2004/216/EG: Beschikking van de Commissie van 1 maart 2004 tot wijziging van Richtlijn 82/894/EEG van de Raad inzake de melding van dierziekten in de Gemeenschap teneinde bepaalde paardenziekten en bepaalde bijenziekten in de lijst van aangifteplichtige ziekten op te nemen (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 578)
2004/216/EG: Beschikking van de Commissie van 1 maart 2004 tot wijziging van Richtlijn 82/894/EEG van de Raad inzake de melding van dierziekten in de Gemeenschap teneinde bepaalde paardenziekten en bepaalde bijenziekten in de lijst van aangifteplichtige ziekten op te nemen (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 578)
Beschikking van de Commissie
van 1 maart 2004
tot wijziging van Richtlijn 82/894/EEG van de Raad inzake de melding van dierziekten in de Gemeenschap teneinde bepaalde paardenziekten en bepaalde bijenziekten in de lijst van aangifteplichtige ziekten op te nemen
(kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 578)
(Voor de EER relevante tekst)
(2004/216/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 82/894/EEG van de Raad van 21 december 1982 inzake de melding van dierziekten in de Gemeenschap(1), en met name op artikel 5, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen(2) zijn de volgende ziekten aangifteplichtig: paardenpest, vesiculaire stomatitis, kwade droes, dourine, paardenencefalomyelitis (alle vormen), infectieuze anemie, rabiës en miltvuur.
(2) In bijlage I bij Richtlijn 82/894/EEG, waarin de dierziekten staan die aan de Commissie en de andere lidstaten gemeld moeten worden, worden wat ziekten bij paardachtigen betreft alleen paardenpest en vesiculaire stomatitis genoemd.
(3) Paardenpest, vesiculaire stomatitis, kwade droes, dourine, infectieuze anemie bij paarden en verschillende vormen van paardenencefalomyelitis zijn ziekten bij paardachtigen die op de lijst van het Internationaal Bureau voor besmettelijke Veeziekten (OIE) zijn opgenomen.
(4) De lidstaten van het OIE zijn verplicht aangifte te doen wanneer een ziekte van deze lijst voor het eerst of opnieuw wordt aangetroffen, indien het betrokken land of deel daarvan voordien als vrij van de desbetreffende ziekte beschouwd werd, de ziekte zoönotische consequenties kan hebben of de ontwikkeling van de ziekte gevolgen voor de handel kan hebben.
(5) Op dit moment zijn paardenpest, vesiculaire stomatitis, kwade droes, dourine en de meeste vormen van virale paardenencefalomyelitis exotisch voor de Gemeenschap. Infectieuze anemie bij paarden en sommige vormen van paardenencefalomyelitis worden van tijd tot tijd in bepaalde delen van de Gemeenschap gemeld.
(6) De kleine bijenkastkever en de tropilaelapsmijt zijn exotische parasieten die bij honingbijen kunnen voorkomen en deze ziekten komen op dit moment voorzover bekend niet in de Gemeenschap voor. Indien die ziekten echter in de Gemeenschap geïmporteerd worden, kunnen zij rampzalige gevolgen hebben voor de gezondheidstoestand van honingbijen en de bijensector en daarom zijn die ziekten op de lijst van aangifteplichtige ziekten van de Gemeenschap geplaatst.
(7) Snelle aangifte van en informatieverstrekking over de aanwezigheid van dergelijke ziekten in de Gemeenschap is essentieel voor het bestrijden van een opduikende ziekte en voor het verkeer van en de handel in paardachtigen en bijen, mede gezien de potentiële zoönotische consequenties van sommige van die ziekten.
(8) Met de uitbreiding van de Gemeenschap en de verschillende milieueffecten op de vectoren die sommige van de bovengenoemde ziekten overbrengen, kan de situatie in de Gemeenschap wat deze ziekten betreft veranderen.
(9) Daarom moeten kwade droes, dourine, infectieuze anemie bij paarden, alle vormen van paardenencefalomyelitis, de kleine bijenkastkever en de tropilaelapsmijt worden opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 82/894/EEG en moet bijlage II van die richtlijn worden gewijzigd gezien de wijze waarop bijen worden gehouden.
(10) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Bijlage I en bijlage II bij Richtlijn 82/894/EEG worden vervangen door de bijlage bij deze beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 25 maart 2004.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 1 maart 2004.
Voor de Commissie
David Byrne
Lid van de Commissie
(1) PB L 378 van 31.12.1982, blz. 58. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).
(2) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
BIJLAGE
"BIJLAGE I
Ziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat
Paardenpest
Afrikaanse varkenspest
Aviaire influenza (vroeger vogelpest)
Bluetongue
Boviene spongiforme encefalopathie
Klassieke varkenspest
Besmettelijke boviene pleuropneumonie
Dourine
Paardenencefalomyelitis (alle vormen, met inbegrip van Venezolaanse paardenencefalomyelitis)
Infectieuze anemie bij paarden
Mond- en klauwzeer
Kwade droes
Infectieuze hemapoiëtische necrose
Infectieuze zalmanemie
Besmettelijke nodulaire dermatose (Lumpy skin disease)
Newcastle disease
Pest van kleine herkauwers ("Peste des petits ruminants")
Besmettelijke varkensverlamming (vroeger Teschenerziekte)
Riftdalkoorts
Runderpest
Schapen- en geitenpokken
Kleine bijenkastkever (Aethina tumida)
Vesiculaire varkensziekte
Tropilaelapsmijt
Vesiculaire stomatitis
Virale hemorragische septikemie.
BIJLAGE II
Gegevens met betrekking tot de primaire en de secundaire haard van de in bijlage I vermelde ziekten, die bij de op grond van de artikelen 3 en 4 vereiste melding moeten worden verstrekt
1. Datum van verzending
2. Tijd van verzending
3. Land van oorsprong
4. Naam van de ziekte en, in voorkomend geval, virustype
5. Volgnummer van de haard
6. Soort haard
7. Referentienummer van de haard die in verband staat met deze haard
8. Gebied en geografische ligging van het bedrijf
9. Ander gebied waarvoor beperkingen gelden
10. Datum van bevestiging
11. Datum waarop besmetting werd vermoed
12. Geschatte datum van eerste besmetting
13. Oorsprong van de ziekte
14. Genomen bestrijdingsmaatregelen
15. Aantal gevoelige dieren ter plekke: a) runderen, b) varkens, c) schapen, d) geiten, e) pluimvee, f) paardachtigen, g) vissen, h) wilde soorten, i) in geval van bijenziekten het aantal mogelijk betrokken bijenkasten
16. Aantal klinisch aangetaste dieren ter plekke: a) runderen, b) varkens, c) schapen, d) geiten, e) pluimvee, f) paardachtigen, g) vissen, h) wilde soorten, i) in geval van bijenziekten het aantal klinisch aangetaste bijenkasten
17. Aantal ter plekke gestorven dieren: a) runderen, b) varkens, c) schapen, d) geiten, e) pluimvee, f) paardachtigen, g) vissen, h) wilde soorten
18. Aantal geslachte dieren: a) runderen, b) varkens, c) schapen, d) geiten, e) pluimvee, f) paardachtigen, g) vissen, h) wilde soorten
19. Aantal vernietigde karkassen: a) runderen, b) varkens, c) schapen, d) geiten, e) pluimvee, f) paardachtigen, g) vissen, h) wilde soorten, i) in geval van bijenziekten het aantal vernietigde bijenkasten
20. (Geschatte) datum waarop het doden is voltooid
21. (Geschatte) datum waarop het vernietigen is voltooid
Als het gaat om varkenspest, de volgende aanvullende gegevens
1. Afstand tot de dichtstbijgelegen varkenshouderij
2. Aantal en soort (fok-, mestvarkens en biggen(1)) varkens op de besmette bedrijven
3. Aantal en soort (fok-, mestvarkens en biggen(2)) klinisch aangetaste varkens op de besmette bedrijven
4. Diagnosemethode
5. Als de besmetting niet op een bedrijf is bevestigd, aangeven of ze in een slachthuis of in een vervoermiddel is bevestigd
6. Bevestiging van primaire haarden(3) bij wilde varkens.
In het geval van visziekten
Besmettingen met infectieuze hemapoiëtische necrose, infectieuze zalmanemie en virale hemorragische septikemie, moeten, wanneer zij op als vrij erkende bedrijven of gebieden zijn bevestigd, worden gemeld als primaire haarden. De naam en een beschrijving van het erkende bedrijf of het erkende gebied moet worden opgenomen in het vrije tekstgedeelte.
(1) Dieren van minder dan ongeveer drie maanden oud.
(2) Dieren van minder dan ongeveer drie maanden oud.
(3) Primaire haarden bij wilde varkens zijn gevallen die voorkomen in niet-gecontroleerde gebieden, d.w.z. gebieden buiten die waarvoor beperkingen gelden in verband met klassieke varkenspest bij wilde varkens."