Bij de onderhavige verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de medegefinancierde steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling die worden genomen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1698/2005.
Verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling
Verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)(1), en met name op artikel 51, lid 4, artikel 74, lid 4, en artikel 91,
Overwegende hetgeen volgt:
Blijkens de ervaring is het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (hierna „GBCS” genoemd) dat is vastgesteld bij titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001(2), een doeltreffend en doelmatig middel voor de tenuitvoerlegging van regelingen inzake rechtstreekse betalingen. Daarom dienen voor de oppervlakte- en diergebonden maatregelen van as 2 zoals vastgesteld bij titel IV, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 de beheers- en controlevoorschriften en de bepalingen betreffende kortingen en uitsluitingen in geval van valse verklaringen in overeenstemming te zijn met de GBCS-beginselen zoals meer in het bijzonder vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers(3).
De beheers- en controlevoorschriften voor bepaalde steunregelingen van as 2 zoals vastgesteld bij titel IV, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 en voor de soortgelijke steun in het kader van as 4 moeten echter worden aangepast aan de bijzondere kenmerken van die regelingen en steun. Hetzelfde geldt voor de steunregelingen van de assen 1 en 3 zoals vastgesteld bij afdeling 1, respectievelijk afdeling 3 van dat hoofdstuk I en voor de soortgelijke steun in het kader van as 4. Daarom moeten voor die steunregelingen bijzondere bepalingen worden vastgesteld.
Om alle nationale overheidsinstanties in staat te stellen een doelmatige geïntegreerde controle te organiseren van alle oppervlakten waarvoor steun wordt aangevraagd enerzijds in het kader van as 2, en anderzijds in het kader van de onder Verordening (EG) nr. 796/2004 vallende oppervlaktegebonden steunregelingen, dient te worden bepaald dat de betalingsaanvragen voor oppervlaktegebonden maatregelen in het kader van as 2 binnen dezelfde termijn moeten worden ingediend als de verzamelaanvraag zoals bedoeld in deel II, titel II, hoofdstuk I, van die verordening. Evenwel dient, opdat de nodige administratieve regelingen kunnen worden getroffen, een overgangsperiode te worden toegestaan.
Om het afschrikkingseffect van de controles te waarborgen dient in de regel geen steun te worden betaald voordat de controles van de steunaanvragen zijn afgerond. Toegestaan dient echter te worden dat tot een bepaald percentage van de steun wordt betaald nadat de administratieve controles zijn voltooid. Bij de vaststelling van dat percentage dient rekening te worden gehouden met het risico dat te veel wordt betaald.
De controlevoorschriften in deze verordening moeten op de bijzondere kenmerken van de betrokken maatregelen van as 2 zijn afgestemd. Daarom dienen specifieke voorschriften te worden vastgesteld.
Bij artikel 51 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 zijn de betalingen in het kader van sommige van de bij die verordening vastgestelde maatregelen afhankelijk gesteld van de naleving van de in titel II, hoofdstuk 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde randvoorwaarden. Daarom dienen voorschriften betreffende de randvoorwaarden te worden vastgesteld die in de lijn liggen van die in de Verordeningen (EG) nr. 1782/2003 en (EG) nr. 796/2004.
De investeringsacties moeten aan controles achteraf op de naleving van artikel 72, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden onderworpen om zich ervan te vergewissen of die acties naar behoren zijn uitgevoerd en of dezelfde investering niet op onregelmatige wijze uit verschillende nationale of communautaire bronnen is gefinancierd. De basis voor die controles en de inhoud ervan moeten worden bepaald.
In bijzondere bepalingen moeten de verantwoordelijkheden op controlegebied worden omschreven van de plaatselijke groepen zoals bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 die door de lidstaat zijn erkend.
Om het de Commissie mogelijk te maken aan haar verplichtingen inzake het beheer van de maatregelen te voldoen, dienen de lidstaten haar verslag uit te brengen over het aantal verrichte controles en de resultaten daarvan.
Voor alle in communautaire of nationale regelgeving of in de programma’s voor plattelandsontwikkeling vastgestelde subsidiabiliteitscriteria moet aan de hand van een stel verifieerbare indicatoren kunnen worden gecontroleerd of eraan is voldaan.
Om na te gaan of aan de subsidiabiliteitscriteria is voldaan, mogen de lidstaten gebruikmaken van bewijsmateriaal dat van andere diensten of organisaties is ontvangen. Zij moeten echter de zekerheid hebben dat die diensten of organisaties werken volgens normen die voldoende zijn om te kunnen controleren of de subsidiabiliteitscriteria in acht zijn genomen.
Enige algemene controlebeginselen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot het recht van de Commissie controles te verrichten.
De lidstaten moeten erop toezien dat de betaalorganen zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(4) voldoende gegevens over de door andere diensten of instanties verrichte controles ontvangen om hun taken zoals bij die verordening vastgesteld te kunnen vervullen.
De in deze verordening vervatte maategelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor plattelandsontwikkeling,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
DEEL I Reikwijdte en algemene bepalingen
Artikel 1 Reikwijdte
Artikel 2 Toepassing van Verordening (EG) nr. 796/2004
Onverminderd de specifieke bepalingen van de onderhavige verordening, zijn de artikelen 5, 22, 23, 69 en 73 van Verordening (EG) nr. 796/2004 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
-
„steunaanvraag”: het verzoek in aanmerking te worden genomen voor steunverlening of te mogen toetreden tot een regeling;
-
„betalingsaanvraag”: een door een begunstigde ingediend verzoek te worden betaald door de nationale autoriteiten.