Home

Verordening (EG) nr. 211/2005 van de Commissie van 4 februari 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat de International Financial Reporting Standards (IFRS) 1 en 2 en de International Accounting Standards (IAS) 12, 16, 19, 32, 33, 38 en 39 betreft (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EG) nr. 211/2005 van de Commissie van 4 februari 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat de International Financial Reporting Standards (IFRS) 1 en 2 en de International Accounting Standards (IAS) 12, 16, 19, 32, 33, 38 en 39 betreft (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen(1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Verordening (EG) nr. 1725/2003(2) van de Commissie werd een aantal op 1 september 2002 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

  2. Op 19 februari 2004 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) de International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 „Op aandelen gebaseerde betalingen” gepubliceerd. IFRS 2 schrijft voor het eerst voor dat ondernemingen de gevolgen van op aandelen gebaseerde betalingstransacties in de winst- en verliesrekening moeten weergeven, met inbegrip van de kosten verbonden aan transacties waarbij aandelenopties aan bestuurders en werknemers worden toegekend. In het verleden werden transacties waarbij aandelenopties aan werknemers werden toegekend, niet in de winst- en verliesrekening van de onderneming opgenomen maar in de toelichting vermeld, waardoor deze transacties geen gevolgen hadden voor de bekendmaking van de winst aan de kapitaalmarkten.

  3. De raadpleging van technische deskundigen terzake heeft uitgewezen dat IFRS 2 voldoet aan de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 neergelegde technische criteria voor de goedkeuring ervan, en met name aan de eis dat hij het Europees openbaar belang moet dienen.

  4. IFRS 2 specificeert niet welke waarderingsmodellen moeten worden gehanteerd. In plaats daarvan wordt alleen aangegeven met welke factoren ten minste rekening dient te worden gehouden bij de schatting van de reële waarde van op aandelen gebaseerde betalingen. Er is met opzet voor een dergelijke benadering gekozen om niet te verhinderen dat passende waarderingstechnieken worden ontwikkeld voor alle vormen van op aandelen gebaseerde betalingen, met inbegrip van die waarvoor tot dusver nog geen waarderingsmethoden voorhanden zijn (zoals niet-verhandelbare langlopende aandelenopties voor werknemers). Het is niet uitgesloten dat in de toekomst nieuwe alternatieve methoden worden ontwikkeld om tegemoet te komen aan de behoeften van ondernemingen, accountants en beleggers of investeerders. Met name ondernemingen die pas aan de beurs worden genoteerd of nog niet lang bestaan, zouden moeilijkheden kunnen ondervinden bij de schatting van toekomstige aandelenprijzen.

  5. De Commissie heeft nota genomen van de in de loop van het raadplegingsproces door diverse betrokkenen geuite kritiek op de complexiteit van „IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen”. Zij is zich bewust van de nog bestaande technische vraagstukken in verband met deze standaard en van de daaruit voortvloeiende bezorgdheid omtrent de economische gevolgen daarvan. De Commissie erkent dat het aanbeveling verdient de toepassing van de standaard periodiek te evalueren in het licht van het potentiële effect ervan op onder meer aandelenoptieregelingen voor werknemers, alsook gezien de mogelijke implicaties ervan voor het concurrentievermogen van de EU-ondernemingen. Dat neemt evenwel niet weg dat de goedkeuring van de standaard in het belang is van de Europese kapitaalmarkten en de Europese beleggers en investeerders. De Commissie zal daarom nagaan welke de toekomstige gevolgen zijn van IFRS 2 voor de Europese ondernemingen en tevens tegen juli 2007 de toepasbaarheid van de standaard beoordelen.

  6. De Commissie herinnert eraan dat Verordening (EG) nr. 1606/2002 (de IAS-verordening) van 19 juli 2002 bepaalt dat ondernemingen die onder het recht van een lidstaat vallen, voor elk boekjaar, beginnend op of na 1 januari 2005, hun geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die volgens de procedure van artikel 6, lid 2, zijn goedgekeurd, indien hun effecten op de balansdatum in een lidstaat zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 1, punt 13, van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten(3).

  7. De goedkeuring van IFRS 2 brengt met zich dat andere internationale standaarden voor jaarrekeningen moeten worden gewijzigd teneinde de samenhang tussen de internationale standaarden voor jaarrekeningen te waarborgen. Deze dienovereenkomstige wijzigingen hebben betrekking op IFRS 1 en de IAS 12, 16, 19, 32, 33, 38 en 39.

  8. Verordening (EG) nr. 1725/2003 dient derhalve dienovereenkomstig te worden aangepast.

  9. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1725/2003 wordt als volgt gewijzigd:

  1. International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 „Op aandelen gebaseerde betalingen” wordt ingevoegd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1725/2003;

  2. de goedkeuring van IFRS 2 brengt met zich dat IFRS 1 en de IAS 12, 16, 19, 32, 33, 38 en 39 moeten worden gewijzigd teneinde de samenhang tussen de internationale standaarden voor jaarrekeningen te waarborgen;

  3. de in te voegen tekst is opgenomen in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 februari 2005.

Voor de Commissie

Charlie McCreevy

Lid van de Commissie

BIJLAGE

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org.uk.

BIJLAGE ADefinities

IFRS 2BIJLAGE BToepassingsleidraad

IFRS 2BIJLAGE CWijzigingen in andere IFRSs