Home

Richtlijn 2005/79/EG van de Commissie van 18 november 2005 tot wijziging van Richtlijn 2002/72/EG inzake materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (Voor de EER relevante tekst)

Richtlijn 2005/79/EG van de Commissie van 18 november 2005 tot wijziging van Richtlijn 2002/72/EG inzake materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG(1), en met name op artikel 5, lid 2,

Na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Richtlijn 2002/72/EG van de Commissie(2) is een lijst vastgesteld van monomeren en andere uitgangsstoffen die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof mogen worden gebruikt. Op grond van nieuwe informatie over de risicobeoordeling van dergelijke stoffen moeten bepaalde monomeren die voorlopig op nationaal niveau waren toegelaten en een aantal nieuwe monomeren in de communautaire lijst van toegestane stoffen in die richtlijn worden opgenomen.

  2. Richtlijn 2002/72/EG bevat ook een onvolledige lijst met additieven die bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof mogen worden gebruikt. Die lijst moet worden gewijzigd om daaraan andere door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna „de Autoriteit” genoemd) beoordeelde additieven toe te voegen.

  3. Voor bepaalde stoffen dienen de reeds op communautair niveau vastgestelde beperkingen in het licht van de nieuwe beschikbare informatie te worden aangepast. Met name voor geëpoxideerde sojaolie (ESBO) heeft de Autoriteit aanbevolen de specifieke migratielimiet (SML) te verlagen voor die stof bevattende pvc-pakkingen die worden gebruikt voor het afdichten van glazen recipiënten die volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding bevatten of die bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters bevatten. De Autoriteit wees er immers op dat de blootstelling van zuigelingen die regelmatig dergelijke levensmiddelen eten de TDI kan overschrijden. Daarom wordt voor deze bijzondere toepassingen de SML voor ESBO verlaagd van 60 tot 30 mg/kg levensmiddelen of simulanten voor levensmiddelen, terwijl hij ongewijzigd blijft voor alle andere toepassingen.

  4. Er moet worden voorzien in een overgangsperiode voor pvc-pakkingen die geëpoxideerde sojaolie bevatten, die worden gebruikt voor het afdichten van glazen recipiënten en in aanraking worden gebracht met levensmiddelen vóór 19 november 2006.

  5. Richtlijn 2002/72/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  6. De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II, III, V en VI bij Richtlijn 2002/72/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlagen I tot en met IV bij deze richtlijn.

Artikel 2

Pvc-pakkingen die geëpoxideerde sojaolie met referentienummer 88640 in deel A van bijlage III bij Richtlijn 2002/72/EG bevatten, die worden gebruikt voor het afdichten van glazen recipiënten die volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding bevatten, als omschreven in Richtlijn 91/321/EEG van de Commissie(3), of die bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters bevatten, als omschreven in Richtlijn 96/5/EG van de Commissie(4), die vóór 19 november 2006 zijn afgevuld en die voldoen aan de beperkingen en/of specificaties van deel A van bijlage III bij Richtlijn 2002/72/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2004/19/EG, mogen verder in de handel worden gebracht, mits de afvuldatum op de materialen en voorwerpen wordt vermeld.

De afvuldatum mag worden vervangen door een andere vermelding, op voorwaarde dat aan de hand van die vermelding de afvuldatum kan worden vastgesteld. Op verzoek wordt de afvuldatum bekendgemaakt aan de bevoegde autoriteiten en aan elke persoon die de vereisten van deze richtlijn handhaaft.

De leden 1 en 2 zijn van toepassing onverminderd Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en van de Raad(5).

Artikel 3

1.

De lidstaten dienen uiterlijk op 19 november 2006 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen zodanig toe dat:

  1. de handel in en het gebruik van materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen en die aan deze richtlijn voldoen, met ingang van 19 november 2006 zijn toegestaan;

  2. de vervaardiging en de invoer in de Gemeenschap van materialen en voorwerpen van kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen, maar die niet aan deze richtlijn voldoen, met ingang van 19 november 2007 verboden zijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV