Verordening (EG) nr. 823/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2604/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op polyethyleentereftalaat uit, onder meer, Thailand
Verordening (EG) nr. 823/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2604/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op polyethyleentereftalaat uit, onder meer, Thailand
Verordening (EG) nr. 823/2004 van de Raad
van 26 april 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2604/2000 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op polyethyleentereftalaat uit, onder meer, Thailand
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1) (hierna de "basisverordening" genoemd), en met name op artikel 11, lid 4,
Gelet op het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. THANS GELDENDE MAATREGELEN
(1) Bij Verordening (EG) nr. 2604/2000 van de Raad(2) werd een definitief antidumpingrecht van 83,2 EUR per ton ingesteld op bepaalde soorten polyethyleentereftalaat (hierna "het betrokken product" of "PET" genoemd) uit Thailand. Bij dezelfde verordening werden ook antidumpingrechten ingesteld op het betrokken product uit India, Indonesië, Maleisië, de Republiek Korea en Taiwan.
(2) Het betrokken product uit Thailand is ook onderworpen aan een definitief compenserend recht van 49,1 EUR per ton dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2603/2000 van de Raad(3). Bij dezelfde verordening werden ook compenserende rechten ingesteld op dit product uit India en Maleisië.
B. ONDERHAVIG ONDERZOEK
1. Verzoek om herziening
(3) De Commissie heeft van de Thaise producent Indo Pet (Thailand) Ltd ("Indo Pet") een verzoek ontvangen om, overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening, ten behoeve van een nieuwe exporteur een procedure in te leiden voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2604/2000. Indo Pet voerde aan dat ze geen banden had met producenten/exporteurs in Thailand op wier producten antidumpingmaatregelen van toepassing waren. Bovendien voerde Indo Pet aan dat zij het betrokken product in het onderzoektijdvak dat in het kader van het oorspronkelijk onderzoek in aanmerking was genomen (1 oktober 1998 tot en met 30 september 1999) niet, maar sedertdien wel, naar de Gemeenschap had uitgevoerd.
(4) De Commissie heeft van Indo Pet ook een verzoek ontvangen om de inleiding van een versnelde procedure voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2603/2000. Deze parallelle herziening is het onderwerp van een afzonderlijke verordening van de Raad.
2. Inleiding van de herzieningsprocedure
(5) De Commissie heeft het door Indo Pet voorgelegde bewijsmateriaal onderzocht en was van oordeel dat het toereikend was om over te gaan tot de inleiding van een herzieningsprocedure overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Na overleg in het Raadgevend Comité en na de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap in de gelegenheid te hebben gesteld om opmerkingen te maken, heeft de Commissie, bij Verordening (EG) nr. 1292/2003, ten behoeve van Indo Pet een procedure ingeleid met het oog op de eventuele herziening van Verordening (EG) nr. 2604/2000 en is zij met een onderzoek begonnen.
(6) Met de verordening waarmee de herzieningsprocedure werd ingeleid werd ook het antidumpingrecht ingetrokken dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2604/2000 van toepassing was op het betrokken product afkomstig van Indo Pet. Terzelfder tijd werden de douaneautoriteiten, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer te registreren van het betrokken product afkomstig van Indo Pet.
3. Betrokken product
(7) De herzieningsprocedure heeft betrekking op hetzelfde product als het oorspronkelijk onderzoek, namelijk polyethyleentereftalaat (PET) met een viscositeitscoëfficiënt van 78 EURml/g of hoger volgens DIN (Deutsche Industrienorm) 53728. Het product is momenteel ingedeeld onder GN-code 3907 60 20.
4. Belanghebbenden
(8) De Commissie heeft Indo Pet en de vertegenwoordigers van Thailand van de inleiding van de herzieningsprocedure in kennis gesteld. Bovendien heeft zij andere partijen die belang hebben bij deze procedure in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord. Dergelijke verzoeken werden evenwel niet ontvangen.
(9) De Commissie heeft Indo Pet een vragenlijst toegezonden en heeft binnen de vastgestelde termijn de antwoorden ontvangen. De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de vaststelling van dumping noodzakelijk achtte verzameld en geverifieerd en bij Indo Pet een controle verricht.
5. Onderzoektijdvak
(10) Het onderzoek naar dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 maart 2003 ("het onderzoektijdvak").
6. Methode
(11) Bij onderhavig onderzoek werd gebruikgemaakt van dezelfde methoden als bij het oorspronkelijk onderzoek.
C. REIKWIJDTE VAN DE HERZIENINGSPROCEDURE
(12) Omdat geen herziening was aangevraagd van de bevindingen ten aanzien van schade, werd bij het heronderzoek slechts onderzocht of dumping had plaatsgevonden.
D. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
(13) Bij het onderzoek is gebleken dat Indo Pet het betrokken product in het oorspronkelijk onderzoektijdvak niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd en met deze uitvoer eerst na dit tijdvak een aanvang heeft gemaakt.
(14) Bovendien kon Indo Pet aantonen dat zij geen banden had, rechtstreeks of onrechtstreeks, met Thaise producenten/exporteurs op wier producten de thans geldende antidumpingmaatregelen van toepassing zijn.
(15) Opgemerkt wordt echter dat Indo Pet banden heeft met een producent/exporteur in Indonesië, op wiens product, bij invoer in de Gemeenschap, antidumpingrechten van toepassing zijn. Deze Indonesische producent/exporteur bleek na het onderzoektijdvak dat in het kader van onderhavig onderzoek in aanmerking werd genomen in Thailand een bedrijf te hebben opgezet dat de exclusieve leverancier is van Indo Pet wat de belangrijkste grondstof betreft die bij de vervaardiging van het betrokken product wordt gebruikt. Deze grondstof is goed voor ongeveer 90 % van de fabricagekosten van het betrokken product.
(16) De Commissie ging na of het exportvolume en de exportprijzen van Indo Pet voldoende representatief waren en als basis konden dienen voor de vaststelling van dumping.
(17) In het onderzoektijdvak bleken slechts twee partijen van het betrokken product, een van 40 ton en een van 20 ton, naar de Gemeenschap te zijn uitgevoerd. Deze twee partijen vertegenwoordigden 0,1 % van het totale verkoopvolume en 0,4 % van het totale exportvolume van Indo Pet in die periode.
(18) Deze uitvoertransacties vonden plaats in februari en maart 2002, met andere woorden kort na het eerste contact van Indo Pet met de Commissie met het verzoek om de inleiding van een herzieningsprocedure ten behoeve van een nieuwe exporteur. Na die transacties tot aan het onderzoek ter plaatse heeft Indo Pet het betrokken product niet meer naar de Gemeenschap uitgevoerd.
(19) Wat de prijzen betreft, bleek uit het onderzoek dat voor de PET-soort die het meest op de binnenlandse markt werd verkocht en uitgevoerd, de prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap in het kader van de twee bovenvermelde transacties ongeveer 45 % hoger was dan de gemiddelde prijs bij uitvoer naar niet-EU-landen.
(20) De prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap in het kader van de twee bovenvermelde transacties bleek zelfs 60 % hoger te zijn dan de prijs bij uitvoer naar buurlanden die binnenkort tot de Gemeenschap zullen toetreden en die ten dele door in de Gemeenschap gevestigde handelaren worden bevoorraad. Naar deze landen waren in het onderzoektijdvak veel grotere hoeveelheden uitgevoerd dan naar de Gemeenschap. Derhalve was de prijs bij uitvoer naar deze landen waarschijnlijk beter geschikt om de normale exportprijs van Indo Pet vast te stellen.
(21) Ten slotte bleek de gemiddelde exportprijs van Indo Pet niet alleen lager te zijn dan de binnenlandse prijs van deze onderneming, maar ook lager dan haar productiekosten.
(22) Om bovenstaande redenen wordt geoordeeld dat de twee partijen die in het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap zijn uitgevoerd niet representatief zijn en dat aan de hand daarvan niet kan worden vastgesteld of er sprake was van dumping. Daarom moet het recht gehandhaafd worden op het niveau dat in het kader van het oorspronkelijk onderzoek was vastgesteld.
E. WIJZIGING VAN DE MAATREGELEN
(23) Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat het individuele antidumpingrecht voor de betrokken exporteur gelijk moet zijn aan het voor het gehele land geldende definitieve antidumpingrecht dat in het kader van het oorspronkelijk onderzoek werd vastgesteld, namelijk 14,2 %.
(24) Bij het oorspronkelijke onderzoek werd geconcludeerd dat het raadzaam was rechten in te stellen in de vorm van een specifiek bedrag per ton, aangezien de prijzen van PET de prijzen van ruwe olie doorgaans volgen, hetgeen veel invloed heeft op het niveau van het recht. Dezelfde methode moet in het kader van onderhavig onderzoek worden toegepast. Daarom dient het definitieve individuele antidumpingrecht op het betrokken product, vervaardigd door Pet Indo, 83,2 EUR per ton te bedragen, van toepassing op de nettoprijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring.
(25) Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van de basisverordening kunnen van geen enkel product zowel antidumpingrechten als compenserende rechten worden geheven ter verhelping van eenzelfde situatie die door dumping of de toekenning van exportsubsidies is ontstaan. Daar op het betrokken product antidumpingrechten moeten worden ingesteld dient te worden vastgesteld of - en in welke mate - de subsidiemarge en de dumpingmarge door eenzelfde situatie is ontstaan.
(26) In het in overweging 4 vermelde parallelle antisubsidieonderzoek werd vastgesteld dat de subsidies die de betrokken producent/exporteur heeft ontvangen geen exportsubsidies zijn en dus geen invloed kunnen hebben gehad op de exportprijs en de dumpingmarge. Daarom kunnen zowel compenserende rechten als antidumpingrechten worden ingesteld, voorzover beide rechten samen, overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de basisverordening, de schademarge van 22,6 % niet overschrijden die in het kader van het oorspronkelijk onderzoek voor Thailand werd vastgesteld. Dit is niet het geval en derhalve dienen zowel compenserende rechten als antidumpingrechten te worden ingesteld.
F. HEFFING VAN HET ANTIDUMPINGRECHT MET TERUGWERKENDE KRACHT
(27) Daar bij het onderzoek bleek dat het betrokken product, vervaardigd door Indo Pet, met dumping in de Gemeenschap is ingevoerd, dient het antidumpingrecht voor deze onderneming met terugwerkende kracht tot de datum van inleiding van deze herzieningsprocedure te worden geheven van de producten waarvan de invoer overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1292/2003 werd geregistreerd.
G. MEDEDELING EN DUUR VAN DE MAATREGELEN
(28) Indo Pet en alle andere belanghebbenden werden in kennis gesteld van de feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie voornemens was op het betrokken product, vervaardigd door Indo Pet, een definitief antidumpingrecht in te stellen.
(29) Deze herzieningsprocedure heeft geen gevolgen voor de datum waarop Verordening (EG) nr. 2604/2000 overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening zal vervallen.
(30) Verordening (EG) nr. 2604/2000 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Aan de tabel in artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2604/2000 van de Raad wordt het volgende toegevoegd:
">RUIMTE VOOR DE TABEL>"
2. Dit recht wordt met terugwerkende kracht geheven van de producten waarvan de invoer overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1292/2003 werd geregistreerd.
3. Tenzij anders vermeld zijn de bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 26 april 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
B. Cowen
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1292/2003 van de Commissie (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 20).
(3) PB L 301 van 30.11.2000, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 822/2004 (zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad).