Het krachtens punt 8.2 van bijlage II A bij Verordening (EG) nr. 51/2006 vastgestelde maximale aantal dagen voor vaartuigen die vistuig als bedoeld in punt 4 van die bijlage II A aan boord hebben, wordt met drie dagen verhoogd voor vaartuigen die de vlag van Nederland of van het Verenigd Koninkrijk voeren en betrokken zijn bij de ingediende programma’s voor versterkt toezicht door waarnemers als bedoeld in punt 11.1 van die bijlage.
2007/88/EG: Beschikking van de Commissie van 8 februari 2007 tot toewijzing aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk van drie extra dagen van aanwezigheid voor versterkt toezicht door waarnemers overeenkomstig bijlage II A bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 365)
2007/88/EG: Beschikking van de Commissie van 8 februari 2007 tot toewijzing aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk van drie extra dagen van aanwezigheid voor versterkt toezicht door waarnemers overeenkomstig bijlage II A bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 365)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften(1), en met name op punt 11 van bijlage II A,
Na raadpleging van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij,
Overwegende hetgeen volgt:
In punt 8.2 van bijlage II A bij Verordening (EG) nr. 51/2006 is het maximale aantal dagen per jaar bepaald waarop een vaartuig van de Gemeenschap in een van de in punt 2 van die bijlage omschreven gebieden aanwezig mag zijn terwijl het vistuig als bedoeld in punt 4 van die bijlage aan boord heeft.
In punt 11 van bijlage II A is bepaald dat de Commissie, op basis van een programma voor versterkt toezicht door waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector, de lidstaten drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied kan toewijzen voor vaartuigen met het in punt 4 van die bijlage bedoelde vistuig aan boord.
Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben een dergelijk programma voor versterkt toezicht door waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector ingediend.
Gezien de ingediende programma’s moeten aan Nederland en het Verenigd Koninkrijk voor de periode van 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2007 drie extra dagen van aanwezigheid worden toegekend voor vaartuigen die betrokken zijn bij de ingediende programma’s voor versterkt toezicht door waarnemers.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor visserij en aquacultuur,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Artikel 2
Zeven dagen na de bekendmaking van deze beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie leggen Nederland en het Verenigd Koninkrijk de Commissie een volledige lijst voor van de vaartuigen die voor monsternemingen in het kader van de ingediende programma’s voor versterkt toezicht zijn geselecteerd.
De in artikel 1 omschreven extra dagen worden uitsluitend toegewezen aan vaartuigen die voor de bemonsteringsplannen zijn geselecteerd en aan de programma’s voor versterkt toezicht voor 2006 hebben deelgenomen tot de afloop ervan.
Artikel 3
Twee maanden na afloop van de programma’s voor versterkt toezicht die voor 2006 zijn ingediend, leggen Nederland en het Verenigd Koninkrijk de Commissie een verslag voor over de resultaten van de programma’s voor de betrokken vissoorten en de betrokken gebieden.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.