij het niet eens zijn. In de brief van 14 september 1994(62) bevestigt Mercedes-Benz: "Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid ook in de toekomst alle aanwijzingen te onderzoeken die op professionele transacties op de grijze markt wijzen", d.w.z. het begrip grijze markt wordt in het leveringsland voor de omschrijving van verkopen aan onafhankelijke wederverkopers gebruikt. In de telex van Mercedes-Benz aan MBE van 29 juli 1994(63) wordt het begrip "invoer via de grijze markt" daarentegen ter aanduiding van twee voertuigtransacties met de voetballer R. gebruikt. De eerste transactie betrof een Mercedes 600 SEC, die Mercedes-Benz in Duitsland af fabriek aan deze klant had verkocht, terwijl het bij het tweede voertuig, een tweedehands SL 600, om een voertuig ging dat door een Duitse klant, die het voertuig in zijn tweede woonplaats in Spanje gebruikte, aan deze voetballer werd doorverkocht. Deze documenten bevestigen dat het begrip "grijze markt" ook in de leverende landen (de Mercedes 600 SEC werd in Duitsland aan de Spaanse klant verkocht) door Mercedes-Benz zelf ter aanduiding van grensoverschrijdende transacties met eindverbruikers werd gebruikt.
1.5.2. BEGRIP LEVERING
(62) In talrijke documenten wordt de grensoverschrijdende verkoop van voertuigen als "leveringen" of "voertuigleveringen"(64) in het invoerland aangeduid. Dit begrip wordt bij onderzoek naar de verblijfplaats van voertuigen gebruikt die in Duitsland of in een andere lidstaat werden geleverd aan buitenlandse eindverbruikers, aan niet-erkende wederverkopers of aan binnenlandse eindverbruikers die de voertuigen in het buitenland hebben doorverkocht (het zogenoemde doorgeven door klanten)(65). In het overzicht "Voertuigleveringen België per september 1995"(66) wordt voor de afzonderlijke Duitse regio's/vestigingen opgegeven hoeveel nieuwe voertuigen en demonstratiewagens in de eerste negen maanden van 1995 aan "kom-klanten" resp. de "grijze markt" werden geleverd. Dezelfde terminologie werd in een mededeling van de regio Zuid VP aan de afdeling MBVD(67)/VP van Mercedes-Benz AG van 23 april 1996 gebruikt. De mededeling met de titel "Voertuigleveringen W 210 naar België in de maanden januari/februari 1996" wijst erop dat het bij de voertuigleveringen uit de regio Zuid naar België in 2/3 van de gevallen om het doorgeven door klanten gaat en in 1/3 van de gevallen om leveringen van demonstratiewagens buiten de houderschapstermijn. Verder staat er: "In totaal slechts vier voertuigen werden aan kom-klanten rechtstreeks naar België verkocht."(68).
(63) Men kan dus constateren dat met het begrip "levering" alle soorten grensoverschrijdende transacties, met inbegrip van de verkopen aan buitenlandse eindverbruikers uit een land van de EER, de zogenoemde kom-klanten (zie daarvoor overweging 68 hieronder), werden aangeduid.
(64) In de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(69) bevestigt DaimlerChrysler dat dit begrip zonder onderscheid voor alle vormen van grensoverschrijdende handel werd gebruikt.
1.5.3. PARALLELINVOER
(65) Het begrip parallelinvoer wordt bijvoorbeeld in het onderwerp van een informatieve notitie over de boeteprocedure van de Commissie in de zaak IV/35.733-VW gebruikt, waarin het er onder andere om ging dat Volkswagen en Audi hun Italiaanse dealers de verkoop van nieuwe voertuigen aan eindverbruikers uit andere lidstaten hadden verboden. Het begrip wordt ook in een brief van MBBel aan MBF(70) in verband met de verkoop van voertuigen door Franse dealers aan Belgische klanten gebruikt(71).
(66) Het begrip parallelinvoer wordt derhalve door de ondernemingen van het Mercedes-Benz-concern in elk geval ook ter aanduiding van grensoverschrijdende transacties met eindverbruikers gebruikt.
(67) In de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(72) bevestigt DaimlerChrysler, dat dit begrip zonder onderscheid voor alle vormen van grensoverschrijdende handel werd gebruikt.
1.5.4. KOM-KLANTEN
(68) In een intern document van de juridische afdeling van Daimler-Benz aan de afdeling PR/P van 8 augustus 1995(73) werd voor een "officieel standpunt" een tekst geformuleerd waarin wordt vastgelegd dat kom-klanten buitenlandse klanten uit de EER zijn, die zich uit eigen beweging tot een dealer wenden. Uit de brief van Mercedes-Benz AG van 23 oktober 1992 aan MBNL(74) alsmede uit rondschrijven nr. 76/92 van 9 november 1992(75) blijkt dat het begrip kom-klant in verband met grensoverschrijdende verkopen aan eindverbruikers uit een andere lidstaat van de Gemeenschap wordt gebruikt.
1.5.5. SAMENVATTING
(69) Er kan dus geconstateerd worden dat de begrippen leveringen en parallelinvoer binnen het Mercedes-Benzconcern ter aanduiding van verkopen van voertuigen aan alle soorten buitenlandse klanten werden gebruikt, met andere woorden ter aanduiding van verkopen aan niet tot het distributienet behorende, niet-erkende wederverkopers, maar ook aan eindverbruikers. Het begrip grijze markt kon ook deze brede betekenis hebben. Het begrip kom-klant werd daarentegen blijkbaar alleen in verband met de verkoop van voertuigen aan eindverbruikers uit andere lidstaten van de Gemeenschap of de EER gebruikt.
1.6. DE AFZONDERLIJKE MEDEDINGINGSBEPERKENDE MAATREGELEN
1.6.1. UITVOERBEPERKINGEN (DUITSLAND)
1.6.1.1. Verzoek aan de Duitse distributiepartners om niet aan klanten buiten hun rayon te verkopen
(70) Uit documenten waarover de Commissie beschikt, blijkt dat bij Mercedes-Benz al geruime tijd plannen voor de beperking van de parallelhandel bestonden.
(71) Al in een notitie van de afdeling VOI/VNM van 28 oktober 1985 betreffende de "Verkopen van voertuigen met rechtse besturing in de Bondsrepubliek Duitsland"(76) werd een standpunt ingenomen over een notitie van de juridische afdeling. In de notitie staat:
"Omdat wij onze contractpartners niet mogen verbieden om voertuigen met rechtse besturing aan Britse kom-klanten te leveren, moeten wij ook onze vestigingen geen desbetreffend officieel verbod opleggen. Wij moeten vestigingen en contractpartners er echter duidelijk op wijzen dat ze weliswaar het recht hebben maar niet verplicht zijn om voertuigen met het stuur aan de rechterkant te leveren resp. te verkopen. Bovendien moeten wij duidelijk maken dat het uiteindelijk in het belang van elke vestiging en elke contractpartner moet zijn om het beschikbare aantal uitsluitend aan de klanten en geïnteresseerden uit het eigen gebied te leveren. De nadruk wordt hierbij met name gelegd op de punten:
- kwaliteit van de service,
- uitrusting van de garage en
- penetratie van de markt.
Voorzover de juridische afdeling hiertegen geen bezwaren heeft, moeten deze aanwijzingen schriftelijk worden meegedeeld, anders moeten de aanstaande bijeenkomsten van vestigingsdirecteuren, salesmanagers en regioleiders hiervoor worden gebruikt.
Klein Dr. Fahr".
(72) Voor transacties met demonstratiewagens werd volgens de gespreksnotitie van 28 juli 1995(77) van de afdeling MBVD(78) met de titel "transacties met demonstratiewagens" vastgelegd dat "duidelijke regels bestaan met de verplichting dat alleen in uitzonderingsgevallen vóór het verstrijken van de houderschapstermijn en dan ook alleen in het eigen rayon verkocht mag worden. Deze regels moeten versterkt worden nageleefd. In uitzonderingsgevallen moeten de regels voor transacties met nieuwe voertuigen gelden.". Deze gespreksnotitie bewijst dat er reeds vóór 28 juli 1995 een duidelijke regel voor de afzet in Duitsland bestond, volgens welke demonstratiewagens vóór het verstrijken van de houderschapstermijn, en bij wijze van uitzondering ook nieuwe voertuigen, alleen in het eigen rayon verkocht mochten worden.
(73) De volgende gang van zaken bevestigt dat Mercedes-Benz de verkoop van nieuwe voertuigen uit andere lidstaten althans in individuele gevallen al in een vroeg stadium rechtstreeks belemmerde: in een fax van Mercedes-Benz, regio West, van 10 november 1995 werd aan de afdeling MBVD/VP van Mercedes-Benz AG over de verkoop van een voertuig door dealer Hess van Mercedes-Benz uit Trier aan een Belgische kom-klant, een eindverbruiker dus, melding gemaakt(79). Verder staat in de fax: "De firma Hess wordt door de rayonleiding verzocht dit in de toekomst achterwege te laten.".
(74) Ook de brief van Mercedes-Benz AG, verkooporganisatie Duitsland, regio West, van 17 november 1995(80) aan Mercedes-Benz-dealer Hess uit Trier is duidelijk tegen de verkoop van nieuwe voertuigen aan buitenlandse klanten gericht. Deze brief luidt als volgt:
"Transacties met België
Geachte heren,
Het hoofdkantoor heeft ons erover geïnformeerd dat in september van dit jaar een voertuig van het type E 300 D (W 210) door uw firma aan een Belgische staatsburger met woonplaats in België werd geleverd.
Het betreft opdrachtnummer 05 231 05231.
Uw standpunt dat de heer Premm reeds telefonisch meedeelde dat het een transactie met een kom-klant betreft, moeten wij nadrukkelijk tegenspreken.
Het begrip kom-klant is duidelijk gedefinieerd voor het gebied MBVD, maar niet voor andere staten. Op personen uit andere landen is nog steeds de toeristenovereenkomst van toepassing wanneer het een nieuw voertuig betreft.
Wij verzoeken u dringend om u aan deze handelwijze te houden.
Bij de W 210 zijn wij in het bijzonder verbaasd over uw handelwijze omdat u steeds heeft aangevoerd dat u te weinig voertuigen voor uw klanten in uw rayon heeft.
Met vriendelijke groet,
Mercedes-Benz Aktiengesellschaft
Regio West - Bureau Mannheim
Niedorff Scheele".
(75) De in deze brief genoemde aanwijzing om in plaats van de voor de verkoop van nieuwe auto's aan EU-klanten bestemde kom-klantenregeling de zogenoemde toeristenregeling te gebruiken, leidt alles bij elkaar genomen tot een aanzienlijke praktische bemoeilijking van de verkoop van voertuigen aan EU-klanten. Uit een rondschrijven van Mercedes AG aan de hele Duitse verkooporganisatie uit 1985(81) blijkt dat een toerist de opdracht voor een nieuw voertuig persoonlijk moet geven en het bestelde voertuig ook persoonlijk moet ophalen. Ook moet bij deze transacties een serviceprovisie van 3 %(82) door de handelsagent of vestiging die de verkoop realiseert worden afgedragen. Voor EU-klanten geldt daarentegen de aanzienlijk gemakkelijkere kom-klantenregeling (zie overweging 68 hierboven): zij kunnen een voertuig via een schriftelijk gemachtigde tussenpersoon bestellen en laten ophalen. Ook hoeft hier geen serviceprovisie door de handelsagent/vestiging die de verkoop afwikkelt, te worden afgedragen wanneer een voertuig binnen zes maanden na de verkoop naar het rayon van een andere handelsagent wordt gebracht.
(76) DaimlerChrysler heeft in de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(83) toegegeven dat de aanwijzing om voor de verkoop aan eindverbruikers uit andere lidstaten van de Gemeenschap de toeristen- in plaats van de kom-klantenregels te gebruiken, onjuist is geweest.
(77) In een fax van Mercedes-Benz AG, regio West, van 24 november 1995 werd met betrekking tot een andere verkoop van een nieuwe auto door de firma Hess, Trier, aan een Belg aan de afdeling MBVD/VP meegedeeld: "Het gaat duidelijk om het rijgedrag van handelsagent Hess in Trier. (Opmerking van de Commissie: hier wordt niet rijgedrag, maar handelwijze bedoeld.) Het voertuig werd rechtstreeks aan een Belg geleverd. In de bijlage vindt u een brief van de regio West aan de verkoopleiding van de firma Hess waarin de firma Hess de spelregels nogmaals helder en duidelijk worden uitgelegd."(84). Deze bijlage werd tijdens de verificaties niet aangetroffen. In overweging 74 hierboven werd een dergelijke vermaanbrief van de regio West van 17 november 1995 aan de firma Hess reeds genoemd, die echter betrekking had op een andere transactie met een Belgische klant.
(78) Op 6 februari 1996 wees Mercedes-Benz alle Duitse verkooppartners zonder uitzondering erop van verkopen buiten hun rayon af te zien. In de mededeling van de afdeling MBVD/VP van Mercedes-Benz AG, die door de heren Panka en Dr. Fahr op 6 februari 1996 werd opgesteld en aan de directeuren van de vestigingen/eigenaars/directeuren handelsagenten/hoofdhandelsagenten was gericht, werd het volledige Duitse distributienet het volgende meegedeeld:(85):
"Geachte dames en heren,
De vraag naar de serie W 210 beweegt zich sinds de introductie op de markt op een hoog en stabiel niveau. In 1995 konden wij elke werkdag 390 bestellingen voor de nieuwe E-klasse noteren. Dit jaar zijn wij met 326 bestellingen per werkdag goed gestart.
Een vergelijkbaar beeld kan wereldwijd worden waargenomen met het gevolg dat wij met name in het eerste halfjaar van 1996 duidelijk te weinig productie hebben en het voor een deel tot aanzienlijke levertijdproblemen komt.
Met het oog op deze situatie hebben wij er geen begrip voor wanneer vertegenwoordigingen zich bij de verkoop van de hun toegewezen aantallen van de serie W 210 niet op het eigen rayon concentreren en de gunst van de klant niet via normale concurrentie op basis van kwaliteit maar via prijzen en condities trachten te winnen.
Wij verzoeken u derhalve om de in de doelovereenkomsten voor 1996 verankerde waarden ook bij uw dagelijkse werkzaamheden als bindende basis voor door u te nemen beslissingen te beschouwen.
Wij zijn er vast van overtuigd dat wij bij een consequente uitvoering van dit beleid de interne mededinging niet alleen bij de W 210 maar ook bij de andere series effectief kunnen aanpakken. Wij rekenen daarom op uw onvoorwaardelijke steun.
Met betrekking tot de serie W 210 willen wij u bovendien op de steeds duidelijker wordende wederverkoopactiviteiten wijzen. Wij hebben reeds in het afgelopen jaar met name richting België en Turkije uitvoer op de grijze markt geregistreerd die onze verkooporganisaties in die landen vooral daarom gevoelig hebben verstoord, omdat die maar over zeer beperkte aantallen voertuigen van de serie W 210 beschikken. Daar is ook dit jaar niets aan veranderd. Wij verzoeken u derhalve u alle inspanningen te getroosten om wederverkooptransacties met name voor de serie W 210 consequent te verhinderen. Wij behouden ons het recht voor bij duidelijke overtredingen van het verbod op levering aan wederverkopers de quota van de W 210 van de betrokken dealers te verminderen met de aantallen die via wederverkopers naar het buitenland worden geleverd en die, met inachtneming van de nodige zorgvuldigheid, door u als zodanig herkend hadden kunnen worden.
Wij zouden het zeer toejuichen wanneer de toegewezen productie voor alle bedrijven onverminderd in stand kan worden gehouden. Wij zullen echter niet aarzelen de levering van voertuigen van de serie W 210 te beperken wanneer wij constateren dat het opnemingsvermogen van de afzonderlijke rayons de toegewezen productie niet rechtvaardigt. Alleen u kunt dit verhinderen.
Met vriendelijke groet,
Mercedes-Benz Aktiengesellschaft
Panka Dr. Fahr".
(79) DaimlerChrysler deelt hierover mee dat de eerste vijf alinea's van deze mededeling, die uitsluitend aan de Duitse verkooporganisatie was gericht, alleen betrekking zouden hebben op de mededinging in Duitsland. De zesde alinea heeft betrekking op wederverkoopactiviteiten o.a. in België. De in de laatste alinea genoemde oproep om dergelijke verkopen te verhinderen alsmede de dreiging het aantal voertuigen van de serie W 210 te verminderen wanneer de toegewezen productie het opnemingsvermogen van de afzonderlijke rayons niet rechtvaardigt, hebben betrekking op wederverkoopactiviteiten en kunnen derhalve niet worden aangevochten(86).
(80) Voorzover DaimlerChrysler erop wijst dat de tekst van de zesde alinea ("Met betrekking tot ... kunnen worden") betrekking heeft op transacties met wederverkopers, spreekt de Commissie dit niet tegen (zie overweging 82, vierde alinea, van de punten van bezwaar).
(81) Voor het overige kan de Commissie echter niet instemmen met de interpretatie van DaimlerChrysler: reeds de tweede alinea van de mededeling wijst op de vraag naar de W 210 "wereldwijd" en niet alleen bijvoorbeeld op de afzetontwikkeling in Duitsland. De derde alinea van deze mededeling haakt in op deze constatering ("Met het oog op deze situatie hebben wij er geen begrip voor ...") en verzoekt de distributiepartners in Duitsland zich op het eigen rayon te concentreren en niet met gunstigere condities klanten van buiten het eigen rayon te trekken. Ook in de vierde alinea wordt erop gewezen dat de doelovereenkomsten(87), dat zijn de overeenkomsten inzake de door de vestigingen in hun rayon af te zetten voertuigen, de dagelijkse handel moeten bepalen. Op deze manier kan, volgens de vijfde alinea, de "interne mededinging" niet alleen bij "de W 210, maar ook bij de andere series effectief worden aangepakt.". Met de tekst van de eerste vijf alinea's van de mededeling worden de Duitse distributiepartners er dus op gewezen dat zij zich tot hun eigen rayon moeten beperken. Dit heeft onvermijdelijk tot gevolg dat ze daarmee ook worden opgeroepen voertuigen van de serie W 210, maar ook voertuigen van de andere series, alleen aan klanten uit hun eigen rayon, daarentegen niet aan klanten uit alle andere binnen- en buitenlandse rayons, te verkopen. Het in overweging 84 geciteerde document van 26 februari 1996 bevestigt dit.
(82) Ook de zevende alinea van deze mededeling kan absoluut niet alleen aan de voorafgaande zesde alinea gerelateerd worden, waarin de transacties met wederverkopers worden bekritiseerd, hetgeen door de Commissie niet wordt aangevochten.
(83) In de laatste alinea wordt namelijk in het algemeen met vermindering van de levering van W 210-voertuigen gedreigd voor het geval dat geconstateerd wordt dat het opnemingsvermogen van de afzonderlijke rayons de toegewezen aantallen van de W 210-serie niet rechtvaardigt. Deze alinea heeft zowel tekstueel als inhoudelijk niet alleen betrekking op de in de zesde alinea genoemde transacties met wederverkopers, maar op alle voorheen gedane uitspraken, dus ook op de alinea's 1 t/m 5, waarin de distributiepartners wordt verzocht zich op hun rayon te concentreren en de hun toegewezen voertuigen van alle series daar af te zetten. In zoverre bevat de mededeling ten minste ook het verzoek aan distributiepartners om - ter vermijding van een vermindering van het aantal aan hen geleverde nieuwe voertuigen van de serie W 210 - alleen in hun rayon te verkopen, met andere woorden deze voertuigen niet aan klanten of bedrijven buiten hun rayon te verkopen. Het hieronder behandelde stuk, dat uitdrukkelijk refereert aan de in overweging 78 beschreven mededeling van 6 februari 1996, bevestigt de interpretatie van de Commissie.
(84) Op de bijeenkomst van de LVP(88) op 26 februari 1996 werd volgens het verslag nogmaals op het belang van de naleving van deze mededeling van 6 februari 1996 geattendeerd; daar staat onder punt 4c) "Leveringen België":
"De heer Bruhn deelt de lijst van leveringen naar België van januari 1996 (meer dan 100 W 210-voertuigen) uit en informeert over de wens om 200 W 210-voertuigen aan MBBel te leveren ter reducering van de levertijden. Mocht de vermindering gerealiseerd worden, dan vindt verdeling over de regio's plaats overeenkomstig specificatie van MBBel. De regio verdeelt de verminderingen over de betrokken vestigingen.
Op de noodzaak tot naleving van het memo van de heren Panka en Dr. Fahr werd nogmaals nadrukkelijk gewezen."
(89).
(85) Zoals in overweging 63 hierboven beschreven, omvat het begrip "levering" alle soorten grensoverschrijdende verkopen, met inbegrip van de verkopen aan eindverbruikers. In een mededeling van de afdeling MBVD/RNP van 15 maart 1996 aan alle heren VLP (Vertriebsleiter Personenwagen - directeuren distributie personenauto's) en GBL-P (Gebietsleiter Personenwagen - rayondirecteuren personenauto's) van de regio Noord met de vestigingen Bielefeld, Braunschweig, Bremen, Dortmund, Emden, Hamburg, Hannover, Kassel, Kiel en Lübeck(90) werd er in de bijlage (titel van de bijlage: "Registraties grijze markt (nieuwe auto's) leveringen naar België per 2/96)" op gewezen dat in de maanden januari en februari 1996 opnieuw 23 voertuigen naar België geleverd werden. Vervolgens staat er:
"Wij verzoeken u nogmaals dringend alles wat in uw macht staat te doen om dergelijke leveringen te vermijden. Mochten vestigingen van de regio Noord aantoonbaar verantwoordelijk zijn voor toekomstige leveringen, dan worden deze overtredingen consequent bestraft.".
(86) Hoewel deze mededeling uitsluitend aan de vestigingen van de regio Noord gericht is, blijkt uit de formulering dat niet alleen vestigingstransacties met België verhinderd moeten worden, waar kartelrechtelijk gezien geen bezwaar tegen bestaat omdat het een concerninterne procedure betreft. Uit de formulering "vestigingen van de regio Noord aantoonbaar verantwoordelijk zijn" volgt eerder dat deze vestigingen ook transacties van contractpartners/handelsagenten met alle soorten Belgische klanten, dus ook met Belgische eindverbruikers, moeten verhinderen.
(87) De vestigingen hebben die mogelijkheid omdat deze de door de contractpartners/handelsagenten opgemaakte aan klanten voor aankoop van een nieuwe auto, die de handelsagenten moeten overleggen, controleren en indien nodig bevestigen door de koper een opdrachtbevestiging te sturen(91). De mededeling doelt ook op deze opdrachtbevestigingen van de vestigingen en wil bereiken dat opdrachten van buitenlandse eindverbruikers (zogenoemde kom-klanten) die door de handelsagenten worden overgelegd door de vestigingen niet worden bevestigd.
(88) DaimlerChrysler ontkent dit ook niet in de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(92). Ze wijst er echter op dat met betrekking tot het begrip "leveringen", dat in beide documenten in ongedifferentieerde vorm werd gebruikt, alleen verkopen aan wederverkopers werden besproken. Ook in de mededeling aan de vestigingen van de regio Noord gaat het slechts om verkopen aan Belgische wederverkopers. Deze vestigingen hadden op grote schaal aan Belgische wederverkopers geleverd. Voor eventuele maatregelen tegen verkopen aan eindverbruikers is helemaal geen aanleiding geweest.
(89) Wat dit betreft, wijst de Commissie erop, dat op de bijeenkomst van de LVP op 26 februari 1996 op de mededeling van 6 februari 1996 (zie overweging 84 hierboven) aan het Duitse distributienet werd gewezen. Zoals in overweging 80 hierboven beschreven, verwees de mededeling van 6 februari 1996, "op de noodzaak tot naleving waarvan ... nogmaals nadrukkelijk werd gewezen", naar alle soorten grensoverschrijdende transacties. De betekenis van de mededeling van 6 februari 1996 werd daarom door deze op 26 februari 1996 gegeven aanwijzing nogmaals versterkt.
(90) Ook het verzoek in de mededeling van 15 maart 1996 om "leveringen" naar België "te vermijden", betekent dat elk type buitenlandse transactie achterwege moest worden gelaten. De vraag of er een concrete aanleiding voor een dergelijk verzoek heeft bestaan of niet, is niet relevant voor de interpretatie van deze mededeling. Deze mededeling was aan een groot aantal geadresseerden gericht, bij wie de achtergrond van deze mededeling niet zonder meer bekend was. Ook bevat de mededeling geen verwijzing naar deze achtergrond en maakt de mededeling evenmin duidelijk dat met leveringen naar België uitsluitend de verkopen aan onafhankelijke wederverkopers worden bedoeld.
(91) Naar de mening van de Commissie moet een mededeling die zich tegen de levering aan onafhankelijke wederverkopers richt, helder en duidelijk geformuleerd worden. Alleen dan kan de ontvanger onmiddellijk en ondubbelzinnig vaststellen wat hij achterwege moet laten en wat nog is toegestaan. De Commissie neemt er nota van dat ook DaimlerChrysler(93) toegeeft dat het niet uitgesloten kan worden dat maatregelen tegen verkopen aan wederverkopers in de formulering "het doel voorbij schieten" en in ieder geval achteraf zo konden worden geïnterpreteerd dat ze ook de toegestane verkopen aan eindverbruikers omvatten.
(92) Uit de beschikbare documenten blijkt voorts dat Mercedes-Benz deze tegen de paralleluitvoer gerichte verzoeken aan de Duitse handelsagenten herhaaldelijk door aanwijzingen aan het Duitse distributienet en aan de handelsagenten heeft versterkt, teneinde de "interne concurrentie" tussen de verkooppartners zoveel mogelijk te vermijden.
Zo werden in de reeds volledig en woordelijk weergegeven mededeling (zie overweging 70 hierboven) van de Mercedes-Benz AG afdeling MBVD/VP van 6 februari 1996(94) de directeuren van de vestigingen/eigenaars/directeuren handelsagenten/hoofdhandelsagenten erop gewezen dat men "er geen begrip voor" heeft "wanneer detailhandelaars zich niet op het op het eigen rayon concentreren en de gunst van de klant via normale concurrentie op basis van kwaliteit en niet via prijzen en condities trachten te winnen.". De mededeling luidt verder: "Wij zijn er vast van overtuigd dat wij bij een consequente uitvoering van dit beleid de interne mededinging niet alleen bij de W 210 maar ook bij de andere series effectief kunnen aanpakken. Wij rekenen daarom op uw onvoorwaardelijke steun.".
(93) Naar de reeds in overweging 72 hierboven genoemde bepaling inzake transacties met demonstratiewagens verwijst een brief van de BVMB e.V. (Bundesverband der Vertreter der Mercedes-Benz AG - Duitse vereniging van handelsagenten van Mercedes-Benz AG) van 26 juni 1996(95) aan Mercedes-Benz AG. Daarin wordt in verband met de verkoop van een S 500 demonstratiewagen met 31,5 % korting (waarbij in vergelijkbare gevallen blijkbaar kortingen tot 38 % worden verleend) door de vestiging Regensburg aan een klant uit het rayon van een Mercedes-dealer op het volgende gewezen: dergelijke kortingen beperkten of maakten een einde aan de mogelijkheden van de handelsagenten om S-klasse voertuigen als bedrijfsauto of demonstratiewagen te gebruiken. Ook beperkte dit de mogelijkheden om transacties in het eigen gebied af te sluiten. In het belang van een presentatie van de S-klasse in het hele land en de daaruit voortvloeiende waarborging van de afzet wordt Mercedes-Benz AG verzocht "zich nadrukkelijk voor de naleving van de afgesproken 'spelregels' voor het terugbrengen van de interne mededinging bij de totale dealervereniging in te zetten.".
Verder staat er in de brief:
"Wij willen nogmaals benadrukken dat de dealercommissie steeds maatregelen heeft ondersteund die de interne mededinging beperken en die gepaste stappen ondernemen tegen handelaars, ongeacht of dit nu vestigingen of handelsagenten zijn, die andere doelen nastreven en daarbij ook het recht van alleenverkoop door verdringingsmededinging economisch ondermijnen.".
(94) In het antwoord van Mercedes-Benz AG van 22 juli 1996(96) wordt de BVMB e.V. meegedeeld dat verkopen van demonstratiewagens tegen zeer gunstige of overdreven condities alleen in aparte gevallen en uitsluitend in het eigen rayon gesloten mogen worden. "Anders is er inderdaad sprake van interne mededinging, die wij net zo consequent afwijzen en bestrijden als u. Wij zijn van mening dat wij dit in het verleden al meer dan eens bewezen hebben.".
(95) In de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(97) beweert DaimlerChrysler dat de genoemde beperkingen alleen betrekking hadden op het binnenland en niet op verkopen in het buitenland. Voor de door de Commissie onderzochte uitvoerbeperkingen zou dit feit daarom niet relevant zijn.
(96) Hier kan de Commissie het niet mee eens zijn: het verzoek aan de handelsagenten de genoemde voertuigen alleen in het eigen rayon te verkopen, is erop gericht dat alle klanten die hun woonplaats niet in het rayon van de dealer hebben, dus ook de buitenlandse klanten, deze voordelige voertuigen niet moeten kunnen kopen; met andere woorden Mercedes-Benz wil vermijden dat Mercedes-klanten door attractieve prijzen en condities door een andere dan de voor het betrokken rayon verantwoordelijke verkooppartner tot het kopen van een voertuig worden verleid. Zoals blijkt uit de tekst van het antwoord van Mercedes-Benz van 22 juli 1996 werd de "interne" mededinging consequent van de hand gewezen en bestreden, waar overigens ook al in de mededeling van 6 februari 1996(98), vijfde alinea, op werd gewezen.
(97) Om de hierboven beschreven verzoeken aan de Duitse verkooppartners kracht bij te zetten, heeft Mercedes-Benz ook de voertuigleveringen aan de Duitse verkooppartners verminderd of in ieder geval met vermindering gedreigd, zoals blijkt uit het volgende:
(98) De mededeling van Mercedes-Benz, afdeling MBVD, van 5 maart 1996(99) aan alle regio's en LVP luidt:
"Vermindering W 210
ten gunste van M.B. België
Zoals op de bijeenkomst van de LVP op 26 februari 1996 werd overeengekomen, worden de toewijzingen aan verschillende vestigingen voor de serie W 210 verminderd.
Basis hiervoor zijn de voertuigleveringen naar België in de maand januari.
In de bijlage vindt u een overzicht van de verminderingen in de maanden juni en juli.
Mochten de leveringen naar België niet afnemen, dan zullen wij deze actie ook bij de nieuwe series voortzetten.".
(99) DaimlerChrysler wijst er in de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar op dat deze mededeling alleen aan de vestigingen gericht was, hetgeen generlei juridische problemen met zich brengt(100). De leveringen naar België zouden bijna zonder uitzondering verkopen aan niet-erkende wederverkopers zijn geweest. Verminderingen zouden alleen hebben plaatsgevonden bij vestigingen die wederverkooptransacties hebben uitgevoerd. Maatregelen tegen handelsagenten, zoals de Commissie in overweging 114 van de punten van bezwaar beweert, zouden niet hebben plaatsgevonden.
(100) Hiertoe wijst de Commissie op het volgende: de vestiging Regensburg heeft, zoals reeds in de punten van bezwaar in overweging 102 uiteengezet, in haar mededeling aan de regio Zuid van 12 maart 1996 meegedeeld dat het bij een in België terechtgekomen voertuig gaat om een door een Duitse klant doorverkocht voertuig. Deze klant heeft tot nu toe nog nooit een voertuig doorverkocht. De vestiging maakt derhalve bezwaar tegen deze vermindering(101). Dit document toont duidelijk aan dat Mercedes-Benz de toewijzingen van nieuwe voertuigen aan de vestigingen op basis van de totale uitvoer naar België en zonder voorafgaande duidelijke toelichting over de bijzonderheden heeft verminderd, niet alleen in de gevallen waarin aantoonbaar nieuwe voertuigen aan wederverkopers werden verkocht.
(101) De bewering van DaimlerChrysler dat er geen maatregelen tegen de handelsagenten zijn genomen(102) is niet steekhoudend. Gezien de belangen is het niet denkbaar dat uitvoertransacties alleen bij de vestigingen tot verminderingen hebben geleid en niet bij de handelsagenten. De volgende documenten bevestigen dit. In de bij de verificatie aangetroffen documenten worden ook de hoofdhandelsagenten in München (Auto Henne) en Karlsruhe (Schönperlen) "vestigingen" genoemd die voertuigen naar België hebben geleverd(103). Voorts blijkt uit een vergelijking van de ordernummers van de voertuigen die dealer Hirschvogel in Straubing naar België heeft geleverd(104) met de door MBBel opgestelde lijsten dat de door de handelsagenten geleverde voertuigen door MBBel op basis van de ordernummers ingedeeld zijn bij de verschillende vestigingen, zelfs wanneer een voertuig door bemiddeling van een contractpartner werd verkocht(105). Ten slotte wijst de handgeschreven notitie van de heer Bruhn van 4 maart 1996(106) erop dat 200 voertuigen van de W 210-serie extra naar België geleverd moeten worden, waarbij deze voertuigen bij de vestigingen (NDL) of de contractpartners (VP) in mindering moesten worden gebracht: "Vermindering moet volgens afspraak met de LVP plaatsvinden bij de NDL/VP die naar België leveren!". Derhalve moet dus het bezwaar van DaimlerChrysler dat alleen de toewijzing aan de vestigingen maar niet de toewijzing aan de handelsagenten verminderd had moeten worden, van de hand worden gewezen.
1.6.1.2. Instructie aan de handelsagenten om bij paralleluitvoer een aanbetaling van 15 % te vragen
(102) Ook de instructies aan de handelsagenten om bij paralleluitvoer, de zogenoemde kom-klantentransacties, een aanbetaling van 15 % te vragen, is een maatregel die toegestane gevallen van paralleluitvoer bemoeilijkt.
(103) Uit rondschrijven nr. 52/85 van Mercedes-Benz van 12 september 1985 onder andere aan de hoofdhandelsagenten en handelsagenten alsmede aan de erkende garagebedrijven over de EG-groepsvrijstellingsverordening - effecten op de binnenlandse verkooporganisatie(107) - blijkt dat in het geval van een transactie met een kom-klant uit de Gemeenschap of de EER een aanbetaling van 15 % van de koopprijs moet worden gevraagd. Dit geldt voor vrijwel alle transacties met kom-klanten, zoals blijkt uit de tekst van het rondschrijven, waarin staat:
"...
Voor EG-klanten gelden overeenkomstig de nieuwe dealerovereenkomsten in overeenstemming met de voorschriften van de EG-groepsvrijstellingsverordening de volgende regels:
...
...
Aanbetalingen voor transacties met EG-klanten
Zoals tot nu toe in toeristentransacties wereldwijd gebruikelijk vinden wij het verzoek om een aanbetaling in de volgende gevallen - ook bij EG-klanten - noodzakelijk:
1. Bestellingen in buitenlandse uitvoering vanwege de geringe afzetmogelijkheden in het binnenland wanneer de klant niet afneemt.
2. Meerdere bestellingen van een EG-klant in het kader van eigen zakelijk gebruik.
3. Voor voertuigen met een speciale uitvoering die bij niet-afname mogelijk een korting voor de wederverkoop vereisen. Dit is ook overeenkomstig de tegenwoordig reeds bij binnenlandse klanten gehanteerde praktijk.
4. Verder vinden wij een aanbetaling door EG-klanten noodzakelijk wanneer een dergelijke klant voertuigen in de binnenlandse uitvoering bestelt. Dit lijkt ons vereist omdat bewezen moet worden of de koopwens van een buitenlandse klant serieus is. Voorts bestaat met het oog op zijn woonplaats in het buitenland het verhoogde kostenrisico voor het geval dat er bijvoorbeeld bij de afname en betaling van het voertuig moeilijkheden ontstaan die bij ons kunnen leiden tot een omvangrijke administratieve procedure en mogelijk zelfs een aanmaningsprocedure.
In alle bovengenoemde gevallen moet een aanbetaling van 15 % van de koopprijs worden gevraagd (overeenkomstig het tarief voor niet-afname in de verkoopvoorwaarden voor nieuwe voertuigen).
...
Wij verzoeken u uw verkooppersoneel uitvoerig over de nieuwe voorschriften te informeren. Als u nog vragen heeft, neemt u dan in ieder geval contact met ons op.".
(104) DaimlerChrysler bevestigt dat de in overweging 103 gegeven uiteenzetting over de inhoud van het rondschrijven juist is(108).
1.6.2. BEPERKINGEN VOOR DE LEVERING AAN LEASEBEDRIJVEN (DUITSLAND EN SPANJE)
(105) De Duitse dealerovereenkomst van Mercedes-Benz AG in de versie 7/87(109) bevatte in paragraaf 2, lid 1, onder d), de volgende bepaling voor de levering van voertuigen aan leasebedrijven(110). Deze luidt:
"De dealer is niet gerechtigd tot het tot stand brengen van transacties met
...
d) Leasebedrijven behalve in de volgende gevallen:
- het voertuig is voor eigen gebruik van het leasebedrijf bestemd;
- het voertuig is voor een lessee (eindafnemer) in het rayon bestemd;
- een door bemiddeling van de dealer tot stand gekomen koopovereenkomst met een eindafnemer in het rayon wordt achteraf in een leasetransactie omgezet;
- de lessee heeft zich uit eigen beweging tot de vestiging/dealer gewend.".
(106) Op 6 augustus 1996 heeft Mercedes-Benz, afdeling MBVD/VP, een mededeling met betrekking tot externe leasebedrijven gestuurd aan de vestigingsdirecteuren/eigenaars en directeuren van alle vestigingen(111). Externe leasebedrijven zijn van het Daimler-Benz-concern onafhankelijke leasebedrijven. De mededeling luidt:
"Externe leasebedrijven
Geachte dames en heren,
Wij moeten helaas steeds opnieuw constateren dat externe leasebedrijven aan klanten en potentiële klanten van Mercedes-Benz leaseaanbiedingen doen, waarin ook in de individuele transactie kortingen zijn verwerkt die wij in de betrokken gevallen niet willen verlenen. Wij beschikken over aanwijzingen en concrete voorbeelden, dat deze leaseaanbiedingen onder die voorwaarde worden afgegeven, dat de klant het voertuig niet via zijn tussenpersoon maar via het leasebedrijf betrekt.
De attractiviteit van de aanbiedingen van de externe leasebedrijven komt dus niet tot stand doordat zij de condities, die tussen de tussenpersoon en de klant worden overeengekomen, raken en bovendien door hoge restwaardes en lage marges voordelen ten opzichte van MBLF of de leasebedrijven van de handelsagenten genereren. De attractiviteit is veeleer toe te schrijven aan het feit dat externe leasebedrijven voertuigen op voorraad aanschaffen of algemene leveringsovereenkomsten met tussenpersonen van onze organisatie in stand houden in het kader waarvan ook overeenkomstige kortingen worden verleend.
Met deze achtergrond wijzen wij er opnieuw op, dat de levering aan leasebedrijven alleen in de volgende gevallen is toegestaan:
- het voertuig is voor eigen gebruik van het leasebedrijf bestemd;
- het voertuig is voor een lessee (eindafnemer) in het rayon bestemd;
- een middels opdracht van de NDL (noot van de Commissie: NDL = vestiging) resp. bemiddeling van de dealer totstandgekomen koopovereenkomst met een eindafnemer in het rayon wordt naderhand in een leasetransactie omgezet;
- de lessee heeft zich uit eigen beweging tot de vestiging/dealer gewend.
In gevallen waarin deze voorwaarden niet van toepassing zijn, zullen wij de voertuigprovisie van de vestiging resp. de dealer volledig terugvorderen en ons bovendien het recht voorbehouden persoonlijke en contractrechtelijke stappen te ondernemen.
Wij zijn ervan overtuigd dat u ons principiële standpunt steunt en ons bij de realisering ervan in de markt onvoorwaardelijk steunt.".
(107) Ook de Spaanse dealerovereenkomst bevat in elk geval sinds 1 oktober 1996 in artikel 4, onder d)(112), een overeenkomstige bepaling voor de verkoop van voertuigen aan externe leasebedrijven.
(108) In de nieuwe versie van de Duitse dealerovereenkomst van Daimler-Benz AG (versie juli 1997) zijn deze bepalingen eveneens opgenomen, maar zijn deze aangevuld: de dealer mag aan een leasebedrijf ook in het volgende geval een nieuw voertuig leveren:
"- het leasebedrijf heeft zich voor een bepaalde eindafnemer uit eigen beweging tot een dealer gewend.".
(109) De hoofdhandelsagentschapsovereenkomst bevat in paragraaf 2, lid 1, onder d), een gelijkluidende bepaling(113).
(110) Allereerst moet erop worden gewezen dat deze contractuele bepalingen over de levering aan leasebedrijven niet in aanmerking nemen of een lease-auto volgens de door het leasebedrijf gebruikte lease-overeenkomsten meteen of pas na afloop van de looptijd van de overeenkomst door de lessee kan worden aangekocht.
(111) De bepalingen over de levering aan leasebedrijven hebben o.a. tot gevolg dat leveringen op voorraad aan leasebedrijven moeten worden uitgesloten. Ze verhinderen derhalve dat leasebedrijven aan een klant die een lease-auto nodig heeft, een reeds vooraf bestelde (nog niet of ook reeds geleverde) lease-auto op korte termijn kunnen aanbieden.
(112) Bovendien leiden deze bepalingen, waar de mededeling van 6 augustus 1996 ook nadrukkelijk op wijst, ertoe dat leasebedrijven niet in het genot van kwantumkortingen komen, omdat niet zij maar de lessees door Mercedes-Benz als eindverbruikers worden beschouwd. Bijgevolg richt de kwantumkorting zich naar het aantal voertuigen dat de individuele lessee nodig heeft, dat aanzienlijk lager is dan het aantal voertuigen dat een leasebedrijf in het kader van een individuele transactie van Mercedes-Benz koopt.
1.6.3. BEPALING VAN DE VERKOOPPRIJZEN IN BELGIË
(113) Op 20 april 1995 vond er een ontmoeting plaats tussen negen leden van de vereniging van Mercedes-Benz-dealers in België (Amicale des Concessionnaires Mercedes-Benz) en de directie van MBBel, die o.a. door de heer Dr. Pfahls, directeur/president, de heer Uyttenhoven, directeur van de divisie personenauto's en acht medewerkers van de bedrijfsleiding van MBBel vertegenwoordigd was(114). In de vergadering werd verslag uitgebracht over de "actie tegen dumping". Een van de aanwezige dealers meldde dat de betrekkingen tussen de dealers door deze actie waren verbeterd, een andere beklaagde zich echter over de dumping door de vestigingen van Mercedes in Brussel. Als resultaat van de bespreking werd overeengekomen dat door een extern agentschap testaankopen zouden worden gedaan ("ghost shopping") teneinde het niveau van de kortingen voor de W 210 te verifiëren. Zou hierbij geconstateerd worden dat meer dan 3 % korting wordt verleend, dan zou de toewijzing van voertuigen tot eind 1995 verminderd worden(115).
(114) DaimlerChrysler deelt hierover mee dat deze actie een initiatief van de dealers was. MBBel heeft de voorstellen van de Amicale om verkoopprijzen vast te stellen steeds afgewezen. Ook was het voorstel om een extern agentschap met het uitvoeren van testaankopen te belasten en bij constatering van kortingen van meer dan 3 % de toewijzing van voertuigen tot eind 1995 te verminderen, een voorstel van de dealers dat niet gehonoreerd werd.
(115) Wat dit betreft, wijst de Commissie op het volgende: verschillende belangrijke vertegenwoordigers van MBBel, die volgens het verslag vestigingen van de firma Mercedes Europa in Brussel(116) alsmede in Antwerpen(117) exploiteren, hebben aan deze bespreking deelgenomen(118). In het verslag van deze vergadering van MBBel met de Belgische dealervereniging van 20 april 1995, dat door de voor de dealerontwikkeling verantwoordelijke MBBel-manager(119), de heer Rauw, werd geschreven, werd vastgelegd dat een onafhankelijk agentschap met het doen van testaankopen belast moest worden. Voorts heeft de heer Rauw in het verslag vastgelegd, dat de toewijzing van voertuigen wordt verminderd wanneer kortingen van meer dan 3 % worden geconstateerd. Volgens het verslag werd in deze vergadering besloten om een agentschap met de testaankopen te belasten. Aan dit besluit heeft MBBel in de hoedanigheid van op de vergadering aanwezige importeur, maar ook als eigenaar van twee vestigingen, derhalve als onderneming die op dit gebied ook dealerbelangen heeft, een aandeel gehad. De actieve deelname van Mercedes blijkt ook uit het feit dat de in het besluit genoemde sanctie - vermindering van de toewijzing van nieuwe auto's - alleen door MBBel als leverancier van de dealers kan worden gerealiseerd. Ook hieruit blijkt dat MBBel bereid was deze prijsbepaling, de verificatie van de prijspolitiek en indien nodig het treffen van sancties bij niet-naleving actief te ondersteunen en de actie in geen geval, zoals DaimlerChrysler later meedeelt, van de hand heeft gewezen.
(116) De tegenwerping van DaimlerChrysler dat het hierbij alleen ging om een voorstel van de dealervereniging, is in ieder geval niet overtuigend. De heer Rauw heeft in het verslag een heel nauwkeurig onderscheid gemaakt tussen de uitspraken van de individuele aanwezigen en de besluiten of resultaten van de vergadering. Bij de bedoelde passage heeft hij niet genoteerd dat het om een voorstel van de dealervereniging gaat. Dat het verslag heel nauwkeurig werd geschreven, blijkt uit de manier van notuleren van de voorafgaande uitspraken die zelfs aan bepaalde met naam genoemde deelnemers aan de vergadering werden toegeschreven.
(117) Uit verscheidene documenten blijkt dat testaankopen in ieder geval tot de gebruikelijke praktijken van MBBel behoren en dat de betrokken bekendmaking derhalve serieus moest worden genomen. Volgens het verslag van de vergadering van de Mercedes-dealers uit de regio Antwerpen van 27 maart 1996(120), waaraan ook de regiomanager van MBBel voor de regio Antwerpen, Koen Van Hout, heeft deelgenomen, werden vóór 27 maart 1996 vijf Mercedes-dealers uit de regio Antwerpen en een parallelhandelaar door een testkoper bezocht. Daarbij werd ook het kortingsbeleid geverifieerd waaruit blijkt dat de dealers kortingen van 5 % tot 7 % voor de W 210 (Mercedes E 290 TD) verlenen.
(118) Een verdere verificatie van het kortinggedrag betrof de C-klasse: op 26 november 1996 gaf MBBel opdracht aan een firma Tokata SA voor het doen van testaankopen bij alle 47 Belgische dealers(121). Het kortinggedrag bij de voertuigen uit de C-klasse Combi 220 D en Combi 250 TD moest geverifieerd worden. De testkopers moesten daarbij proberen ten minste 7 % korting te krijgen waarbij de levertermijn geen rol mocht spelen.
(119) Ook de volgende gang van zaken illustreert het aanzienlijke belang van MBBel bij het verlenen van een matige korting door de Belgische Mercedes-dealers. In een verklaring van 17 oktober 1995 van MBBel aan Mercedes-Benz werd benadrukt: "Wij doen al wat mogelijk is om ons werk correct uit te voeren (we zien af van uitvoer), wij proberen onze gemiddelde prijzen op een hoog prijsniveau te handhaven ..."(122). In een brief van MBBel aan de Belgische dealer Garage de l'Avenue in Charleroi van 14 maart 1996(123) ging het om een tijdens het Automobielsalon in Brussel verkochte Mercedes, model W 210, type E 200. In de brief werd eerst het gedrag van de verkoper van deze dealer bekritiseerd. Deze had zich voorgesteld als verkoper voor de regio Namen, hetgeen de koper ertoe bracht het voertuig bij hem te bestellen. Toen later bleek dat de koopovereenkomst met de dealer in Charleroi was gesloten, beklaagde de klant zich bij MBBel. In de bovengenoemde brief keurt MBBel niet alleen dit feit af, maar neemt ook de gelegenheid te baat op de korting van 6 % op de prijs van de nieuwe auto te wijzen. Uit de context blijkt dat MBBel deze korting te hoog vindt.
(120) DaimlerChrysler bevestigt overigens in de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar(124) dat deze korting inderdaad boven het gemiddelde was en dat de voor het rayon verantwoordelijke dealer in Namen deze onvoordelige overeenkomst had moeten overnemen. Samenvattend gaat de Commissie uit van het volgende: in de vergadering van 20 april 1995 waaraan MBBel en de Belgische dealervereniging vertegenwoordigd door negen afgevaardigden(125) deelnamen, werd tot een controle op het kortinggedrag van de Belgische Mercedes-dealers bij de W 210 door testkopers besloten. Kortingen van meer dan 3 % mochten niet worden verleend omdat de levering beperkt zou worden(126). MBBel heeft deze handelwijze, met inbegrip van het opleggen van sancties, volgens het verslag goedgekeurd.
2. JURIDISCHE BEOORDELING
2.1. ARTIKEL 81, LID 1
2.1.1. ONDERNEMINGEN
2.1.1.1. DaimlerChrysler en de Mercedes-dealers in België en Spanje
(121) DaimlerChrysler AG alsmede haar voorgangers Daimler-Benz AG/Mercedes-Benz AG en de concernondernemingen MBBel en MBE enerzijds en de Mercedes-Benz-dealers in België en Spanje anderzijds zijn ondernemingen als bedoeld in artikel 81, lid 1.
2.1.1.2 De dealers van Mercedes-Benz in Duitsland
(122) Mercedes-Benz verkoopt personenauto's in Duitsland via eigen vestigingen alsmede via handelsagenten in de vorm van tussenpersonen als bedoeld in paragraaf 84, lid 1, zin 1, eerste alternatief, van het Handelsgesetzbuch (HBG) (Wetboek van Koophandel).
(123) De dealers van Mercedes-Benz zijn ondernemingen als bedoeld in artikel 81, lid 1. Een onderneming is in ieder geval een rechtssubject dat zelfstandig commerciële of economische activiteiten uitoefent en de hiermee verbonden financiële risico's draagt(127). Een tussenpersoon is volgens paragraaf 84, lid 1, zin 1, eerste alternatief, van het HBG koopman en oefent als zodanig een economische activiteit uit. De tussenpersonen van Mercedes-Benz oefenen hun activiteiten ook zelfstandig uit. DaimlerChrysler deelt de opvatting dat het bij de dealers om zelfstandige bedrijven gaat(128).
2.1.2. OVEREENKOMST TUSSEN ONDERNEMINGEN
(124) De tussen Mercedes-Benz en haar handelsagenten in Duitsland gesloten overeenkomsten zijn overeenkomsten tussen ondernemingen. Hetzelfde geldt voor de overeenkomsten die gesloten zijn tussen de met Mercedes-Benz verbonden dochteronderneming MBE enerzijds en haar Mercedes-Benz-dealers anderzijds.
(125) Verder moet in aanmerking worden genomen dat de vertegenwoordigings- of dealerovereenkomsten tussen de tot het Mercedes-Benz-concern behorende ondernemingen enerzijds en de dealers en handelsagenten anderzijds deel van een exclusief en selectief distributiesysteem zijn, die als langdurige schuldovereenkomsten vaak meerdere decennia lang bestaan. Aangezien bijvoorbeeld de ontwikkeling van de modellen of van de serviceconcepten, maar ook de ontwikkeling van de marketingstrategie bij het sluiten van een dealerovereenkomst of vertegenwoordigingsovereenkomst niet te voorzien is, moeten bepaalde regelingen in deze overeenkomsten noodzakelijkerwijs aan latere beslissingen van de fabrikant worden overgelaten. De toelating van een dealer of handelsagent als verkooppartner vereist dat elke verkooppartner instemt met het in de loop van de tijd veranderende afzetbeleid van de fabrikant(129). Dit geldt voor wijzigingen in het aan de dealer of handelsagent voor de afzet geleverde voertuigprogramma, maar ook voor andere wijzigingen in het afzetbeleid van de fabrikant die invloed hebben op de afzetmogelijkheden van de dealer of de handelsagent en die doorgaans door middel van een rondschrijven of voorschrift van de fabrikant aan de verkooppartners worden meegedeeld, die deze wijzigingen uitdrukkelijk of stilzwijgend accepteren. Het rondschrijven of de voorschriften maken derhalve onderdeel uit van de overeenkomsten van Mercedes-Benz met de handelsagenten, omdat zij deel van een lopende zakenrelatie op basis van een bestaande algemene overeenkomst (vertegenwoordigingsovereenkomst) zijn.
(126) DaimlerChrysler zelf gaat ervan uit dat haar aan de verkooppartners gerichte rondschrijven deel van de contractuele overeenkomsten zijn geworden. Dit blijkt uit het volgende: volgens paragraaf 15, lid 3, van de vertegenwoordigingsovereenkomsten(130) en van de hoofdhandelsagentschapsovereenkomst(131) in de versies juli 1997 mogen originele reserveonderdelen niet aan wederverkopers worden verkocht die buiten het rayon van de handelsagent gevestigd zijn, zelfs wanneer zij de reserveonderdelen voor reparatie of onderhoud van voertuigen nodig hebben. Tegen deze formulering had de Commissie in de punten van bezwaar van 31 maart 1999(132) bezwaar gemaakt.
(127) DaimlerChrysler heeft hierover meegedeeld(133) dat de onduidelijke formulering van deze clausule reeds in 1988 werd erkend. Daarom werd per brief van 10 oktober 1988 aan de Duitse handelsagenten en per brief van 31 augustus 1988 aan de hoofdhandelsagenten verklaard dat de formulering in de overeenkomst onduidelijk was en dat originele reserveonderdelen aan alle wederverkopers in de Gemeenschap en de geassocieerde staten geleverd mochten worden. Door de verzending van de genoemde brieven aan het Duitse distributienet zou een situatie overeenkomstig artikel 3, punt 10, onder b), van Verordening (EEG) nr. 123/85 van de Commissie van 12 december 1984 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen(134) en Verordening (EG) nr. 1475/95 van de Commissie van 28 juni 1995 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen(135) tot stand zijn gebracht.
(128) De Commissie is het met deze bewijsvoering eens en gaat ervan uit dat met de bovengenoemde brieven in materieelrechtelijk opzicht een met artikel 81, lid 1, overeenkomende situatie op lange termijn werd bewerkstelligd, voorzover de verkoopondernemingen het rondschrijven hebben ontvangen.
(129) Dat rondschrijven en voorschriften deel van de contractuele relatie worden, blijkt overigens ook uit het feit dat het niet naleven ervan, zoals werd aangetoond, ernstige sancties met inbegrip van beperking van het aantal te leveren nieuwe voertuigen tot gevolg kan hebben.
(130) Deze beginselen in aanmerking genomen moeten alle hier relevante gedragingen als overeenkomsten worden beschouwd, zoals in het volgende nader wordt verklaard:
2.1.2.1. Uitvoerbelemmeringen (Duitsland)
(131) De ook aan de Duitse handelsagenten gerichte mededeling van 6 februari 1996 met het verzoek zich op het eigen gebied te concentreren en geen voertuigen aan klanten buiten het gebied te verkopen, als men de toewijzing van voertuigen niet in gevaar wil brengen (zie overweging 70 hierboven), dat met de mededeling van 15 maart 1996 voor het gebied van de regio Noord in het kort nog eens werd herhaald en vergezeld ging van de dreiging dat overtredingen "consequent bestraft" worden (zie overweging 85 hierboven), alsmede de diverse instructies dat de interne mededinging moet worden vermeden, verduidelijken het afzetbeleid in Duitsland, waar de handelsagenten reeds bij het sluiten van hun vertegenwoordigingsovereenkomsten mee hebben ingestemd. Deze mededelingen zijn derhalve deel van de overeenkomsten tussen Mercedes-Benz en de handelsagenten geworden.
(132) Mercedes-Benz heeft in haar brief van 22 juli 1996 aan de "Bundesverband der Vertreter der Mercedes-Benz AG (BVMB e.V.)" (de Duitse vereniging van handelsagenten van Mercedes-Benz AG) niet alleen ten aanzien van de verkopen van demonstratiewagens haar standpunt bepaald. Ze heeft ook bevestigd dat ook "wij" interne mededinging "net zo consequent afwijzen en bestrijden als u. Wij zijn van mening dat wij dit in het verleden al meer dan eens bewezen hebben" (zie overweging 94 hierboven). Deze brief bevestigt in het algemeen de reeds op 6 februari 1996 uitgesproken intentie om de "interne mededinging" uit te sluiten. De brief vernieuwt de overeenkomst van deze datum, ten minste tegenover die handelsagenten die er nota van hebben genomen.
(133) Dat volgens rondschrijven 52/85 van 12 september 1985 (zie overweging 103 hierboven), dat o.a. aan de vestigingen, hoofdhandelsagenten en handelsagenten in Duitsland gericht was, in praktisch alle gevallen van transacties met kom-klanten een aanbetaling van 15 % moest worden gevraagd, verduidelijkte het bedrijfsbeleid op het gebied van de verkoop van voertuigen aan eindafnemers uit andere lidstaten van de Gemeenschap. Deze regeling is derhalve deel van de tussen Mercedes-Benz en de Duitse handelsagenten gesloten overeenkomsten.
(134) Dit komt ook tot uitdrukking in de vierde alinea van het rondschrijven. Daarin wordt uitdrukkelijk gewezen op de na de inwerkingtreding van Verordening (EEG) nr. 123/85 veranderde leveringsvoorwaarden voor paralleluitvoer in de Gemeenschap, die in de vertegenwoordigingsovereenkomsten werden opgenomen en in het rondschrijven nogmaals werden genoemd. Daarin staat: "Bij EU-klanten gelden overeenkomstig de nieuwe vertegenwoordigingsovereenkomsten in overeenstemming met de voorschriften van de EG-groepsvrijstellingsverordening de volgende regels: ...". In rechtstreeks verband met de opsomming van de nieuwe overeenkomsten in de vertegenwoordigingsovereenkomst wordt gewezen op de noodzaak van de aanbetaling van 15 % van de koopprijs. Ten slotte blijkt ook uit de voorlaatste zin van dit rondschrijven dat naar de mening van Mercedes-Benz de inhoud van dit rondschrijven een bindend deel van de afzetovereenkomsten werd, omdat daarin wordt meegedeeld dat het bij de inhoud van de mededeling om "voorschriften" gaat. Deze zin luidt namelijk: "Wij verzoeken u om uw verkooppersoneel uitvoerig te informeren over de nieuwe voorschriften.".
(135) DaimlerChrysler is van mening dat de genoemde maatregelen eenzijdige maatregelen zijn en geen deel uitmaken van de afzetovereenkomsten tussen Mercedes-Benz en de verkooppartners. Ze pasten ook niet in deze afzetovereenkomsten omdat ze in tegenspraak waren met de bepalingen in de overeenkomsten(136). Ook heeft Mercedes-Benz zich niet het recht voorbehouden om met eenzijdige verklaringen de afzetovereenkomst te wijzigen. Hierin onderscheidt het onderhavige geval zich van de afzetovereenkomst die in de zaak Ford/Commissie(137) onderwerp van geschil was. In de dealerovereenkomst van Ford heeft deze fabrikant zich namelijk uitdrukkelijk het recht voorbehouden om de te leveren voertuigmodellen vast te leggen. Mercedes-Benz heeft zich dit recht niet voorbehouden.
(136) Het Gerecht van eerste aanleg heeft in zijn arrest in de zaak "Volkswagen", onder uitdrukkelijke verwijzing naar de arresten in de rechtszaken "Ford" en "BMW", verklaard dat aan dealers gerichte verzoeken van de fabrikant reeds een overeenkomst zijn als ze "[beoogden], de ... dealers bij de vervulling van de overeenkomst met [de fabrikant of importeur] te beïnvloeden"(138). Aan deze voorwaarde was hier duidelijk voldaan. Of de overeenkomst een specifieke clausule bevatte waarop het omstreden verzoek van Mercedes-Benz inhaakte, of dat dit verzoek in strijd met een andere contractclausule was, is dus onbelangrijk.
(137) De vertegenwoordigingsovereenkomsten van Mercedes-Benz bevatten een bepaling volgens welke instructies voor de dealer bindend zijn. In paragraaf 4, lid 1, van de vertegenwoordigingsovereenkomst(139) en de hoofdhandelsagentschapsovereenkomst(140) staat dienovereenkomstig dat de dealer verplicht is de transacties voor voertuigen overeenkomstig de door Mercedes-Benz telkens vastgestelde prijzen "volgens haar richtsnoeren tot stand te brengen". Overeenkomstig deze contractuele voorschriften werden door Mercedes-Benz, zoals ook de in de overwegingen 78, 103 en 106 genoemde mededelingen aantonen, nieuwe rechten(141) maar ook verplichtingen(142) voor de verkooppartners in het leven geroepen, en de afzetovereenkomst werd op deze manier aangevuld. In de afzetovereenkomsten van Mercedes zijn derhalve, overeenkomstig de afzetovereenkomsten van Ford, aanpassingen aan veranderende omstandigheden door middel van rondschrijven van fabrikant of importeurs alsmede door instructies uitdrukkelijk voorzien.
2.1.2.2. Beperkingen t.a.v. de levering aan leasebedrijven (Duitsland en Spanje)
(138) Het verbod op de levering aan leasebedrijven zolang er geen lessee is, is in de vertegenwoordigingsovereenkomsten (paragraaf 2, lid 1, onder d))(143) en in de Spaanse dealerovereenkomsten (paragraaf 4, onder d))(144) opgenomen en derhalve deel van de overeenkomsten tussen Mercedes-Benz en haar verkooppartners. Aan deze overeenkomsten werden de Duitse handelsagenten via de mededeling van 6 augustus 1996 opnieuw herinnerd. Dit rondschrijven bevat overigens in de voorlaatste alinea de volgende formulering: "In gevallen waarin deze voorwaarden niet van toepassing zijn, zullen wij de voertuigprovisie van de vestiging resp. de dealer volledig terugvorderen en ons bovendien het recht voorbehouden personele en contractrechtelijke stappen te ondernemen." (onderstreping toegevoegd). De dreiging met contractrechtelijke consequenties bevestigt dat ook het rondschrijven deel van de contractuele verhoudingen werd en bijvoorbeeld niet een eenzijdig en daarmee vrijblijvend verzoek tot wijziging van de bedrijfspraktijken enz. van de handelsagenten was.
2.1.2.3. Bepaling van de verkoopprijzen in België
(139) Op 20 april 1995 hebben negen vertegenwoordigers van de Belgische dealervereniging van Mercedes-Benz een ontmoeting gehad met de directie van MBBel en verslag uitgebracht over de "Actie tegen dumping" van de dealers (zie overweging 113 hierboven). Daarbij bleek dat de dealers tevreden waren met het resultaat van de actie. Door de actie waren de betrekkingen tussen de dealers verbeterd. Uit deze opmerking blijkt dat de uitvoering van deze actie reeds op een vroeger tijdstip was overeengekomen. In de vergadering van 20 april 1995 sloot MBBel zich bij deze overeenkomst aan en werd een maximumpercentage voor kortingen van 3 % overeengekomen. Ter verdere voortzetting van de actie werd besloten dat door een testkoper het kortinggedrag bij de nieuwe E-klasse, het model W 210, moet worden geverifieerd en dat bij een korting van meer dan 3 % korting het aantal toegewezen voertuigen tot eind 1995 beperkt wordt.
(140) De op 20 april 1995 genomen beslissing is een overeenkomst tussen MBBel en de voor de dealers optredende dealervereniging.
(141) Hierbij trad MBBel niet alleen als concurrent van de dealers op, namelijk als exploitant van twee vestigingen, maar ook als leverancier van de dealers. Op het laatstgenoemde, verticale aspect lag duidelijk de nadruk van de overeenkomst, hetgeen door meerdere elementen wordt verduidelijkt. Enerzijds was MBBel bij de bijeenkomst door leden van haar directie vertegenwoordigd, anderzijds kwam zij overeen om het op de beperking van de korting gerichte beleid indien nodig door een vermindering van de voertuigleveringen bij alle dealers (en niet alleen bij de op de bijeenkomst aanwezige negen leden van de vereniging) te ondersteunen en door te zetten. In dezelfde zin bevestigde MBBel op 17 oktober 1995 aan Mercedes-Benz AG (zie overweging 119 hierboven) "... we proberen onze prijzen op een hoog prijsniveau te handhaven".
(142) Deze uitdrukkelijke overeenkomsten bonden ook alle Belgische dealers, in hun hoedanigheid als afnemer van voertuigen van Mercedes-Benz, en tevens als concurrent van de vestigingen van MBBel.
2.1.3. BEPERKING VAN DE MEDEDINGING
2.1.3.1. Marktafbakening
2.1.3.1.1. Zakelijke marktafbakening
(143) De in het onderhavige geval vastgestelde maatregelen betreffen de detailhandel in personenauto's van Mercedes.
(144) Als grootste zakelijk relevante markt kan de markt voor alle personenvoertuigen ten grondslag worden gelegd. De relevante markt zou zich hierbij uitstrekken van de kleinste auto's via de luxeklasse tot de sportwagens. Dit kan niet worden gevolgd. Het ligt voor de hand dat vanuit het standpunt van de consument de middenklasse of luxeklasse bijvoorbeeld niet onderling verwisselbaar zijn. Vanuit het standpunt van de consument (particulier of commerciële personenautogebruiker) zijn de voertuigen uit de verschillende segmenten niet onderling verwisselbaar wanneer de voor de keuze van een bepaald voertuig bepalende eigenschappen in overweging worden genomen. De karakteristieke eigenschappen van de mini-auto's zijn de geringe buitenmaten, de kleine motor, de relatief lage aankoopprijs, de geringe prestigewaarde en het feit dat veel van deze voertuigen als tweede auto of voor kleine verplaatsingen worden aangeschaft. Kleine auto's zijn daarentegen groter, de motor is sterker en de aankoopprijs en het rijcomfort zijn hoger. Voor de daaropvolgende klassen geldt hetzelfde. Zo worden bijvoorbeeld voertuigen van de hogere of de luxeklasse overwegend door automobilisten gekocht die veel rijden en lange afstanden op een comfortabele manier willen afleggen. Prijs, prestige en comfort van deze voertuigen zijn altijd hoger dan bij de voertuigen van de eronder liggende klassen. Sportwagens, of het nu gaat om een coupé of een cabriolet, verschillen op de eerste plaats van personenauto's door het sportieve ontwerp van de carrosserie en door het feit dat ze maar twee deuren hebben. Vanuit het oogpunt van de consument is de totale personenautomarkt daarom niet de zakelijk relevante markt.
(145) Door de automobielindustrie en de marktanalisten worden personenauto's traditioneel op basis van objectieve criteria zoals lengte, prijs, type van de carrosserie, prestatie, met name van de motor, en imago in segmenten onderverdeeld(145). Gebruikelijk is een onderverdeling in de volgende segmenten: A: mini-auto's, B: kleine auto's, C: middenklasseauto's, D: hogere middenklasse, E: hogere klasse, F: luxeklasse, G: multipurpose voertuigen en sportwagens, waarbij het laatstgenoemde segment incidenteel nog verder wordt onderverdeeld: deels wordt het in de segmenten goedkope sportwagens, dure sportwagens, multipurpose voertuigen en terreinwagens onderverdeeld(146), deels in de segmenten multipurpose voertuigen, coupés, cabrioletten en terreinwagens(147). In het halfjaarlijks door de Commissie gepubliceerde prijsoverzicht van de automobielprijzen in de Gemeenschap wordt eveneens deze indeling gebruikt. Verder bevat het overzicht prijsaanduidingen voor modellen van personenauto's die in de hierboven beschreven zeven segmenten A tot G vallen, teneinde vanuit het standpunt van de gebruiker vergelijkbare modellen naast elkaar te kunnen weergeven.
(146) In het antwoord op het verzoek om inlichtingen van de Commissie van 21 oktober 1998 heeft Daimler-Benz AG meegedeeld dat ze het niet eens is met de onderverdeling van de personenautomarkt in segmenten.
(147) Er moet daarentegen op worden gewezen dat in de door Mercedes-Benz op 17 november 1998 verstuurde informatiebrochure over de fusie van DaimlerChrysler "Expect the extraordinary"(148) het brede productgamma van de nieuwe onderneming wordt voorgesteld en dat dit wordt onderverdeeld in de individuele segmenten, waarbij zelfs nog een verdere onderverdeling met het oog op de prijspositionering van de voertuigen in de individuele segmenten wordt doorgevoerd (onderverdeling in Premium, Mid-Price en Economy). Ook blijkt uit de bij de verificatie aangetroffen documenten van MBE dat binnen het concern met het oog op de positionering van de C-, E- en S-klasse-modellen in vergelijking met de concurrentie ervan wordt uitgegaan dat er bepaalde categorieën vergelijkbare voertuigen zijn. MBE onderscheidt in 1996 bij een vergelijking van volumemodellen van Mercedes (in 1996 werd de A-klasse nog niet aangeboden) drie verschillende segmenten: tot het laagste door MBE aangevoerde segment behoren voertuigen van de C-klasse, Audi A4, BMW 3-serie en Volvo 400-serie, tot het segment erboven voertuigen van de E-klasse, Audi A6, BMW 5-serie en Volvo 800/900-serie; tot het daarboven liggende segment behoren de Mercedes S-klasse, Audi A8 alsmede de BMW 7- en 8-serie(149). Ook in een door MBE samengestelde vergelijking van de prijzen van volumemodellen in Spanje, Duitsland en Italië werden de voertuigen in drie segmenten ingedeeld. Het eerste segment bestaat uit de modellen Mercedes C 180, Audi A4 en BWM 316, het tweede uit de modellen Mercedes E 200, Audi A6 en BMW 520i en het derde uit de modellen Mercedes S 320, BMW 730i en Volvo 960(150). Voorts moet gewezen worden op de door het tijdschrift "Auto Motor und Sport"(151) georganiseerde enquête onder zijn lezers (23e verkiezing van de beste auto). Deze enquête toont aan dat de indeling van de markt voor personenauto's in segmenten vanuit het standpunt van de consument relevant is. Bij de enquête worden 277 personenautomodellen ingedeeld in in totaal tien categorieën(152). De zes categorieën - A: minicars, B: kleine auto's, C: lagere middenklasse, D: middenklasse, E: hogere middenklasse, F: luxeklasse - komen inhoudelijk, zoals blijkt uit een vergelijking van de telkens in de categorie of het segment opgenomen personenautomodellen, overeen met de eerste zes van de in overweging 144 hierboven genoemde segmenten. Coupés, cabrioletten, terreinwagens en vans worden los hiervan in individuele segmenten opgenomen.
(148) Het feit dat het in de randgebieden van de segmenten telkens tot bepaalde overlappingen of afbakeningsproblemen ten opzichte van de naastgelegen segmenten kan komen en dat de indeling van de voertuigen in een analogieprocedure onder samenvoeging van soortgelijke voertuigtypen moet worden uitgevoerd, zoals Daimler-Benz in de brief van 8 december 1998 meedeelt, pleit niet tegen de veronderstelling dat de in een segment ingedeelde personenautomodellen telkens een zakelijk relevante markt vormen.
(149) In de onderhavige procedure behoeft niet definitief te worden beslist welke exacte segmentering aan de marktafbakening ten grondslag moet worden gelegd. Zoals zal worden uiteengezet, is de beperking van de mededinging niet alleen dan significant wanneer de marktpositie van Mercedes-Benz in de individuele segmenten in overweging wordt genomen. Ze is ook significant wanneer er rekening mee wordt gehouden dat er tussen elk voor de onderhavige procedure relevant segment en een of beide naastgelegen segmenten, vooral in de randgebieden, concurrentieverhoudingen zijn of wanneer de in het onderhavige geval relevante segmenten zelfs samen met de beide naastgelegen segmenten tot een zakelijk relevante markt worden gecombineerd.
2.1.3.1.2. Geografische marktafbakening
(150) Er zijn aanwijzingen dat de relevante productenmarkt de Gemeenschap zou kunnen omvatten. Zo zijn bijvoorbeeld de technische belemmeringen tussen de lidstaten sinds de invoering van het gemeenschappelijke conformiteitcertificaat niet meer aanwezig: elke in de Gemeenschap gekochte personenauto kan voortaan in elke lidstaat zonder een nieuwe technische controle tot het verkeer worden toegelaten.
(151) Anderzijds spreekt er echter zeer veel voor dat in geografisch opzicht elke lidstaat een eigen relevante markt vormt: er bestaan nog steeds aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de concurrentievoorwaarden en de zakelijke condities van het aanbieden van personenauto's. Dit blijkt reeds uit de halfjaarlijks door de Commissie gepubliceerde prijsoverzichten, waarin de prijzen van de voertuigen zonder extra uitrusting met elkaar worden vergeleken. Weliswaar zijn de prijsverschillen in de afgelopen jaren kleiner geworden, zoals blijkt uit de in de overwegingen 32 tot 34 opgenomen prijsvergelijkingen voor drie Mercedes-modellen. De prijsverschillen zijn echter nog steeds aanzienlijk. Ze zijn weliswaar ten dele het gevolg van overheidsbepalingen, zoals bijvoorbeeld de in een aantal lidstaten aanzienlijke registratie-, luxe- en milieubelastingen. Ze zijn er deels op gebaseerd dat de fabrikanten bij valutaschommelingen tussen de lidstaten geen of onvoldoende prijsaanpassingen doorvoeren. Ook zijn ze gebaseerd op marketingstrategieën van de fabrikanten met het oog op de uiteenlopende koopkracht van de klanten. Daar komt bij dat de fabrikanten per lidstaat zeer uiteenlopende standaarduitrustingen en uitrustingspakketten voor nieuwe voertuigen aanbieden. Ook is de aankoop van een nieuwe personenauto door eindverbruikers en door hen belaste tussenpersonen in een andere lidstaat dan het land waarin de koper woont of het bedrijf gevestigd is, nog steeds moeilijk. Deze aankoop is steeds met grotere kosten verbonden dan de aankoop bij een dealer van het binnenlandse net. Talrijke dealers en handelsagenten geven er de voorkeur aan, met name wanneer een verkoop ook aan afnemers in hun rayon mogelijk is en vooral bij gewilde modellen, de genoemde plaatselijke afnemers te bedienen. Ook vragen ze aan buitenlandse klanten vaak hoge aanbetalingen. Dit blijkt uit het grote aantal klachten dat de Commissie heeft ontvangen van gebruikers die een voertuig in het buitenland willen kopen. Dit alles wijst erop dat de geografisch relevante markten voor personenauto's nog altijd nationale markten zijn.
(152) De vraag of de markten voor personenauto's de Europese Unie omvatten of dat elke lidstaat een eigen geografisch relevante markt vormt, behoeft echter voor het onderhavige geval niet definitief te worden beslist omdat de beperking van de mededinging onafhankelijk van de geografische marktafbakening significant is.
2.1.3.2. Met betrekking tot de toepasselijkheid van artikel 81 op de handelsagenten van Mercedes-Benz
(153) In de punten van bezwaar (overweging 152) had de Commissie erop gewezen dat de handelsagenten van Mercedes-Benz een reeks ondernemersrisico's(153) moeten dragen die onlosmakelijk met hun activiteiten als tussenpersoon voor Mercedes-Benz verbonden zijn en die ertoe leiden dat op de overeenkomsten tussen Mercedes-Benz en de handelsagenten artikel 81 van toepassing is.
(154) Volgens DaimlerChrysler blijkt ook vanuit het gezichtspunt van de risicospreiding(154) dat de handelsagenten van Mercedes-Benz niet gelijkgesteld kunnen worden met zelfstandige handelaars. De dealer draagt geen van de met de transacties in nieuwe auto's verbonden contractrisico's, zoals het afzet-, transport-, opslag-, prijs-, garantie-of uitvalrisico. Wanneer de contractpartners de klanten met het doorgeven van de provisie of de inruil van tweedehandsvoertuigen tegen overdreven prijzen tegemoet komen, dan gebeurt dit in het kader van de aan hen verleende vrijheid om over hun provisie te beschikken. De handelsagenten dragen derhalve alleen het provisierisico, maar geen ander direct aan de afzet van nieuwe auto's gerelateerd prijsrisico, zoals een zelfstandige handelaar dat moet dragen. Het garantierisico hoeven ze evenmin te dragen omdat garantieclaims van de voertuigkopers alleen tegenover Mercedes-Benz bestaan en niet tegenover de contractpartner. Ook het feit dat de contractpartner voor eigen rekening en risico demonstratiewagens en bedrijfsauto's moet kopen en verkopen is geen met de bemiddeling van overeenkomsten voor nieuwe auto's verbonden contractrisico, maar behoort tot de door de contractpartner op zich genomen verplichtingen volgens paragraaf 4, lid 7(155), van de vertegenwoordigingsovereenkomst (Vertretervertrag (VV))(156). Dit maakt deel uit van de reclame- en acquisitieactiviteiten die een handelsagent voor eigen rekening moet uitvoeren. Dit geldt ook voor de bedrijfsauto's die door het personeel van de handelsagent voor zakelijke doeleinden worden gebruikt. Het feit dat 21,66 % van de omzet van de vestigingen en handelsagenten betrekking heeft op demonstratiewagens en bedrijfsauto's, waarbij dit percentage volgens verklaringen van DaimlerChrysler bij de handelsagenten nog hoger ligt, betekent dat een dealer met een omzet van 500 voertuigen per jaar jaarlijks 70-80 voertuigen koopt en met het oog op de houderschapstermijn van drie maanden en 3000 gereden kilometers permanent ongeveer 20 voertuigen in bezit heeft, die hij voor een paar uur of voor een paar dagen aan alle klanten voor een proefrit kan meegeven. Deze maken deel uit van zijn bedrijfsuitrusting en van de uitgaven van de dealer als zelfstandig ondernemer. De daarmee verbonden risico's moeten door de contractpartners worden gedragen, ook wanneer de voertuigen bestemd zijn voor gebruik in het bedrijf van de contractpartners bij de vervulling van de verkoop- en garagetaken(157).
(155) Deze bedenking wordt verworpen. De dealer van Mercedes-Benz heeft reeds een aanzienlijk aandeel in het prijsrisico van de door hem verkochte voertuigen.
a) Voorzover een dealer prijsconcessies bij de verkoop van nieuwe auto's doet waarmee Mercedes-Benz het eens is, komen deze volledig ten laste van de provisie van de dealer (zie de provisielijst bij de vertegenwoordigingsovereenkomst(158)). Hetzelfde geldt ook wanneer hij zijn provisie gebruikt om een tweedehandsauto tegen een hogere dan de op de markt gebruikelijke prijs bij verkoop van een nieuwe auto in te ruilen(159).
b) Kwantum- en gebruikerskortingen, die volgens de desbetreffende afspraken aan grote afnemers alsmede bepaalde andere afnemers zoals bijvoorbeeld autoverhuurbedrijven, taxibedrijven of journalisten worden verleend, komen tot maximaal 6 % exclusief bonussen ten laste van de provisie van de dealer (zie de provisielijst bij de vertegenwoordigingsovereenkomst(160)).
(156) Volgens deze bepalingen ligt in het eerste geval het volledige risico dat de door Mercedes-Benz vastgestelde catalogusprijs niet kan worden verkregen, bij de dealer; in het tweede geval ligt het risico voor een zeer aanzienlijk deel bij hem. Ook al hoeft de dealer geen voorraad nieuwe auto's aan te houden, dan nog lijkt hij door deze vergoedingsregelingen in economisch opzicht op een autohandelaar die van de fabrikant als vergoeding een marge krijgt(161), die hij niet alleen voor de financiering van de verkoop van nieuwe auto's in het algemeen gebruikt, maar vooral voor prijsconcessies aan autokopers.
(157) De dealer draagt ook het transport- en transportkostenrisico voor nieuwe voertuigen. Hij moet volgens paragraaf 4, lid 4, van het VV een voertuig dat gereed is voor aflevering maar dat niet door de klant bij de fabriek afgehaald wordt, aan de klant leveren. Voor de in verband met de aflevering ontstane kosten, met name de transportkosten, moet de dealer met de klant de hiervoor te betalen vergoeding overeenkomen. Volgens de vertegenwoordigingsovereenkomst neemt dus niet Mercedes-Benz het transport- en transportkostenrisico op zich, maar wordt dit doorgeschoven naar de dealer. Net als een zelfstandige handelaar is de dealer erop aangewezen de kosten en het transportrisico door te berekenen aan de klant.
(158) De dealer moet ook in zeer aanzienlijke mate eigen middelen voor sales promotion inzetten. Hij moet met name demonstratiewagens voor eigen rekening kopen (paragraaf 4, lid 7, van het VV). Aantal en type van de demonstratiewagens worden in overleg met Mercedes-Benz AG vastgesteld of Mercedes-Benz stelt zelf het aantal vast. Op grond van haar ervaring bepaalt Mercedes-Benz AG welke modellen nodig zijn en wat in financieel opzicht van de dealer redelijkerwijs gevergd kan worden (paragraaf 4, lid 7, van het VV). Samen met de bedrijfsauto's van de dealer - als zodanig zijn alleen voertuigen van het merk Mercedes-Benz toegestaan en deze worden ook als demonstratiewagen gebruikt - werd in 1998 gemiddeld meer dan [...] %(162) van de omzet van de handelsagenten gerealiseerd met demonstratiewagens en bedrijfsauto's, waarbij dit percentage volgens opgave van DaimlerChrysler bij de handelsagenten nog hoger ligt. Voor de aankoop van demonstratiewagens en bedrijfsauto's verleent Mercedes-Benz speciale condities. Daarom gelden voor deze voertuigen een minimale houderschapstermijn van drie à zes maanden en een minimale kilometerstand van 3000 km. Daarna kan de dealer de voertuigen als tweedehandsauto's doorverkopen, zodat hij ook het afzetrisico voor dit niet onaanzienlijke aantal voertuigen draagt.
(159) De activiteiten van een dealer van Mercedes-Benz zijn bovendien onvermijdelijk met een reeks bijkomende ondernemersrisico's verbonden. De overname van deze risico's is een voorwaarde wanneer een bedrijf dealer van Mercedes-Benz wil worden.
a) Dergelijke contractrisico's volgen uit de bepalingen inzake de fabrieksgarantie voor nieuwe voertuigen van Mercedes-Benz (onafhankelijk van het feit of de handelsagent het voertuig heeft verkocht of dat het voertuig door een ander distributiebedrijf werd aangekocht). Dienovereenkomstig is een dealer (evenals de dealers van Mercedes buiten Duitsland) niet de garantiegever die verantwoordelijk is voor de afhandeling van garantieclaims waar kopers van nieuwe voertuigen recht op hebben: volgens het algemeen burgerlijk recht is Mercedes-Benz de garantiegever. Iets anders blijkt echter uit de algemene leveringsvoorwaarden voor de verkoop van nieuwe voertuigen van Mercedes-Benz, punt VII, 2. a)(163). Daarin verleent Mercedes-Benz de kopers van nieuwe voertuigen binnen de fabrieksgarantietermijn van één jaar na levering van het voertuig een recht op het verhelpen van fouten (in de leveringsvoorwaarden "herstelling" genoemd). Dit recht kan "bij de verkoper [noot van de Commissie: hier dus DaimlerChrysler] of bij andere door de fabrikant voor de service aan het koopobject erkende bedrijven worden uitgeoefend ...". Deze bepaling in de koopovereenkomst komt overeen met de verplichting van de dealer in paragraaf 13, lid 1, van het VV "garantiewerkzaamheden aan de door Daimler-Benz geleverde voertuigen ... uit te voeren, ongeacht waar en via wie deze werden verkocht...". Een dergelijke herstelling door de dealer dient tegenover de klant "zonder berekening van de kosten die bij de uitvoering van de herstelling ontstaan, te geschieden" (zie paragraaf 13, lid 2, van het VV). Heeft een dealer deze herstelwerkzaamheden uitgevoerd, dan ontvangt hij een zogenoemde garantievergoeding, die met betrekking tot de beloning wordt berekend aan de hand van het gemiddelde verrekeningspercentage met betrekking tot de omzet van de dealer die hij Mercedes-Benz elk halfjaar vooraf meedeelt, alsmede de inkoopprijs van het materiaal van de dealer vermeerderd met een materiaalkostentoeslag(164). De dealer moet dus voor het leveren van de garantie voor eigen rekening en risico aan de noodzakelijke zakelijke en personele voorwaarden voldoen en deze werkzaamheden om te beginnen voor eigen rekening aanbieden. Het daarmee verbonden risico wordt ook niet volledig weggenomen: voor verrichte herstelwerkzaamheden ontvangt hij een op vooraf bepaalde verrekeningspercentages berustende vergoeding, die afwijkt van de voor normale reparaties geldende arbeidslonen en verkoopprijzen van de onderdelen, die de dealer zelf op grond van zijn bedrijfseconomische en mededingingsgegevens vastlegt en die deze niet noodzakelijkerwijs dekken.
b) De handelsagenten moeten voor eigen rekening een garage inrichten en daar service en garantie aanbieden en op verzoek aan een hulpdienst deelnemen. De garage moet met betrekking tot grootte, personele bezetting en inrichting aan de eisen voldoen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van de doelstelling van de overeenkomst. Ook moet de handelsagent de betrokken speciale gereedschappen aanschaffen en aan de huidige stand van de productietechniek aanpassen (paragraaf 12, lid 1, van het VV). De dealer moet reparaties en reserveonderdelen niet alleen voor de door hem zelf verkochte voertuigen aanbieden, maar voor alle tot het in de vertegenwoordigingsovereenkomst vastgelegde voertuigprogramma behorende voertuigen van klanten uit zijn eigen rayon (zie paragraaf 12, lid 1, van het VV) of uit een gebied buiten het rayon van de contractpartner (paragraaf 12, lid 2, van het VV).
c) Bovendien moeten de handelsagenten voor eigen rekening een onderdelenmagazijn in stand houden (paragraaf 14 van het VV). De dealer gebruikt deze reserveonderdelen voor reparaties aan voertuigen in zijn garage. Voorts kan hij deze volgens paragraaf 15 van het VV aan wederverkopers verkopen.
d) Ten slotte moet erop worden gewezen dat vanuit economisch oogpunt de omzet van de dealer uit eigen zakelijke activiteiten een veelvoud hoger is dan de omzet uit het sluiten van koopcontracten voor nieuwe auto's. Dit blijkt uit het volgende. Voor de activiteiten als tussenpersoon ontvangt de dealer een provisie die bij personenauto's bestaat uit de basisprovisie van [...] %(165), en een prestatieprovisie van maximaal [...] %. Deze provisie-inkomsten van maximaal [...] % zijn de omzet uit de dealeractiviteiten. Uit deze provisie moet de dealer de kortingen die hij de autokopers verleent, financieren. De werkelijke omzet uit de dealertransacties is derhalve kleiner dan de genoemde [...] %.
Volgens de verklaringen van Mercedes-Benz tijdens de hoorzitting op 29 juni 1999 bedraagt de omzet uit de activiteiten als tussenpersoon, wanneer men de voertuigprijzen als deel van deze omzet beschouwt, ongeveer 50 % van de totale omzet van een dealer. De werkelijke omzet van de dealer uit bemiddeling als zodanig is echter de bovengenoemde provisie. Vergelijkt men deze met de omzet van de dealer uit contractueel met de bemiddeling verbonden activiteiten waarbij de dealer het volledige risico draagt, dan blijkt dat slechts ongeveer [...] van de totale omzet wordt behaald met de feitelijke dealeractiviteit.
(160) Reeds met het oog op het aantal en de kwantitatieve omvang van de risico's die de handelsagenten van Mercedes-Benz moeten dragen, kan de tegenwerping van DaimlerChrysler dat de door de handelsagenten te dragen risico's kenmerkend zijn voor een echte handelsagent(166), niet worden gevolgd. Iets anders kan alleen dan gelden, wanneer de dealer de keuze zou hebben of hij in het bijzonder de aanzienlijke risico's op het gebied van de demonstratiewagens en bedrijfsauto's, het leveren van garantie, de inrichting van een onderhouds- en reparatiebedrijf en de verkoop van reserveonderdelen op zich wil nemen, of dat hij slechts het sluiten van koopovereenkomsten voor nieuwe auto's op zich neemt. Dit is echter niet het geval.
(161) Naar de mening van DaimlerChrysler zijn de handelsagenten in de onderneming van DaimlerChrysler AG opgenomen en zijn ze derhalve echte handelsvertegenwoordigers.
(162) Dit vloeit voort uit de eisen waaraan de dealer persoonlijk en met het oog op zijn bedrijf moet voldoen (in de regel uitsluitend afzet van voertuigen van Mercedes-Benz, algemeen optreden als "dealer van Mercedes-Benz", uitrusting en inrichting van het bedrijf van de dealer in zakelijk en persoonlijk opzicht, de reclame, de uiterlijke kenmerken, de verplichting tot het behartigen van de belangen van DaimlerChrysler en inachtneming van de identificatievoorschriften van Mercedes-Benz). In het advies van Prof. Ulmer wordt benadrukt dat er ook sprake is van opneming omdat de contractpartner volgens de vertegenwoordigingsovereenkomst(167) alleen voertuigen van Mercedes-Benz maar geen producten van de concurrentie mag verkopen(168), en hij dus een dealer van één onderneming is(169)'.
(163) Deze tegenwerping moet worden verworpen. Het kenmerk van de opneming is naast de risicospreiding geen op zichzelf staand kenmerk dat een handelsagent onderscheidt van iemand die voor eigen rekening handelt(170).
(164) Overigens komen de door DaimlerChrysler aangehaalde contractuele bepalingen waaruit de "opneming" van hun handelsagenten moet blijken, althans inhoudelijk en ten dele zelfs woordelijk overeen met vergelijkbare bepalingen in de vertegenwoordigingsovereenkomsten van Mercedes-Benz en in de overeenkomsten van andere autofabrikanten. Zo bevat paragraaf 9, lid 3, onder c), van het VV(171) voorschriften over de merkenexclusiviteit die praktisch woordelijk in bijvoorbeeld paragraaf 6, lid 2, onder b)(172), van de dealerovereenkomst van het Belgische MBBel worden aangetroffen en die ontleend zijn aan de bepaling in artikel 3, punt 3, van Verordening (EG) nr. 1475/95. Hetzelfde geldt voor de verplichting van de handelsagent volgens paragraaf 9, lid 1, eerste zin, van het VV, om zich in elk geval voor de verkoop van voertuigen van Mercedes-Benz in te zetten, die overeenkomt met paragraaf 2, lid 1, tweede zin, van de dealerovereenkomst van MBBel. Volgens paragraaf 9, lid 1, eerste zin, van het VV moet de dealer ook de belangen van Mercedes-Benz behartigen. Een dergelijke verplichting staat weliswaar niet uitdrukkelijk in de dealerovereenkomst van MBBel, maar bijvoorbeeld wel in de dealerovereenkomsten van VW(173). Volgens paragraaf 8 van het VV moet de handelsagent naar buiten toe, op alle documenten en in de reclame, aangeven dat hij dealer van Mercedes-Benz is, en het merk van Mercedes-Benz vertegenwoordigen. De overeenkomst van MBBel bevat in paragraaf 12, lid 2, en in paragraaf 10 eensluidende verplichtingen. Ook de in paragraaf 10, leden 1 en 4, van het VV onder de titel "opneming" opgenomen verplichtingen van de dealer tot de inrichting van de kantoren, de technische uitrusting en personele bezetting van het bedrijf en het gebruik van informatiesystemen volgens de richtsnoeren en normen van DaimlerChrysler zijn in een net zo uitgebreide vorm in de dealerovereenkomst van MBBel in bijlage III, paragrafen 2, 3 en 4 opgenomen. De in paragraaf 10, leden 2 en 3, van het VV opgenomen informatieplicht over de individuele transacties, garantiegevallen en de jaarrekening van de dealer zijn ook onderwerp van bijlage III, paragraaf 5, van de dealerovereenkomst van MBBel. Het in paragraaf 10, lid 5, van het VV opgenomen verbod op het zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DaimlerChrysler oprichten van filialen en showrooms buiten het bedrijfspand van de handelsagent is inhoudelijk gelijk aan paragraaf 5, lid 2, van de dealerovereenkomst van MBBel. Concluderend kan worden vastgesteld dat de in paragraaf 10 van het VV opgenomen bepalingen ook in de dealerovereenkomsten van DaimlerChrysler of in de dealerovereenkomsten van andere fabrikanten opgenomen zijn. Daarom kan uit deze bepalingen niet worden afgeleid dat de Duitse handelsagenten van Mercedes-Benz in het bedrijf van hun principaal opgenomen zijn. Ten slotte zijn ook de in paragraaf 16 van het VV opgenomen verplichting van de dealer tot het ondersteunen van reclamecampagnes van Mercedes-Benz, het zorgvuldig behandelen en vakkundig gebruiken van de ter beschikking gestelde reclameartikelen en het recht van DaimlerChrysler om minimumeisen aan reclamecampagnes van de handelsagenten of aan de deelname aan tentoonstellingen en reclame te stellen, in bijlage III, paragrafen 10 en 11, van de dealerovereenkomst van MBBel inhoudelijk in ten minste even uitgebreide vorm geregeld. Met name de in paragraaf 16, lid 3, van het VV opgenomen formulering:
"Het is in het gezamenlijk belang van Daimler-Benz en van de handelsagent om de uiterlijke kenmerken van de verkooporganisatie uniform te tonen."
is in een letterlijke vertaling ook in bijlage III, paragraaf 10, lid 1, eerste zin, van de dealerovereenkomst van MBBel opgenomen. Dit geldt ook voor de verdere tekst van deze alinea.
(165) Samenvattend kan dus geconstateerd worden dat uit een vergelijking van de contractuele bepalingen in de handelsagentovereenkomsten met de bepalingen in de overeenkomsten met de Belgische dealers blijkt dat de opgelegde verplichtingen identiek zijn en dat beide distributieondernemingen in dezelfde mate "opgenomen" zijn in de verkooporganisatie van Mercedes-Benz. Deze kenmerken zijn dus geen geschikt criterium voor het maken van een onderscheid tussen een handelsagent en iemand die voor eigen rekening handelt.
(166) Ten slotte wijst DaimlerChrysler op het volgende(174): het feit dat de handelsagenten voor eigen rekening en risico klantenservice moeten aanbieden en reserveonderdelen moeten verkopen, staat de opneming niet in de weg omdat het hier gaat om zuiver complementaire of ondersteunende activiteiten die nauw met de hoofdactiviteit van de dealer verbonden zijn en onafhankelijk daarvan worden uitgeoefend.
(167) Volgens de Commissie draagt juist het contractuele verband tussen verkoop van voertuigen enerzijds en klantenservice en verkoop van reserveonderdelen anderzijds ertoe bij dat de activiteiten van de handelsagent, die normaal slechts beperkte risico's met zich brengen (met name het provisierisico bij mislukking van de bemiddelingsactiviteit), met de voor een handelsagent ongebruikelijke risico's van een principaal worden verbonden. Het door DaimlerChrysler aangevoerde argument moet derhalve worden afgewezen.
(168) Bijgevolg is artikel 81, lid 1, op de overeenkomsten tussen Mercedes-Benz en de Duitse handelsagenten in dezelfde mate toepasselijk als op een overeenkomst met een dealer. De aan een dealer opgelegde beperkingen moeten derhalve beoordeeld worden als bij iemand die voor eigen rekening handelt.
2.1.3.3. Mededingingsbeperkend doel van de maatregelen
2.1.3.3.1. Uitvoerbelemmeringen (Duitsland)
(169) De beschikbare documenten tonen aan dat Mercedes-Benz al vóór 1996 geïnteresseerd was in een beperking of vermijding van de "interne" mededinging(175). Ook heeft Mercedes-Benz haar handelsagenten vóór dit tijdstip verscheidene keren verzocht geen voertuigen buiten hun rayon te verkopen(176) en heeft ze geprobeerd de paralleluitvoer van de handelsagenten te bemoeilijken(177).
(170) In verband met de introductie van de nieuwe W 210-voertuigen (nieuwe E-klasse) werden vervolgens vanaf 6 februari 1996 duidelijke verzoeken aan alle leden van het Duitse distributienet, met name aan de Duitse handelsagenten gestuurd. De verzoeken hadden niet alleen betrekking op deze serie maar in het algemeen op alle transacties met nieuwe auto's. De handelsagenten werden tot hun rayon beperkt, zoals uit de mededeling van 6 februari 1996 blijkt. Daarin staat:
"Met het oog op deze situatie hebben wij er geen begrip voor wanneer handelsagenten zich bij de verkoop van de hun toegewezen productie van de serie W 210 niet op het eigen gebied concentreren en ...
Wij verzoeken u derhalve om de in de doelovereenkomsten voor 1996 verankerde waarden ook bij uw dagelijkse werkzaamheden als bindende basis voor door u te nemen beslissingen te beschouwen.
Wij zijn er vast van overtuigd dat wij bij een consequente uitvoering van dit beleid de interne mededinging niet alleen bij de W 210 maar ook bij de andere series effectief kunnen aanpakken. Wij rekenen daarom op uw onvoorwaardelijke steun.".
Aan het einde van de mededeling van 6 februari 1996 dreigde Mercedes-Benz "niet [te zullen] aarzelen de levering van voertuigen van de serie W 210 te beperken wanneer wij constateren dat het opnemingsvermogen van de afzonderlijke rayons de toegewezen productie niet rechtvaardigt". Daarmee werd het verzoek bijzondere kracht bijgezet.
(171) Doel van dit verzoek was te bereiken dat de contractpartners de toegewezen voertuigen van de serie W 210 en ook van de andere series alleen binnen hun rayon verkopen. Aan kom-klanten, die niet tot de klanten in het rayon van de dealer behoren, mocht daarentegen niet worden geleverd. Daardoor moest, zoals in de mededeling aangegeven werd, "de interne mededinging", d.w.z. de zogenoemde intrabrand-mededinging tussen de Duitse handelsagenten onderling en tussen deze handelsagenten en de Duitse en buitenlandse vestigingen en buitenlandse dealers, worden beperkt. De mededeling van 6 februari 1996 beoogde derhalve een beperking van de intrabrand-mededinging.
(172) De beperking van de levering van W 210-voertuigen aan vestigingen in Duitsland waarmee in de mededeling van 6 februari 1996 gedreigd werd en die op de LVP-bijeenkomst op 26 februari 1996 (zie overweging 84) geëffectueerd werd en die ook de levermogelijkheden van de handelsagenten beperkte, was bedoeld om deze beperking van de mededinging door te zetten. Hetzelfde geldt voor de dreiging om indien nodig deze actie ook bij (andere) nieuwe series te herhalen.
(173) De bepaling dat aan kom-klanten uit andere lidstaten in bijna alle gevallen een aanbetaling van 15 % van de koopprijs moet worden gevraagd (zie overweging 103 e.v. hierboven), leidt tot een verdere bemoeilijking van de parallelhandel, aangezien deze bepaling de vrijheid van de handelsagenten beperkt om hun eigen marketingbeleid te voeren. Zo wordt het de handelsagenten niet meer toegestaan bij kom-klanten die ze kennen, af te zien van deze aanbetaling.
(174) DaimlerChrysler wijst erop(178) dat het bij de aanbetaling van 15 % slechts een "vordering" betrof die niet in elk geval kon worden doorgezet. De aanbetaling is noodzakelijk ter beperking van het risico, in het bijzonder ter compensatie van mogelijke eisen tot schadevergoeding vanwege niet-afname, die bij buitenlandse klanten moeilijk te stellen zijn, en als bewijs voor de serieuze koopinteresse en de latere afnamebereidheid. De hoogte van de aanbetaling is afgeleid van het in de Duitse verkoopvoorwaarden opgenomen tarief voor niet-afname van 15 %. Dit berust op commerciële overwegingen, namelijk dat de risico's van verkopen aan buitenlandse klanten, met name met betrekking tot de gerechtelijke vervolging, hoger zijn. Volgens DaimlerChrysler is de bepaling derhalve ongetwijfeld rechtmatig. Ook kan DaimlerChrysler geen beroep doen op de handelsagenten voor verliezen die door de betaling van een aanbetaling vermeden hadden kunnen worden. Deze algemene instructie geldt uitsluitend voor de verkoop van voertuigen aan buitenlandse klanten. Ook wanneer dergelijke aanbetalingen uit economisch oogpunt in bepaalde gevallen zinvol kunnen zijn, moet toch vastgesteld worden dat een dergelijke instructie voor binnenlandse transacties niet bestaat, hoewel ook hier in individuele gevallen vergelijkbare belangen kunnen bestaan. De bepaling discrimineert derhalve transacties van de parallelhandel ten opzichte van voertuigverkopen in Duitsland.
(175) Al deze maatregelen beogen een met artikel 81, lid 1, onverenigbare marktverdeling.
2.1.3.3.2. Beperkingen t.a.v. de levering aan leasebedrijven (Duitsland en Spanje)
(176) Het verbod op levering aan externe leasebedrijven zolang er geen concrete lessee beschikbaar is, beoogt de mededinging tussen de leasebedrijven van het Mercedes-Benz-concern(179) en de externe leasebedrijven in Duitsland en Spanje te beperken. Externe leasebedrijven moeten voertuigen van Mercedes alleen van geval tot geval kunnen aanschaffen, namelijk wanneer reeds een concrete lessee beschikbaar is, maar daarentegen niet op "voorraad". Daardoor wordt de betrokken leasebedrijven de snelle beschikbaarstelling van een voertuig aan een lessee onmogelijk gemaakt. De afzetvoorschriften betreffende de levering aan leasebedrijven leiden er ook toe dat externe leasebedrijven niet dezelfde prijsvoordelen bij de aankoop van lease-auto's krijgen als andere exploitanten van wagenparken. Daardoor worden ook kortingen ten gunste van externe leasebedrijven automatisch beperkt. In het kader van een enkele transactie kunnen ze nooit meer voertuigen aankopen dan het aantal dat bedoeld is voor een bepaalde klant. In de regel verslechteren de desbetreffende clausules de voorwaarden waaronder externe leasebedrijven voertuigen van Mercedes kunnen kopen en derhalve, op de downstream-leasemarkt, met de leasebedrijven van het Mercedes-Benz-concern kunnen concurreren. De bepalingen betreffende de leasetransacties van de handelsagenten beogen een beperking van concurrentie op het gebied van prijs- en leveringsvoorwaarden voor lease-auto's.
2.1.3.3.3. Bepaling van de verkoopprijs in België
(177) Hier moet de overeenkomst worden beoordeeld die op 20 april 1995 tussen MBBel en de dealervereniging gesloten werd om kortingen te beperken tot maximaal 3 % en om het kortinggedrag bij de E-klasse door een testkoper te laten verifiëren. Bij vaststelling van hogere kortingen zou het aantal te leveren voertuigen van de nieuwe E-klasse beperkt worden (zie overweging 113 e.v. hierboven). De bedoeling van deze overeenkomst was het beperken van de concurrentie op het gebied van prijzen in België.
2.1.3.4. Mededingingsbeperkend effect van de maatregelen
(178) Volgens vaste rechtspraak is het voor de toepassing van artikel 81, lid 1, voldoende dat de betrokken maatregel, zoals in het onderhavige geval, een beperking van de mededinging beoogt. Het is daarentegen niet vereist uiteen te zetten dat de maatregel een dergelijke beperking ook bewerkstelligt(180).
2.1.3.5. Gevolgen van de beperking van de mededinging
(179) De hierboven beschreven beperkingen waren gericht op het uitschakelen van wezenlijke mededingingsparameters.
(180) Dit geldt allereerst voor alle uitvoerbelemmerende maatregelen. Het doel ervan was om de grensoverschrijdende verkoop van nieuwe personenauto's aan eindverbruikers door middel van uitvoer uit Duitsland te beperken en daarmee de distributiebedrijven in de andere lidstaten (in geval van de instructie niet buiten het rayon te verkopen, ook de andere Duitse verkooppartners) rayonbescherming te verlenen.
(181) Ook
a) de beperkingen van de verkoop van nieuwe voertuigen aan leasebedrijven en
b) de bepaling van de verkoopprijzen in België
moesten wezenlijke parameters van de mededinging uitschakelen(181). De verkoopprijzen die in België vastgesteld werden, behoren voor eindverbruikers tot de beslissende factoren bij de keuze. Hetzelfde geldt voor de beperkingen betreffende leasebedrijven. Deze bedrijven moest het onmogelijk worden gemaakt om met de leasebedrijven van het Mercedes-Benz-concern te concurreren en voertuigen snel beschikbaar te kunnen stellen aan een klant (zie overweging 110 en volgende hierboven).
(182) Vanuit kwantitatieve oogpunten moet op het volgende worden gewezen.
(183) Het marktaandeel van Mercedes-Benz in de voor het onderhavige geval bijzonder belangrijke segmenten E en F lag in de Gemeenschap bij [20-30] % (zie bovenstaande tabellen in overweging 24 en volgende). Ook wanneer deze beide segmenten tot een relevante markt worden samengevoegd, zou het marktaandeel ca. 20 % bedragen. Zou daarnaast nog het segment D in aanmerking worden genomen, dan zou het marktaandeel van Mercedes-Benz in de Gemeenschap nog altijd meer dan [10-20] % bedragen en daarmee nog steeds aanzienlijk zijn.
(184) Overigens moet ook in aanmerking worden genomen dat Mercedes-Benz een zeer gerenommeerde aanbieder van personenauto's is, die in de segmenten E en F in de meeste lidstaten en in de hele Gemeenschap in de jaren 1995 tot 1997 de grootste of op één na grootste aanbieder was(182). In segment D was Mercedes-Benz in de meeste lidstaten een van de tien belangrijkste aanbieders van personenauto's, terwijl ze bij de beoordeling van de hele Gemeenschap in dit segment in de drie genoemde jaren op de vijfde plaats lag. Met het oog op de marktaandelen van Mercedes-Benz en de positie in de diverse marktsegmenten zijn de in het onderhavige geval vastgestelde beperkingen van de mededinging in de hogere middenklasse, de hogere klasse en de luxeklasse significant.
(185) Ook bij de beoordeling van de marktsituatie in de drie lidstaten waarin de maatregelen werden genomen en die ofwel de uitvoer naar andere lidstaten verhinderden ofwel de mededinging beperkten (zie overweging 181 hierboven), blijkt dat Mercedes-Benz een marktpositie van aanzienlijke betekenis heeft. Het marktaandeel van Mercedes-Benz lag in Duitsland in de voor de onderhavige procedure bijzonder belangrijke segmenten E en F in de jaren vanaf 1995 steeds boven [10-20] % en bedroeg op een gegeven moment bijna [50-60] % (zie overweging 24 tot 29 hierboven), in segment D meer dan [10-20] %. In Spanje bedroeg het aandeel vanaf 1995 in de segmenten E en F in de regel ca. [20-30] %, in segment D ca. [0-10] %. In België lag het aandeel vanaf 1995 in segment E boven [20-30] % en in segment F tussen ca. [20-30] % en ca. [40-50] %, in segment D in de regel boven [0-10] %, met als uitschieter 2000: in dat jaar was het aandeel meer dan twee keer zo groot, nl. bijna [10-20] %. Ook wanneer de segmenten E en F samengevoegd zouden worden, lag het marktaandeel in deze landen steeds aanzienlijk boven [10-20] %. Indien ook nog de positie in segment D in aanmerking genomen zou worden, zou het marktaandeel in Duitsland ca. [20-30] % bedragen, in Spanje en België ca. [0-10] %.
(186) Ook in de lidstaten waar nieuwe voertuigen van Mercedes parallel werden uitgevoerd, vooral in België en Spanje, had Mercedes sterke marktposities, zoals blijkt uit de uiteenzetting in overweging 185.
(187) De parallelhandel vanuit Duitsland naar België zou, zoals blijkt uit de beschrijving van de feiten, voornamelijk een gevolg zijn van de kortere levertermijnen (zie bijvoorbeeld overweging 37 hierboven), maar ook van de in de praktijk blijkbaar aanzienlijk lagere verkoopprijzen(183) in Duitsland.
(188) De parallelhandel was aanzienlijk en werd, zelfs voorzover deze legaal plaatsvond, door concernondernemingen van Mercedes-Benz als een belangrijke verstoring van het distributiesysteem beschouwd, zoals blijkt uit meerdere bij de verificaties aangetroffen documenten. Zo beklaagde bijvoorbeeld MBBel zich vele jaren lang over het "lelijke monster" parallelinvoer uit Duitsland (zie overweging 37 en volgende hierboven). MBE verklaarde dat Spanje al geruime tijd onder parallelinvoer leed; deze invoer werd door MBE steeds afgekeurd(184).
(189) De beperkingen van de mededinging op het gebied van leasing waren eveneens significant. Zoals blijkt uit het overzicht in overweging 14 hierboven werden in Duitsland in de hier relevante periode van 1996 tot 2000 door de vestigingen en handelsagenten jaarlijks in totaal ca. [...] % van alle nieuwe personenauto's van Mercedes-Benz aan leasebedrijven verkocht, waarvan jaarlijks tussen [...] %(185) (1996) en [...] %(186) (2000) aan externe leasebedrijven. Terwijl in 1996 nog meer dan [...] % van de voertuigen door de handelsagenten aan externe leasebedrijven werden geleverd, daalde dit aantal naar ca. [...] % in 1999 en lag in 2000 nog op [...] %, waarbij echter in aanmerking moet worden genomen dat het aantal handelsagenten in de jaren tot 1998 nog meer dan 200 was, terwijl er in 2000 gemiddeld nog maar 110 handelsagenten in Duitsland waren (zie overweging 15 hierboven). De Duitse Mercedes-Benz-handelsagenten zijn daarom een belangrijke leverancier van personenauto's van Mercedes aan de externe leasebedrijven in Duitsland. Ook in Spanje was de beperking van de mededinging in kwantitatief opzicht aanzienlijk, omdat daar jaarlijks tussen ruim [...] % (1997) en bijna [...] % (2000) van alle nieuwe voertuigen aan leasebedrijven werden verkocht, waarvan ca. [...] % door het vooral uit dealers bestaande Spaanse distributienet aan externe leasebedrijven werd geleverd (zie de overwegingen 21 en 22 hierboven).
(190) De beperkingen van de mededinging waren derhalve in elk geval significant(187).
2.1.4. VERMOGEN VAN DE MAATREGELEN OM DE HANDEL TUSSEN DE LIDSTATEN MERKBAAR ONGUNSTIG TE BEÏNVLOEDEN
(191) Een verdere voorwaarde voor de toepasselijkheid van artikel 81, lid 1, is dat de bekritiseerde maatregelen de handel tussen de lidstaten merkbaar ongunstig kunnen beïnvloeden.
(192) Dit is het geval wanneer aan de hand van een geheel van objectieve juridische of feitelijke omstandigheden met voldoende waarschijnlijkheid kan worden voorzien dat deze het verkeer van goederen tussen de lidstaten al dan niet rechtstreeks, werkelijk of potentieel op een voor het realiseren van de doelstellingen van een internationale markt nadelige manier kunnen beïnvloeden(188).
(193) De in overweging 180 genoemde maatregelen konden de grensoverschrijvende handel in nieuwe motorvoertuigen significant belemmeren. Ze moeten de handel vanuit Duitsland met andere lidstaten met een hoger prijsniveau en/of ongunstigere leveringsvoorwaarden (bijvoorbeeld langere levertermijnen) zo mogelijk helemaal tot stilstand brengen of beperken. Ook met het belasten van paralleluitvoer met een aanbetaling van 15 %, die bij vergelijkbare nationale transacties niet wordt gevraagd, werd een vermindering van deze transacties beoogd. Deze maatregelen belemmeren derhalve reeds naar de aard ervan de internationale handel in nieuwe personenauto's van Mercedes. Zoals in overweging 35 e.v. hierboven uiteengezet, bestond er een significante, feitelijke parallelhandel, die onder andere toegeschreven kon worden aan prijsverschillen maar ook aan verschillen in levertijd, alsmede in ieder geval aanzienlijke stimulansen voor potentiële parallelhandel.
(194) Ook wanneer een bepaald gedeelte van de daadwerkelijk plaatsvindende parallelhandel betrekking had op de verkoop van voertuigen aan niet-erkende wederverkopers (zie overweging 36 e.v. hierboven), dan waren deze maatregelen toch gericht op een verhindering van de parallelhandel, die met het oog op verschillen in prijzen en levertijden niet alleen voor niet-erkende wederverkopers maar ook voor eindverbruikers interessant was. Overigens stond het Mercedes-Benz vrij om uitsluitend tegen de niet-toegestane transacties van dealers en handelsagenten (met niet-erkende wederverkopers) op te treden, hetgeen de exportvraag in elk geval in zekere mate naar legale kanalen had verplaatst. Ook de protesten van de distributieondernemingen in andere lidstaten, met name de Belgische en Spaanse algemene importeurs van Mercedes-Benz MBBel en MBE, tegen de parallelhandel uit Duitsland tonen aan dat de parallelhandel hun afzetmogelijkheden en het hanteren van verschillende prijs- en leveringsstrategieën in sterke mate belemmerde. De op een verhindering van deze parallelhandel gerichte maatregelen kunnen de internationale handel derhalve significant belemmeren.
(195) De in overweging 181 genoemde maatregelen beogen en bewerkstelligen een beperking van de concurrentie op het gebied van prijzen en condities. Ze strekken zich uit over de gehele of een wezenlijk deel van de exclusieve en selectieve afzet van personenauto's van Mercedes in een of twee lidstaten.
(196) De beperking van de levering aan "externe leasebedrijven" keert zich gericht tegen leasebedrijven die een groter aantal voertuigen of hele "wagenparken" voor leasing willen aankopen waarvoor ze nog geen individuele klanten hebben gevonden. Meer nog dan uitvoertransacties met (particuliere) kopers van individuele voertuigen - waarbij Duitsland en Spanje daadwerkelijk en potentieel als uitvoerlanden optreden (zie de overwegingen 35 e.v. en 48 e.v.) - kan dit soort transacties met een groter volume naar de aard ervan leiden tot grensoverschrijdende parallelhandel. De bekritiseerde contractbepalingen verbieden alle van Mercedes-Benz onafhankelijke verkooppartners in twee grote lidstaten systematisch dergelijke transacties te doen en kunnen derhalve alleen daarom de handel tussen de lidstaten significant belemmeren.
(197) De overeenkomst betreffende de bepaling van de prijs door de Belgische distributiepartners leidt ertoe dat het hoge prijsniveau in heel België blijft bestaan. Zoals reeds blijkt uit het grote aantal nieuwe auto's dat vanuit Duitsland in België ingevoerd wordt (deels echter via niet-erkende wederverkopers), is een maatregel die gericht is op een versterking van het hoge prijsniveau in België, merkbaar van invloed op de internationale handel. Zoals uiteengezet is de prijs in de sector detailhandel motorvoertuigen een van de essentiële mededingingsfactoren. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld dat er van een belemmering van de internationale handel niet alleen sprake is wanneer de maatregel het internationale goederenverkeer beperkt of zelfs een compartimentering van de markten tot gevolg heeft, maar ook dan wanneer de overeenkomst zelf leidt tot een aanzienlijke vergroting van het handelsvolume tussen de lidstaten(189). Derhalve behoeft slechts te worden aangetoond dat een overeenkomst het internationale goederenverkeer kan beïnvloeden(190), wat hier blijkbaar het geval is.
(198) Al met al kan derhalve worden geconstateerd dat alle hierboven beschreven maatregelen de handel tussen de lidstaten significant belemmeren(191).
2.2. ARTIKEL 81, LID 3
2.2.1. GROEPSVRIJSTELLINGSVERORDENINGEN (EEG) Nr. 123/85 EN (EG) Nr. 1475/95
(199) Verordening (EEG) nr. 123/85 van de Commissie (PB L 15 van 18.1.1985, blz. 16) was van 1 juli 1985 tot 30 juni 1995 van kracht. Zij werd op 1 juli 1995 door de nieuwe Verordening (EG) nr. 1475/95 vervangen. Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1475/95 bepaalt dat de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 123/85 tot 30 september 1996 verder gelden voor afzetovereenkomsten die op 1 oktober 1995 reeds van kracht waren en die voldeden aan de voorwaarden van Verordening (EEG) nr. 123/85. De precieze begrenzing van de tijdelijke toepassingsgebieden van de beide verordeningen kan in het onderhavige geval openblijven omdat de beoordeling van de onderhavige zaak hier niet van afhangt.
2.2.1.1. De uitvoerbelemmeringen en het verkoopverbod aan leasebedrijven: artikel 3, punt 10, onder a), van Verordening (EEG) nr. 123/85 en Verordening (EG) nr. 1475/95
(200) Overeenkomstig artikel 3, punt 10, onder a), van de genoemde verordeningen kan Mercedes-Benz haar verkooppartners verbieden contractproducten en daarmee in verband staande producten aan wederverkopers te leveren die geen deel uitmaken van haar distributienet. Verkopen aan eindverbruikers, eventueel via de door eindverbruikers gemachtigde tussenpersonen, alsmede aan andere leden van het contractnetwerk mogen daarentegen niet worden verboden of anderszins worden belemmerd of bemoeilijkt. Dat betekent namelijk dat uitvoertransacties met dergelijke afnemers aan generlei belemmering mogen worden onderworpen, zoals dit in het onderhavige geval in Duitsland is gebeurd.
(201) Verkopen van voertuigen aan leasebedrijven mogen eveneens niet belemmerd worden, voorzover leasebedrijven als eindverbruikers kunnen worden beschouwd.
(202) In het onderhavige geval onderzoekt de Commissie aan de hand van Verordening (EG) nr. 1475/95 de vraag of leasebedrijven als eindverbruikers of als "wederverkopers" moeten worden beschouwd. Met het oog op de overeenkomsten die deze bedrijven betreffen, houdt de onderhavige beschikking alleen rekening met de periode sinds 1 oktober 1996 als periode van overtreding (zie overweging 222 en de artikelen 7 en 13 van Verordening (EG) nr. 1475/95).
(203) In het algemeen kan worden vastgesteld dat leasebedrijven eigenaar van de voertuigen worden en dit ook tijdens de totale duur van de lease-overeenkomst blijven. Zij verkopen deze voertuigen pas na het verstrijken (of de voortijdige beëindiging) van de lease-overeenkomst als tweedehandsauto's door. Een verkoop als tweedehandsauto vormt als zodanig geen wederverkoop (door een "wederverkoper") in de zin van artikel 3, punt 10, onder a), van Verordening (EG) nr. 1475/95. Dit blijkt duidelijk uit artikel 10, punt 4, en punt 12, eerste zin, van deze verordening.
(204) Wat de "lease-overeenkomst" als zodanig betreft (met andere woorden de overeenkomst tussen het leasebedrijf dat het voertuig van een lid van het distributienet heeft gekocht, en een lessee), moet verwezen worden naar artikel 10, punt 12, tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1475/95. Een dergelijke overeenkomst is alleen dan gelijk aan een "wederverkoop", wanneer ze "eigendomsoverdracht meebrengt of een recht tot koop vóór het verstrijken van de lease-overeenkomst inhoudt". In het andere geval kan inderdaad niet van een "wederverkoop" worden gesproken. De lessee krijgt geen nieuw voertuig in eigendom, het voertuig wordt hem namelijk slechts tijdelijk en tegen een vergoeding ter beschikking gesteld.
(205) De bepalingen van deze overeenkomsten verschillen echter alleen wat betreft de vraag of het voertuig op voorraad wordt gekocht. Indien dit het geval is, geldt het verbod ook dan wanneer de lease-overeenkomst niet voorziet in overdracht van eigendom of een recht op eigendomsverwerving voor het einde van de looptijd van de overeenkomst.
(206) Voor de doeleinden van Verordening (EG) nr. 1475/95 is het niet belangrijk of het leasebedrijf het betrokken voertuig "op voorraad" of voor een reeds geïdentificeerde lessee heeft gekocht. Het in de overeenkomsten met Duitse en Spaanse verkooppartners gebruikte criterium kan derhalve niet gerechtvaardigd worden met de noodzaak verkopen aan niet bij het distributienet behorende "wederverkopers" te verhinderen.
(207) Uit artikel 10, punt 13, van Verordening (EG) nr. 1475/95 blijkt niets anders: daar wordt duidelijk gemaakt, dat "onder 'afzetten' en 'verkopen' eveneens andere vormen van afzet door de dealer begrepen zijn, zoals 'leasing'". DaimlerChrysler wijst er terecht op dat deze definitie uitsluitend betrekking heeft op de verhouding tussen fabrikant en dealer. Deze bepaling moet voorkomen dat dealers enkele contractuele verplichtingen ontduiken door gebruik te maken van leasing.
(208) Het argument van DaimlerChrysler dat een leasebedrijf niet zoals een eindverbruiker het investeringsrisico voor het gekochte voertuig draagt en derhalve economisch gezien geen eindverbruiker is, moet worden afgewezen. Verordening (EG) nr. 1475/95 houdt geen rekening met de eventuele aanwezigheid van een "investeringsrisico" maar kijkt alleen of de betrokken persoon een in eigen naam en voor eigen rekening verworven motorvoertuig in nieuwe staat verkoopt (zie overweging 203). Bovendien draagt elke koper een "investeringsrisico", ongeacht of hij een particuliere eindverbruiker, een zakelijke eindverbruiker of een wederverkoper is. Hetzelfde geldt ook voor leasebedrijven. Als eigenaar van het te leasen product dragen zij het investeringsrisico vanaf de aankoop van het voertuig, tijdens de volledige looptijd van de lease-overeenkomst tot en met de verkoop van het voertuig als tweedehandsauto. Zo moeten ze in het geval van insolventie van de lessee, maar ook aan het einde van de lease-overeenkomst, het voertuig terugnemen en ofwel opnieuw voor leasing aanbieden ofwel als tweedehandsauto doorverkopen. Voor Verordening (EG) nr. 1475/95 zijn er geen relevante verschillen tussen een leasebedrijf en een autoverhuurbedrijf; ook DaimlerChrysler betwist niet dat een autoverhuurbedrijf aan de definitie van eindverbruiker voldoet(192).
(209) Evenmin is het voor de doeleinden van Verordening (EG) nr. 1475/95 relevant dat de lessor in het algemeen bepaalde lasten (met name de verzekering) door middel van overeenkomsten economisch op de lessees afwentelen. Zoals duidelijk blijkt uit artikel 10, punt 12, van genoemde verordening, wordt de lessor hierdoor geen wederverkoper (dit geldt ook voor een verhuurder die bijvoorbeeld bepaalde (verzekerings)lasten op de verhuurders afwentelt). Overigens heeft dit algemene kenmerk van lease-overeenkomsten niets te maken met de vraag of de lessor een voertuig "op voorraad" verwerft of voor een vooraf bepaalde klant.
(210) Het kan ook tegenwoordig nog vaak het geval zijn dat de lessee bepaalt welk type voertuig met welk type motor hij wenst te leasen. Er kunnen echter ook lessees zijn, die bereid zijn hun keuze tot een van de bij het leasebedrijf aanwezige voertuigen te beperken. Hierbij gaat het met name om klanten die geïnteresseerd zijn in een snelle beschikbaarheid van het voertuig. Een beleid dat dergelijke aanbiedingen van de zijde van de externe leasebedrijven moet belemmeren, laat zich noch met de in artikel 10, punt 12, van Verordening (EG) nr. 1475/95 genoemde criteria rechtvaardigen noch algemener met het streven om een wederverkoop van nieuwe voertuigen door niet bij het net behorende wederverkopers te verhinderen.
(211) De reclame van leasebedrijven betreft in de eerste plaats de leasevoorwaarden. Deze voorwaarden hebben uit de aard der zaak altijd betrekking op een bepaald voertuigmodel. Daarom kan de reclame voor de voorwaarden en voor het model niet gescheiden worden. Ook in dit opzicht blijkt uit de duidelijke tekst van Verordening (EG) nr. 1475/95 dat dergelijke bij leasetransacties gebruikelijke praktijken de lessor niet tot wederverkoper maken.
(212) Ook moet nog op het argument worden ingegaan dat uit de uiteenzettingen van het Hof van Justitie(193) volgt dat een leasebedrijf wel een wederverkoper is wanneer het lease-auto's op voorraad aanschaft en voorraad vormt(194). Dan strekken zijn reclameactiviteiten zich niet alleen uit tot de leaseservice maar ook, volgens DaimlerChrysler, tot het voertuig zelf en is het bedrijf derhalve een wederverkoper(195). Daarom is het mogelijk de verkooppartners te verbieden dergelijke transacties te doen.
(213) Hiermee kan niet worden ingestemd. Zoals het Hof van Justitie in de door DaimlerChrysler genoemde arresten uitdrukkelijk heeft benadrukt, mogen de in een groepsvrijstellingsverordening genoemde uitzonderingsbepalingen niet extensief worden uitgelegd(196). In het onderhavige geval zou echter de door DaimlerChrysler verdedigde uitleg verder gaan dan de duidelijke tekst van artikel 10, punt 12, tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1475/95. In dit opzicht moet opgemerkt worden dat de overwegingen van het Hof van Justitie met betrekking tot de "voorraadvorming" alleen betrekking hadden op de rechtspositie krachtens Verordening (EEG) nr. 123/85. Daar ontbrak echter juist een dergelijk duidelijk voorschrift(197).
2.2.1.2. Toetsing van de overige overeenkomsten aan Verordening (EEG) nr. 123/85 en Verordening (EG) nr. 1475/95
(214) De andere in de overwegingen 180 en 181 genoemde beperkingen van de mededinging zijn volgens geen enkele bepaling van de voor de afzet van motorvoertuigen geldende groepsvrijstellingsverordeningen vrijgesteld.
2.2.2. INDIVIDUELE VRIJSTELLING
(215) De bekritiseerde overeenkomsten komen niet in aanmerking voor een individuele vrijstelling.
(216) Voor de uitvoerbelemmeringen bij nieuwe auto's blijkt dit uit het volgende: zelfs wanneer ervan wordt uitgegaan dat een belemmering van de uitvoer zou bijdragen tot een verbetering van de goederenverdeling in de betrokken lidstaten, dan nog hebben de verbruikers geen aandeel in het daaruit voortvloeiende voordeel. Hun wordt de mogelijkheid ontnomen de voordelen van de interne markt te benutten en hun motorvoertuigen in een andere lidstaat tegen gunstigere voorwaarden te kopen.
(217) Ook de verplichting van de dealer om een aanbetaling van 15 % in bijna alle gevallen van paralleluitvoer te vragen, leidt niet in elk geval tot een verbetering van de goederenverdeling. Met name wanneer de dealer de klant kent of wanneer de klant herhaaldelijk voertuigen bij de dealer koopt, is er net als bij een binnenlandse aankoop geen economische reden voor een aanbetaling. Het systematisch vragen van een dergelijke aanbetaling is derhalve niet noodzakelijk met het oog op het gerechtigde belang van zekerheid over de afname van het voertuig tegen betaling van de volledige koopprijs.
(218) De beperkingen van de verkoop van nieuwe auto's aan leasebedrijven alsmede de bepaling van de prijs in België hebben een beperking van de concurrentie op het gebied van prijzen en voorwaarden tot onderwerp en maken een sterke inbreuk op de contractvrijheid van de dealers en handelaren. Het is niet duidelijk of deze beperkingen tot een verbetering van de goederenverdeling kunnen bijdragen en of de verbruikers in redelijke mate kunnen profiteren van het uit de betrokken overeenkomsten voortvloeiende voordeel.
2.3. DUUR VAN DE OVERTREDINGEN
(219) De in het onderhavige geval vastgestelde maatregelen waren van verschillende duur. De overtredingen zijn voor een deel reeds beëindigd, maar voor een deel duren ze nog voort.
(220) De rechtstreekse exportbelemmeringen(198) traden op 6 februari 1996 in werking toen de mededeling aan het totale Duitse distributienet verstuurd werd. Met de reeds op 26 februari 1996 op de LVP-bijeenkomst besloten beperking van de leveringen, die op 5 maart 1996 aan de regio's en aan de directeuren distributie personenauto's werd meegedeeld, moesten deze belemmeringen worden doorgezet. Ook de briefwisseling tussen Mercedes-Benz en de "Bundesverband der Vertreter der Mercedes-Benz AG (BVMB e.V.)" van 26 juni 1996 en het antwoord van 22 juli 1996 bevestigen nogmaals de exportbelemmeringen. Deze maatregelen werden met het versturen van de mededeling van 10 juni 1999 grotendeels beëindigd.
(221) De bepaling inzake de aanbetalingen door kom-klanten, die eveneens de paralleluitvoer belemmerde, op grond van rondschrijven nr. 52/85 van 12 september 1985 (zie overweging 103 hierboven) kan reeds vanaf deze datum worden aangetoond. De maatregel is tot nu toe niet ingetrokken.
(222) De Duitse vertegenwoordigingsovereenkomsten bevatten sinds 1 augustus 1987, de Spaanse dealerovereenkomsten sinds 1 oktober 1996, bepalingen die een levering aan leasebedrijven ten behoeve van voorraadvorming uitsloten. Uiterlijk sinds 1 oktober 1996 mogen de onder Verordening (EG) nr. 1475/95 vallende afzetovereenkomsten dergelijke beperkingen niet bevatten. De overtreding is dus ten laatste op 1 oktober 1996 begonnen. Ze is tot op heden niet beëindigd.
(223) De bepaling van de verkoopprijs in België kan vanaf 20 april 1995 worden aangetoond. Ze werd pas per rondschrijven van 10 juni 1999 beëindigd.
(224) Met betrekking tot de duur van de overtredingen wijst DaimlerChrysler op de brief van de directie aan lid van de Commissie Karel Van Miert over de instelling van de "hotline" voor klachten van eindverbruikers(199). Vanaf dit tijdpunt kan de Commissie volgens DaimlerChrysler geen overtredingen meer constateren. Deze bedenking moet van de hand worden gewezen. De hotline is weliswaar een soort klachtenlijn maar heeft echter noch een recht van toezicht noch een recht van instructie tegenover de dealers of handelsagenten van de verkooporganisatie van Mercedes-Benz. In zoverre heeft de instelling van de "hotline" van Mercedes-Benz niet geleid tot een beëindiging van de overtredingen.
(225) In het volgende overzicht wordt de duur van de aangetoonde individuele overtredingen nog eens samengevat.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
2.4. ADRESSAAT VAN DEZE BESCHIKKING
(226) De beschikking moet aan DaimlerChrysler AG worden gericht.
(227) DaimlerChrysler AG werd op 21 december 1998 op grond van de bovengenoemde fusie rechtsopvolger van Daimler-Benz AG. Daimler-Benz AG werd op 26 mei 1997 door middel van de overdragende fusie rechtsopvolger van Mercedes-Benz AG. Deze beide fusies hadden overeenkomstig paragraaf 20, punt 1, van het Umwandlungsgesetz (UmwG - de Duitse wet inzake de wijziging van de rechtspositie van ondernemingen)(200) tot gevolg dat alle rechten, activa, verbintenissen en verplichtingen van de door de fusie overgenomen onderneming op haar rechtsopvolger overgegaan zijn.
(228) Daimler-Benz AG was voor de gedragingen van haar 100 % dochteronderneming, Mercedes-Benz AG, verantwoordelijk omdat deze op grond van de afhankelijkheid krachtens het vennootschapsrecht geen eigen afzetbeleid kon volgen. Daimler-Benz AG was verder voor de gedragingen van haar dochterondernemingen in België (MBBel) en in Spanje (MBE) verantwoordelijk, omdat ze een deelname van ten minste 99,88 % in deze ondernemingen had(201). Bovendien waren Daimler-Benz AG/Mercedes-Benz AG op de hoogte van de activiteiten van de genoemde dochterondernemingen van Daimler-Benz, die ze zelfs voor een groot deel actief hebben gesteund.
2.5. ARTIKEL 3, LID 1, VAN VERORDENING Nr. 17
(229) Volgens artikel 3, lid 1, van Verordening nr. 17 kan de Commissie bij vaststelling van een inbreuk op artikel 81, lid 1, de betrokken ondernemingen bij beschikking verplichten aan de vastgestelde inbreuk een einde te maken. Zoals hierboven in detail uiteengezet, heeft DaimlerChrysler op 10 juni 1999 een rondschrijven aan haar verkooppartners gestuurd waarmee een deel van de in deze beschikking vastgestelde overtredingen werden beëindigd. De door de Commissie bekritiseerde overeenkomsten inzake de noodzaak van aanbetalingen van 15 % bij paralleluitvoer alsmede de beperkingen met betrekking tot de leveringen aan leasebedrijven werden echter niet beëindigd. Deze inbreuken zijn derhalve niet beëindigd. Dienovereenkomstig moet DaimlerChrysler worden verplicht de genoemde maatregelen onmiddellijk te beëindigen en deze niet door andere vergelijkbare beperkingen te vervangen.
(230) Met het oog op de zwaarte van de aanhoudende overtredingen moet in het belang van de effectiviteit van de voorgeschreven maatregelen met een dwangsom worden gedreigd.
2.6. ARTIKEL 15, LID 2, VAN VERORDENING Nr. 17
(231) Volgens artikel 15, lid 2, van Verordening nr. 17 kan de Commissie in het door dit artikel vastgesteld kader geldboeten vaststellen wanneer ondernemingen opzettelijk of uit onachtzaamheid de bepalingen van artikel 81, lid 1, hebben overtreden.
(232) De Commissie acht in het onderhavige geval een geldboete tegen DaimlerChrysler AG noodzakelijk. DaimlerChrysler AG is de rechtstreekse rechtsopvolger van Daimler-Benz AG, deze is de rechtstreekse rechtsopvolger van Mercedes-Benz AG. DaimlerChrysler is daarmee aansprakelijk voor alle door Daimler-Benz AG en Mercedes-Benz AG zelf of door de dochterondernemingen van Daimler-Benz, MBBel en MBE, gepleegde overtredingen op mededingingsgebied.
(233) De leden van het distributienet van Mercedes-Benz (met andere woorden de Duitse handelsagenten en Belgische en Spaanse dealers) waren weliswaar eveneens bij de mededingingsbeperkende overeenkomsten betrokken, maar het lijkt niet zinvol om ook van deze ondernemingen geldboetes te eisen. Het initiatief tot uitvoerbelemmeringen en uitvoerbeperkingen ging van Mercedes-Benz uit; ook werden de Duitse handelsagenten, deels herhaaldelijk, tot de naleving van deze mededingingsbeperkende overeenkomsten gesommeerd. De bepaling van de prijs in België werd door Mercedes-Benz actief ondersteund, doordat als sanctie met een beperking van het aantal te leveren voertuigen werd gedreigd wanneer bij testaankopen zou blijken dat de Belgische dealers bij de koop van een Mercedes van de E-klasse meer dan 3 % korting verlenen. Dit toont aan dat het zonder het initiatief en de actieve medewerking van Mercedes-Benz tegenover de economisch zwakkere verkooppartners niet tot de overtredingen in kwestie zou zijn gekomen of dat die op zijn minst nauwelijks effect zouden hebben gehad. Aan deze conclusie wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de Duitse Bundesverband der Vertreter der Mercedes-Benz AG de maatregelen ter beperking van de interne mededinging algemeen heeft goedgekeurd. Wat de Belgische dealers betreft, ging weliswaar een bepaald initiatief van hun zijde vooraf aan de bijeenkomst van 20 april 1995, maar heeft MBBel op die datum duidelijk de leiding genomen en extra sancties afgesproken, die MBBel alleen zelf kon doorvoeren.
(234) Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete volgens artikel 15, lid 2, van Verordening nr. 17 moet de Commissie rekening houden met alle relevante omstandigheden en met name met de zwaarte en de duur van de inbreuk.
(235) Met het oog op de zwaarte van de inbreuk houdt de Commissie rekening met de soort overtreding, de daadwerkelijke effecten ervan op de markt, voorzover die meetbaar zijn, alsmede de grootte van de relevante markt. Al naargelang de duur moeten eventueel toeslagen vastgesteld worden boven het voor de zwaarte van de overtreding vastgestelde uitgangsbedrag. In hetgeen volgt trekt de Commissie de conclusies uit deze criteria voor elk van de drie overtredingen.
(236) De Commissie is van mening dat de op een uitvoerbelemmering gerichte maatregelen een uniforme overtreding vormen, die bestaat uit twee elementen (de instructies om niet buiten het rayon werkzaam te zijn en de aanbetalingsregeling van 15 %) die een bepaalde tijd lang cumulatief relevant waren. Aan deze maatregelen lag de gemeenschappelijke gedachte ten grondslag dat de dealer zijn verkoopactiviteiten zoveel mogelijk tot zijn eigen rayon moest beperken en niet met de andere verkooppartners in Duitsland, de vestigingen alsmede de verkooppartners in de andere lidstaten van de Gemeenschap moest concurreren. De maatregelen beoogden een beperking van de parallelhandel. Deze overtreding moet als heel zwaar worden beschouwd omdat met deze maatregelen een fundamenteel principe van de interne markt werd geschonden. De mededeling van 6 februari 1996 (zie overweging 70 hierboven) had in de eerste plaats betrekking op de serie W 210, maar ook op de andere series. Dit geldt ook voor de mededeling van 15 maart 1996, waarin behalve met de beperking van de levering van voertuigen van de serie W 210 ook gedreigd werd met beperking van de levering van voertuigen van andere series. Het belang van het opvolgen van deze mededeling werd op de bijeenkomst van de LVP op 26 februari 1996 nogmaals benadrukt. Voorts werd de regio Noord op 15 maart 1996 nogmaals afzonderlijk verzocht om alles te doen wat in haar macht staat om leveringen naar België te vermijden. De maatregel had betrekking op het gebied van een grote lidstaat, waarin amper de helft van de nieuwe voertuigen via van het concern onafhankelijke contractpartners van DaimlerChrysler, die handelsagent zijn, wordt afgezet. De verkooppartners buiten het betrokken rayon van een handelsagent, met name in de potentiële doelstaten van de uitvoer, werd rayonbescherming verleend.
(237) Iets vergelijkbaars geldt voor de bepaling volgens welke bij paralleluitvoer in de regel een aanbetaling van 15 % aan de klant moest worden gevraagd. Deze leidde eveneens tot een discriminering van de paralleluitvoer ten opzichte van binnenlandse transacties, en wel bij alle modellen.
(238) Het aandeel van Mercedes-Benz lag in de hier voornamelijk relevante segmenten D (hogere middenklasse), E (hogere klasse), maar ook F (luxeklasse) in de jaren 1995-1997 tussen ca. 13 % en ca. 36 % (zie voor de details overweging 23 e.v. en overweging 183 e.v. hierboven).
(239) De overtreding werd opzettelijk begaan omdat Mercedes-Benz er niet onkundig van kon zijn dat de genoemde overeenkomsten op grond van hun aard een beperking van de mededinging beoogden(202).
(240) Bovendien bewijst een groot aantal documenten dat Mercedes-Benz wist dat de verkoop van nieuwe auto's aan eindverbruikers uit andere lidstaten niet rechtstreeks of onrechtstreeks mocht worden belemmerd. Daarom werd reeds sinds het midden van de jaren zeventig afgezien van het in rekening brengen van de zogenoemde klantenserviceprovisie aan een handelsagent of dealer die een voertuig aan een EU-klant had verkocht(203). Ook wist Mercedes-Benz AG, juist met het oog op de Duitse handelsagenten, "dat MB van de zijde van de Commissie de vrijstelling kan worden ingetrokken, wanneer ook maar één verkooppartner de aankoop door kom-klanten uit EG-staten alsmede geassocieerde staten voortdurend of systematisch bemoeilijkt"(204). Ook moet worden verwezen naar de langdurige praktijk van de beschikkingen inzake uitvoerbelemmeringen(205).
(241) Al met al beschouwt de Commissie de overtreding als bijzonder zwaar. De Commissie vindt een uitgangsbedrag hiervoor van 33 miljoen EUR passend.
(242) Met het oog op de duur van deze overtreding moet op het volgende worden gewezen. Wanneer men de beide elementen van de onderhavige overtreding bij elkaar neemt, dan begon de overtreding op 12 september 1985 en is deze nog niet beëindigd. Het gaat derhalve om een overtreding van lange duur. De potentiële effecten van de aanbetalingsregeling waren echter duidelijk geringer dan de effecten van de rechtstreeks tegen uitvoer gerichte instructies. Laatstgenoemde waren alleen in de periode van 6 februari 1996 tot 10 juni 1999 van kracht, met andere woorden gedurende drie jaar en vier maanden. De Commissie acht derhalve een verhoging van het uitgangsbedrag met slechts 42,5 %, dus 14,025 miljoen EUR passend. Het basisbedrag is derhalve 47,025 miljoen EUR.
(243) Het verkoopverbod voor voertuigen op voorraad aan leasebedrijven in de Duitse en Spaanse dealerovereenkomst, dat betrekking heeft op alle series en dat DaimlerChrysler tot op heden toelaatbaar acht, beperkt de aanschafmogelijkheden van de leasebedrijven. Deze maatregel beoogt en bewerkstelligt dat leasebedrijven geen direct beschikbare voertuigen aan hun klanten kunnen leveren en ook niet door de bestelling van meerdere voertuigen in het genot van kwantumkortingen komen, zoals blijkt uit de mededeling van 6 augustus 1996. De maatregel leidde er ook toe dat zowel voor de handelsagenten en dealers van Mercedes-Benz als bij de leasebedrijven de concurrentie op prijsgebied beperkt werd. Deze maatregel betrof weliswaar de afzet van nieuwe auto's in twee grote lidstaten, maar bleef beperkt tot de voor "externe leasebedrijven" bestemde voertuigen(206). Met betrekking tot de betekenis van Mercedes-Benz op de markt wordt verwezen naar overweging 23 e.v. en overweging 183 e.v. Ook wat deze inbreuk betreft, handelde Mercedes-Benz in de zin van de rechtspraak opzettelijk. Ter verduidelijking wordt naar de mededeling van 6 augustus 1996 verwezen, waarin het volgende wordt benadrukt: het niet in acht nemen van de contractuele bepalingen leidt ertoe dat externe leasebedrijven "in de individuele transactie kortingen verwerkt" hebben, "die wij in de betrokken gevallen niet zouden verlenen." Al met al wordt deze overtreding als zwaar geclassificeerd. Als uitgangsbedrag vindt de Commissie een bedrag van 10 miljoen EUR passend.
(244) De inbreuk op artikel 81 begon op 1 oktober 1996 en is tot op heden niet beëindigd. De duur bedraagt daarom vijf jaar, hetgeen overeenkomt met een middellange duur. Met het oog op de duur van de overtreding acht de Commissie derhalve een verhoging van het uitgangsbedrag met 50 %, dus met 5 miljoen EUR, tot een bedrag van 15 miljoen EUR noodzakelijk.
(245) De met actieve medewerking van MBBel besloten maatregelen tot bepaling van de verkoopprijzen in België zijn een bijzonder zware inbreuk op de mededingingsregels. Voorts moet rekening worden gehouden met het feit dat het om een maatregel ging die in eerste instantie aantoonbaar betrekking had op het model W 210, waarbij later echter ook het kortingbedrag bij de andere series werd geverifieerd. Verder werd de maatregel uitgevoerd in een hele lidstaat van de Gemeenschap, België, dat echter geen grote lidstaat is. Wat de betekenis van Mercedes-Benz op de markten betreft, wordt verwezen naar overweging 23 e.v. en overweging 183 e.v. hierboven. Ook met het oog op deze overtreding handelde Mercedes-Benz in de zin van de rechtspraak opzettelijk. Gelet op het voorgaande beschouwt de Commissie deze overtreding als zwaar. Een uitgangsbedrag van 7 miljoen EUR wordt door de Commissie daarom passend geacht.
(246) Deze maatregelen waren van kracht van 20 april 1995 tot 10 juni 1999, dus een periode van middellange duur. De Commissie vindt een verhoging van het uitgangsbedrag met 40 %, dus 2,8 miljoen EUR, tot 9,8 miljoen EUR, dan ook passend.
(247) Voorts moet bij de berekening van de geldboete rekening worden gehouden met verzwarende en verzachtende omstandigheden.
(248) Verzwarende omstandigheden lijken er niet te zijn.
(249) DaimlerChrysler beweert dat het feit dat leden van de directie en van de bedrijfsleidingen van de dochterondernemingen zelf in de als kritisch te beschouwen gevallen geen handelende personen geweest zijn, als een verzachtende omstandigheid moet worden gezien. Voor deze gevallen zijn personen verantwoordelijk die in een ondergeschikte positie werkzaam waren. De afdelingen distributie en contracten alsmede de juridische afdeling hadden er steeds weer naar gestreefd overtredingen te voorkomen.
(250) Deze tegenwerping wijst de Commissie van de hand. Wanneer medewerkers van Mercedes-Benz of van de dochterondernemingen in het kader van hun bevoegdheden rondschrijvens of brieven naar de dealers of handelsagenten of ook naar andere verkoopmaatschappijen sturen, moet een fabrikant zich hiervoor verantwoordelijk voelen. Hierin kan geen verzachtende omstandigheid worden gezien.
(251) Voorts voert DaimlerChrysler aan dat er van 1995 tot 1998 slechts 27 klachten van verbruikers door de Commissie aan DaimlerChrysler werden gestuurd. Daarvan waren er vier vanwege een gebrekkige beschrijving van de feiten niet verifieerbaar, 16 ongegrond en slechts zeven geheel of gedeeltelijk gegrond(207).
(252) Voor de berekening van een geldboete komt het op de in overweging 232 e.v. beschreven gezichtspunten aan, in het bijzonder of door een onderneming maatregelen werden getroffen die een beperking van de mededinging beoogden. Of ze door de betrokken eindverbruikers ook werden opgemerkt en of de betrokkenen bij de Commissie hebben geklaagd, is geen factor die bij de berekening van de geldboete als een verzachtende omstandigheid dient te worden beschouwd.
(253) De bovengenoemde bedragen bij elkaar opgeteld leiden tot een geldboete van in totaal 71,825 miljoen EUR,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
DaimlerChrysler AG alsmede haar rechtsvoorgangers, Daimler-Benz AG en Mercedes-Benz AG hebben zelf of via hun dochterondernemingen Mercedes-Benz España SA en Mercedes-Benz Belgium SA inbreuk gemaakt op artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag. Zij hebben namelijk de volgende maatregelen tot beperking van de parallelhandel genomen:
- vanaf 6 februari 1996 hadden alle handelsagenten in Duitsland de opdracht om de geleverde nieuwe voertuigen, met name die van de serie W 210, zo mogelijk alleen aan klanten uit het eigen rayon te leveren en interne mededinging te vermijden. Deze maatregelen waren tot 10 juni 1999 van kracht;
- vanaf 12 september 1985 hadden alle handelsagenten in Duitsland de opdracht om bij bestellingen van nieuwe voertuigen door kom-klanten een aanbetaling van 15 % van de prijs van het voertuig te verlangen. Deze maatregel is tot op heden niet ingetrokken;
- de levering van personenauto's aan leasebedrijven op voorraad vanaf 1 oktober 1996 tot heden beperkt;
- deelgenomen aan overeenkomsten inzake beperking van de kortingverlening in België, waartoe op 20 april 1995 werd besloten en die op 10 juni 1999 werden beëindigd.
Artikel 2
DaimlerChrysler AG moet de in artikel 1 vastgestelde inbreuken, voorzover die voortduren, onverwijld na de kennisgeving van deze beschikking beëindigen en mag de genoemde maatregelen niet door beperkingen van gelijke strekking vervangen; zij moet met name uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van deze beschikking:
- rondschrijven nr. 52/85 van 12 september 1985 via een rondschrijven aan de Duitse handelsagenten en hoofdhandelsagenten ongedaan maken, voorzover het deze agenten en dealers gelast van kom-klanten die een personenauto bestellen, een aanbetaling van 15 % te verlangen;
- de bepalingen die de verkoop van nieuwe auto's op voorraad aan leasebedrijven verbieden, uit de Duitse vertegenwoordigingsovereenkomsten en de Spaanse dealerovereenkomsten verwijderen. Zij moet voorts door een mededeling aan haar Duitse handelsagenten de mededeling van 6 augustus 1996 intrekken.
Artikel 3
Aan DaimlerChrysler wordt wegens de in artikel 1 genoemde inbreuken een geldboete ten bedrage van 71,825 miljoen EUR opgelegd.
Artikel 4
De in artikel 3 vastgestelde geldboete moet binnen drie maanden na de kennisgeving van deze beschikking in euro worden betaald op het hiernavolgende rekeningnummer van de Commissie van de Europese Gemeenschappen:
642-0029000-95 (IBAN-code: BE76 6420 0290 0095)
Banco Bilbao Vizcaya Argentaria (BBVA) (SWIFT-code: BBVABEBB) Kunstlaan 43 B - 1040 Brussel.
Na het verstrijken van deze termijn is rente wegens te late betaling verschuldigd tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank toepast voor de basisherfinancieringstransacties op de eerste werkdag van de maand waarin deze beschikking is gegeven, vermeerderd met 3,5 procentpunten, ofwel in totaal 7,26 %.
Artikel 5
Met betrekking tot de in artikel 2 genoemde verplichtingen wordt aan DaimlerChrysler AG voor elke dag verzuim bij de tenuitvoerlegging van deze beschikking een dwangsom van 1000 EUR opgelegd. Het verzuim vangt aan na het verstrijken van de termijn van twee maanden waarin voor de tenuitvoerlegging is voorzien.
Artikel 6
Deze beschikking is gericht tot DaimlerChrysler AG, D-70546 Stuttgart.
Deze beschikking vormt executoriale titel overeenkomstig artikel 256 van het EG-Verdrag.
Gedaan te Brussel, 10 oktober 2001.
Voor de Commissie
Mario Monti
Lid van de Commissie
(1) PB 13 van 21.12.1962, blz. 204/62.
(2) PB L 148 van 15.6.1999, blz. 5.
(3) PB L 354 van 30.12.1998, blz. 18.
(4) Umwandlungsgesetz (de Duitse wet inzake de wijziging van de rechtspositie van ondernemingen) van 28 oktober 1994, Bundesgesetzblatt I, 1994, blz. 3210, rectificatie Bundesgesetzblatt I, 1995, blz. 428.
(5) Zie hiervoor ook de beschikking van de Commissie van 22 juli 1998 in de zaak IV/M.1204 Daimler-Benz/Chrysler, PB C 252 van 11.8.1998, blz. 8.
(6) Antwoord van DaimlerChrysler AG op vraag 1.3 van het verzoek om inlichtingen van 15 juni 2001.
(7) Informatie van DaimlerChrysler van 13 juli 2001.
(8) Informatie van DaimlerChrysler van 13 juli 2001.
(9) Zie hiervoor ook de notitie van de juridische afdeling van Mercedes-Benz AG, Bl. 594.
(10) Antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.6.
(11) Antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.6, Bl. 3253.
(12) Antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.6, Bl. 3253.
(13) Antwoord van DaimlerChrysler AG op het verzoek om inlichtingen van 15 juni 2001.
(14) Bl. 3360.
(15) De vestigingen/filialen MB Europa in Brussel en Anderlecht waren altijd eigendom van MBBel. In 1994 werden de vestigingen/filialen van MBBel in Antwerpen, Gent en Waterloo verkocht, op 1 februari 1995 de vestiging in Charleroi. Op 1 februari 1998 werd de handelsagent Dean Auto Brussel door MBBel aangekocht, op 23 oktober 1999 de MB-dealer in Mechelen en op 31 maart 2000 de MB-dealer in Gent. Ze worden sindsdien als vestigingen geleid.
(16) Bl. 3004: brief van MBBel aan het Parket van het Hof van Beroep te Brussel, niet gedateerd; omdat evenwel Verordening (EG) nr. 1475/95 van de Commissie (PB L 145 van 29.6.1995, blz. 25) wordt genoemd, moet de brief in 1995 of later geschreven zijn; antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.6; antwoord van DaimlerChrysler AG op het verzoek om inlichtingen van 15 juni 2001.
(17) In 1996 waren er 58, in 1998 63 en in 2000 118 erkende garagebedrijven; zie antwoord van DaimlerChrysler AG op vraag 1.3 van het verzoek om inlichtingen van 15 juni 2001.
(18) Autoprijzen in de Europese Unie, Commissie van de Europese Gemeenschappen, directoraat-generaal Concurrentie, diverse uitgaven.
(19) Bl. 2832, 2569; registraties grijze markt Mercedes-Benz (alleen nieuwe auto's).
(20) Bl. 2663: Voitures Mercedes immatriculées dans la rubrique "voitures neuves" et non importées par MBBel.
(21) Bl. 3031; in de oorspronkelijke tekst: "the ugly monster came back to life and represents 15 % of the Belgian market".
(22) Bl. 3000 e.v.: brief van MBBel aan Mercedes-Benz AG van 17 oktober 1995.
(23) Bl. 529; notitie van de afdeling VP/VEV1 aan de heer Rau van Mercedes-Benz ter voorbereiding van het gesprek met MBBel over de grijze markt op 26 juni 1992.
(24) Bl. 3000 e.v.: brief van MBBel aan Mercedes-Benz AG van 17 oktober 1995.
(25) Bl. 3032: fax van MBBel aan Mercedes-Benz AG van 26 april 1996.
(26) Bl. 2471 e.v.: twee niet gedateerde brieven van de Amicale des Concessionnaires Mercedes-Benz.
(27) Bl. 2899: mededeling van MBVD/VPP aan VP/M1 VP van 10 november 1995 betreffende "België - W 210-leveringen in oktober 1995"; Bl. 2901: mededeling LdB aan verkoopkantoren betreffende "Formulier - voertuigleveringen, leveringsland: België"; Bl. 2902: fax van Mercedes-Benz in Neurenberg aan regio Zuid VP van 16 november 1995 betreffende: "Voertuigleveringen naar België in de maand oktober 1995"; Bl. 2903: fax van Mercedes-Benz regio Zuid aan Mercedes-Benz van 17 november 1995 betreffende leveringen naar België in oktober 1995; Bl. 2904: mededeling van de vestiging München aan de regio Zuid betreffende voertuigleveringen naar België in oktober 1995; Bl. 2905: brief van Ing. Karl Ahrendt, handelsagent van Mercedes-Benz AG, aan Mercedes-Benz regio Noord van 22 november 1995; Bl. 2906: mededeling van de vestiging Bremen van 27 november 1995 betreffende voertuigleveringen naar België in oktober 1995, waarin evenwel werd bevestigd dat een voertuig in Amsterdam, Nederland werd verkocht; Bl. 2907: mededeling van de vestiging Berlijn aan MBVD/regio Oost van 27 november 1995 betreffende leveringen van W 210-modellen naar België; voor verdere vergelijkbare brieven zie Bl. 2909, 2910, 2913, 2914, 2915, 2916 en 2919, voor 1996: mededeling van de vestiging Augsburg aan de regio Zuid van 29 januari 1996 betreffende leveringen naar België; Bl. 2930: brief van de firma Anton Hirschvogel, handelsagent van Mercedes-Benz AG aan Mercedes-Benz AG, verkooporganisatie regio Zuid van 1 april 1996 betreffende voertuigleveringen naar België; Bl. 2954: mededeling van de vestiging Regensburg aan de regio Zuid van 12 maart 1996 betreffende voertuigleveringen naar België in de maand januari 1996.
(28) Zie de voertuigen die in eerste instantie aan de firma Südfleisch werden verkocht, maar daarna in België werden geregistreerd: Bl. 2918: 1 voertuig, Bl. 2931: 7 voertuigen; Bl. 2950: 4 voertuigen, Bl. 2951: 5 voertuigen; Bl 2961 e.v.: 9 voertuigen die in januari 1996 door de hoofdhandelsagent van Mercedes Auto-Henne in München aan de firma Südfleisch werden verkocht, in mei 1996 voor het eerst werden geregistreerd en in mei 1996 ook in België gesignaleerd werden; Bl. 2963 e.v.: 37 voertuigen die de vestiging München aan de firma Südfleisch heeft geleverd en die eveneens in de maand mei naar België werden geleverd; Bl. 2955: firma Attinger, Ladenbau: 11 voertuigen die naar België werden geleverd.
(29) Bl. 2976: fax van de regio West aan Mercedes-Benz AG van 10 november 1995, waarin de verkoop van een voertuig aan een Belgische klant wordt bevestigd; Bl. 2956: mededeling van de regio Zuid betreffende voertuigleveringen van W 210-modellen naar België in januari/februari 1996: 4 voertuigen werden aan eindverbruikers in België geleverd.
(30) Bl. 1316: fax van MBE aan Mercedes-Benz AG van 19 mei 1994.
(31) Bl. 1239: fax van de afdeling VP/M aan de afdeling MBVD/VPP van Mercedes-Benz AG van 9 oktober 1996.
(32) Bl. 1255: rekening van de firma Anton Hirschvogel, handelsagent van Mercedes-Benz AG, aan de Spaanse klant voor een nieuwe MB E 300 D; Bl. 1257 e.v.: notitie van Mercedes-Benz AG, afdeling VP/M2, fax van MBE aan Mercedes-Benz AG, rekening van de firma Anton Hirschvogel.
(33) Bl. 1512.
(34) Bl. 1316: fax van MBE aan Mercedes-Benz AG van 19 mei 1994.
(35) Bl. 2128: Mercedes-Benz AG, verkooporganisatie Duitsland, rayondirectie verkoop personenauto's, Hamburg Noord aan MBVD/VP van 6 november 1996.
(36) Bl. 1027: fax van Mercedes-Benz aan MBBel van 5 mei 1993.
(37) Overweging 103 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(38) Bl. 997 en Bl. 2879: brief van Garage de l'Etoile in Waver aan MBBel van 11 juli 1995 waarin wordt bevestigd dat het om transacties met eindverbruikers gaat; Bl. 2878: fax van MBBel aan Mercedes-Benz AG van 12 juli 1995, zie ook Bl. 981: fax van MBE aan Mercedes-Benz AG, die aan MBBel werd doorgestuurd en waarmee een onderzoek naar een voertuig werd ingesteld; Bl. 1222: mededeling van MBE aan Mercedes-Benz AG van 28 november 1995.
(39) Bijvoorbeeld Bl. 2735 e.v.
(40) Bl. 2569: registraties grijze markt Mercedes-Benz (alleen nieuwe auto's) 1 januari 1995 tot 31 december 1995, Division vente voitures Qui à Qui M.B.Bel Woluwe.
(41) Bl. 2662: registraties grijze markt Mercedes-Benz (alleen nieuwe auto's) 1 januari 1996 tot 30 juni 1996.
(42) Overweging 105 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(43) Bl. 2569: registraties grijze markt Mercedes-Benz (alleen nieuwe auto's) 1 januari 1995 tot 31 december 1995.
(44) Bl. 3031 e.v.: fax van MBBel aan Mercedes-Benz AG "Grey market".
(45) Bl. 1447: notitie van MBE betreffende de uitvoer in 1994 en 1995; Bl. 1159: fax van MBE aan MBP van 23 mei 1996.
(46) Bl. 1618.
(47) Bl. 1814.
(48) Bl. 1409: fax van MBE aan Mercedes-Benz AG van 29 oktober 1996.
(49) Bl. 1717: overzicht Mercado Parallelo.
(50) Bl. 1316: fax van MBE aan Mercedes-Benz AG van 19 mei 1994.
(51) Bl. 2318: notitie van de juridische afdeling van DBAG en PR/P van 8 augustus 1995.
(52) Bl. 2105 e.v.: lezing "Naar begrip en verkooppolitieke beoordeling van activiteiten op de grijze markt".
(53) Bl. 2106.
(54) Noot van de Commissie: VOI = Vertriebsorganisation Inland (verkooporganisatie binnenland).
(55) VP/VEV betekent distributieondernemingen Europa binnen de directie "Verkoop en strategische Marketing". Taak van deze en andere relevante afdelingen was het regelen van de distributie; zie antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.5.
(56) MBNL = Mercedes-Benz Nederland BV.
(57) Bl. 528 e.v., 531: documenten voor de bespreking met MBBel met betrekking tot de grijze markt op 26 juni 1992.
(58) Interne notitie van de juridische afdeling van 16 januari 1996 ondertekend door de heer Dr. Schütz, Bl. 2309.
(59) Bl. 3103: handgeschreven aantekeningen van de heer Stolberg op een vertaling van een brief van MBE aan MBD van 14 mei 1995, die naar MBBel werd doorgestuurd. Hij stuurde deze brief door aan de heer Uyttenhoven van MBBel. Zie ook Bl. 3107: handgeschreven notitie van de heer Stolberg op een interne notitie van de heer Roth VP/EM1 van 3 juli 1995 aan de heer Stolberg, die deze notitie aan de heer Uyttenhoven van MBBel heeft doorgestuurd.
(60) Bl. 3098: fax van MBBel aan de heer Roth van de afdeling VP/M1 (behandeling van de Noord-Europese markt) van 19 juli 1995 betreffende "Grey Import - H. Ludo Reynaert (Rotary)".
(61) Overwegingen 43 tot 47.
(62) Bijlage bij overweging 48/2 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar en Bl. 1301 e.v.
(63) Bijlage bij overweging 48/2 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar en Bl. 1305.
(64) Bl. 3107: interne notite van MBD VP/EM1 vanwege leveringen van voertuigen aan landen buiten Europa van 3 juli 1995; Bl. 2968: fax van MBVD/VP aan Mercedes-Benz AG Regio West betreffende leveringen naar België van 30 november 1995; Bl. 2929: brief van Mecedes-Benz AG, rayondirectie Neurenberg aan firma Anton Hirschvogel van 29 maart 1996 - Leveringen naar België in de maand februari 1996 door de firma Hirschvogel; Bl. 2930: mededeling van GBL-VP aan VP betreffende leveringen van voertuigen naar België in de maand februari 1996 van 29 maart 1996; Bl. 2947: mededeling van de vestiging Freiburg aan de regio Zuid/VP van 18 maart 1996 betreffende leveringen van voertuigen naar België van 27 maart 1996; Bl. 2948: mededeling van de vestiging Würzburg aan mevrouw Ohlert, regio Zuid/VP betreffende melding levering van voertuigen naar België van 1 april 1996; Bl. 2951: mededeling van de vestiging München aan regio Zuid/VP betreffende leveringen van voertuigen naar België in januari 1996; Bl. 2961: fax van de hoofdhandelsagent van Mercedes-Benz AG, Auto-Henne in München, aan regio Zuid betreffende leveringen van voertuigen naar België in de maand mei 1996 van 19 juli 1996.
(65) Bl. 2956: mededeling van de regio Zuid aan Mercedes-Benz AG, afdeling MBVD/VP van 23 april 1996.
(66) Bl. 434: leveringen van voertuigen naar België per september 1995.
(67) MBVD = Mercedes-Benz Vertriebsorganisation Deutschland (Mercedes-Benz Verkooporganisatie Duitsland); zie antwoord van Daimler-Benz AG van 10 november 1998 op vraag 1.5.
(68) Bl. 2982 e.v.: mededeling van Mercedes-Benz AG, afdeling MBVD/RNP, aan alle heren VLP over NL alsmede GBL-P van de regio Noord van 15 maart 1996.
(69) Overweging 48.
(70) MBF = Mercedes-Benz France.
(71) Bl. 3052: brief van MBBel aan Mercedes-Benz France van 21 juni 1996.
(72) Overweging 48.
(73) Bl. 2318: notitie van de juridische afdeling van Daimler-Benz AG aan de heer Dr. Riecks, afdeling PR/P van 8 augustus 1995.
(74) Bl. 2314, 2315: brief van Mercedes-Benz aan MBNL van 23 oktober 1992.
(75) Bl. 2312, 2313.
(76) Bl. 616.
(77) Bl. 377: gespreksnotitie van 28 juli 1995 van Mercedes-Benz AG, afdeling MBVD/VPP.
(78) MBVD = Mercedes-Benz Vertriebsorganisation Deutschland.
(79) Bl. 2976: fax van Mercedes-Benz AG, afdeling MBVD/VP, aan Mercedes-Benz AG, regio West, van 10 november 1995.
(80) Bl. 2909.
(81) Dit wordt in het rondschrijven van Daimler-Benz AG nr. 52/85 van 12 september 1985, dat vanaf 1 juli 1985 geldt, samengevat; zie Bl. 582 e.v.
(82) Zie voor de hoogte van de provisie Bl. 671.
(83) Overweging 62.
(84) Bl. 2911, zie ook Bl. 2966.
(85) Bl. 395 e.v.
(86) Overweging 59 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(87) In antwoord 2.3 op het veroek om inlichtingen van de Commissie heeft DaimlerChrysler op 10 november 1998 meegedeeld dat doelovereenkomsten alleen met betrekking tot de vestigingen bestaan. Met betrekking tot de handelsagenten zijn er geen centrale doelstellingen. De handelsagenten, die verplicht zijn hun rayon systematisch te ontsluiten en daarbij de belangen van Mercedes-Benz te behartigen, zijn echter ook gebonden aan de distributie- en productieplanning.
(88) LVP = Leiter Vertrieb Personenwagen (directeuren distributie personenauto's).
(89) Bl. 3534.
(90) Bl. 2982.
(91) Bl. 2954. Mededeling van de vestiging Regensburg aan de regio Zuid van 12 maart 1996 m.b.t. leveringen van voertuigen naar België, laatste alinea. Zie hiervoor ook de briefwisseling tussen Mercedes-Benz en de Duitse vestigingen; volgens deze briefwisseling kunnen alleen de vestigingen vaststellen aan welke klant een bepaald voertuig, waarvan het ordernummer bekend is, werd geleverd. Zou Mercedes-Benz de namen van de klanten kennen omdat zij tegenover de klanten de opdrachten heeft bevestigd, dan was dit onderzoek bij de vestigingen zinloos. Zie bijvoorbeeld de brieven van de vestigingen Bl. 2954; Bl. 2955, Bl. 2960 e.v., Bl. 2963, Bl. 2965, Bl. 2968, Bl. 2980; interne briefwisseling tussen Mercedes-Benz en de vestigingen of regio's over de identiteit van de kopers van de voertuigen.
(92) Overweging 60 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(93) Overweging 27 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(94) Bl. 395: memo van Mercedes-Benz AG, afdeling MBVD/VP aan de directeuren van de vestigingen/eigenaars/directeuren, handelsagenten/hoofdhandelsagenten van 6 februari 1996.
(95) Bl. 409 e.v.: brief van de Duitse vereniging van handelsagenten van Mecedes-Benz AG, BVMB e.V., aan Mercedes-Benz AG van 26 juni 1996 betreffende interne mededinging; aanbieding/levering van nieuwe auto's van MB aan niet-erkende wederverkopers; de geciteerde passages gaan over de interne mededinging. Alleen de laatste alinea van de brief van BVMD e.V. gaat over een aanbieding van nieuwe auto's met extreme kortingen aan een handelaar in tweedehandsauto's door de vestiging Regensburg.
(96) Bl. 404 e.v.
(97) Overweging 68.
(98) Zie overweging 78 hierboven.
(99) Bl. 2953.
(100) Overweging 64 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(101) Bl. 2954.
(102) Opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar, overweging 64 aan het einde.
(103) Bl. 2970, 3034, 3058, waar onder de titel "Vestigingen" ook twee hoofdhandelsagenten in Duitsland worden genoemd; voorts Bl. 2929, waar de ordernummers van vier voertuigen met ordernummer xx 203 xxxx worden opgesomd. Deze orders werden in de overzichten van de naar België geleverde voertuigen, Bl. 2984, aan de vestiging Regensburg toegeschreven (zie de eerste vier voertuigen in Bl. 2984), hoewel deze vier nieuwe voertuigen via Mercedes-agent Hirschvogel in Straubing werden verkocht. Zie ook het overzicht in Bl. 2918.
(104) Zie Bl. 2929.
(105) Zie bijvoorbeeld overzicht Bl. 2918.
(106) Bl. 2912.
(107) Bl. 582, 585 en Bl. 2088.
(108) Overweging 73 e.v. van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(109) Bl. 1099.
(110) Bl. 1099 (vertegenwoordigingsovereenkomst van Mercedes-Benz AG); Bl. 3360 (vertegenwoordigingsovereenkomst van Daimler-Benz AG).
(111) Bl. 2882 e.v.
(112) Bl. 1748.
(113) Bl. 3411.
(114) Bl. 2449 e.v.
(115) De oorspronkelijke tekst luidt:
"Action Anti-Bradage
Monsieur Kalscheuer estime que les relations entre concessionnaires se sont améliorées grâce à cette action.
Monsieur Goossens accuse les succursales de Bruxelles de bradage.
Il sera fait appel à une agence extérieure pour faire du 'ghost shopping' pour tester les niveaux des remises sur la W 210. S'il y a plus de 3 % de remise accordée, la quantité de véhicules attribuées jusqu'à fin '95 sera diminuée.".
(116) Bl. 2450 waar staat: Monsieur Goossens accuse les succursales de Bruxelles de bradage.
(117) Zie Bl. 3106: fax van MBBel aan Mercedes-Benz van 12 juli 1995.
(118) Zie Bl. 2406 en 2449: aanwezig waren de president (Président Administrateur Délégué) van MBBel, Dr. Pfahls, de verantwoordelijke voor verkoop en marketing van personenauto's (Vente & Marketing PKW), Uyttenhoven, de heer D. Coppens, de verantwoordelijke voor financiën, controlling en administratie (Finance, controlling et administration), Dr. Schneider, de heer S. Geurts, de verantwoordelijke voor reserveonderdelen (pièces détachées), Urbain, de verantwoordelijke voor communicatie en dealerontwikkeling (communication & dealer development) alsmede reclame en promotie (publicité et promotion), Baddé, de verantwoordelijke voor organisatie en informatie, Salamon, de verantwoordelijke voor techniek (technique), Ambrosi, en de heer Rauw, die verantwoordelijk is voor de dealerontwikkeling (dealer development).
(119) Bl. 2406.
(120) Bl. 3187.
(121) Bl. 2576.
(122) Bl. 3061 e.v.
(123) Bl. 2755.
(124) Overweging 130 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(125) Zie voor hun functie in de dealervereniging Bl. 3125.
(126) In de oorspronkelijke tekst luidt deze passage: "Action Anti-Bradage
Monsieur Kalscheuer estime que les relations entre concessionnaires se sont améliorées grâce à cette action.
Monsieur Goossens accuse les succursales de Bruxelles de bradage.
Il sera fait appel à une agence extérieure pour faire du 'ghost shopping' pour tester les niveaux des remises sur la W 210. S'il y a plus de 3 % de remise accordée, la quantité de véhicules attribuées jusqu'à fin '95 sera diminuée.".
(127) Zie hiervoor ook arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 1995, in zaak C-266/93, Volkswagen AG en VAG Leasing, Jurispr. 1995, blz. I-3477 e.v., overweging 19.
(128) Zie juridisch advies van Prof. Ulmer, blz. 12, met verwijzing naar Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382 van 31.12.1986, blz. 17-21).
(129) Arrest van het Hof van Justitie van 25 oktober 1983, AEG/Commissie, in zaak 107/82, Jurispr. 1983, blz. 3151 e.v., 3195; arrest van het Hof van Justitie van 17 september 1985, Ford-Werke AG en Ford of Europe Inc./Commissie van de Europese Gemeenschappen, in de gevoegde zaken 25 en 26/84, Jurispr. 1985, blz. 2725 e.v., 2743.
(130) Voor de vertegenwoordigingsovereenkomst met alleenverkooprecht: Bl. 3367; voor de vertegenwoordigingsovereenkomst met medeverkooprecht: Bl. 3405.
(131) Bl. 3427.
(132) Zie met name de overwegingen 136, 183, 219, 241.
(133) Overweging 76 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(134) PB L 15 van 18.1.1985, blz. 16.
(135) PB L 145 van 29.6.1995, blz. 25.
(136) Overweging 50 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(137) Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 1985 in de zaken 25 en 26/84, Ford/Commissie, Jurispr. 1985, blz. 2725, 2743.
(138) Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 6 juli 2000 in zaak T-62/98, Volkswagen/Commissie, Jurispr. 2000, blz. II-2707, overweging 236.
(139) Bl. 3362.
(140) Bl. 3414.
(141) Zo is bijvoorbeeld een handelsagent overeenkomstig paragraaf 2, lid 1, onder a), van de vertegenwoordigingsovereenkomst niet gerechtigd voertuigen aan zogenoemde toeristen te verkopen. Hiermee worden buitenlanders bedoeld die geen woonplaats in de Gemeenschap hebben. Dit recht werd evenwel in het handboek voor informatie voor handelsagenten verleend en bijvoorbeeld per rondschrijven nr. 112a/85 van 1 augustus 1985 toegelicht.
(142) Bijvoorbeeld de verplichting dat de voor een EG-klant werkzame tussenpersonen aan de handelsagent een schriftelijke machtiging van de opdracht gevende eindverbruiker moeten overleggen; zie rondschrijven nr. 112a/85 van 1 augustus 1985.
(143) Bl. 3361.
(144) Bl. 1748.
(145) Zie beschikking van de Commissie van 24 mei 1996 in zaak IV/M.741 - Ford/Mazda (PB C 179 van 22.6.1996, blz. 3); beschikking van de Commissie van 14 maart 1994 in zaak IV/M.416 - BMW/Rover (PB C 93 van 30.4.1994); Intra-EC Car Price Differential Report, 1992, blz. 29.
(146) Intra-EC Car Price Differential Report, 1992, blz. 29.
(147) Auto, Motor und Sport, nummer 22 van 21 oktober 1998, blz. 126 e.v.
(148) Blz. 16 e.v.
(149) Bl. 1492.
(150) Bl. 1716 Estudio Precios CE.
(151) Nummer 22 van 21 oktober 1998, blz. 126 e.v.
(152) Mini Cars, kleine auto's, lagere middenklasse, middenklasse, hogere middenklasse, luxeklasse, sportwagens, cabrioletten, terreinwagens, vans.
(153) Zie hiervoor ook arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, Bundeskartellamt tegen Volkswagen AG en VAG Leasing GmbH, Jurispr. 1995, blz. I-3477 e.v.; overweging 19; mededeling van de Commissie, richtsnoeren voor verticale beperkingen (PB C 291 van 13.10.2000, blz. 1, 4 e.v., overweging 12 e.v.).
(154) Overweging 89 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(155) Paragraaf 4, lid 7, luidt: "De handelsagent is verplicht zelf en voor eigen rekening demonstratiewagens aan te houden. Worden de contractpartners het niet eens over de noodzakelijke demonstratiewagens, dan kan Mercedes-Benz de demonstratiewagens vaststellen die ze op grond van haar ervaring in passende verhouding tot de afzet van nieuwe voertuigen door de handelsagent en rekening houdend met zijn financiële mogelijkheden nodig acht. De handelsagent is verplicht als bedrijfsauto's uitsluitend voertuigen van Mercedes-Benz in te zetten, tenzij het de handelsagent toegestaan is voertuigen van een ander merk te verkopen.".
(156) Overweging 92 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(157) Blz. 39 van het advies.
(158) Bl. 3374.
(159) Overweging 89 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(160) Bl. 3374.
(161) In de automobielbranche is het gebruikelijk dat de handelaar een marge krijgt ter hoogte van een bepaald percentage van de catalogusprijs, die al naargelang het model verschillend kan zijn. Daarnaast ontvangen handelaars vaak ook een zogenoemde variabele marge. De hoogte daarvan kan o.a. afhankelijk zijn van het omzetvolume, de klanttevredenheid of het in acht nemen van de prestatienormen van de fabrikant. Zie hiervoor bijvoorbeeld Commissie van de Europese Gemeenschappen, verslag van de evaluatie van Verordening (EG) nr. 1475/95 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen, COM(2000) 743, def., gepubliceerd op internet onder http://europa.eu.int/comm/competition/car_sector/distribution/eval_reg_1475_95/report/.
(162) Zie ook Bl. 641 e.v.: volgens het rondschrijven 5/91 van 11 januari 1991 kan voor de handelsagenten met recht van verkoop van personenvoertuigen vanaf 1 januari 1991 het aandeel van demonstratiewagens maximaal [...] % van de jaarlijkse leveringen bedragen.
(163) Bl. 3447.
(164) Zie paragraaf 13 van het VV, Bl. 3366.
(165) Versie juli 1997, zie Bl. 3378 e.v.
(166) Overweging 89 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(167) Paragraaf 9, lid 3, onder c).
(168) Overeenkomstig paragraaf 9, lid 3, onder c), mag de handelsagent "andere dan door Mercedes-Benz aangeboden fabrieksnieuwe motorvoertuigen en chassis alleen verkopen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- verkoop van andere motorvoertuigen en chassis in gescheiden showrooms,
- door een bedrijf met een eigen rechtspersoonlijkheid,
- met volledig noch gedeeltelijk identieke leiding,
- op een manier die verwisseling van de merken uitsluit,
- er mag geen afbreuk worden gedaan aan de belangenbehartigingsverplichting overeenkomstig paragraaf 86, lid 1, van het Duitse Wetboek van Koophandel.
Mercedes zal de handelsagent van deze verplichting ontslaan als de handelsagent aantoont dat er zakelijk gerechtvaardigde redenen voor zijn. Daarbij moet rekening worden gehouden met zijn juridische status als handelsagent..
(169) Zie overweging 87 e.v. van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar; voorts blz. 5 e.v., 27 e.v., 43 e.v. van het advies Ulmer.
(170) Zie arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, Volkswagen en VAG Leasing, Jurispr. blz. I-3477 e.v.; overwegingen 4 en 19.
(171) Bl. 3364.
(172) Bl. 3668.
(173) Zie arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, Volkswagen en VAG Leasing, Jurispr. blz. I-3509, 3517, overweging 21.
(174) Overweging 87 e.v. van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar; advies van Prof. Ulmer, blz. 27 e.v., 39 e.v., 46.
(175) Zie overweging 71 e.v. hierboven. Notitie van de afdeling VOI/VNM van 28 oktober 1985.
(176) Zie de overwegingen 72 en 73 hierboven.
(177) Zie overweging 74 hierboven.
(178) Overweging 73 e.v. van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar.
(179) Bijvoorbeeld MBL Mercedes-Benz Leasing GmbH& Co. oHG, Hennigsdorf of Mercedes-Benz Leasing Nederland BV, Nieuwegein.
(180) Zie bijvoorbeeld het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 6 april 1995 in zaak T-143/89, Ferriere Nord/Commissie, Jurispr. 1995, II-917; arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 6 juli 2000 in zaak T-62/98, Volkswagen/Commissie, Jurispr. 2000, II-2707, overweging 178; met arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 19 mei 1999, Accinauto/Commissie in zaak T-176/95, Jurispr. 1999, II-1635, overweging 106; mededeling van de Commissie, richtsnoeren betreffende verticale afspraken in het concurrentiebeleid (PB C 291 van 13.10.2000, blz. 1 e.v., overweging 7).
(181) Zie hiervoor het onderzoek van Taylor Nelson Sofres, Perception de la distribution automobile en Europe, Rapport Europe, Phase Quantitative, december 2000, hoofdstuk: Concurrence et prix dans le secteur automobile: b. Les pratiques de mise en concurrence, antwoord op vraag 44: 65 % van alle Europese consumenten die voor de aankoop van een nieuw voertuig meerdere dealers hebben bezocht, noemde als reden hiervoor prijsvergelijking of vergelijking van de kortingen.
(182) Zie tabellen Bl. 3645 e.v.
(183) Zie hiervoor ook de tabellen in overweging 32 e.v. hierboven; de werkelijke prijsverschillen waren echter volgens de bij de verificatie aangetroffen documenten deels aanzienlijk hoger (zie overweging 37 hierboven).
(184) Bl. 1339. In de oorspronkelijke tekst: "... Por ello, consideramos que tampoco la Red Oficial debe hacer estas operaciones en Portugal. Por otra parte, exportar vehiculos de la clase C cuando existe una fuerte demanda en el mercado nacional nos parece ún más inconveniente. Los informamos por el presente que, a partir de la próxima programación mensual recibirán únicamente 4 vehicluos de la clase C, conforme a nuestro escrito de 4 de noviembre de 1993, y les rogamos su utilización exclusiva para clientes pertenecientes a su zona contractual, absteniéndose de vender vehiculos a empresas o ciudadanos portugueses.".
(185) [...] voertuigen.
(186) [...] voertuigen.
(187) Zie hiervoor ook arrest van het Hof van Justitie van 9 juli 1978 in zaak 19/77, Miller International Schallplatten GmbH tegen Commissie, Jurispr. 1978, blz. 131, 148, overweging 9 e.v.; arrest van het Hof van Justitie van 25 oktober 1983 in zaak 107/82, AEG/Commissie, Jurispr. blz. 3151, 3201.
(188) Vaste jurisprudentie, zie met name arrest van het Hof van Justitie van 21 januari 1999 in de gevoegde zaken C-215/96 en C-216/96, Bagnasco, Jurispr. 1999, blz. I-135, overweging 47; arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 6 juli 2000 in zaak T-62/98, Volkswagen/Commissie, Jurispr. 2000, blz. II-2707, overweging 179 en de daar genoemde jurisprudentie.
(189) Arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 1966 in de zaken 56 en 58/64, Grundig/Consten, Jurispr. 1966, blz. 321, 389 e.v.; Beschikking 88/518/EEG van de Commissie van 18 juli 1988 in zaak IV/30.178. - Napier Brown/British Sugar (PB L 284 van 19.10.1988, blz. 41, 57, overweging 80).
(190) Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 6 juli 2000 in zaak T-62/98, Volkswagen/Commissie, Jurispr. 2000, blz. II-2707, overweging 179 en de daar genoemde rechtspraak.
(191) Arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 1983 in de zaken 100 tot 103/80, SA Musique Diffusion Française tegen Commissie, Jurispr. 1983, blz. 1825 e.v., overweging 86.
(192) Evenzo procureur-generaal Tesauro in zijn conclusies van 8 juni 1995 in zaak C-70/93, BMW tegen ALD Auto-Leasing, Jurispr. 1995, blz. I-3439, 3452, overweging 27 e.v.; zie ook overweging 41 e.v.
(193) Arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-70/93, Bayerische Motorenwerke, Jurispr. 1995, blz. I-3459, 3471, overweging 29, en arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, VW en VAG Leasing, Jurispr. 1995, blz. I-3508, 3520, overweging 34.
(194) Overwegingen 165 en 166 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar, in beide gevallen aan het einde.
(195) Overweging 165 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar, aan het einde.
(196) Arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-70/93, Bayerische Motorenwerke, Jurispr. 1995, blz. I-3459, overweging 28, en arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, Volkswagen en VAG Leasing GmbH, Jurispr. 1995, blz. I-3477, 3520, overweging 33.
(197) Zie de uitdrukkelijke aanwijzingen in de genoemde arresten: arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-70/93, Bayerische Motorenwerke, Jurispr. 1995, blz. I-3459, overwegingen 25 en 30, alsmede arrest van het Hof van Justitie van 24 oktober 1995 in zaak C-266/93, Volkswagen en VAG Leasing, Jurispr. 1995, blz. I-3477, 3520, overwegingen 30 en 35.
(198) Zie overweging 70 e.v. hierboven.
(199) Overweging 174 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar alsmede de bijlage bij overweging 174.
(200) Umwandlungsgesetz (de Duitse wet inzake de wijziging van de rechtspositie van ondernemingen) van 28 oktober 1994, Bundesgesetzblatt I-1994, blz. 3210, rectificatie Bundesgesetzblatt I-1995, blz. 428.
(201) Arrest van het Hof van Justitie van 25 oktober 1983 in zaak 107/82, AEG/Commissie, Jurispr. 1983, blz. 3151, 3199, overweging 50; arrest van het Hof van Justitie van 14 juli 1972 in zaak 48/69, ICI/Commissie, Jurispr. 1972, blz. 619, overwegingen 132 tot 135; Emmerich in Immenga/Mestmäcker, Europees Mededingingsrecht, artikel 85, lid 1, overweging 59, met name voetnoot 120.
(202) Arrest van het Hof van Justitie van 1 februari 1978 in zaak 78/77, Miller/Commissie, Jurispr. 1978, blz. 131, overweging 18.
(203) Bl. 1183; notitie van de afdeling VP/A2 aan de heer Schmitt inzake het gesprek over de grijze markt van de vorige dag. Op de notitie staat de stempel van ontvangst van de afdeling VP/M-4 van 16 november 1995; tevens de brief van de afdeling VMC van 16 oktober 1995 betr.: transacties met kom-klanten, Bl. 375.
(204) Zie voetnoot 205.
(205) Beschikking van de Commissie van 2 december 1981 in zaak IV/25.757 - Hasselblad (PB L 161 van 12.6.1982, blz. 18), bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van 21 februari 1984 in zaak 86/82, Hasselblad/Commissie, Jurispr. 1984, blz. 883, overweging 35; Beschikking 85/79/EEG van de Commissie van 14 december 1984 in zaak IV/30.809 - John Deere (PB L 35 van 7.2.1985, blz. 58); Beschikking 85/617/EEG van de Commissie van 16 december 1985 in zaak IV/30.839 - Sperry New Holland (PB L 376 van 31.12.1985, blz. 21); Beschikking 87/409/EEG van de Commissie van 17 juli 1987 in zaak IV/31.741 - Sandoz (PB L 222 van 10.8.1987, blz. 28); Beschikking 98/273/EG van de Commissie van 28 januari 1998 in zaak IV/35.733 - VW (PB L 124 van 25.4.1998, blz. 60).
(206) In Duitsland wordt ca. 7 % van de via handelsagenten afgezette voertuigen aan leasebedrijven verkocht. In Spanje verkopen de dealers ca. 10 % van de voertuigen aan externe leasebedrijven.
(207) Overweging 178 van de opmerkingen ten aanzien van de punten van bezwaar, aan het einde.