Bij de onderhavige verordening worden voorschriften inzake het beheer van de visvergunningen overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en inzake de in de visvergunningen op te nemen minimuminformatie vastgesteld.
Verordening (EG) nr. 1281/2005 van de Commissie van 3 augustus 2005 betreffende het beheer van de visvergunningen en de minimuminformatie welke deze moeten bevatten
Verordening (EG) nr. 1281/2005 van de Commissie van 3 augustus 2005 betreffende het beheer van de visvergunningen en de minimuminformatie welke deze moeten bevatten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid(1), en met name op artikel 13, lid 3, en artikel 22, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
Om een homogene controle van de visserijactiviteiten te vergemakkelijken en te garanderen moeten op communautair niveau regels worden vastgesteld met betrekking tot de in een visvergunning op te nemen minimuminformatie, waaronder met name informatie over de vergunninghouder, het vaartuig, de vangstcapaciteit en het vistuig.
De visvergunning is een relevant instrument voor het beheer van de vloot, met name ten aanzien van de beperkingen van de capaciteit overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en Verordening (EG) nr. 639/2004 van de Raad van 30 maart 2004 betreffende het beheer van de in ultraperifere gebieden geregistreerde vissersvloten(2). De totale capaciteit van de vloot van een lidstaat zoals vermeld in de afgegeven vergunningen moet in overeenstemming zijn met die beperkingen en mag met name niet groter zijn dan de niveaus die voortvloeien uit de toepassing van Verordening (EG) nr. 1438/2003 van de Commissie van 12 augustus 2003 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk vlootbeleid als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad(3) en Verordening (EG) nr. 2104/2004 van de Commissie van 9 december 2004 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 639/2004 van de Raad betreffende het beheer van de in ultraperifere gebieden geregistreerde vissersvloten.
Gezien het belang van de visvergunning als instrument niet alleen voor het beheer van de vloot, maar ook voor de controle en de inspectie van de visserijactiviteiten, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de in de vergunning opgenomen informatie duidelijk en ondubbelzinnig is en te allen tijde met de werkelijke situatie overeenstemt.
Volgens artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de lidstaat de visvergunning intrekken om het mogelijk te maken dat het vaartuig met overheidssteun aan de vloot wordt onttrokken. In dat geval kan de capaciteit die met die vergunning overeenkomt, niet worden vervangen. Voor een vaartuig dat zonder overheidssteun aan de vloot wordt onttrokken, kunnen de capaciteit en de capaciteitsvergunning echter wel worden vervangen zolang de in de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vervatte bepalingen betreffende de referentieniveaus en de regeling voor toevoeging/onttrekking aan de vloot worden nageleefd.
De in de vergunning opgenomen informatie moet in overeenstemming zijn met de informatie in het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot.
De in de vergunning opgenomen informatie moet zijn opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen(4) en Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot(5).
Bij Verordening (EG) nr. 3690/93 van de Raad(6) is een communautair stelsel van regels voor de in visvergunningen op te nemen minimuminformatie ingevoerd. De onderhavige verordening moet worden toegepast met ingang van de datum waarop Verordening (EG) nr. 3690/93 wordt ingetrokken.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „visvergunning” verstaan een vergunning die de houder ervan het recht, zoals door nationale voorschriften beperkt, verleent om een bepaalde vangstcapaciteit te gebruiken voor de commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen.
Artikel 3 Exploitatie van aquatische hulpbronnen
Een communautair vissersvaartuig mag slechts voor de commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen worden gebruikt indien het een geldige visvergunning aan boord heeft.
Artikel 4 Verplichtingen van de lidstaten
De visvergunning wordt door de vlaggenlidstaat in overeenstemming met deze verordening afgegeven, beheerd en ingetrokken.