Bij deze verordening worden specifieke maatregelen op landbouwgebied vastgesteld die de gevolgen moeten ondervangen van het afgelegen, insulaire en ultraperifere karakter, de kleine oppervlakte, het reliëf en het moeilijke klimaat, en de afhankelijkheid van een klein aantal producten van de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag genoemde gebieden van de Unie, hierna de „ultraperifere gebieden” genoemd.
Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie
Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 36, artikel 37 en artikel 299, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement(1),
Gezien het Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s(3),
Overwegende hetgeen volgt:
De ultraperifere gebieden hebben ten opzichte van de bronnen voor hun voorziening met producten die van essentieel belang zijn voor menselijke consumptie, voor verwerking of als productiemiddel in de landbouw, een buitengewone geografische ligging die extra vervoerskosten tot gevolg heeft. Bovendien plaatsen objectieve factoren in verband met het insulaire en ultraperifere karakter van de ultraperifere gebieden de marktdeelnemers en producenten in die gebieden voor extra problemen die hun activiteiten sterk hinderen. In bepaalde gevallen worden de marktdeelnemers en producenten geconfronteerd met een dubbele insulariteit. Die hindernissen kunnen worden verkleind door verlaging van de prijzen van de bedoelde producten van essentieel belang. Het verdient dan ook aanbeveling een specifieke regeling in te stellen om de voorziening van de ultraperifere gebieden te garanderen en de extra kosten te verlichten die het gevolg zijn van het afgelegen, insulaire en ultraperifere karakter van die gebieden.
Daartoe dient de invoer van bepaalde landbouwproducten uit derde landen in afwijking van artikel 23 van het Verdrag te worden vrijgesteld van de geldende invoerrechten. Producten die het voorwerp zijn geweest van actieve veredeling of opslag in douane-entrepot in het douanegebied van de Gemeenschap, moeten in verband met hun oorsprong en de douanebehandeling waarin de communautaire voorschriften voor dergelijke producten voorzien, ten aanzien van de toekenning van de voordelen van de specifieke voorzieningsregeling worden gelijkgesteld met rechtstreeks ingevoerde producten.
Om het doel van een prijsverlaging in de ultraperifere gebieden en een verlichting van de extra kosten die door de grote afstand en het insulaire en ultraperifere karakter worden veroorzaakt, doeltreffend te verwezenlijken en tegelijk het concurrentievermogen van de communautaire producten te handhaven, dient steun te worden verleend voor de levering van communautaire producten in de ultraperifere gebieden. Bij de bepaling van die steun moet rekening worden gehouden met de extra kosten van het vervoer naar de ultraperifere gebieden, met de bij uitvoer naar derde landen gehanteerde prijzen en, wanneer het gaat om productiemiddelen voor de landbouw of om producten voor verwerking, met de extra kosten die worden veroorzaakt door het insulaire en ultraperifere karakter van die gebieden.
Omdat de hoeveelheden waarvoor de specifieke voorzieningsregeling geldt, beperkt blijven tot de voorzieningsbehoeften van de ultraperifere gebieden, is deze regeling niet nadelig voor het goed functioneren van de interne markt. Overigens mogen de economische voordelen van de specifieke voorzieningsregeling geen verlegging van het handelsverkeer van de betrokken producten tot gevolg hebben. Daarom dient verzending of uitvoer van die producten uit de ultraperifere gebieden te worden verboden. Evenwel dient verzending of uitvoer van die producten te worden toegestaan in het geval van terugbetaling van het dankzij de specifieke voorzieningsregeling verkregen voordeel of, wat verwerkte producten betreft, in het geval van regionaal handelsverkeer of handelsverkeer tussen de twee Portugese ultraperifere gebieden. Ook moet voor alle ultraperifere gebieden rekening worden gehouden met hun traditionele handel met derde landen en dus moet de uitvoer van verwerkte producten die overeenkomt met de traditionele uitvoer, voor al die gebieden worden toegestaan. Het genoemde verbod dient evenmin te gelden voor de traditionele verzending van verwerkte producten. Duidelijkheidshalve dient de referentieperiode voor de vaststelling van die traditioneel uitgevoerde of verzonden hoeveelheden te worden gepreciseerd.
Er moeten evenwel passende maatregelen worden genomen om de noodzakelijke hervorming van de suikerverwerkende sector in de Azoren mogelijk te maken. Daarbij moet worden gezorgd voor een bepaald productie- en verwerkingsniveau teneinde de levensvatbaarheid van de suikersector op de Azoren te garanderen. Voorts zal Portugal uit hoofde van deze verordening over de nodige middelen kunnen beschikken om de plaatselijke productie van suikerbieten te ondersteunen. Tegen deze achtergrond moet worden toegestaan dat de verzendingen van suiker van de Azoren naar de rest van de Gemeenschap bij wijze van uitzondering gedurende een beperkte periode van vier jaar de gebruikelijke volumes overschrijden, mits deze onder jaarlijks verminderende maxima blijven. Aangezien de hoeveelheden die opnieuw kunnen worden verzonden verhoudingsgewijs beperkt zullen worden tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn om de levensvatbaarheid van de plaatselijke suikerproductie en -verwerking te garanderen, zal de tijdelijke verzending van suiker vanuit de Azoren geen nadelige gevolgen hebben voor de interne markt van de Gemeenschap.
Voor de voorziening van de Azoren en Madeira en van de Canarische Eilanden met C-suiker dient tijdens de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker(4) bedoelde periode de regeling van Verordening nr. 2177/1992 van de Commissie van 30 juli 1992 houdende bepalingen ter uitvoering van de specifieke regeling voor de voorziening van de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden met suiker(5), verder te worden toegepast.
Voor de Canarische Eilanden heeft tot dusver de specifieke voorzieningsregeling gegolden met betrekking tot melkbereidingen van de GN-codes 1901 90 99 en 2106 90 92 bestemd voor industriële verwerking. De voorziening met deze producten dient tijdens een overgangsperiode, in afwachting van de herstructurering van de plaatselijke industrie, verder te worden toegestaan.
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van de specifieke voorzieningsregeling moeten de economische voordelen van die regeling worden doorberekend in de productiekosten en moeten zij de prijzen tot in het stadium van de eindgebruiker doen dalen. Daarom dient de toekenning van die voordelen afhankelijk te worden gesteld van de daadwerkelijke doorberekening ervan en dient voor de nodige controles daarop te worden gezorgd.
Het beleid van de Gemeenschap ten gunste van de lokale productie in de ultraperifere gebieden heeft tot nu toe betrekking gehad op een veelheid van producten en op allerlei maatregelen om de productie, de afzet of de verwerking van die producten te bevorderen. Deze maatregelen zijn doeltreffend gebleken en hebben ervoor gezorgd dat de betrokken landbouwactiviteiten zijn voortgezet en ontwikkeld. De Gemeenschap moet die productietakken, die een fundamentele rol spelen in het milieu-, maatschappelijk en economisch evenwicht in de ultraperifere gebieden, verder ondersteunen. De ervaring heeft geleerd dat, net zoals bij het beleid inzake plattelandsontwikkeling, een sterker partnerschap met de plaatselijke autoriteiten het mogelijk kan maken een duidelijker beeld te krijgen van de specifieke problemen van de betrokken gebieden. Daarom dient de steun ten gunste van de lokale productie te worden voortgezet via algemene programma’s die worden opgesteld op het meest geschikte geografische niveau en door de lidstaat ter goedkeuring aan de Commissie worden voorgelegd.
Voor een betere verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van de ontwikkeling van de lokale landbouwproductie en de voorziening met landbouwproducten, is het dienstig het niveau waarop de voorziening wordt geprogrammeerd dichter bij de betrokken gebieden te brengen en systematisch te werken met een aanpak die is gebaseerd op een partnerschap van de Commissie en de lidstaten. Het verdient dan ook aanbeveling dat het voorzieningsprogramma wordt opgesteld door de door de lidstaat aangewezen autoriteiten en door de lidstaat ter goedkeuring aan de Commissie wordt voorgelegd.
De landbouwers in de ultraperifere gebieden moeten worden gestimuleerd om kwaliteitsproducten te leveren en de afzet van die producten moet worden bevorderd. Daartoe kan het nuttig zijn het door de Gemeenschap ingestelde logo te gebruiken.
In Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging(6) is bepaald voor welke maatregelen voor plattelandsontwikkeling communautaire steun kan worden verleend en aan welke voorwaarden moet worden voldaan om die steun te kunnen verkrijgen. De structuur van sommige landbouwbedrijven of verwerkende en handelsondernemingen in de ultraperifere gebieden schiet ernstig tekort en kampt met specifieke problemen. Daarom moet voor bepaalde soorten van investeringen kunnen worden afgeweken van de bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 vastgestelde bepalingen die de verlening van bepaalde vormen van structurele steun beperken.
Bij artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 is bepaald dat steun voor de bosbouw slechts wordt verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere personen of verenigingen daarvan, of van gemeenten of verenigingen daarvan. Een deel van de bossen en beboste oppervlakten in de ultraperifere gebieden is het eigendom van andere overheden dan de gemeenten. Daarom dienen de beperkende bepalingen van het genoemde lid voor die gebieden te worden versoepeld.
Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 zijn in de bijlage bij die verordening de maximumbedragen per jaar vastgesteld die voor de communautaire agromilieusteun in aanmerking komen. In verband met de specifieke milieusituatie in sommige zeer kwetsbare graslandgebieden op de Azoren en met het oog op instandhouding van het landschap en de traditionele kenmerken van landbouwgronden, in het bijzonder de terrascultuur op Madeira, dient voor bepaalde maatregelen te worden voorzien in de mogelijkheid om die bedragen te verdubbelen.
Van het vaste beleid van de Commissie geen bedrijfssteun van de staten toe te staan in de sectoren van de productie, de verwerking en de afzet van de in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten, kan worden afgeweken om de specifieke problemen te verzachten die bij de landbouwproductie in de ultraperifere gebieden worden ondervonden ten gevolge van de grote afstand, het insulaire en ultraperifere karakter, de kleine oppervlakte, het moeilijke reliëf en klimaat en de economische afhankelijkheid van een klein aantal producten.
In de ultraperifere gebieden ondervindt de landbouwproductie specifieke fytosanitaire problemen in verband met het klimaat en met het feit dat de middelen voor bestrijding die er tot nog toe zijn aangewend, ontoereikend zijn. Daarom is het belangrijk dat programma’s voor de bestrijding van schadelijke organismen, ook met behulp van biologische methoden, worden uitgevoerd en dat de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitvoering van die programma’s wordt vastgesteld.
De wijnbouw is op Madeira en de Canarische Eilanden de meest verbreide teelt en is zeer belangrijk voor de Azoren; om economische en milieuredenen is instandhouding van de wijnbouw in die gebieden een absolute noodzaak. Om de productie te helpen ondersteunen dienen in die gebieden de premies voor definitieve stopzetting en de marktmechanismen niet te worden toegepast behalve, voor de Canarische Eilanden, de crisisdistillatie, die daar moet kunnen worden toegepast bij een uitzonderlijke marktverstoring als gevolg van kwaliteitsproblemen. Ook hebben technische en sociaal-economische problemen de volledige omschakeling binnen de gestelde termijn verhinderd van de wijnbouwarealen op Madeira en de Azoren die beplant zijn met hybride wijnstokrassen die bij de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt zijn verboden. De door de betrokken wijngaarden geproduceerde wijn is bestemd voor traditionele plaatselijke consumptie. Een extra termijn zal het mogelijk maken die wijngaarden om te schakelen met behoud van het economische draagvlak van die gebieden, dat zeer sterk afhankelijk is van de wijnbouw. Portugal dient de Commissie jaarlijks op de hoogte te stellen van de vorderingen met de omschakeling van de betrokken wijnbouwarealen.
Op de Azoren is de herstructurering van de melksector nog niet voltooid. Om rekening te houden met de sterke afhankelijkheid van de Azoren van de melkproductie, waarbij nog andere problemen komen die verband houden met hun ultraperifere ligging en het ontbreken van een rendabele vervangende productie, moet de afwijking worden bevestigd van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten(7), welke afwijking is ingevoerd bij artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1453/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira (Poseima)(8) en is verlengd bij Verordening (EG) nr. 55/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1453/2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Azoren en Madeira (Poseima)(9) met betrekking tot de toepassing van de aanvullende heffing in de sector melk en zuivelproducten op de Azoren.
De steun voor de productie van koemelk op Madeira is niet voldoende geweest om het evenwicht tussen de voorziening uit interne bronnen en die uit externe bronnen te bewaren, met name doordat de betrokken sector met ernstige structurele problemen te kampen heeft en slechts in geringe mate in staat is om positief op een nieuwe economische omgeving te reageren. Bijgevolg moet, met het oog op een grotere dekking van de lokale consumptiebehoeften, de productie van uit melkpoeder van communautaire oorsprong gereconstitueerde UHT-melk verder worden toegestaan.
De noodzaak om in de Franse overzeese departementen en op Madeira de lokale melkproductie door stimulansen in stand te houden, rechtvaardigt dat Verordening (EG) nr. 1788/2003 daar niet wordt toegepast. Voor Madeira moet deze vrijstelling beperkt blijven tot 4 000 ton, welke hoeveelheid overeenkomt met de 2 000 ton die momenteel wordt geproduceerd, en een vooralsnog op ten hoogste 2 000 ton geschatte mogelijkheid voor een redelijke verhoging van die productie.
De traditionele veeteeltactiviteiten dienen te worden ondersteund. Opdat in de lokale consumptiebehoeften van de Franse overzeese departementen en Madeira kan worden voorzien, moet worden toegestaan dat onder bepaalde voorwaarden binnen een jaarlijks maximum mannelijke mestrunderen zonder invoerrechten uit derde landen in die gebieden worden ingevoerd. De in het kader van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers(10) voor Portugal geopende mogelijkheid om rechten op de zoogkoeienpremie van het vasteland naar de Azoren over te hevelen, dient te worden gehandhaafd en dit instrument moet worden aangepast aan de nieuwe aanpak van de steunverlening aan de ultraperifere gebieden.
Op de Canarische Eilanden is de tabaksteelt altijd zeer belangrijk geweest. In economisch opzicht is de tabaksindustrie nog steeds een van de grootste industriële bedrijfstakken van het gebied. In sociaal-maatschappelijk opzicht is de tabaksteelt een zeer arbeidsintensieve activiteit die wordt beoefend door kleine landbouwers. Deze teelt is echter niet rendabel genoeg en dreigt te verdwijnen. Op het ogenblik wordt tabak namelijk nog slechts op een kleine oppervlakte op het eiland La Palma geproduceerd voor de ambachtelijke vervaardiging van sigaren. Derhalve moet Spanje worden toegestaan steun ter aanvulling van de communautaire steun te blijven toekennen opdat deze traditionele teelt en de erop gebaseerde ambachtelijke activiteit zich kunnen handhaven. Met het oog op instandhouding van de industriële productie van tabaksfabrikaten dient voorts de invoer in de Canarische Eilanden van ruwe tabak en halffabrikaten van tabak binnen de grenzen te blijven van een jaarlijkse hoeveelheid van 20 000 ton equivalent van gestripte ruwe tabak vrij van douanerechten.
De toepassing van de onderhavige verordening mag geen afbreuk doen aan het niveau van de specifieke steun die de ultraperifere gebieden tot dusver hebben ontvangen. Daarom moeten de lidstaten voor de uitvoering van de noodzakelijke maatregelen beschikken over de bedragen die overeenkomen met de steun die de Gemeenschap reeds heeft verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1452/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese departementen (Poseidom)(11), Verordening (EG) nr. 1453/2001 en Verordening (EG) nr. 1454/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Canarische Eilanden (Poseican)(12), alsmede over de bedragen die aan de in die gebieden gevestigde veehouders zijn toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees(13) en Verordening (EG) nr. 2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees(14), over de bedragen die in die gebieden zijn toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(15), en over de bedragen die op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt(16) zijn toegekend voor de voorziening met rijst van het Franse overzeese departement Réunion. De bij de onderhavige verordening ingestelde nieuwe steunregeling voor agrarische productietakken in de ultraperifere gebieden moet worden gecoördineerd met de steunregelingen die in de rest van de Gemeenschap voor diezelfde productietakken gelden.
De Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 moeten worden ingetrokken. Ook zijn, met het oog op coördinatie van de respectieve regelingen, wijzigingen nodig van Verordening (EG) nr. 1782/2003, alsmede van Verordening (EG) nr. 1785/2003.
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(17).
De in deze verordening voorziene programma’s dienen te worden toegepast zodra de Commissie kennis heeft gegeven van haar goedkeuring ervan. Opdat de programma’s op dat tijdstip van start kunnen gaan, moeten de lidstaten en de Commissie echter alle voorbereidende maatregelen kunnen treffen in de periode tussen de datum van inwerkingtreding van deze verordening en de datum vanaf welke de programma's worden toegepast,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL 1 ONDERWERP
Artikel 1 Onderwerp
TITEL II SPECIFIEKE VOORZIENINGSREGELING
Artikel 2 Geraamde voorzieningsbalans
Voor de in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten die in de ultraperifere gebieden van essentieel belang zijn voor menselijke consumptie, voor de vervaardiging van andere producten of als productiemiddel in de landbouw, wordt een specifieke voorzieningsregeling ingesteld.
De jaarlijkse behoefte aan de in lid 1 bedoelde producten wordt gekwantificeerd in een geraamde voorzieningsbalans. De behoeften van de ondernemingen waar producten worden verpakt of verwerkt die bestemd zijn voor de plaatselijke markt, die traditioneel worden verzonden naar de rest van de Gemeenschap of die worden uitgevoerd naar derde landen in het kader van regionale of traditionele handel, kunnen worden geraamd in een afzonderlijke voorzieningsbalans.