Verordening (EG, Euratom) nr. 101/2003 van de Raad van 15 januari 2003 houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 2002 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die in derde landen tewerkgesteld zijn
Verordening (EG, Euratom) nr. 101/2003 van de Raad van 15 januari 2003 houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 2002 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die in derde landen tewerkgesteld zijn
Verordening (EG, Euratom) nr. 101/2003 van de Raad
van 15 januari 2003
houdende vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 juli 2002 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die in derde landen tewerkgesteld zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2265/2002(2), inzonderheid op artikel 13, eerste alinea, van bijlage X,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Er moet rekening worden gehouden met de stijging van de kosten van levensonderhoud in de landen buiten de Gemeenschap en bijgevolg moeten met ingang van 1 juli 2002 de aanpassingscoëfficiënten worden vastgesteld die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald aan de ambtenaren die in derde landen zijn tewerkgesteld.
(2) De Raad stelt overeenkomstig bijlage X van het Statuut de aanpassingscoëfficiënten om de zes maanden vast en hij moet derhalve nieuwe aanpassingscoëfficiënten vaststellen voor het komende semester.
(3) De aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zullen zijn over de periode vanaf 1 juli 2002 en die aanleiding geven tot betalingen berekend op grond van een voorgaande verordening, kunnen een aanpassing met terugwerkende kracht (in positieve of in negatieve zin) van de bezoldiging met zich brengen.
(4) Er moet worden voorzien in een nabetaling in geval van een stijging van de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten.
(5) In geval van een daling van de bezoldiging ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten moet worden voorzien in de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen over de periode tussen 1 juli 2002 en de datum waarop de Raad het besluit neemt tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing met ingang van 1 juli 2002.
(6) Er moet evenwel parallellisme worden nagestreefd met de aanpassingscoëfficiënten welke binnen de Gemeenschap van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, en een eventuele terugvordering mag derhalve slechts betrekking hebben op een periode van ten hoogste zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten en moet kunnen worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 juli 2002 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald, vastgesteld overeenkomstig de bijlage.
De voor de berekening van deze bezoldigingen toegepaste wisselkoersen zijn die welke worden gebruikt voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor de maand die voorafgaat aan de in de eerste alinea bedoelde datum.
Artikel 2
Overeenkomstig artikel 13, eerste alinea, van bijlage X van het Statuut stelt de Raad om de zes maanden de aanpassingscoëfficiënten vast; derhalve stelt hij nieuwe aanpassingscoëfficiënten vast die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2003.
De instellingen zullen tot nabetalingen overgaan ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verhoogd.
Ingeval de bezoldigingen ingevolge deze aanpassingscoëfficiënten worden verlaagd, zullen de instellingen overgaan tot een negatieve aanpassing van de bezoldigingen, met terugwerkende kracht over de periode van 1 juli 2002 tot de datum van het besluit van de Raad tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn met ingang van 1 juli 2002.
De terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen die uit deze aanpassing voortvloeit, mag evenwel slechts betrekking hebben op een periode van ten hoogste zes maanden vóór de datum van het besluit tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten; deze terugvordering kan worden gespreid over een periode van ten hoogste twaalf maanden na deze datum.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2003.
Voor de Raad
De voorzitter
G. Papandreou
(1) PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2002, blz. 1.
BIJLAGE
>RUIMTE VOOR DE TABEL>