In afwijking van artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1464/1995, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 174/1999, artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1342/2003, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 633/2004, artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1138/2005, artikel 8 van Verordening (EG) nr. 951/2006 en artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 958/2006 wordt de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten die op grond van die verordeningen zijn afgegeven en uiterlijk op 20 juli 2006 zijn aangevraagd, op verzoek van de titularis van het certificaat, verlengd met:
-
drie maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in juli verstrijkt;
-
twee maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in augustus verstrijkt;
-
één maand voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in september verstrijkt.