Voor de tot de groepen „Micro-organismen” en „Enzymen” behorende preparaten in de bijlagen I en II wordt onder de in die bijlagen vastgestelde voorwaarden een vergunning zonder tijdsbeperking voor gebruik als toevoegingsmiddel in diervoeding verleend.
Verordening (EG) nr. 1453/2004 van de Commissie van 16 augustus 2004 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding(Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EG) nr. 1453/2004 van de Commissie van 16 augustus 2004 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding(1) en met name op artikel 3 en artikel 9.D, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Richtlijn 70/524/EEG voorziet in de toelating van toevoegingsmiddelen voor gebruik in de Gemeenschap. De in deel II van bijlage C bij die richtlijn bedoelde toevoegingsmiddelen kunnen onder bepaalde voorwaarden worden toegelaten zonder tijdsbeperking.
Voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Bacillus licheniformis (DSM 5749) en Bacillus subtilis (DSM 5750) is bij Verordening (EG) nr. 2437/2000 van de Commissie(2) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor zeugen.
Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag van een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit preparaat. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van Richtlijn 70/524/EEG voor zo’n vergunning is voldaan.
Het gebruik van dit preparaat voor zeugen, zoals omschreven in bijlage I, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan.
Voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Bacillus cereus var. toyoi (NCIMB 40112/CNCM I–1012) is bij Richtlijn 94/17/EG van de Commissie(3) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestvarkens.
Het Wetenschappelijk Comité voor de diervoeding (WCD) heeft in zijn verslag over Bacillus cereus var. toyoi (NCIMB 40112/CNCM I–1012) van 5 december 2001 bevestigd dat dit preparaat bij gebruik voor biggen, mestvarkens en zeugen voldoet aan de voorwaarden in artikel 3.A, onder b), van Richtlijn 70/524/EEG. Het WCD sprak zich in dat verslag ook gunstig uit over de doeltreffendheid van het preparaat bij gebruik voor biggen tot twee maanden en voor zeugen.
Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag van een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit preparaat.
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd verzocht om een advies over de doeltreffendheid van het preparaat bij gebruik als toevoegingsmiddel in diervoeding voor mestvarkens. In haar advies van 7 mei 2004 sprak de EFSA zich gunstig uit over de doeltreffendheid van het preparaat en uit de volledige beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van Richtlijn 70/524/EEG voor zo’n vergunning is voldaan.
Het gebruik van dit preparaat voor mestvarkens, zoals omschreven in bijlage I, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan.
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,4-bèta-glucanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 600.94), vermeld in de eerste regel van bijlage II, is bij Verordening (EG) nr. 654/2000 van de Commissie(4) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen, mestkalkoenen en biggen.
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 600.94), vermeld in de tweede regel van bijlage II, is bij Verordening (EG) nr. 654/2000 voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen.
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,3(4)-bèta-glucanase, geproduceerd door Trichoderma longibrachiatum (ATCC 2106), endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Trichoderma longibrachiatum (IMI SD 135), en polygalacturonase, geproduceerd door Aspergillus aculeatus (CBS 589.94), is bij Verordening (EG) nr. 2690/1999 van de Commissie(5) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestvarkens.
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (phoenicis) (NRRL 25541), en alfa-amylase, geproduceerd door Aspergillus oryzae (ATCC 66222), is bij Verordening (EG) nr. 1636/1999 van de Commissie(6) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor biggen.
Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Trichoderma longibrachiatum (CNCM MA 6–10W), is bij Verordening (EG) nr. 1436/98 van de Commissie(7) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkippen.
Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag van een vergunning zonder tijdsbeperking voor deze vijf enzympreparaten. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van Richtlijn 70/524/EEG voor zo’n vergunning is voldaan.
Het gebruik van deze vijf enzympreparaten, zoals omschreven in bijlage II, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan.
Uit de beoordeling van deze zeven aanvragen blijkt dat er bepaalde procedures nodig zijn om de werknemers tegen blootstelling aan de in de bijlagen opgenomen toevoegingsmiddelen te beschermen. Die bescherming moet worden gewaarborgd door toepassing van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk(8).
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 augustus 2004.
Voor de Commissie
David Byrne
Lid van de Commissie
BIJLAGE I
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule, beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningperiode |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
CFU/kg volledig diervoeder |
||||||||
Micro-organismen | ||||||||
E 1700 |
Bacillus licheniformis DSM 5749 Bacillus subtilis DSM 5750 (in een verhouding van 1/1) |
Mengsel van Bacillus licheniformis en Bacillus subtilis met ten minste: 3,2 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel (1,6 × 109 CFU/g van elke bacterie) |
Zeugen |
— |
1,28 × 109 |
1,28 × 109 |
In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden. Voor zeugen twee weken vóór het werpen en tijdens de lactatieperiode. |
Onbeperkt |
E 1701 |
Bacillus cereus var. toyoi NCIMB 40112/CNCM I-1012 |
Bereiding van Bacillus cereus var. toyoi met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel |
Biggen |
2-4 maanden |
0,5 × 109 |
1 × 109 |
In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden. |
Onbeperkt |
Mestvarkens |
Van 4 maanden tot de slacht |
0,2 × 109 |
1 × 109 |
In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden. |
Onbeperkt |
|||