De bijlagen II tot en met VII bij Richtlijn 98/57/EG worden vervangen door de overeenkomstige teksten in de bijlage bij deze richtlijn.
Richtlijn 2006/63/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot wijziging van de bijlagen II tot en met VII bij Richtlijn 98/57/EG van de Raad betreffende de bestrijding van Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al.
Richtlijn 2006/63/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot wijziging van de bijlagen II tot en met VII bij Richtlijn 98/57/EG van de Raad betreffende de bestrijding van Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al.
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 98/57/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de bestrijding van Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al.(1), en met name op artikel 11,
Overwegende hetgeen volgt:
Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al., het pathogene agens van bruinrot bij aardappelen en tomaten (hierna „het organisme” genoemd), is een van de belangrijke schadelijke organismen voor deze gewassen.
Het organisme komt nog in bepaalde delen van de Gemeenschap voor.
Bij Richtlijn 98/57/EG zijn uitvoerige maatregelen vastgesteld die in de lidstaten moeten worden genomen om het organisme te lokaliseren en de verspreiding ervan te bepalen, het optreden en de verspreiding ervan te voorkomen en, waar het wordt aangetroffen, verspreiding ervan te voorkomen en het te bestrijden met het oog op uitroeiing.
Sindsdien zijn het inzicht in de biologie van het organisme en de detectie- en identificatiemethoden aanzienlijk verbeterd. Verder moeten diverse technische bepalingen betreffende de bestrijdingsmaatregelen opnieuw worden bezien naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk.
In verband met deze ontwikkelingen moeten de maatregelen in bepaalde bijlagen bij Richtlijn 98/57/EG worden herzien en bijgewerkt.
Wat de detectie- en identificatiemethoden betreft, worden de FISH-test (fluorescentie-in-situ-hybridisatie), een moderne detectiemethode, verbeteringen aan de PCR-test (polymerasekettingreactie) en aan diverse technische onderdelen van de huidige detectie- en identificatiemethode, en methoden ter detectie en identificatie van het organisme in andere waardplanten dan aardappel en in water en grond in de richtlijn opgenomen.
Ten aanzien van de technische aspecten van de bestrijdingsmaatregelen worden betere bepalingen vastgesteld voor de wijze van bewaring van de geteste monsters met het oog op de traceerbaarheid, de elementen die nodig zijn om de omvang van de waarschijnlijke besmetting te bepalen, de gegevens van de kennisgeving van de bevestigde aanwezigheid van het organisme en van de besmette zone, alsmede de maatregelen die in besmet verklaarde productieplaatsen en in de afgebakende zones moeten worden genomen. Daarnaast worden enkele bepalingen opgenomen voor tomaten om meer recht te doen aan het belang van deze plant als waard voor het organisme.
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
De lidstaten dienen uiterlijk op 31 maart 2007 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 april 2007.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
De lidstaten delen de Commissie onmiddellijk de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallend gebied vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.