Home

Verordening (EG) nr. 889/2005 van de Raad van 13 juni 2005 tot vaststelling van bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Republiek Congo en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1727/2003

Verordening (EG) nr. 889/2005 van de Raad van 13 juni 2005 tot vaststelling van bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Republiek Congo en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1727/2003

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60 en 301,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2005/440/GBVB van de Raad van 13 juni 2005 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Republiek Congo(1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2002/829/GBVB van de Raad van 21 oktober 2002 betreffende de levering van bepaalde uitrusting aan de Democratische Republiek Congo(2) is een embargo ingesteld op de levering van wapens en daarmee verband houdend materieel aan de Democratische Republiek Congo („DRC”).

  2. Op 28 juli 2003 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1493 (2003), hierna („UNSCR 1493 (2003)”) genoemd, aangenomen, waarbij een embargo wordt gelegd op de levering van wapens en daarmee verband houdend materieel alsook op het verstrekken van bijstand, advies of opleiding in verband met militaire activiteiten aan alle gewapende groeperingen en milities die actief zijn op het grondgebied van Noord- en Zuid-Kivu en van Ituri, en aan groeperingen die geen partij zijn bij de algemene en alomvattende overeenkomst, in de DRC.

  3. Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2003/680/GBVB is Gemeenschappelijk Standpunt 2002/829/GBVB aangepast aan de maatregelen die zijn vastgesteld bij UNSCR 1493 (2003). Sommige van deze maatregelen zijn op communautair niveau uitgevoerd door middel van Verordening (EG) nr. 1727/2003(3).

  4. Aangezien de illegale stroom van wapens binnen en naar de DRC aanhoudt, heeft de VN-Veiligheidsraad op 18 april 2005 krachtens hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties zijn goedkeuring gehecht aan Resolutie 1596 (2005), („UNSCR 1596 (2005)”), waarbij onder meer het bestaande wapenembargo wordt uitgebreid tot elke ontvanger op het grondgebied van de DRC. UNSCR 1596 (2005) voorziet in bepaalde afwijkingen van het embargo.

  5. Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2005/440/GBVB worden het embargo en het verbod op het verstrekken van daarmee verband houdende bijstand van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/829/GBVB bevestigd en wordt een aanvullende afwijking van het wapenembargo en van het verbod op het verstrekken van daarmee verband houdende bijstand vastgesteld met als doel de lijst van afwijkingen op één lijn te brengen met UNSCR 1596 (2005).

  6. Het verbod op het verstrekken van technische en financiële bijstand in verband met militaire activiteiten valt binnen de werkingssfeer van het Verdrag. Om concurrentievervalsing te voorkomen moeten communautaire maatregelen worden genomen om dat verbod toe te passen voorzover het de Gemeenschap betreft.

  7. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht het grondgebied te omvatten van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden.

  8. Om praktische redenen is het wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd de bijlage bij deze verordening te wijzigen.

  9. Om de doeltreffendheid van de in deze verordening vastgestelde maatregelen te garanderen dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden.

  10. Duidelijkheidshalve dient Verordening (EG) nr. 1727/2003 te worden vervangen door een nieuwe verordening die alle van toepassing zijnde bepalingen bevat betreffende het verbod op het verstrekken van technische en financiële bijstand in verband met militaire activiteiten in de DRC,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „technische bijstand”: elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis, vaardigheden of adviesdiensten, en omvat ook mondelinge vormen van bijstand;

  2. „sanctiecomité”: het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 8 van Resolutie 1533 (2004) van de Veiligheidsraad is ingesteld.

Artikel 2

Er geldt een verbod op:

  1. de verstrekking, verkoop, levering of overdracht van technische bijstand in verband met militaire activiteiten, direct of indirect, aan personen, organisaties of instanties in, of voor gebruik in de DRC;

  2. de verlening van financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en daarmee verband houdend materieel, of voor de verstrekking, verkoop, levering of overdracht van daarmee verband houdende technische bijstand en andere diensten, direct of indirect, aan personen, organisaties of instanties in, of voor gebruik in de DRC;

  3. de bewuste en opzettelijke deelname aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de onder a) en b) bedoelde transacties, direct of indirect, worden bevorderd.

Artikel 3

1.

In afwijking van artikel 2 mag de in de bijlage vermelde bevoegde instantie van de lidstaat waar de dienstverlener is gevestigd, de verlening toestaan van:

  1. technische bijstand, financiering of financiële bijstand in verband met wapens en aanverwant materieel die uitsluitend bestemd zijn voor ondersteuning van en gebruik door de Missie van de Verenigde Naties in de DRC (MONUC);

  2. technische bijstand, financiering of financiële bijstand in verband met wapens en aanverwant materieel die uitsluitend bestemd zijn voor ondersteuning van en gebruik door het leger en de politie van de DRC, op voorwaarde dat deze eenheden:

    1. hun integratieproces hebben voltooid, of

    2. handelen onder het bevel van de „état-major intégré” van de strijdkrachten, respectievelijk de nationale politie van de DRC, of

    3. zich aan het integreren zijn in het grondgebied van de DRC buiten de provincies Noord- en Zuid-Kivu en het Ituridistrict;

  3. technische bijstand, financiering en financiële bijstand in verband met niet-letale militaire uitrusting die uitsluitend bestemd is voor humanitair gebruik of beschermingsdoeleinden, op voorwaarde dat die bijstand of dienstverlening vooraf aan het sanctiecomité is gemeld.

2.

Er worden geen vergunningen afgegeven voor activiteiten die reeds hebben plaatsgevonden.

Artikel 4

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere hun beschikbare en voor deze verordening relevante informatie uit, met name betreffende inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

BIJLAGE