Home

Verordening (EG) nr. 1325/2002 van de Commissie van 22 juli 2002 tot inleiding van een procedure, ten behoeve van een nieuwe exporteur, voor de herziening van Verordening (EG) nr. 1600/1999 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op roestvrij staaldraad met een diameter van 1 mm of meer uit India, tot intrekking van het recht voor een exporteur in dit land en tot registratie van de invoer van het product van deze exporteur

Verordening (EG) nr. 1325/2002 van de Commissie van 22 juli 2002 tot inleiding van een procedure, ten behoeve van een nieuwe exporteur, voor de herziening van Verordening (EG) nr. 1600/1999 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op roestvrij staaldraad met een diameter van 1 mm of meer uit India, tot intrekking van het recht voor een exporteur in dit land en tot registratie van de invoer van het product van deze exporteur

Verordening (EG) nr. 1325/2002 van de Commissie

van 22 juli 2002

tot inleiding van een procedure, ten behoeve van een nieuwe exporteur, voor de herziening van Verordening (EG) nr. 1600/1999 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op roestvrij staaldraad met een diameter van 1 mm of meer uit India, tot intrekking van het recht voor een exporteur in dit land en tot registratie van de invoer van het product van deze exporteur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende bescherming tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1) (de "basisverordening"), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2238/2000(2), met name op artikel 11, lid 4,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. Verzoek om herziening

(1) De Commissie heeft een verzoek ontvangen, ingediend op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening, om de inleiding van een herzieningsprocedure ten behoeve van een nieuwe exporteur. Het verzoek werd ingediend door Garg Sales Co. PVT Ltd, een producent/exporteur in India.

B. Product

(2) Het verzoek heeft betrekking op roestvrij staaldraad, met een diameter van 1 mm of meer, bevattende 2,5 of meer gewichtspercenten nikkel, met uitzondering van roestvrij staaldraad dat 28 of meer doch niet meer dan 31 gewichtspercenten nikkel en 20 of meer doch niet meer dan 22 gewichtspercenten chroom bevat, ingedeeld onder GN-code ex 7223 00 19 ("het betrokken product"), van oorsprong uit India. De GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.

C. Thans geldende maatregelen

(3) Momenteel is een definitief antidumpingrecht van toepassing dat bij Verordening (EG) nr. 1600/1999 van de Raad(3) werd vastgesteld. Volgens deze verordening geldt bij invoer in de Gemeenschap van het door de indiener van het verzoek vervaardigde betrokken product uit India een definitief antidumpingrecht van 55,6 %. Voor enkele, met name genoemde ondernemingen in India, geldt dit recht niet, maar gelden individuele rechten.

D. Motivering van het verzoek

(4) De indiener van het verzoek beweert het betrokken product niet naar de Gemeenschap te hebben uitgevoerd in het onderzoektijdvak waarop de thans geldende maatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen in de periode van 1 april 1997 tot en met 31 maart 1998.

Hij zou eerst na het onderzoektijdvak begonnen zijn met de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap en hij zou geen banden hebben met een van de producenten/exporteurs van het betrokken product waarop bovengenoemde antidumpingmaatregelen van toepassing zijn.

E. Procedure

(5) De Commissie heeft de haar bekende belanghebbende EG-producenten van de indiening van bovengenoemd verzoek in kennis gesteld en hen de gelegenheid gegeven opmerkingen te maken.

(6) Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om tot de inleiding van een onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur over te gaan overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening teneinde een individuele dumpingmarge voor de indiener van het verzoek te kunnen vaststellen en, indien blijkt dat het door hem vervaardigde betrokken product met dumping in de Gemeenschap wordt ingevoerd, het voor hem geldende recht.

a) Vragenlijsten

Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig heeft, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden.

b) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Alle belanghebbenden worden hierbij uitgenodigd hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal toe te zenden. Voorts kan de Commissie de belanghebbenden horen die dit schriftelijk aanvragen en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

F. Intrekking van het recht en registratie van de invoer

(7) Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het antidumpingrecht worden ingetrokken dat van toepassing is op het betrokken product dat door de indiener van het verzoek wordt geproduceerd en naar de Gemeenschap uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd zodat eventueel met terugwerkende kracht antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van inleiding van deze herzieningsprocedure, indien bij het onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek het betrokken product met dumping in de Gemeenschap invoert. Op dit moment kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

G. Termijn

(8) Gelet op de beginselen van een behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de belanghebbenden:

- zich bij de Commissie kunnen aanmelden, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en hun antwoord op de in overweging 6, onder a), genoemde vragenlijst kunnen toezenden en alle andere gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten;

- schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

H. Medewerking

(9) Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

(10) Indien blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, zal de Commissie deze buiten beschouwing laten en gebruikmaken van de beschikbare gegevens,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening wordt een onderzoek geopend teneinde vast te stellen of en in welke mate roestvrij staaldraad, met een diameter van 1 mm of meer, bevattende 2,5 of meer gewichtspercenten nikkel, met uitzondering van roestvrij staaldraad dat 28 of meer doch niet meer dan 31 gewichtspercenten nikkel en 20 of meer doch niet meer dan 22 gewichtspercenten chroom bevat, ingedeeld onder GN-code ex 7223 00 19 van oorsprong uit India, geproduceerd en naar de Gemeenschap uitgevoerd door Garg Sales PVT Ltd (aanvullende Taric-code A999) aan het antidumpingrecht moet worden onderworpen dat bij Verordening (EG) nr. 1600/1999 werd ingesteld.

Artikel 2

Het bij Verordening (EG) nr. 1600/1999 ingestelde antidumpingrecht op het in artikel 1 omschreven product wordt ingetrokken.

Artikel 3

Op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening wordt de douaneautoriteiten de instructie gegeven de nodige maatregelen te nemen om de invoer van het in artikel 1 omschreven product te registreren. Deze registratie zal negen maanden duren vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 4

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, tenzij anders vermeld, contact op te nemen met de Commissie, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de in overweging 6, onder a), genoemde vragenlijst en alle andere informatie toe te zenden. Zij worden erop gewezen dat de meeste procedurerechten waarin de basisverordening voorziet slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bekendmaakt.

Verzoeken om te worden gehoord dienen binnen dezelfde termijn van 40 dagen te worden ingediend.

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene.

Alle gegevens betreffende deze zaak en verzoeken om te worden gehoord dienen aan het volgende adres te worden gericht: Europese Commissie Directoraat-generaal Trade

Directoraat B

Kantoor J-79 - 5/16 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex COMEU B 21877

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 juli 2002.

Voor de Commissie

Pascal Lamy

Lid van de Commissie

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 257 van 11.10.2000, blz. 2.

(3) PB L 189 van 22.7.1999, blz. 19.