Home

Verordening (EG) nr. 2086/2004 van de Commissie van 19 november 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van IAS 39Voor de EER relevante tekst

Verordening (EG) nr. 2086/2004 van de Commissie van 19 november 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van IAS 39Voor de EER relevante tekst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen(1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Verordening (EG) nr. 1725/2003(2) van de Commissie werd een aantal op 1 september 2002 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

  2. Op 17 december 2003 heeft de International Accounting Standard Board (IASB) de herziene International Accounting Standard (IAS) 39 Financiële instrumenten: opname en waardering gepubliceerd in het kader van het initiatief om vijftien standaarden tijdig te verbeteren zodat zij kunnen worden gebruikt door ondernemingen die in 2005 voor het eerst de IAS toepassen. Met de herziening werd beoogd de kwaliteit en de samenhang van het samenstel van bestaande IAS verder te verbeteren.

  3. Op 31 maart 2004 heeft de IASB een wijziging op IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering gepubliceerd. Doel van deze wijziging, getiteld Administratieve verwerking van reële-waardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille, is het vergemakkelijken van de toepassing van IAS 39 door toe te staan dat afdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille administratief worden verwerkt als reële-waardeafdekkingstransacties.

  4. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 is het de bedoeling van de Commissie om met ingang van 1 januari 2005 een stabiel platform van internationale standaarden voor jaarrekeningen tot stand te brengen. Sommige belangrijke bepalingen van IAS 39 zijn echter nog steeds onderwerp van discussie tussen de IASB, de Europese Centrale Bank, prudentiële toezichthouders en de banksector. Deze bepalingen houden verband met de mogelijkheid om alle financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde te waarderen en met de administratieve verwerking van afdekkingstransacties (hedge accounting). Al deze bepalingen hebben betrekking op afzonderlijke, op zichzelf staande terreinen die volledig los staan van de rest van de standaard. Om de datum van 1 januari 2005 te halen, is het noodzakelijk IAS 39 in te voeren met uitzondering van bovenbedoelde bepalingen.

  5. IAS 39 voorziet in de mogelijkheid om alle financiële activa en verplichtingen tegen reële waarde te waarderen, zonder dat er sprake is van enige restrictie. De IASB heeft onlangs evenwel een Exposure Draft (een consultatiedocument) gepubliceerd, waarin een wijziging op IAS 39 wordt voorgesteld welke erin bestaat de reikwijdte van deze bij de standaard geboden mogelijkheid te beperken. Deze wijziging wordt voorgesteld in reactie op bedenkingen van de Europese Centrale Bank, de in het Bazelse Comité vertegenwoordigde prudentiële toezichthouders en de effectentoezichthouders van de lidstaten, die vrezen dat onoordeelkundig gebruik zou kunnen worden gemaakt van de mogelijkheid van waardering tegen reële waarde, met name in het geval van de eigen verplichtingen van ondernemingen. De Commissie vindt deze kwesties belangrijk en is van oordeel dat zij nader onderzoek verdienen. De IASB heeft tal van commentaren op de voorgestelde wijziging ontvangen en zal naar verwachting eind 2004 een definitieve beslissing terzake nemen. De verordening staat toe dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om financiële activa tegen reële waarde te waarderen. Ingeval het gaat om financiële activa die niet op actieve en liquide markten worden verhandeld, dienen de ondernemingen er evenwel op toe te zien dat op zodanige wijze met deze mogelijkheid wordt omgegaan dat een betrouwbare waardering wordt verkregen.

  6. De mogelijkheid van volledige waardering tegen reële waarde mag niet van toepassing zijn totdat de IASB een oplossing voor deze kwestie heeft uitgewerkt en totdat de Commissie kan constateren dat er inderdaad een adequate oplossing voor deze kwestie is gevonden. Daar de mogelijkheid van volledige waardering tegen reële waarde slechts een optie is, staan de bepalingen met betrekking tot deze optie duidelijk los en zijn zij scheidbaar van de andere delen van de standaard.

  7. Wat de administratieve verwerking van afdekkingstransacties betreft, is het onderwerp van discussie of IAS 39 voldoende rekening houdt met de wijze waarop tal van Europese banken te werk gaan bij hun asset/liability management, met name in een context van vaste rentetarieven. De controverse houdt verband met de beperking van de administratieve verwerking van afdekkingstransacties tot ofwel kasstroomafdekkingstransacties, ofwel reële-waardeafdekkingstransacties en de strikte eisen die aan de effectiviteit van deze afdekkingstransacties worden gesteld.

  8. Tal van Europese banken beweren dat IAS 39 hun niet in staat stelt de afdekkingstransacties ter afdekking van hun „core deposits” op portefeuilleniveau administratief te verwerken en hen ertoe zou dwingen onevenredige en dure veranderingen aan te brengen in zowel hun asset/liability management als hun verslaggevingssysteem. Aangezien er wegens interne interacties en de wet van de grote getallen een verschil is tussen afdekking op portefeuilleniveau en afdekking van een individueel actief of van een individuele verplichting, wordt tevens aangevoerd dat het toestaan van de administratieve verwerking van afdekkingstransacties ter afdekking van „core deposits” op portefeuilleniveau volgens het reële-waardemodel spoort met het in IAS 39 geformuleerde beginsel dat de reële waarde van een financiële verplichting met een vraagkenmerk niet lager mag zijn dan het onmiddellijk opeisbare bedrag.

  9. De IASB heeft erkend dat de vraag of en hoe de verwerkingswijze van afdekking op portefeuilleniveau zodanig kan worden opgevat dat zij beter beantwoordt aan de specifieke behoeften van banken die actief zijn in een context van vaste rentetarieven, een ernstig probleem vormt en heeft dan ook prioriteit verleend aan de oprichting van een werkgroep die zich momenteel buigt over de door de Europese banken gedane voorstellen voor de opname in IAS 39 van een nieuwe methode voor de administratieve verwerking van afdekkingstransacties (rentemargeafdekking) welke nauwer aansluit bij de wijze waarop deze banken te werk gaan bij hun asset/liability management.

  10. In dit stadium mogen de bepalingen van IAS 39 welke rechtstreeks betrekking hebben op de verwerkingswijze van afdekking op portefeuilleniveau bijgevolg niet voor verplichte toepassing worden goedgekeurd omdat zij niet als definitief kunnen worden aangemerkt en in de nabije toekomst kunnen worden gewijzigd. De desbetreffende bepalingen die van verplichte toepassing zijn uitgesloten, staan duidelijk los en zijn scheidbaar van de rest van de standaard. Het gaat om de bepalingen die geen rekening houden met een benadering op portefeuilleniveau en die het dus onmogelijk maken afdekkingstransacties ter afdekking van een portefeuille „core deposits” administratief te verwerken, alsook om de bepalingen die een vooruitbetalingsrisico gelijkstellen met een renterisico, waardoor het dus onmogelijk wordt verder gebruik te maken van door bankentoezichthouders als aanvaardbaar aangemerkte risicomanagementtechnieken. De ondernemingen beschikken echter wel over de mogelijkheid om deze bepalingen toch toe te passen en kunnen derhalve alle bepalingen van IAS 39 met betrekking tot de administratieve verwerking van afdekkingstransacties toepassen.

  11. Het is van essentieel belang dat in het Gemeenschapsrecht een standaard voor jaarrekeningen betreffende de verwerking van financiële instrumenten wordt opgenomen als onderdeel van het kernpakket van standaarden dat in 2005 door de ondernemingen moeten worden toegepast. Het is dan ook de bedoeling om zo spoedig mogelijk – en indien mogelijk uiterlijk omstreeks eind 2005 – tot een situatie te komen waarin de gewijzigde IAS 39 in zijn geheel kan worden aangenomen door de Commissie. Zodra de IASB de bepalingen betreffende de mogelijkheid van waardering tegen reële waarde en die betreffende de administratieve verwerking van afdekkingstransacties heeft gewijzigd en uiterlijk tegen 31 december 2005, zal de Commissie de toepasbaarheid van IAS 39 opnieuw bestuderen. De IASB werkt samen met de Europese Centrale Bank en de bankentoezichthouders aan een oplossing voor de mogelijkheid van volledige waardering tegen reële waarde. De Commissie is dan ook voornemens deze aan de gang zijnde werkzaamheden op de voet te volgen. Tevens zal zij de toepasbaarheid van de standaard op gezette tijden aan een nieuw onderzoek onderwerpen. Ook het antwoord op de vraag of in de nabije toekomst passende bepalingen in verband met de administratieve verwerking van afdekkingstransacties kunnen worden goedgekeurd, is afhankelijk van de vorderingen die worden gemaakt door de werkgroep die door de IASB in het leven is geroepen.

  12. Ondernemingen die voor het eerst hun jaarrekening opstellen in overeenstemming met international financial reporting standards (IFRS) en IAS 39 toepassen in de aan deze verordening gehechte versie, moeten worden beschouwd als „eerste toepassers” in de zin van IFRS 1, zoals goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 707/2004 en deze verordening. Het doel van IFRS 1 is ervoor te zorgen dat de kosten van de volledige overgang naar de IAS/IFRS de voordelen voor gebruikers van jaarrekeningen niet overtreffen. Deze redenering geldt ook voor de overgang naar de volledige toepassing van goedgekeurde IAS. Verwijzingen in de bij Verordening (EG) nr. 707/2004 van de Commissie goedgekeurde IFRS 1 naar IAS/IFRS gelden derhalve als verwijzingen naar op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde IAS/IFRS.

  13. De goedkeuring van IAS 39 brengt met zich mee dat de bij Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie goedgekeurde IAS 12, 18, 19, 30, 36 en 37, alsook de bij deze zelfde verordening goedgekeurde SIC 27 moeten worden gewijzigd teneinde de samenhang tussen de genoemde standaarden voor jaarrekeningen te waarborgen.

  14. De Commissie heeft bijgevolg geconcludeerd dat IAS 39 zoals deze voorkomt in de bijlage bij deze verordening, voldoet aan de goedkeuringscriteria die zijn neergelegd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002.

  15. Verordening (EG) nr. 1725/2003 dient derhalve dienovereenkomstig te worden aangepast.

  16. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

International Accounting Standard (IAS) 39 Financiële instrumenten: opname en waardering, met uitzondering van een aantal bepalingen betreffende de gebruikmaking van de mogelijkheid van waardering tegen reële waarde en van sommige bepalingen betreffende de administratieve verwerking van afdekkingstransacties, wordt ingevoegd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1725/2003.

De in te voegen tekst, als bedoeld in de eerste alinea, is opgenomen in de bijlage bij deze verordening.

2.

In overeenstemming met lid 1 worden ondernemingen als „eerste toepassers” beschouwd. Verwijzingen in IFRS 1 naar IAS/IFRS gelden als verwijzingen naar op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie goedgekeurde IAS/IFRS.

3.

De IAS 12, 18, 19, 30, 36 en 37, SIC-27 en International Financial Reporting Standard 1 worden gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening opgenomen bijlage B bij IAS 39.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van uiterlijk 1 januari 2005.

Gedaan te Brussel, 19 november 2004.

Voor de Commissie

Frederik Bolkestein

Lid van de Commissie

BIJLAGE

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org.uk.

INTERNATIONAL ACCOUNTING STANDARD 39Financiële instrumenten: opname en waardering

BIJLAGE AToepassingsleidraad

BIJLAGE BWijzigingen in andere Uitspraken