Home

2007/365/EG: Beschikking van de Commissie van 25 mei 2007 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 2161)

2007/365/EG: Beschikking van de Commissie van 25 mei 2007 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 2161)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), en met name op artikel 16, lid 3, derde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Wanneer een lidstaat van mening is dat het gevaar bestaat dat op zijn grondgebied schadelijke organismen worden binnengebracht of verspreid die niet in bijlage I of II bij Richtlijn 2000/29/EG zijn opgenomen, mag deze krachtens die richtlijn tijdelijk aanvullende maatregelen nemen om zichzelf tegen dat gevaar te beschermen.

  2. Als gevolg van de aanwezigheid van Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) (hierna „het nader omschreven organisme” genoemd) in het zuiden van het Iberische schiereiland heeft Spanje de Commissie en de andere lidstaten op 27 juni 2006 meegedeeld dat het op 6 juni 2006 aanvullende officiële maatregelen heeft genomen om het verder binnenbrengen en verspreiden van dat nader omschreven organisme op zijn grondgebied te voorkomen.

  3. Rhynchophorus ferrugineus (Olivier) is niet opgenomen in bijlage I of II bij Richtlijn 2000/29/EG. Uit een verslag van een op de beperkte beschikbare wetenschappelijke informatie gebaseerde ziekterisicoanalyse is echter gebleken dat dit nader omschreven organisme ernstige schade aan bomen veroorzaakt, inclusief een significante sterfte bij specifieke soorten planten, behorend tot de familie der palmen en beperkt tot planten met een diameter aan de voet van de stam van meer dan 5 cm (hierna „gevoelige planten” genoemd). De gevoelige planten komen in veel delen van Europa voor, vooral in het zuiden waar zij in grote aantallen voor sierdoeleinden worden geplant en van groot belang voor het milieu zijn.

  4. Daarom moeten noodmaatregelen worden genomen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van het nader omschreven organisme.

  5. Die noodmaatregelen moeten gelden voor het binnenbrengen en de verspreiding van het nader omschreven organisme, de afbakening van gebieden in de Gemeenschap waar het nader omschreven organisme aanwezig is, de invoer, de productie, het vervoer en de controle van gevoelige planten in de Gemeenschap. Er moet een onderzoek ter controle op de aanwezigheid of blijvende afwezigheid van het nader omschreven organisme bij alle planten van Palmae in de lidstaten worden uitgevoerd om meer wetenschappelijke informatie over de gevoeligheid van de planten te verzamelen.

  6. Het is dienstig dat de resultaten van de maatregelen uiterlijk 31 maart 2008 opnieuw worden bekeken, rekening houdend met de ervaringen met het eerste groeiseizoen in het kader van de noodmaatregelen.

  7. De lidstaten moeten zo nodig hun wetgeving aanpassen om aan deze beschikking te voldoen.

  8. De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1 Definities

Voor de uitvoering van deze beschikking gelden de volgende definities:

  1. „nader omschreven organisme”: Rhynchophorus ferrugineus (Olivier);

  2. „gevoelige planten”: planten, met uitzondering van vruchten en zaden, met een diameter aan de voet van de stam van meer dan 5 cm van Areca catechu, Arenga pinnata, Borassus flabellifer, Calamus merillii, Caryota maxima, Caryota cumingii, Cocos nucifera, Corypha gebanga, Corypha elata, Elaeis guineensis, Livistona decipiens, Metroxylon sagu, Oreodoxa regia, Phoenix canariensis, Phoenix dactylifera, Phoenix theophrasti, Phoenix sylvestris, Sabal umbraculifera, Trachycarpus fortunei en Washingtonia spp.;

  3. „plaats van productie”: de plaats van productie als omschreven in internationale norm nr. 5 van de FAO voor fytosanitaire maatregelen(2).

Artikel 2 Noodmaatregelen tegen het nader omschreven organisme

Het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van het nader omschreven organisme wordt verboden.

Artikel 3 Invoer van gevoelige planten

Gevoelige planten mogen in de Gemeenschap alleen worden binnengebracht indien:

  1. zij voldoen aan de specifieke invoervoorschriften van punt 1 van bijlage I;

  2. zij bij binnenkomst in de Gemeenschap overeenkomstig artikel 13 bis, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG door de verantwoordelijke officiële instantie worden gecontroleerd op de aanwezigheid van het nader omschreven organisme en geen tekenen van het nader omschreven organisme worden gevonden.

Artikel 4 Vervoer van gevoelige planten binnen de Gemeenschap

Gevoelige planten van oorsprong uit de Gemeenschap of in de Gemeenschap ingevoerd overeenkomstig artikel 3 mogen binnen de Gemeenschap alleen worden vervoerd als zij aan de voorwaarden van punt 2 van bijlage I voldoen.

Artikel 5 Onderzoeken en kennisgevingen

Artikel 6 Instelling van afgebakende gebieden

Artikel 7 Naleving

Artikel 8 Herziening

Artikel 9 Adressaten

BIJLAGE I

BIJLAGE II