Overeenkomstig Besluit 2001/404/EG worden onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden tariefcontingenten geopend voor de invoer van knoflook van GN-code 0703 20 00 (hierna „knoflook” genoemd) in de Gemeenschap. De omvang van elk tariefcontingent, de periode waarvoor dit geldt en het volgnummer zijn vermeld in bijlage I bij deze verordening.
Verordening (EG) nr. 1870/2005 van de Commissie van 16 november 2005 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en houdende invoering van een stelsel van invoer- en oorsprongscertificaten voor uit derde landen ingevoerde knoflook
Verordening (EG) nr. 1870/2005 van de Commissie van 16 november 2005 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en houdende invoering van een stelsel van invoer- en oorsprongscertificaten voor uit derde landen ingevoerde knoflook
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 41, eerste alinea,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit(1), en met name op artikel 31, lid 2, en artikel 34, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Nadat de overeenkomstig artikel XXVIII van GATT 1994 gevoerde onderhandelingen waren afgerond, heeft de Gemeenschap de voorwaarden voor de invoer van knoflook gewijzigd. Sinds 1 juni 2001 bestaat het normale douanerecht bij invoer van knoflook van GN-code 0703 20 00 uit een ad-valoremrecht van 9,6 % en een specifiek bedrag van 1 200 EUR per nettoton. Bij een bij Besluit 2001/404/EG van de Raad(2) goedgekeurde overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Argentinië in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994, met het oog op de wijziging, wat knoflook betreft, van de concessies die zijn opgenomen in lijst CXL, gehecht aan de GATT-overeenkomst, is evenwel een contingent van 38 370 ton geopend (hierna het „GATT-contingent” genoemd) dat van het specifieke recht is vrijgesteld. De overeenkomst voorziet in de volgende verdeling van het contingent: 19 147 ton voor invoer uit Argentinië (volgnummers 09.4104 en 09.4099), 13 200 ton voor invoer uit China (volgnummers 09.4105 en 09.4100) en 6 023 ton voor invoer uit andere landen (volgnummers 09.4106 en 09.4102).
In het kader van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en bepaalde derde landen mag knoflook ook buiten het GATT-contingent tegen het normale recht of tegen preferentiële voorwaarden worden ingevoerd.
Knoflook is een belangrijk product van de sector groenten en fruit in de Europese Unie, met een jaarlijkse productie van ongeveer 250 000 ton. Ook de jaarlijkse invoer uit derde landen is aanzienlijk (van 60 000 tot 80 000 ton). De twee belangrijkste leverende derde landen zijn China (30 000 tot 40 000 ton per jaar) en Argentinië (ongeveer 15 000 ton per jaar).
De voorwaarden voor het beheer van deze contingenten zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 565/2002 van de Commissie van 2 april 2002 tot vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en invoering van een stelsel van oorsprongscertificaten, voor uit derde landen ingevoerde knoflook(3). In het licht van de met de toepassing van die verordening opgedane ervaring moeten sommige van de huidige voorwaarden worden gewijzigd om het stelsel te vereenvoudigen en te verduidelijken.
Aangezien voor niet-preferentiële invoer buiten het GATT-contingent een specifiek recht geldt, moet voor het beheer van het GATT-contingent een stelsel van invoercertificaten worden ingevoerd. Een dergelijk stelsel zou een nauwgezette controle op alle invoer van knoflook mogelijk moeten maken. De uitvoeringsbepalingen voor dat stelsel moeten een aanvulling of in voorkomend geval een afwijking vormen op die van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(4).
Teneinde alle invoer, met name gezien de recente fraudegevallen, zo nauwgezet mogelijk te controleren, is het voorts dienstig voor alle invoer van knoflook twee categorieën invoercertificaten in te voeren. De ervaring toont dat fraude doorgaans plaatsvindt bij de overlading van Chinese knoflook in derde landen die preferentiële handelsovereenkomsten hebben met de Europese Gemeenschap. Zo wordt knoflook met valse documenten in de EU binnengebracht.
De overschakeling van het ene systeem op het andere moet zo soepel mogelijk verlopen. Hiertoe is het dienstig een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 565/2002 over te nemen en het traditionele tijdschema voor de invoer te handhaven.
De invoer van knoflook moet worden gecontroleerd overeenkomstig artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(5).
De markt van de Gemeenschap moet verder in toereikende mate en tegen stabiele prijzen van knoflook worden voorzien, terwijl onnodige marktverstoringen in de vorm van hevige prijsschommelingen en nadelige gevolgen voor de communautaire producenten moeten worden voorkomen. Daartoe dient een sterkere concurrentie tussen importeurs te worden aangemoedigd en de administratieve last voor importeurs te worden beperkt.
Zowel in het belang van de bestaande importeurs, die normaliter aanzienlijke hoeveelheden knoflook invoeren, als van nieuwe importeurs die gaan opereren op de markt en die eveneens een eerlijke kans moeten hebben om invoercertificaten voor een hoeveelheid knoflook in het kader van de tariefcontingenten aan te vragen, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen traditionele importeurs en nieuwe importeurs. Het is dienstig deze twee categorieën importeurs duidelijk te definiëren en bepaalde criteria met betrekking tot de status van de aanvragers en het gebruik van de toegewezen invoercertificaten vast te stellen.
De aan deze categorieën importeurs toe te wijzen hoeveelheden dienen op basis van de daadwerkelijk ingevoerde hoeveelheden te worden vastgesteld en niet op basis van de afgegeven invoercertificaten.
Opdat importeurs uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna „de nieuwe lidstaten” genoemd) gebruik kunnen maken van deze verordening, dient voor de invoerseizoenen 2005/2006 en 2006/2007 een regeling te worden getroffen om te garanderen dat een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds traditionele importeurs en nieuwe importeurs in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 en anderzijds traditionele importeurs en nieuwe importeurs uit de nieuwe lidstaten.
Teneinde rekening te houden met de verschillende handelspatronen in de verschillende nieuwe lidstaten, moet de bevoegde autoriteiten van de nieuwe lidstaten de keuze worden gelaten tussen twee methoden voor de vaststelling van de referentiehoeveelheid van hun traditionele importeurs.
Voor de door importeurs van beide categorieën ingediende aanvragen voor invoercertificaten voor knoflook uit derde landen moeten bepaalde beperkingen gelden. Deze beperkingen zijn nodig om ervoor te zorgen dat importeurs met elkaar blijven concurreren, dat importeurs die een echte handelsactiviteit op de markt voor groenten en fruit uitoefenen, de kans krijgen om hun legitieme handelspositie ten opzichte van andere importeurs te verdedigen, en dat geen enkele importeur de markt kan beheersen.
Ter bescherming van de concurrentie tussen echte importeurs en ter voorkoming van speculatie bij de toewijzing van invoercertificaten of van misbruik van het systeem waardoor de legitieme handelspositie van nieuwe en traditionele importeurs in het gedrang zou komen, moeten strengere controles op het correcte gebruik van invoercertificaten worden ingevoerd. Hiertoe moet de overdracht van invoercertificaten worden verboden.
Om de administratieve last voor importeurs te verminderen en de fraudemogelijkheden te beperken, dient te worden bepaald dat aanvragen voor invoercertificaten slechts kunnen worden ingediend in de lidstaat waar de importeur is ingeschreven in een register.
Voorts zijn maatregelen nodig om speculatieve aanvragen voor invoercertificaten die ertoe kunnen leiden dat de tariefcontingenten niet volledig worden gebruikt, tot een minimum te beperken. Gezien de aard en de waarde van het betrokken product dient een zekerheid als bedoeld in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 te worden gesteld per ton knoflook waarvoor een aanvraag voor een invoercertificaat wordt ingediend. De zekerheid moet hoog genoeg zijn om speculatieve aanvragen te ontmoedigen, maar niet zo hoog dat marktdeelnemers met echte handelsactiviteiten met betrekking tot knoflook worden ontmoedigd. Als geschiktste objectieve hoogte van de zekerheid geldt een percentage van 5 % van het gemiddelde aanvullende douanerecht dat van toepassing is bij de invoer van knoflook van GN-code 0703 20 00.
Teneinde te garanderen dat het GATT-contingent naar behoren wordt beheerd, dienen de maatregelen te worden vastgesteld die de Commissie moet nemen wanneer de hoeveelheden knoflook van een bepaalde oorsprong of voor een bepaald kwartaal waarvoor invoercertificaten zijn aangevraagd, groter zijn dan de bij Besluit 2001/404/EG vastgestelde hoeveelheden, verhoogd met de niet-gebruikte hoeveelheden van eerder afgegeven invoercertificaten. Als een van deze maatregelen bestaat in de toepassing van een toewijzingscoëfficiënt bij de afgifte van de invoercertificaten, moeten aanvragen voor deze invoercertificaten kunnen worden ingetrokken met onmiddellijke vrijgave van de zekerheid.
Om te garanderen dat de contingenten naar behoren worden gebruikt, dienen de lidstaten de Commissie regelmatig in kennis te stellen van de hoeveelheden waarvoor door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten afgegeven invoercertificaten zijn ingediend die niet door de importeurs zijn gebruikt. Bij de bepaling van de hoeveelheden waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven, dient rekening te worden gehouden met de door importeurs ingetrokken aanvragen voor invoercertificaten.
Ten behoeve van het beheer van de tariefcontingenten voor knoflook moeten de importeurs bij de aanvragen voor invoercertificaten die zij bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat indienen, een verklaring voegen waarin zij zich ertoe verbinden de bij deze verordening vastgestelde beperkingen in acht te nemen. Om misbruik van het stelsel te voorkomen, moet worden voorzien in afschrikkende sancties en moet de lidstaten een zekere beoordelingsmarge worden gelaten voor het opleggen van aanvullende sancties bovenop die waarin deze verordening voorziet aan importeurs die valse, misleidende of onjuiste aanvragen of verklaringen indienen bij de bevoegde autoriteiten.
Om de controle te verscherpen en elke verlegging van het handelsverkeer op basis van onjuiste documenten te voorkomen, moet de bestaande oorsprongscertificaatregeling voor uit bepaalde derde landen in de Gemeenschap ingevoerde knoflook en de verplichting om die knoflook rechtstreeks van het land van oorsprong naar de Gemeenschap te vervoeren, worden gehandhaafd en moet de lijst van landen worden uitgebreid in het licht van aanvullende gegevens. Dergelijke oorsprongscertificaten worden door de bevoegde nationale autoriteiten afgegeven overeenkomstig de artikelen 56 tot en met 62 van Verordening (EEG) nr. 2454/93.
Alle op grond van deze verordening noodzakelijke mededelingen tussen de lidstaten en de Commissie dienen te worden gespecificeerd, met name ten behoeve van het beheer van de tariefcontingenten en de vaststelling van maatregelen tegen fraude en inzake markttoezicht.
Verordening (EG) nr. 565/2002, Verordening (EG) nr. 228/2004 van de Commissie van 3 februari 2004 houdende vaststelling van overgangsmaatregelen voor Verordening (EG) nr. 565/2002 in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije(6) en Verordening (EG) nr. 229/2004 van de Commissie van 10 februari 2004 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 565/2002 met betrekking tot de data voor het indienen van certificaataanvragen voor de invoer van knoflook voor het eerste kwartaal van de periode 2004/2005(7) moeten worden ingetrokken. Het is dienstig te bepalen dat deze verordening voor het eerst van toepassing is voor aanvragen voor invoercertificaten voor het eerste kwartaal van het invoerseizoen 2006/2007. Aangezien er momenteel geen specifieke voorschriften gelden voor invoeractiviteiten die onder de bepalingen betreffende B-certificaten van de onderhavige verordening vallen, en teneinde efficiëntere controles te garanderen, moeten de bepalingen betreffende B-certificaten evenwel zo snel mogelijk van toepassing zijn.
Voor de invoer van knoflook na de inwerkingtreding van deze verordening in het kader van invoercertificaten die zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 565/2002 of andere verordeningen houdende opening en wijze van beheer van autonome tariefcontingenten voor knoflook, blijven de op het moment van de afgifte van deze invoercertificaten geldende bepalingen van toepassing.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Opening van de tariefcontingenten en toe te passen douanerechten
Het ad-valoremrecht voor de invoer van knoflook in het kader van de in lid 1 bedoelde contingenten bedraagt 9,6 %.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
„invoerseizoen”: de periode van 1 juni tot en met 31 mei van het daaropvolgende jaar;
-
„de nieuwe lidstaten”: Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije;
-
„andere landen”: andere derde landen dan Argentinië en China;
-
„bevoegde autoriteiten”: de instantie of instanties die de lidstaat voor de tenuitvoerlegging van deze verordening heeft aangewezen;
-
„referentiehoeveelheid”: de hoeveelheid door een traditionele importeur in de zin van artikel 3 ingevoerde knoflook, vastgesteld als volgt:
-
voor traditionele importeurs die tussen 1998 en 2000 knoflook in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 hebben ingevoerd, de maximumhoeveelheid knoflook die zij in een van de kalenderjaren 1998, 1999 en 2000 hebben ingevoerd;
-
voor traditionele importeurs die knoflook in de nieuwe lidstaten hebben ingevoerd tussen 2001 en 2003, de maximumhoeveelheid knoflook die zij hebben ingevoerd in
-
hetzij de kalenderjaren 2001, 2002 of 2003,
-
hetzij de invoerseizoenen 2001/2002, 2002/2003 of 2003/2004;
-
-
voor traditionele importeurs die niet onder a) of b) vallen, de maximumhoeveelheid knoflook die zij hebben ingevoerd in de eerste drie invoerseizoenen waarin zij invoercertificaten hebben ontvangen op grond van Verordening (EG) nr. 565/2002 of de onderhavige verordening.
-
Knoflook van oorsprong uit de nieuwe lidstaten of de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de referentiehoeveelheid.
De nieuwe lidstaten kiezen één van de twee onder b) vermelde methoden en passen deze toe voor alle traditionele importeurs op grond van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling tussen marktdeelnemers wordt gegarandeerd.
Artikel 3 Categorieën importeurs
Onder „traditionele importeurs” wordt verstaan natuurlijke of rechtspersonen, individuele marktdeelnemers of volgens het nationale recht opgerichte groeperingen van marktdeelnemers, die kunnen bewijzen dat:
-
zij in elk van de drie voorgaande invoerseizoenen invoercertificaten hebben ontvangen op grond van Verordening (EG) nr. 565/2002 of de onderhavige verordening;
-
zij in ten minste twee van de drie voorgaande invoerseizoenen knoflook in de Gemeenschap hebben ingevoerd en
-
zij in het aan hun aanvraag voorafgaande invoerseizoen ten minste 50 ton groenten en fruit als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 in de Gemeenschap hebben ingevoerd.
Onder „nieuwe importeurs” wordt verstaan natuurlijke of rechtspersonen, individuele marktdeelnemers of volgens het nationale recht opgerichte groeperingen van marktdeelnemers, andere dan de in lid 1 bedoelde importeurs, die in elk van de twee voorgaande kalenderjaren ten minste 50 ton groenten en fruit als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 in de Gemeenschap hebben ingevoerd. Dat aan deze voorwaarde is voldaan, moet worden aangetoond door middel van de inschrijving in een handelsregister van de lidstaat of enig ander door de lidstaat aanvaard bewijs, en het bewijs van invoer.
In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 wordt voor het invoerseizoen van 1 juni 2006 tot en met 31 mei 2007 en uitsluitend in de nieuwe lidstaten:
-
onder „traditionele importeurs” verstaan natuurlijke of rechtspersonen, individuele marktdeelnemers of volgens het nationale recht opgerichte groeperingen van marktdeelnemers, die kunnen bewijzen dat:
-
zij in ten minste twee van de voorgaande drie invoerseizoenen knoflook hebben ingevoerd uit andere landen van oorsprong dan de nieuwe lidstaten of de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004;
-
zij in het voorgaande kalenderjaar ten minste 50 ton groenten en fruit als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 hebben ingevoerd en
-
de onder i) en ii) bedoelde invoer heeft plaatsgevonden in de nieuwe lidstaat waar het hoofdkantoor van de betrokken importeur gelegen is;
-
-
onder „nieuwe importeurs” verstaan andere dan onder a) bedoelde traditionele importeurs of handelaren, natuurlijke of rechtspersonen, individuele marktdeelnemers of volgens het nationale recht opgerichte groeperingen van marktdeelnemers, die kunnen bewijzen dat:
-
zij in elk van de voorgaande twee kalenderjaren ten minste 50 ton groenten en fruit als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 uit andere landen van oorsprong dan de nieuwe lidstaten of de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 hebben ingevoerd en
-
de onder i) bedoelde invoer heeft plaatsgevonden in de nieuwe lidstaat waar het hoofdkantoor van de betrokken importeur gelegen is.
-
Artikel 4 Overlegging van invoercertificaten
Ingevoerde knoflook mag in de Gemeenschap slechts in het vrije verkeer worden gebracht na overlegging van een overeenkomstig deze verordening afgegeven invoercertificaat.
Knoflook mag in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde tariefcontingenten slechts in het vrije verkeer worden gebracht wanneer vak 24 van het betrokken invoercertificaat één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen bevat.
Deze invoercertificaten worden hierna „A-certificaten” genoemd. Andere invoercertificaten worden hierna „B-certificaten” genoemd.