Home

Verordening (EG) nr. 1187/2006 van de Commissie van 3 augustus 2006 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 796/2004 ten aanzien van de toepassing van artikel 21 ervan in sommige lidstaten

Verordening (EG) nr. 1187/2006 van de Commissie van 3 augustus 2006 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 796/2004 ten aanzien van de toepassing van artikel 21 ervan in sommige lidstaten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001(1), en met name op artikel 145, onder n),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op grond van artikel 21 van Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerde beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers(2) moeten bij te late indiening van een steunaanvraag de betrokken steunbedragen worden verlaagd.

  2. Verscheidene lidstaten hebben zich bij hun beheer van de verzamelaanvraag voor 2006 voor uitzonderlijke omstandigheden geplaatst gezien. Deze situatie is dan weer in uiteenlopende mate van invloed geweest op de mogelijkheid voor de landbouwers in de betrokken lidstaten om hun verzamelaanvraag binnen de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 796/2004 gestelde termijn in te dienen. Waarschijnlijk zullen sommige landbouwers daardoor buiten hun schuld het recht in gevaar zien komen op volledige ontvangst van de steun waarop zij normaliter aanspraak zouden kunnen maken.

  3. Frankrijk, Italië, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk hebben bij hun praktische toepassing van de nieuwe bedrijfstoeslagregeling onverwachte problemen ondervonden, vooral door niet te voorziene technische of administratieve moeilijkheden. Bovendien is de regeling veel ingewikkelder geworden doordat de sector olijfolie erin is opgenomen. De grote aantallen landbouwers die een aanvraag hebben ingediend, en de ingewikkelde berekeningen van de aan te geven olijfbomenarealen hebben in Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje de behandeling van de aanvragen voor 2006 verder bemoeilijkt.

  4. Door de ernstige situatie die overstromingen in Hongarije hebben veroorzaakt, en door onverwachte technische problemen bij het voor het eerst afdrukken van de betrokken grafische informatie in Polen heeft in die landen de toezending van volledige aanvraagformulieren aan landbouwers door de bevoegde autoriteiten aanzienlijke vertraging opgelopen, wat een ongunstige invloed heeft gehad op de mogelijkheid voor die landbouwers om hun aanvraag tijdig in te dienen.

  5. Wegens deze situatie dienen de verlaging met 1 % per werkdag en de afwijzing waarin artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 796/2004 voorziet, voor 2006 niet te worden toegepast ten aanzien van de aanvragen die uiterlijk op een in overeenstemming met de specifieke omstandigheden in elk van de betrokken lidstaten vastgestelde datum zijn ingediend.

  6. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 796/2004 zijn de verlaging met 1 % per werkdag en de afwijzing waarin dat lid voorziet, niet van toepassing op de verzamelaanvragen die voor 2006 bij de bevoegde autoriteiten worden ingediend:

  1. uiterlijk op 31 mei 2006, in het geval van:

    1. Frankrijk:

      • door de landbouwers in de in bijlage I bij de onderhavige verordening genoemde Franse departementen;

      • door de landbouwers die vóór 15 mei 2006 met de elektronische indiening van een aanvraag zijn begonnen, maar de elektronisch ingediende aanvraag niet uiterlijk op die datum hebben kunnen voltooien;

    2. Hongarije, wat de in bijlage II bij de onderhavige verordening genoemde gebieden betreft;

    3. Nederland;

  2. uiterlijk op 15 juni 2006, in het geval van:

    1. Frankrijk, door de landbouwers die voor de bedrijfstoeslagregeling subsidiabele olijfbomen telen;

    2. Spanje, wat de in bijlage III bij de onderhavige verordening genoemde autonome regio’s betreft;

    3. Italië;

    4. Polen;

    5. het Verenigd Koninkrijk, wat Engeland betreft;

    6. Portugal, door de landbouwers die voor de bedrijfstoeslagregeling subsidiabele olijfbomen telen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 augustus 2006.

Voor de Commissie

Mariann Fischer Boel

Lid van de Commissie

BIJLAGE I

In artikel 1, letter a), onder i), eerste streepje, bedoelde Franse departementen

  • Alpes-de-Haute-Provence

  • Alpes-Maritimes

  • Bouches-du-Rhône

  • Haute-Corse

  • Corse-du-Sud

  • Var

  • Vaucluse

  • Guadeloupe

  • Martinique

  • Guyane

  • Réunion

BIJLAGE II

BIJLAGE III