De lijst van de producten waarvoor bij uitvoer de in artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde restitutie wordt toegekend, de bedragen van deze restitutie en de bestemmingen worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Verordening (EG) nr. 403/2006 van de Commissie van 8 maart 2006 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees
Verordening (EG) nr. 403/2006 van de Commissie van 8 maart 2006 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees(1), en met name op artikel 33, paragraaf 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 kan het verschil tussen de prijzen van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.
De voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees en bepaalde soorten conserven van rundvlees, alsmede de voorwaarden voor de toekenning van steun voor bepaalde bestemmingen zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EEG) nr. 32/82(2), (EEG) nr. 1964/82(3), (EEG) nr. 2388/84(4), (EEG) nr. 2973/79(5) en (EG) nr. 2051/96(6) van de Commissie.
Door het toenemende tekort aan rundvlees op de communautaire markt zijn de prijzen gestegen tot ver boven de in artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde basisprijs, die het gewenste niveau van marktondersteuning aangeeft.
Het publiek maakt zich steeds meer zorgen over het welzijn van dieren die bij uitvoer over zeer lange afstand worden getransporteeerd en waarvoor een humane behandeling niet volledig kan worden gegarandeerd, vooral nadat zij zijn geleverd in het derde land. Hoewel voor het vervoer van levende dieren talrijke eisen gelden op het vlak van materiële omstandigheden, procedures en controle en deze in 2003 nog werden verscherpt, is gebleken dat de dierenwelzijnsvoorschriften niet altijd in acht worden genomen. Bovendien zijn de normen op het gebied van het dierenwelzijn in de landen van bestemming vaak minder streng dan in de Gemeenschap.
Uitvoer van levende dieren voor de slacht betekent voor de Gemeenschap een lagere toegevoegde waarde en het toekennen van restituties bij de uitvoer van die dieren brengt hogere kosten met zich mee voor monitoring en controle van het dierenwelzijn. Om het evenwicht en de natuurlijke ontwikkeling van prijzen en handelsverkeer op de interne markt, alsmede het welzijn van de dieren te garanderen, mag de uitvoer van levende dieren die bestemd zijn om in derde landen te worden geslacht, niet langer worden gestimuleerd door middel van uitvoerrestituties.
Wat betreft levende dieren voor fokdoeleinden, dienen, om elk misbruik te voorkomen, de uitvoerrestituties voor raszuivere fokrunderen te worden beperkt tot vaarzen en koeien van niet meer dan 30 maanden oud.
Verordening (EG) nr. 2147/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees(7) moet derhalve worden ingetrokken.
Om de afzet van een aantal communautaire rundvleesproducten op de internationale markt mogelijk te maken, moeten voor bepaalde producten van de GN-codes 0201, 0202 en 1602 50 uitvoerrestituties voor bepaalde bestemmingen worden verleend.
Voor bepaalde categorieën rundvleesproducten blijkt het gebruik van uitvoerrestituties insignificant te zijn. Dit geldt tevens met betrekking tot het gebruik van dergelijke restituties voor bepaalde, zeer dicht bij het grondgebied van de Gemeenschap gelegen bestemmingen. Voor de betrokken categorieën dienen derhalve geen uitvoerrestituties meer te worden vastgesteld.
De in de onderhavige verordening bedoelde restituties worden bepaald op basis van de productcodes in de nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties(8).
Voor bevroren vlees moeten dezelfde restitutiebedragen worden toegekend als voor vers of gekoeld vlees van andere runderen dan volwassen mannelijke runderen.
Voor een scherpere controle op de producten van GN-code 1602 50 moet worden bepaald dat deze producten slechts voor een restitutie in aanmerking komen wanneer zij zijn vervaardigd in het kader van de regeling zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten(9).
Het is wenselijk de toekenning van de restitutie te beperken tot producten die zijn toegelaten tot het vrije verkeer in de Gemeenschap. Om in aanmerking te komen voor een restitutie, moeten de producten daarom zijn voorzien van het keurmerk dat is voorgeschreven bij Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees(10), bij Richtlijn 77/99/EEG van de Raad van 21 december 1976 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesproducten(11) en bij Richtlijn 94/65/EG van de Raad van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen(12).
Op grond van artikel 6, lid 2, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 1964/82 wordt de bijzondere restitutie verlaagd als de voor uitvoer bestemde hoeveelheid vlees zonder been minder dan 95 %, doch ten minste 85 % (in gewicht) van de totale hoeveelheid door de uitbening verkregen stukken bedraagt.
De in het kader van de Europaovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië en Bulgarije gevoerde onderhandelingen beogen met name de liberalisering van de handel in producten die onder de gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken sector vallen. De uitvoerrestituties voor die twee landen moeten derhalve worden afgeschaft. De afschaffing van de restituties bij uitvoer naar die landen mag evenwel niet leiden tot het ontstaan van een gedifferentieerde restitutie bij uitvoer naar andere landen.
Het Comité van beheer voor rundvlees heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De producten moeten voldoen aan de respectieve voorwaarden voor het keurmerk zoals bedoeld in:
-
bijlage I, hoofdstuk XI, van Richtlijn 64/433/EEG;
-
bijlage B, hoofstuk VI, van Richtlijn 77/99/EEG;
-
bijlage I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 94/65/EG.
Artikel 2
In het in artikel 6, lid 2, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 1964/82 bedoelde geval wordt de restitutie voor producten van code 0201 30 00 9100 verminderd met 10 EUR/100 kg.
Artikel 3
Het feit dat voor Roemenië en Bulgarije geen uitvoerrestitutie wordt vastgesteld, wordt niet beschouwd als een differentiëring van de restitutie.
Artikel 4
Verordening (EG) nr. 2147/2005 wordt ingetrokken.