Home

Richtlijn 2004/96/EG van de Commissie van 27 september 2004 tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad voor wat betreft de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van nikkel voor piercingstaafjes met het oog op aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang(Voor de EER relevante tekst)

Richtlijn 2004/96/EG van de Commissie van 27 september 2004 tot wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad voor wat betreft de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van nikkel voor piercingstaafjes met het oog op aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten(1), en met name op artikel 2 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig Richtlijn 76/769/EEG, als gewijzigd bij Richtlijn 94/27/EG van het Europees Parlement en de Raad(2), mogen nikkel en de verbindingen daarvan niet worden gebruikt in bepaalde staafjes voor piercings en in bepaalde andere producten, tenzij deze voldoen aan de voorschriften van Richtlijn 76/769/EEG.

  2. Het risico dat piercingstaafjes overgevoeligheid van de mens voor nikkel veroorzaken, is recentelijk geëvalueerd in een gerichte risicobeoordeling; de conclusie van de risicobeoordeling was dat een migratielimiet voor piercingstaafjes wenselijker is dan een gehaltelimiet.

  3. De nieuwe hoeveelheid vrijkomend nikkel (migratielimiet) moet worden aangepast door middel van de in EN 1811 vermelde vermenigvuldigingsfactor teneinde te compenseren voor verschillen tussen laboratoria en onnauwkeurigheden bij het meten. Het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) wordt verzocht EN 1811 te herzien, met name wat de aanpassingsfactor betreft, en een herziene norm op te stellen zonder aanpassingsfactor of, indien wenselijk, met een kleinere aanpassingsfactor.

  4. De risicobeoordeling werd met het oog op een intercollegiale toetsing voorgelegd aan het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu (CSTEE) en het CSTEE heeft bevestigd dat een nikkelmigratielimiet kan leiden tot geringere risico’s van overgevoeligheid dan een nikkelgehaltelimiet.

  5. In de bepalingen van deze richtlijn wordt rekening gehouden met de huidige stand van de kennis, wetenschap en techniek.

  6. Deze richtlijn is van toepassing onverminderd de Gemeenschapswetgeving tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van werknemers, met name Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk(3), en Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (zesde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid l, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad)(4).

  7. De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de richtlijnen met betrekking tot de opheffing van technische handelsbelemmeringen voor gevaarlijke stoffen en preparaten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.

De lidstaten dragen zorg voor vaststelling en bekendmaking uiterlijk op 1 augustus 2005 van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede, alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 september 2005.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

BIJLAGE