Home

2004/842/EG: Beschikking van de Commissie van 1 december 2004 tot vaststelling van uitvoeringsregels volgens welke de lidstaten toestemming kunnen geven voor het in de handel brengen van zaai- of pootgoed van rassen waarvoor de opname in de nationale rassenlijst voor landbouw- of groentegewassen is aangevraagd (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4493)Voor de EER relevante tekst

2004/842/EG: Beschikking van de Commissie van 1 december 2004 tot vaststelling van uitvoeringsregels volgens welke de lidstaten toestemming kunnen geven voor het in de handel brengen van zaai- of pootgoed van rassen waarvoor de opname in de nationale rassenlijst voor landbouw- of groentegewassen is aangevraagd (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4493)Voor de EER relevante tekst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen(1), en met name op artikel 4 bis, lid 2,

Gelet op Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen(2), en met name op artikel 4 bis, lid 2,

Gelet op Richtlijn 2002/54/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad(3), en met name op artikel 6, lid 2,

Gelet op Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad(4), en met name op artikel 23, lid 2,

Gelet op Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen(5), en met name op artikel 6, lid 2,

Gelet op Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen(6), en met name op artikel 6, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Krachtens de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/56/EG en 2002/57/EG kunnen de lidstaten producenten van zaai- of pootgoed van landbouwgewassen toestemming geven voor het in de handel brengen van zaai- of pootgoed van een ras waarvoor de opname in de nationale rassenlijst zoals bedoeld in Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen(7), is aangevraagd.

  2. Krachtens Richtlijn 2002/55/EG kunnen de lidstaten kwekers van groentezaad of hun vertegenwoordigers toestemming geven voor het in de handel brengen van zaad van een ras waarvoor bij ten minste één lidstaat de opname in de nationale rassenlijst zoals bedoeld in die richtlijn is aangevraagd.

  3. Om de lidstaten in staat te stellen deze toestemming te geven, moeten uitvoeringsregels voor die richtlijnen worden vastgesteld, met name wat betreft de doeleinden waarvoor en de voorwaarden waaronder deze toestemming mag worden gegeven, de etikettering van het verpakte zaai- of pootgoed en, voor landbouwgewassen, de hoeveelheid zaai- of pootgoed. Als het ras afkomstig is van een genetisch gemodificeerd organisme moet het in de handel brengen van dit organisme overeenkomstig de communautaire voorschriften zijn toegestaan.

  4. De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

HOOFDSTUK I Algemene bepaling

Artikel 1 Onderwerp

Deze beschikking dient om vast te stellen volgens welke regels een lidstaat toestemming kan geven voor het in de handel brengen van:

  1. zaai- of pootgoed van rassen van landbouwgewassen waarvoor bij die lidstaat de opname in de nationale rassenlijst zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2002/53/EG is aangevraagd, behoudens hoofdstuk II van deze beschikking;

  2. zaad van groenterassen waarvoor bij ten minste één lidstaat de opname in de nationale rassenlijst zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2002/55/EG is aangevraagd en waarvoor specifieke technische gegevens zijn verstrekt, behoudens hoofdstuk III van deze beschikking.

HOOFDSTUK II Landbouwgewassen

Artikel 2 Toestemming voor het in de handel brengen

1.

Voor landbouwgewassen die onder de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/56/EG en 2002/57/EG vallen, kan elke lidstaat daar gevestigde producenten toestemming geven voor het in de handel brengen van zaai- of pootgoed van een ras waarvoor de opname in de nationale rassenlijst voor landbouwgewassen (de „nationale rassenlijst”) bij die lidstaat is aangevraagd, behoudens de artikelen 3 tot en met 18 van deze beschikking.

2.

De lidstaten zien erop toe dat degenen aan wie overeenkomstig deze beschikking toestemming is gegeven, alle aan die toestemming verbonden voorwaarden en beperkingen naleven.

Artikel 3 Aanvragen

Artikel 4 Doel

Artikel 5 Technische voorwaarden

Artikel 6 Onderzoek

Artikel 7 Hoeveelheid

Artikel 8 Verpakking en verzegeling

Artikel 9 Etikettering

Artikel 10 Chemische behandeling

Artikel 11 Duur

Artikel 12 Verlenging

Artikel 13 Einde van de geldigheid

Artikel 14 Vrijwaring

Artikel 15 Verplichte rapportering

Artikel 16 Controle op de instandhouding

Artikel 17 Kennisgeving

Artikel 18 Uitwisseling van informatie

Artikel 19 Bekendmaking van een rassenlijst

HOOFDSTUK III Groentegewassen

Artikel 20 Toestemming voor het in de handel brengen

Artikel 21 Aanvragen

Artikel 22 Doel

Artikel 23 Technische voorwaarden

Artikel 24 Onderzoek

Artikel 25 Genetisch gemodificeerde rassen

Artikel 26 Leveranciers

Artikel 27 Verpakking en verzegeling

Artikel 28 Etikettering

Artikel 29 Chemische behandeling

Artikel 30 Duur

Artikel 31 Verlenging

Artikel 32 Einde van de geldigheid

Artikel 33 Vrijwaring

Artikel 34 Verplichte rapportering

Artikel 35 Controle op de instandhouding

Artikel 36 Kennisgeving

Artikel 37 Uitwisseling van informatie

Artikel 38 Bekendmaking van een rassenlijst

HOOFDSTUK IV

Artikel 39 Adressaten