Home

Verordening (EG) nr. 1263/2006 van de Commissie van 23 augustus 2006 houdende afwijking van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95, (EG) nr. 174/1999, (EG) nr. 800/1999, (EG) nr. 1291/2000, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 633/2004, (EG) nr. 1138/2005, (EG) nr. 951/2006 en (EG) nr. 958/2006, wat de uitvoer van landbouwproducten naar Libanon betreft

Verordening (EG) nr. 1263/2006 van de Commissie van 23 augustus 2006 houdende afwijking van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95, (EG) nr. 174/1999, (EG) nr. 800/1999, (EG) nr. 1291/2000, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 633/2004, (EG) nr. 1138/2005, (EG) nr. 951/2006 en (EG) nr. 958/2006, wat de uitvoer van landbouwproducten naar Libanon betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee(1), en met name op artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 12, en artikel 15 en op de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwproducten,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De gemeenschappelijke regels voor de uitvoer van landbouwproducten zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten(2) en bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(3).

  2. De uitzonderlijke omstandigheden in Libanon hebben ernstige schade toegebracht aan de economische belangen van de exporteurs en de daaruit voortvloeiende situatie heeft een negatieve invloed op de mogelijkheden tot uitvoer overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1291/2000.

  3. Daarom is het noodzakelijk deze schadelijke gevolgen te beperken door bijzondere maatregelen vast te stellen om uitvoertransacties die door de hierboven bedoelde omstandigheden niet volledig konden worden afgewikkeld, te regulariseren. Er is met name behoefte aan afwijkingen van een aantal bepalingen inzake exportprocedures, onder meer met betrekking tot termijnen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 800/1999, Verordening (EG) nr. 1291/2000, Verordening (EG) nr. 174/1999 van de Commissie van 26 januari 1999 tot vaststelling van de specifieke uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten(4), Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst(5) en Verordening (EG) nr. 633/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van uitvoercertificaten in de sector slachtpluimvee(6).

  4. Wat producten van de suikersector betreft, dient te worden voorzien in afwijkingen van Verordening (EG) nr. 1464/95 van de Commissie van 27 juni 1995 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van invoer- en uitvoercertificaten in de sector suiker(7), met betrekking tot certificaten die vóór 1 juli 2006 zijn aangevraagd, van Verordening (EG) nr. 1138/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 betreffende een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2005/2006 voor de vaststelling van heffingen en/of restituties bij uitvoer van witte suiker(8), van Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker(9), met betrekking tot certificaten die vanaf 1 juli 2006 zijn aangevraagd, en van Verordening (EG) nr. 958/2006 van de Commissie van 28 juni 2006 betreffende een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2006/2007 voor de vaststelling van restituties bij uitvoer van witte suiker(10).

  5. De afwijkingen gelden slechts voor marktdeelnemers die aan de hand van de uitvoerdocumenten of de documenten zoals vermeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Orientatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG(11), kunnen aantonen dat de producten waren bestemd voor uitvoer naar Libanon.

  6. Om de schadelijke gevolgen voor alle marktdeelnemers die de uitzonderlijke omstandigheden in Libanon kunnen hebben ondervonden, op te vangen, dient deze verordening met ingang van 1 juli 2006 van toepassing te zijn.

  7. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de betrokken comités van beheer,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

In afwijking van artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1464/1995, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 174/1999, artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1342/2003, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 633/2004, artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1138/2005, artikel 8 van Verordening (EG) nr. 951/2006 en artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 958/2006 wordt de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten die op grond van die verordeningen zijn afgegeven en uiterlijk op 20 juli 2006 zijn aangevraagd, op verzoek van de titularis van het certificaat, verlengd met:

  1. drie maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in juli verstrijkt;

  2. twee maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in augustus verstrijkt;

  3. één maand voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in september verstrijkt.

2.

In afwijking van artikel 32, lid 1, onder b), punt i), van Verordening (EG) nr. 1291/2000 en artikel 7, lid 1, en artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 wordt de termijn van 60 dagen op verzoek van de exporteur verlengd tot 150 dagen wanneer het gaat om producten waarvoor uiterlijk op 20 juli 2006 de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld of die uiterlijk op die datum onder een regeling zijn geplaatst die wordt vermeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad(12).

3.

De in artikel 25, lid 1, en artikel 35, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 800/1999 vastgestelde verhogingen met respectievelijk 10 % en 15 %, alsmede de in artikel 18, lid 3, van die verordening vastgestelde verlaging met 20 % gelden niet voor uitvoertransacties op grond van certificaten die uiterlijk op 20 juli 2006 zijn aangevraagd.

Indien het recht op restitutie vervalt vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in Libanon, wordt de in artikel 51, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde sanctie niet toegepast.

Artikel 2

Artikel 1 is van toepassing op de producten van de punten 1, 2, 3, 4, 7, 9, 13 en 14 in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie(13), voorzover de betrokken exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan aantonen dat de producten waren bestemd voor uitvoer naar Libanon.

De bevoegde autoriteiten baseren hun oordeel op het uitvoercertificaat, de uitvoeraangifte of de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 bedoelde handelsdocumenten.

Artikel 3

Uiterlijk op 31 januari 2007 delen de lidstaten aan de Commissie mee welke producthoeveelheden onder elk van de in artikel 1 vastgestelde maatregelen vallen, met vermelding van de nummers en de data van afgifte van de certificaten, de hoeveelheid producten uitgesplitst naar hun code in de nomenclatuur voor de uitvoerrestituties, alsmede de oorspronkelijke en de verlengde geldigheidsduur van de certificaten.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2006.