Bij deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de invoer van suikerproducten van de GN-codes 1701 en 1702, van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo, die vallen onder de in artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2007/2000 vastgestelde jaarlijkse tariefcontingenten zonder douanerechten.
Verordening (EG) nr. 1004/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de opening en de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor suikerproducten van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad
Verordening (EG) nr. 1004/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de opening en de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor suikerproducten van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2820/98 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1763/1999 en (EG) nr. 6/2000(1), en met name op artikel 6, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2007/2000 gelden voor de invoer van suikerproducten van de GN-codes 1701 en 1702, van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina en Servië, Montenegro en Kosovo(2), jaarlijkse tariefcontingenten zonder douanerechten. Deze contingenten moeten op een meerjarenbasis worden geopend en er moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor de toepassing ervan voor telkens op 1 juli ingaande perioden van 12 maanden.
Om met het oog op een rendabele ontwikkeling van de suikersector in de betrokken landen een tariefcontingent zonder douanerechten in te voeren en om rekening te houden met de relatief grote hoeveelheid die voor Servië en Montenegro en Kosovo is vastgesteld, moet het tariefcontingent voor dat land worden beheerd aan de hand van uitvoercertificaten die door de autoriteiten in dat land worden afgegeven. De vorm en de opmaak van deze certificaten, alsmede de procedures voor het gebruik ervan, moeten worden vastgesteld.
Met het oog op een efficiënt beheer van de preferentiële invoer die op grond van deze verordening plaatsvindt, moet ervoor worden gezorgd dat de lidstaten een boekhouding van de relevante gegevens kunnen bijhouden en die gegevens aan de Commissie kunnen meedelen.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de invoer van de in lid 1 bedoelde producten moeten invoercertificaten worden overgelegd waarop de volgende, aan de tariefcontingenten verbonden volgnummers zijn vermeld:
-
09.4324 voor het contingent van 1 000 ton (nettogewicht) suikerproducten van oorsprong uit Albanië;
-
09.4325 voor het contingent van 12 000 ton (nettogewicht) suikerproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina;
-
09.4326 voor het contingent van 180 000 ton (nettogewicht) suikerproducten van oorsprong uit Servië, Montenegro en Kosovo.
Artikel 2
Artikel 3
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
-
„invoerperiode”: een periode van één jaar die begint op 1 juli en eindigt op 30 juni van het volgende jaar;
-
„werkdag”: een werkdag in de kantoren van de Commissie te Brussel.
Artikel 4
De invoercertificaataanvraag wordt ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
De invoercertificaataanvraag gaat vergezeld van:
-
het bewijs dat de aanvrager een zekerheid van 2 EUR per 100 kilogram heeft gesteld;
-
bij invoer uit Servië, Montenegro en Kosovo, het origineel en een kopie van het volgens het model in bijlage I opgestelde uitvoercertificaat dat door de autoriteiten in Servië, Montenegro en Kosovo is afgegeven voor een hoeveelheid die gelijk is aan de hoeveelheid waarvoor het invoercertificaat is aangevraagd. Het origineel van het uitvoercertificaat wordt bewaard door de bevoegde autoriteit van de lidstaat.