Deze verordening stelt bepaalde procedures vast voor de vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor enkele bepalingen van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds (hierna „SAO” genoemd), en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië (hierna „Interimovereenkomst” genoemd).
Verordening (EG) nr. 1616/2006 van de Raad van 23 oktober 2006 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië
Verordening (EG) nr. 1616/2006 van de Raad van 23 oktober 2006 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds (hierna „SAO” genoemd), is op 12 juni 2006 in Luxemburg ondertekend. De SAO is nu in de ratificatiefase.
Op 12 juni 2006 heeft de Raad een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds(1) (hierna „Interimovereenkomst” genoemd), gesloten, die voorziet in vervroegde inwerkingtreding van de handelsbepalingen en de handelsgerelateerde bepalingen van de SAO. De Interimovereenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.
Het is noodzakelijk de procedures vast te stellen voor de toepassing van enkele bepalingen van de SAO en de Interimovereenkomst. Aangezien de handelsbepalingen en de handelsgerelateerde bepalingen van deze twee overeenkomsten tot op zeer grote hoogte identiek zijn, dient deze verordening tevens van toepassing te zijn op de tenuitvoerlegging van de SAO na de inwerkingtreding daarvan.
Op grond van de SAO en de Interimovereenkomst kunnen visserijproducten van oorsprong uit Albanië binnen de beperkingen van de tariefcontingenten tegen verlaagd recht in de Gemeenschap worden ingevoerd. Er moeten derhalve bepalingen worden vastgesteld om het beheer van deze tariefcontingenten te regelen.
Indien handelsbeschermende maatregelen noodzakelijk zijn, moeten deze worden vastgesteld overeenkomstig de algemene bepalingen die zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling(2), Verordening (EEG) nr. 2603/69 van de Raad van 20 december 1969 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer(3), Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(4), alsmede Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn(5).
Wanneer een lidstaat de Commissie informatie verstrekt over eventuele fraude of niet-verlening van administratieve medewerking, is de desbetreffende communautaire wetgeving van toepassing, met name Verordening (EG) nr. 515/97 van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften(6).
Voor de uitvoering van de relevante bepalingen van deze verordening wordt de Commissie bijgestaan door het Comité douanewetboek, dat is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(7).
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(8),
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Concessies voor vis en visserijproducten
De bepalingen inzake de toepassing van artikel 15, lid 1, van de Interimovereenkomst en in een later stadium artikel 28, lid 1, van de SAO, betreffende tariefcontingenten voor vis en visserijproducten, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2, van deze verordening.
Artikel 3 Rechtenverlagingen
De preferentiële rechten worden, met inachtneming van het bepaalde in lid 2, naar beneden afgerond op één decimaal.
Wanneer de berekening van het preferentiële recht overeenkomstig het bepaalde in lid 1 in een van de volgende tarieven resulteert, wordt het betrokken preferentiële recht met vrijstelling van rechten gelijkgesteld:
-
1 % of minder in het geval van rechten ad valorem, of
-
1 EUR of minder per afzonderlijke hoeveelheid in het geval van specifieke rechten.
Artikel 4 Technische aanpassingen
Wijzigingen en technische aanpassingen van bepalingen die krachtens deze verordening zijn vastgesteld, worden wanneer die noodzakelijk zijn in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de Taric-codes, of vanwege de sluiting van nieuwe preferentiële overeenkomsten, protocollen, briefwisselingen of andere rechtsinstrumenten die door de Gemeenschap en de Republiek Albanië worden gesloten, vastgesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2, van deze verordening.