Home

2006/819/EG: Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2006 over de afsluiting van de rekeningen betreffende de uitvoering van de begroting van het 6e, 7e, 8e en 9e Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2004

2006/819/EG: Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2006 over de afsluiting van de rekeningen betreffende de uitvoering van de begroting van het 6e, 7e, 8e en 9e Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2004

[Tekst geldig vanaf 27-04-2006] [Regeling ingetrokken per 01-01-2005]

6.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 340/56


RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het 6e, 7e, 8e en 9e Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2004

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien het verslag van de Commissie betreffende de follow-up van de kwijtingsbesluiten 2003 (COM(2005)0449),

gezien de mededeling van de Commissie over de balansen en resultatenrekeningen van het 6de, 7de, 8ste en 9de Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2004 (COM(2005)0485 — C6-0430/2005),

gezien de mededeling van de Commissie over het verslag over het financieel beheer van het 6de, 7de, 8ste en 9de Europees Ontwikkelingsfondsvoor het jaar 2004 (COM(2005)0307),

gezien het Jaarverslag van de Rekenkamer over de activiteiten gefinancierd uit het 6de, 7de, 8ste en 9de Europees Ontwikkelingsfonds betreffende het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van de instellingen (1),

gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag (2),

gezien het speciale verslag nr. 2/2005 van de Rekenkamer over de begrotingssteun uit het EOF aan de ACS-staten: het beheer door de Commissie van het onderdeel „hervorming van de overheidsfinanciën”, vergezeld van de antwoorden van de Commissie (overgelegd krachtens artikel 248, lid 4, tweede alinea, van het EG-Verdrag) (3),

gezien het verslag 2005 van de Verenigde Naties over de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (4),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 1 maart 2001 over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap (5),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2005 over de werkzaamheden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU in 2004 (6),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 juni 2005 over de beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013 (7),

onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 november 2005 over een ontwikkelingsstrategie voor Afrika (8),

gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2004 van de Dienst voor samenwerking EuropeAid,

gezien de mededeling van de Commissie over het jaarverslag 2005 over het communautaire ontwikkelingsbeleid en de implementatie van buitenlandse hulp in 2004 (COM(2005)0292),

gezien de aanbevelingen van de Raad van 22 februari 2006 (5677/2006 — C6-0094/2006, 5679/2006 — C6-0095/2006, 5680/2006 — C6-0096/2006, 5681/2006 — C6-0097/2006),

gezien de op 23 juni 2000 te Cotonou, Benin ondertekende partnerschapsovereenkomst (Overeenkomst van Cotonou) tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds (9),

gelet op artikel 33 van het Intern Akkoord van 20 december 1995 tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het tweede financieel protocol van de vierde ACS-EG-Overeenkomst (10),

gelet op artikel 32 van het Intern Akkoord van 18 september 2000 tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de overeenkomst van Cotonou, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn (11),

gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 74 van het Financieel Reglement van 16 juni 1998 van toepassing op de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering in het kader van de vierde ACS-EG-Overeenkomst (12),

gelet op artikelen 119 en 120 van het Financieel Reglement van 27 maart 2003 van toepassing op het 9de Europees Ontwikkelingsfonds (13),

gelet op artikel 70, artikel 71, derde streepje, en bijlage V van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A6-0110/2006),

A.

overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 119 van het Financieel Reglement van 27 maart 2003 van toepassing op het 9de EOF alles in het werk moet stellen om gevolg te geven aan de opmerkingen waarvan het kwijtingsbesluit vergezeld gaat en op verzoek van het Parlement verslag moet uitbrengen over de maatregelen die naar aanleiding van deze opmerkingen zijn genomen,

B.

overwegende dat met de hervorming van het beheer van de externe bijstand van de Gemeenschap een begin is gemaakt in mei 2000 (14), en met de hervorming van het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap in november 2000 (15),

C.

overwegende dat de overeenkomst van Cotonou op 1 april 2003 in werking is getreden,

Het EOF en de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD's),

1.

is van mening dat het ontwikkelingsbeleid een essentieel element vormt van het externe optreden van de Unie dat tot doel heeft de armoede uit te bannen door sociale en economische hervormingen, en door de sociale, onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen te verbeteren, de productiecapaciteit van de arme bevolking te verhogen, een duurzame ontwikkeling te waarborgen en de betrokken landen te steunen zodat zij de groei en plaatselijke potentiële mogelijkheden kunnen stimuleren; stelt met voldoening vast dat de Commissie op deze weg, namelijk het halen van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD's), verder gaat;

2.

is van mening dat het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) een belangrijk instrument vormt om dit beleid in de Staten van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Zuidzee (ACS-landen) ten uitvoer te leggen en dat de doeltreffendheid ervan moet worden versterkt door meer aandacht te besteden aan acties ter uitbanning van de armoede en door een snellere uitvoering, tezamen met meer transparantie, meer verantwoording en eerbiediging van de beginselen van goed financieel beheer;

3.

is zich bewust van de problemen om de impact van de steun van de Gemeenschap op het halen van de MOD's in een omgeving met meerdere donoren te meten; roept de Commissie op zich meer in te spannen om een behoorlijk mechanisme in te voeren om deze impact te meten en zich er niet toe te beperken de vorderingen van de ontwikkelingslanden in de richting van de MOD's te meten;

4.

is het eens met de Rekenkamer (16) dat er behoefte is aan objectieve, bruikbare en uitgebreide indicatoren om de doeltreffendheid van hulp te meten; vertrouwt erop dat hierin voor de periode 2007-2013 zal worden voorzien;

5.

wijst erop dat in 2004 op een totale financiering door EuropeAid voor de ACS-landen (EOF en algemene begroting van de Unie) van 2 723 miljoen EUR, 41 % (1 129 miljoen EUR) bestemd was voor sociale infrastructuur en diensten; betreurt evenwel dat slechts 12 miljoen EUR (0,4 %) bestemd was voor basisonderwijs en 74 miljoen EUR (2,7 %) voor basisgezondheidszorg, ondanks de aanbeveling in paragraaf 6 van haar vorige resolutie over de kwijting (17); verzoekt de Commissie met klem de middelen voor deze sectoren te verhogen en wenst dat het percentage van de uitgaven van de Europese Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking dat aan het basisonderwijs en de basisgezondheidszorg in de ontwikkelingslanden wordt besteed, aanzienlijk wordt opgetrokken;

6.

staat erop dat er tijdens de volgende ronde van de nationale strategiedocumenten meer prioriteit wordt gegeven aan de belangrijkste MOD-gebieden, zoals gezondheid en onderwijs;

7.

juicht de aanwijzing van begrotingssteun per sector (18) toe als middel om de financiering voor onderwijs en gezondheid op te trekken; is van mening dat deze optie doeltreffender is dan algemene begrotingssteun, zelfs als deze aan de vorderingen in deze sectoren wordt gekoppeld;

8.

steunt de inspanningen van de Commissie om de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou in de praktijk te brengen; wijst er echter op dat de Commissie de eerlijke handel onvoldoende heeft bevorderd, terwijl dit in artikel 23, letter g) van de Overeenkomst wordt voorgeschreven; roept de Commissie op alle bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou na te leven, met name ook artikel 23, letter g) betreffende de ontwikkeling van de handel, inclusief de bevordering van eerlijke handel;

9.

is van mening dat de waarden van democratisering, goed bestuur, mensenrechten, gelijkheid van kansen, in het bijzonder de eerbiediging van de rechten van de vrouw, de versterking van de rechtsstaat en de ontwikkeling van doeltreffende bevoegdheden van de gerechtelijke en civiele administratie niet alleen belangrijke waarden zijn door hun aard zelf, die moeten worden nagestreefd als doelstellingen van de externe bijstand, maar ook gunstige effecten kunnen hebben op het goede beheer van projecten voor externe bijstand;

Rekeningen

10.

is bezorgd over het feit dat de modernisering van de EOF-rekeningen niet binnen de vastgestelde termijn klaar is en dat voor de boekhouding voorlopig nog van het bestaande OLAS-systeem (On-line Accounting System) gebruik wordt gemaakt; wil om de zes maanden op de hoogte worden gehouden van de vorderingen op het gebied van de modernisering van het nieuwe geïntegreerde IT-systeem (ABAC-FED) en van de tenuitvoerlegging ervan op de zetel en bij de delegaties;

11.

wijst erop dat, hoewel de EOF-middelen die door de Europese Investeringsbank (EIB) worden beheerd, in het kader van de kwijtingsprocedure niet door de Rekenkamer worden geëvalueerd noch door het Parlement worden gecontroleerd, maar dat deze wel in de EOF-rekeningen worden opgenomen; is van oordeel dat de overdracht van inlichtingen betreffende deze middelen (bedragen per soorten bestemming; overzicht van de resultaten) aan de kwijtingsautoriteit die bevoegd is om kwijting te geven voor de boekhouding van het EOF de transparantie zou kunnen vergroten; nodigt de EIB en de Commissie uit om deze inlichtingen te verstrekken en deze duidelijk in hun verslagen over het EOF aan te geven;

Betrouwbaarheidsverklaring

12.

onderstreept dat, met uitzondering van problemen met betrekking tot het onderstaande, de Rekenkamer (19) van oordeel is dat de rekeningen een getrouw beeld geven van de inkomsten en uitgaven betreffende het 6de, 7de, 8ste en 9de EOF:

a)

het onvolledige karakter van de activa, voor zover de Commissie niet voldoende heeft onderzocht welk gedeelte van de voorschotten dat nog moet worden geregulariseerd, nog door de schuldenaren aan het EOF moet worden terugbetaald;

b)

het onvolledige karakter van de provisies voor twijfelachtige vorderingen, die geen getrouw beeld van het werkelijk bedrag van de oninbare vorderingen geven;

c)

het feit dat het saldo van de Stabex-middelen die in een gezamenlijk verslag over de financiële toestanden staan (832 miljoen EUR), niet betrouwbaar is;

13.

merkt op dat, volgens het jaarverslag van de Rekenkamer, het activiteitenverslag van de directeur-generaal van EuropeAid geen belangrijke tekorten vermeldt die invloed hebben op de interne controle; benadrukt dat deze tekorten met name de ontoereikendheid van de audits en de follow-up betreffen en dat de tekorten die het beheer van de nationale ordonnateurs beïnvloeden een grotere werklast voor de delegaties met zich meebrengen; verzoekt de Commissie de nodige maatregelen te nemen en hierover verslag uit te brengen;

14.

wijst erop dat de Rekenkamer wat de onderliggende verrichtingen betreft van oordeel is dat de in de rekeningen opgenomen ontvangsten, de aan de EOF's toegewezen bedragen en de verplichtingen en betalingen van het begrotingsjaar over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn;

15.

herinnert eraan dat de Rekenkamer in haar jaarverslag onderstreept dat de onregelmatigheden waarover beraadslaagd is en de corruptie die buiten de controleomgeving van de Commissie is gepleegd, wegens hun aard zelf niet systematisch worden opgespoord door de toepassing van het auditbeleid en de auditnormen van de Rekenkamer; is van mening dat de Commissie er dus, in al haar acties betreffende externe bijstand, op moet toezien:

dat haar controleomgeving wordt beschermd, uitgebreid, versterkt of doeltreffender wordt gemaakt,

dat de bescherming van mensen die fraude, onregelmatigheden en wanbeheer aanklagen wordt verzekerd, zowel binnen de diensten van de Commissie en haar tussenpersonen als bij de nationale ordonnateurs en begunstigde instellingen, met inachtneming van zijn aanbeveling in paragraaf 9 hierboven;

Verslag over het financieel beheer

16.

is verheugd over de kwantiteit en kwaliteit van de informatie in het verslag over het financieel beheer; verzoekt de Commissie dit verslag naar het voorbeeld van de Rekenkamer in de toekomst verder te verbeteren, met name om de bedragen voor projecten, begrotingssteun en niet-programmeerbare steun in het kader van het 9de EOF te kunnen vergelijken met deze in het kader van eerdere EOF's en om een overzicht van de administratieve kosten van de EOF's mogelijk te maken;

17.

juicht toe dat het gemiddeld aantal personeelsleden per beheerd segment van 10 miljoen EUR van 4,1 in 1999 tot 4,8 in 2004 is gestegen; betreurt dat dit cijfer ver onder het gemiddelde voor Europese donoren blijft en nu aan het dalen is;

Verantwoording

18.

wijst erop dat, terwijl het Commissielid voor ontwikkeling en humanitaire hulp bevoegd is voor het EOF-beleid en voor de specifieke kwesties van de bijbehorende projecten en programma's beheerd door EuropeAid, het Commissielid voor buitenlandse betrekkingen en Europees nabuurschapsbeleid bevoegd is voor alle algemene beleids- en beheerskwesties betreffende de werking van EuropeAid dat instaat voor de uitvoering van het EOF; blijft bezorgd over het gebrek aan duidelijkheid op het gebied van de verantwoordelijkheid, wat tot dubbelzinnigheden en verslechterd functioneren kan leiden; nodigt de Commissie uit de verantwoordelijkheden betreffende het EOF en de externe bijstand duidelijker af te bakenen;

Uitvoering en nog af te wikkelen vastleggingen (RAL)

19.

wijst erop dat EuropeAid voor eind 2004 melding maakt van een RAL van 9 776 miljoen EUR voor het EOF en van 11 607 miljoen EUR voor de begrotingslijnen die het beheert; is van mening dat dit veel te veel is en verzoekt de Commissie met klem de uitvoering van de externe bijstand te versnellen;

20.

wijst erop dat een snellere uitvoering uiteraard wenselijk is, maar dat dit op zich niet volstaat om te concluderen dat de prestaties van het EOF zijn verbeterd en dat het dus ook noodzakelijk is de doelstellingen beter te verwezenlijken; stelt vast dat het verslag over het financieel beheer de doelstellingen en de resultaten met elkaar vergelijkt, maar verzoekt de Commissie meer inspanningen te leveren om overeenkomstig het Financieel Reglement meetbare doelstellingen vast te stellen;

21.

nodigt de Commissie uit de haalbaarheid van de administratieve, wetgevende, technische en andere maatregelen te bestuderen om bij te dragen tot een betere beheersing en vermindering van de RAL op de gebieden van externe bijstand, voordat verdere verhogingen worden gepland, en hierover verslag uit te brengen;

Begrotingssteun aan de ACS-landen

22.

wijst op de steeds grotere omvang van de begrotingssteun, met een bedrag van 624 miljoen EUR in 2004 in 23 ACS-landen; erkent dat begrotingssteun doeltreffend kan bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen om de armoede terug te dringen en het beheer van de overheidsmiddelen van de ontvangende landen te verbeteren door hen meer het gevoel te geven dat ze een eigen inbreng hebben; verzoekt de Commissie met klem haar instrumenten te verbeteren voor de evaluatie van economische hervormingen en de kwaliteit van het beheer van de overheidsfinanciën, die voorwaarden zijn om in aanmerking te komen voor begrotingssteun krachtens artikel 61, lid 2 van de Overeenkomst van Cotonou (20);

23.

steunt de inspanningen die de Commissie zich getroost om de benodigde instrumenten voor de follow-up en de evaluatie van de vooruitgang die bij de hervorming van de overheidsfinanciën in de begunstigde landen is geboekt, toe te passen en te verbeteren; verwacht dat de financieringsbeslissingen en -overeenkomsten, evenals het gebruik van gepaste hulpmiddelen, om de tenuitvoerlegging van de hervormingen te volgen, voortaan op meer gestructureerde wijze worden voorgesteld, teneinde duidelijk te maken dat de hervorming van de overheidsfinanciën van de begunstigde landen de goede richting uitgaat;

24.

verwacht van de Commissie dat zij bijzondere aandacht besteedt aan de perceptie van de binnenlandse ontvangsten en aan de strijd tegen fraude en corruptie in de ontvangende landen, en dat zij nieuwe inspanningen toestaat om terdege rekening te houden met deze problemen in het kader van de tenuitvoerlegging van de overheidsfinanciën;

25.

roept de Commissie op om haar relaties op plaatselijk niveau met de andere donoren, met name de inlichtingen betreffende de toekenning en de overmaking van de begrotingssteun, zoveel mogelijk te verbeteren, teneinde de actie te verbeteren bij het ontwerp, bij de planning en bijgevolg bij de evaluatie van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de hervormingen van de overheidsfinanciën;

26.

moedigt de Commissie aan haar samenwerking met de hoogste controleorganen te versterken en systematischer te maken en om de regeringen van de begunstigde landen zoveel mogelijk uit te nodigen een meer actieve parlementaire deelname aan de controle en het proces van hervorming van de overheidsfinanciën te verzekeren;

Hoogste controleorganen

27.

herhaalt het standpunt van het Parlement, de Raad en de Rekenkamer dat het van belang is de hoogste controleorganen van de ACS-landen bij de EOF-controle (21) te betrekken;

28.

wijst erop dat de Commissie verschillende manieren overweegt om de rol van de hoogste controleorganen van de ACS-landen te steunen en te bevorderen; dringt erop aan dat er tijdig, vóór de volgende kwijtingsronde, een beoordeling van de verschillende opties beschikbaar is;

Opneming van het EOF in de begroting

29.

is van oordeel dat de opneming van het EOF in de algemene begroting veel complicaties en problemen bij de uitvoering van de opeenvolgende EOF's zou oplossen, de besteding van de middelen zou helpen versnellen en het huidige democratische deficit zou wegnemen;

30.

herinnert aan zijn reeds aangehaalde resolutie van 8 juni 2005 waarin het heeft verklaard:

„Europees Ontwikkelingsfonds (EOF):

herinnert eraan dat, op basis van het principe van de eenheid van de begroting en omwille van de transparantie, het zich resoluut heeft uitgesproken voor de opneming van het EOF in de algemene begroting, maar merkt op dat de opneming, op financieel vlak, andere beleidslijnen niet in gevaar zou kunnen brengen; onderstreept derhalve dat de opneming van het EOF in de begroting alleen aanvaardbaar is als het algemeen plafond van het financieel kader nieuwe middelen in de algemene begroting inbrengt; onderstreept dat de in de begroting opgenomen kredieten vooraf moeten worden toegewezen, teneinde te vermijden dat de ACS-landen daaronder lijden; onderstreept dat de opneming van het EOF in de algemene begroting moet plaatsvinden met eerbiediging van het principe van partnerschap met de ACS-landen”;

31.

betreurt het feit dat de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 december 2005 de opneming van het EOF in de begroting niet in aanmerking heeft genomen, maar stelt met voldoening vast dat de lidstaten zijn overeengekomen om voor de samenwerking met de ACS-landen voor de periode 2008-2013 een bedrag van 22 682 miljoen EUR (lopende prijs) toe te wijzen; nodigt de Raad en de Commissie niettemin uit om de opneming van dit EOF in de algemene begroting verder te zetten; wacht op het definitieve besluit over de financiële vooruitzichten 2007-2013 na afloop van het akkoord tussen het Parlement en de Raad over het nieuw interinstitutioneel akkoord;

Decentralisatie van het beheer van hulp en steun

32.

steunt de decentralisering van de Commissie van hulpmiddelen en beslissingsbevoegdheden naar de delegaties van de Commissie; verwacht dat deze nieuwe organisatiestructuur het mogelijk zal maken de vastleggingen en de betalingen nog sneller uit te voeren en de follow-up van de projecten te verbeteren;

33.

wijst op de risico's van het decentralisatieproces van de delegaties van de Commissie in de ACS-landen, zoals de problemen om geschikt personeel te vinden en de mogelijkheid dat de diverse delegaties van de Commissie de regels anders interpreteren; benadrukt dat het noodzakelijk is de regels te verbeteren en een evenwicht te vinden tussen betere controlemechanismen en noodzakelijke rapportering enerzijds en doeltreffende en snelle besluitvorming waarbij de belangrijkste besluiten betreffende projecten door de delegaties worden genomen anderzijds;

34.

stelt met voldoening vast dat vrijwel alle delegaties gedecentraliseerd zijn; wil dat wordt bevestigd dat de decentralisatie van de middelen en beslissingsbevoegdheden naar de delegaties gepaard gaat met de opleiding van het personeel en met gepaste controles; verzoekt om een verslag over de stand van zaken van het decentralisatieproces, met een beschrijving van de verwachte voordelen door middel van kwantificeerbare indicatoren, de tot nu toe behaalde voordelen, de controlestructuren die binnen de delegaties worden gebruikt en de stand van zaken van de toepassing van de normen van interne controle;

Stabex-middelen

35.

merkt op dat de Commissie klaar is met de inventarisatie van de Stabex-middelen in 2004; daaruit blijkt dat sommige ACS-landen niet de vereiste financiële overzichten overleggen, met als gevolg dat een onbepaald gedeelte van het aangegeven banksaldo van 832 miljoen EUR door de Commissie niet met betrouwbare documenten werd gestaafd; herhaalt zijn vorig jaar aan de Commissie gestelde eis om met de begunstigde landen te werken aan de verbetering van de controles en erop toe te zien dat de resterende middelen zo snel mogelijk worden vastgelegd;

Normen van interne controle

36.

verwelkomt de inspanningen van de Commissie op het gebied van interne controle; is evenwel bezorgd over het feit dat de Commissie alleen de letter van bepaalde controlenormen respecteert; nodigt de Commissie uit verslag uit te brengen over de normen van interne controle;

Zichtbaarheid en transparantie

37.

roept de Commissie dringend op om in het belang van een grotere transparantie en betere informatie over de betrouwbaarheid en het beheer van het 6de, 7de, 8ste en 9de EOF duidelijkheid te verschaffen over haar reactie op het verzoek om meer uitleg over een aantal kernzaken, dat de Rekenkamer heeft gedaan in hoofdstuk 1, paragraaf 8(a) van zijn jaarverslag met betrekking tot de verhoging van de aan het negende EOF toegewezen middelen, onder specifieke verwijzing naar het punt met betrekking tot de hulp aan de Democratische Republiek Congo;

38.

erkent dat de Commissie vooruitgang heeft geboekt om een betere zichtbaarheid van de communautaire acties op het gebied van externe bijstand te verzekeren en moedigt haar aan om haar inspanningen voort te zetten; betreurt het niettemin dat voor veel projecten en programma's die samen met de instellingen van de Verenigde Naties en met andere organisaties worden uitgevoerd, de belangrijke deelname van de Europese Unie niet zichtbaar is voor de bevolking; verzoekt de Commissie er bij deze organisaties op aan te dringen:

een goede zichtbaarheid voor de bevolking van de bijdragen en de deelname van de EU te verzekeren,

bepalingen te voorzien die het mogelijk maken op een voldoende hoog niveau evaluatie-, audit- en controleacties te ondernemen, ook voor de projecten en programma's die samen met of door tussenkomst van genoemde internationale organisaties of NGO's worden uitgevoerd.


(1)  PB C 301 van 30.11.2005, blz. 249.

(2)  PB C 301 van 30.11.2005, blz. 261.

(3)  PB C 249 van 7.10.2005, blz. 1.

(4)  Verslag gepubliceerd door de afdeling informatie van de VN, DPI/2390 - mei 2005,

http://millenniumindicators.un.org.

(5)  PB C 277 van 1.10.2001, blz. 130.

(6)  PB C 320 E van 15.12.2005, blz. 142.

(7)  Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0224.

(8)  Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0445.

(9)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(10)  PB L 156 van 29.5.1998, blz. 108.

(11)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 355.

(12)  PB L 191 van 7.7.1998, blz. 53.

(13)  PB L 83 van 1.4.2003, blz. 1.

(14)  Zie de mededeling van de Commissie over de hervorming van het beheer van de externe bijstand, door de Commissie op 16 mei 2000 aangenomen.

(15)  Zie de verklaring van de Raad en de Commissie over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Gemeenschap, door de Raad algemene zaken (ontwikkeling) op 10 november 2000 aangenomen.

(16)  Speciaal verslag nr. 4/2005, paragraaf 63.

(17)  PB L 196 van 27.7.2005, blz. 155.

(18)  Antwoord op vraag 1.4 van vragenlijst Commissie ontwikkelingssamenwerking.

(19)  Rekenkamer, jaarverslag betreffende het begrotingsjaar 2004, blz. 261.

(20)  

„Rechtstreekse begrotingssteun ter ondersteuning van macro-economische of sectorale hervormingen wordt verleend indien:

a)

het beheer van de overheidsuitgaven op transparante, verantwoordelijke en doeltreffende wijze geschiedt;

b)

een goed uitgewerkt sectoraal of macro-economisch beleid door het land zelf is ingesteld en door de belangrijkste donoren is goedgekeurd, en

c)

overheidsopdrachten op open en transparante wijze worden gegund.”

(21)  Zie de paragrafen 21-24 van de resolutie met opmerkingen bij de besluiten waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor het financieel beheer van het 6de, 7de, 8ste en 9de Europees Ontwikkelingsfonds het begrotingsjaar 2002 (PB L 330 van 4.11.2004, blz. 128).